Doodsobsessie



'Pappa, hoeveel dagen nog voordat we dood gaan?' Mijn dochter is net 5, haar verjaardag was een mijlpaal waar ze heel, heel erg lang en vurig naar verlangd had, maar na de verjaardag is ze geobsedeerd door de dood.
'O, dat weet ik niet,' antwoord ik diplomatiek. 'Dat weet niemand. Het precieze moment van sterven is voor iedereen een raadsel. Als je in God gelooft, dan zou je kunnen zeggen: God bepaalt wanneer je gaat, maar als je niet in God gelooft, dan moet je zeggen: we weten het niet.'
Haar doodsobsessie bestond al, maar zou verder aangewakkerd kunnen zijn door het bezoek dat we niet lang geleden brachten aan een begraafplaats in Vught. Behalve het graf van haar overgrootouders (dat ik ook nog nooit had gezien) zagen we ook kindergrafjes. De kindergrafjes fascineerden haar. Mij ook.
'Maar wanneer gaan we dood?' dringt ze aan. We zitten op de fiets naar school, het is prachtig weer, eigenlijk geen klimaat om het over de dood te hebben, of juist wel, natuurlijk.
'Jij leeft waarschijnlijk nog 95 jaar als je zo doorgaat. De levensverwachting van jouw generatie is 100.'
Die cijfers zeggen haar weinig.
'Jij gaat het eerste, toch?'
'Als alles verloopt zoals God of de statistieken hebben bepaald, dan ga ik inderdaad als eerste.'
'Of opa klokje.'
'Ja, opa klokje die zou nog wel eens eerder kunnen gaan dan iedereen, want die is bijna 90.'
'O, dus eerst opa klokje, en dan jij.'
'Misschien. We weten het niet. Het zal vanzelf blijken.'
Mijn dochter wil zekerheid. Maar die kan ik haar niet geven.
'Maar we gaan wel allemaal dood?'
Die zekerheid kan ik haar wel geven, maar dat is een schrale troost. En is het wel een zekerheid? Het is niet uitgesloten dat de dood niet meer bestaat als zij aan de beurt is, of er in elk geval heel anders uit ziet, maar met dat soort subtiliteiten val ik haar voorlopig niet lastig.

2 opmerkingen: