5. Het leven en de dood


De volgende dag, als Groeninx van Zoelen aan het werk is, mompelt hij bij zichzelf: 'Ik heb nog nooit gewerkt.' En daarin heeft Groeninx van Zoelen gelijk. Hij heeft nog nooit gewerkt. Het is niet zo dat hij trots is op zijn lege CV. Als hij anderen ziet werken stelt hij zichzelf vrij snel de vraag: waarom is hiervoor nog geen machine uitgevonden, die het beter kan? Groeninx van Zoelen is bescheiden. Hij zou maar wat graag willen dat er een machine was uitgevonden voor het werk dat hij nu doet, want elk mens is lui, en hij is een mens, ergo, enzovoort, tegelijkertijd beseft hij ook dat hij niet degene is, of ooit zal zijn, om een machine uit te vinden die dit werk zou kunnen overnemen. Ook al heeft hij nooit gewerkt, en zeker niet met zijn handen – kijk maar hoe delicaat ze zijn, het zijn pianohanden; helaas was Groeninx van Zoelen te lui om piano te leren spelen hoewel zijn moeder pianolerares was – hij heeft grenzeloos respect voor ingenieurs die met hun machines het leven hebben vergemakkelijkt, veraangenaamd, verlicht. Striktgenomen hebben ingenieurs  het leven mogelijk gemaakt. En de dood, niet te vergeten.

3 opmerkingen:

  1. Sien Donné1:37 p.m.

    Het zou interessant zijn om dit als feuilleton in een krant te zetten.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Dat zou zeker interessant zijn. Maar welke krant?

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Sien Donné3:00 p.m.

    Probeer Het Parool, of misschien De Morgen.

    BeantwoordenVerwijderen