2. Een zwak voor freak accidents



Het zou een ongeluk zijn. Dat was toch de meest voor de hand liggende, en veiligste – vreemd om dat woord op deze plaats te gebruiken – manier om van iemand af te komen zonder dat alle pijlen na afloop zijn richting in zouden wijzen. Prisco Onvlee was een expert in ongelukken. Hij had zelf diverse ongelukken gehad. Dat was de erfenis uit zijn roekeloze tijd. Nu was hij alweer jaren verstandig, maar de kennis en ervaring die hij had opgedaan in de choreografie van het ongeluk zogezegd, de regie, de mis en scène, zou hem nu van pas komen. Het mocht een freak accident zijn, graag zelfs, Prisco Onvlee had een zwak voor freak accidents, maar het moest ook weer niet zo freakish zijn, zo krankzinnig en extreem, dat het vragen opriep die alleen door hem konden worden beantwoord. Een goed freak accident was een ongeluk dat de aandacht voldoende afleidde van de eventuele opmaat tot dat freak accident. Het vertelde een verhaal op zich, een verhaal dat een eigen leven zou gaan leiden. Een kort bericht in de krant dat dagenlang, wekenlang, in het hoofd van de lezer bleef rondzingen. Hoe was het in vredesnaam mogelijk? Wel, het was mogelijk, want het was gebeurd. En het ongeluk had een slachtoffer opgeleverd. Eén dodelijk slachtoffer. Meer had Prisco Onvlee niet nodig.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten