Verweerschrift



Gisteren werd mijn dag voor een groot deel in beslag genomen door een columnist. Niet door iets dat deze columnist geschreven had, want ik lees zelden columnisten (eigenlijk alleen Holman, en die ook niet altijd), maar door iets wat deze columnist gezegd had tegen een onbezoldigd evangelist van mijn werk. Deze had durven suggereren aan de columnist dat ik wellicht een column zou kunnen vullen, op een mooie plek in de krant. Een open sollicitatie dus, zonder dat ik erom had gevraagd (ik had hem ook niet tegengehouden toen hij mij ervan op de hoogte stelde, dat is waar), maar ik had  z e k e r  niet gevraagd om de diskwalificatie die erop volgde. Maar die kreeg ik dus gratis en voor niets cadeau ten geschenke, zomaar op de maandagmiddag.
Het voelde een beetje alsof een bedelaar bij de Albert Heijn ineens in mijn gezicht zou roepen: 'Denk maar niet dat ik geld van jou aanneem!'
Wat moet je op zo'n moment, als lijdend voorwerp van een diskwalificatie door een columnist ten aanzien van een column waar je niet om gevraagd hebt?
Het werk van de columnist tot de grond toe afbreken zou een Hermansiaanse mogelijkheid zijn, maar daarvoor is het nodig om het werk van deze columnist te bestuderen, en daartoe ontbreekt mij de tijd, en ook de energie trouwens.
Een foto verspreiden van de columnist met een hitlersnorretje erop getekend, zou makkelijk, al te makkelijk zijn.
Negeren is en blijft de beste optie, maar probeer dat maar eens, met al die uitingsvormen heden ten dage, al die kanalen waarop een mens zijn zegje kan doen.
Ik heb het geprobeerd.

2 opmerkingen:

  1. De onbezoldigd evangelist zou zich nu even stil moeten houden. Maar ik kan niet nalaten te stellen dat als columnist 1 columnist 2 prefereert boven columnist 3 en columnist 2 schrijft vandaag dan dit wijvenstukkie op die mooie plek, de diskwalificatie niet columnist 3 betreft, maar terugslaat op columnist 1 (en 2 natuurlijk):

    Soms reizen wij doelloos rond, mijn zoontje en ik, omdat doelloos rondreizen zo leuk is. Wij nemen de tram, de bus, de metro, de pont, en soms een stukje de trein. Zo ook maandag. Van Amsterdam-Centraal tot Amsterdam Amstel. Het was vol, er was wat vertraging, we wisten nog niet waarom.
    advertentie

    Toen de trein eenmaal ging rijden zag ik op een laptop naast mij dat er zojuist geschoten was in Utrecht. Daar ging deze trein dus heen.

    Bij Amsterdam Amstel stapten wij uit, de meeste mensen reisden verder, op weg naar de hoogste staat van dreiging.

    Wij namen nog een metro, toen een boterham, vervolgens een tram en toen gingen we thuis knutselen.

    Soms checkte ik stiekem wat er aan de hand was, terwijl ik me ook wel realiseerde dat niemand ermee geholpen was als ik per moment wist hoe het ervoor stond. En ondertussen knutselde ik door.

    BeantwoordenVerwijderen