14. Boy wonder



Het was half twee 's nachts. Onvlee zat op de bank met een stapel fotoboeken op schoot, hij zocht naar foto's van Just, zijn middelste, zijn boy wonder, de geboren bouwer. Razendsnel ging hij door de albums heen. De foto's kwamen hem bekend voor, maar ze leken van een ander. Hij keek nooit naar foto's, of het moesten foto's van zijn bouwwerken zijn, en die hingen overal aan de muur, opgeblazen, imposant. Lachende gezichten van gezinsleden in toeristische omgevingen lieten hem koud. Hij had vakantiefoto's altijd onzin gevonden, omdat hij vakantie onzin vond, maar hij wist dat er van Just bijzondere foto's waren, experimentele foto's, die hij met de zelfontspanner had gemaakt. Foto's waarop niet gelachen werd. Schaamteloze foto's. Foto's die het daglicht niet verdroegen, die vernietigd hadden moeten worden. Ze moesten ergens los tussen zitten... Jurjen en Jules, de oudste en de jongste, hadden zulke foto's nooit gemaakt, die hadden geen experimentele fase gekend; er bestond in elk geval geen bewijs van. Daar waren ze te fantasieloos voor, dacht Onvlee. Jurjen en Jules waren dan ook geen bouwmeesters geworden, maar papierschuivers. Weliswaar in respectievelijk Myanmar en Vermont, maar toch: papierschuivers. Of men nu papier schoof in Myanmar, Vermont, of Diemen-Zuid, men bleef papierschuiver. Het veranderde niets aan de daad van het papierschuiven. Just – kijk daar was ie! Wat een jonge god, wat een uitstraling, wat een mogelijkheden! Ja, Just kon de wereld verbouwen, droomde Onvlee, bouwwerk na bouwwerk. Hij heeft het in zich, de Onvlee-brille, hij kan de lijn voortzetten die de vader heeft getrokken, tot in de hemel desnoods. 'Pris?' Lidwina stond in haar lustdodende nachthemd in de deuropening. 'Ben je weer met je olijf bezig?'