12. Puzzelen



Toen Lidwina naar die Italiaanse film was geweest waar iedereen het over had, in haar eentje uiteraard, althans dat zei ze, hadden ze hun stellingen wonderwel weer ingenomen. Van de recentelijke partiële versmelting was niets meer over, die was verdampt. Onvlee vroeg niet eens hoe de film was, die zou wel weer fantastisch zijn. Zij informeerde ook niet naar de puzzel die hij legde – hij legde nu eenmaal graag puzzels, en ze werden ambitieuzer, het waren meerdaagse puzzels. 'Jij puzzelt omdat je de dood niet in de ogen durft te kijken,' zei ze, met haar jas in de hand. 'Alles om je af te leiden van je noodlot, van je ziekte. Je wilt er niet aan, maar je zult wel moeten.' Hij was doorgegaan met puzzelen. Hij had een klein stukje in zijn hand, leesbril op zijn neus, en zocht naar aansluiting. Er moest een plek zijn waar dit stukje Neva van de St. Petersburgpuzzel (5000 stukjes) paste, maar waar? 'Je zou het er ook van kunnen nemen, maar dat doe je niet. Je blijft alsmaar binnen. Je zou ook naar St. Petersburg kunnen gaan, we zouden samen nog naar St. Petersburg kunnen gaan, dat wilden we toch altijd? Maar dat doen we niet. In plaats daarvan ga ik naar de film, en leg jij puzzels: wat een verspilling.' Hij had geen zin om te praten. Toen ze in bed lag verweet ze zichzelf dat ze zich weer eens had laten meeslepen in een futiele tirade. Laat die man toch, had Ard nog zo gezegd. Laat hem. Zo lang duurt het niet meer.