27. Ongevraagde analyse



Just verontschuldigde zich, mompelde iets over gefrustreerde ingewanden, en trok zich terug. Het was nu man tegen man. Onvlee zocht naar puzzelstukjes op tafel, alsof de therapeut niet tegenover hem zat, alsof hij niet bestond. Het was makkelijker om Ard te negeren nu die zijn koekjes eindelijk had vermalen en doorgeslikt; toch voelde Onvlee dat hij de indringer tegenspel moest bieden. 'Juist ja,' zei hij tenslotte. 'En wat zijn uw frustraties, als ik vragen mag?' Hij keek Ard niet aan, bleef rommelen met zijn puzzel. 'Mijn frustraties zijn irrelevant, maar als u aandringt, kan ik hoogstens zeggen, dat mijn werk mijn privéleven frustreert.' Glimlach. 'En uw tolerantie?' 'Mijn tolerantie is hoog. Ik ben niet ongeneeslijk. Ik heb geen vrouw. Ik heb geen kinderen. Maar u, u hebt drie zonen. Uw ex is bij u weggelopen. U hebt uw kroost zo goed als zelf opgevoed. Dat frustreerde uw bouwkunst wel degelijk, en uw tolerantie is laag. Toen kwam Lidwina.' Onvlee ontplofte inwendig bij deze analyse, en niet alleen omdat hij onjuist was, maar liet niets blijken. Hij gunde de therapeut, die zozeer was begaan met het lot van zijn vrouw, zijn emoties niet. Er trilde iets in Ards borstzak, hij haalde zijn telefoon tevoorschijn. Zijn gezicht klaarde op, hij lachte echt. 'Daar heb je d'r!' kraaide hij. 'Ze wacht op me! Bij het spoor! Laat mij haar antwoorden, als u het goed vindt, dat ik er meteen aan kom.' Onvlee maakte geen bezwaar. Toen Ard klaar was, stond hij op, zag de oude in zijn rolstoel aan en zei: 'Onze gebeden worden eindelijk verhoord.'