Seneca



Toen mijn ex-gymnasiast, thans informaticus, 's avonds laat op de weg naar Delft, uit zichzelf Seneca citeerde omdat hij die een nuttige filosoof vond, dacht ik: dat heb ik niet zo slecht gedaan. Daarna dacht ik: dat heeft hij niet zo slecht gedaan. En weer daarna: dat heeft zijn moeder niet zo slecht gedaan.
Misschien was het toch zijn docent Latijn, bij wie hij onlangs nog te gast was. Docenten die je bij hen thuis uitnodigen hebben bij mij een streepje voor, zolang ze hun handen thuishouden.
Het citaat luidde dat het leven helemaal niet kort is voor wie geen tijd verspilt. Vond ik een mooie. Kan ik ook onderschrijven, maar wat is tijd, wat is verspilling, wat is kort en wat is leven?
Dat zijn subvragen.
Ik had ook een Seneca-citaat voor hem, waar ik veel aan had gehad, namelijk: elk mens zit in zijn eigen gevangenis. 'Zijn  e i g e n  gevangenis. Niet in een gevangenis, zijn eigen,' ramde ik mijn punt, of eigenlijk Seneca's punt, bij hem naar binnen.
Het was even stil. We waren bijna in Delft. De wissers zwoegden om alle regen weg te duwen van de vooruit.
'Wat zou dat betekenen?'
'Dat iedereen is veroordeeld tot zijn eigen werkelijkheid, dat contact met anderen in de grond onmogelijk is.'
Terwijl ik het zei, begon ik te twijfelen aan Seneca's wijsheid.

2 opmerkingen: