2. Zelfonderzoek



Tijdens de saaie vlucht naar Dallas, maar ook nu weer, alleen op mijn saaie hotelkamer, heb ik uitentreure nagedacht, dacht ik, over de ontmoeting met Michael Q. Darling. Wat mij aantrok in het idee van een perfecte dubbelganger was niet wat een eeneiïge tweeling moest aantrekken in een hereniging na een jarenlange scheiding. Ik was niet uit op de fantasie hoe het zou zijn als ik mijn leven anders had geleefd, als de genen-set waarmee ik was gezegend (of belast), andere keuzes had gemaakt en dat de tweelingbroers dan bij samenkomst erachter zouden komen dat ze wonder boven wonder dezelfde soort partner hadden gekozen (paardenstaart), dezelfde soort auto reden (Prius), en dezelfde soort boeken op hun nachtkastje hadden liggen (Harari). Nee. Het ging me er nu juist om dat ik iemand wilde ontmoeten die niet dezelfde genetische make up had, maar wonder boven wonder erg op mij leek. Heel erg, zelfs. Iemand dus die via een volstrekt andere weg bij hetzelfde punt was aanbeland. Niet alleen qua uiterlijk, juist ook qua karakter. U4U maakte dit alles mogelijk dankzij 'gepatenteerde search-technologie' (waarover Erykah nogal geheimzinnig deed, het enige dat ze erover kwijt wilde was dat Google interesse had getoond in een overname van het kleine bedrijfje uit Glasgow, maar dat kon iedereen beweren).
Niettegenstaande mijn verklaarde filosofische motieven, kon Peter, mijn eveneens alleenstaande buurman in het 20ste in Parijs,  toen hij van mijn kostbare plan hoorde (dat ik had gefinancierd uit een erfenis) niet nalaten op te merken dat dit zogenaamde zelfonderzoek hem voorkwam als een nodeloos ingewikkelde vorm van narcisme.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten