23. Uitgeschuimd




Ze lag in bad. Dat was nog het minst opzienbarend. Maar ze lag er zo te zien al een tijdje in. Langer dan gewoonlijk. De spiegels waren beslagen, de ramen waren beslagen, de betegelde muren waren beslagen. Het bad was vol, maar niet overvol. Het schuim was uitgeschuimd. Het zag er niet uit alsof ze lekker lag. Ze lag scheef, haar nek geknakt, tegen de rand, zodanig, dat haar mond onder water was, maar haar neus niet; door een voorhangende hand bleven haar ogen quasi-geheimzinnig aan het blikveld onttrokken. Het leek alsof ze het water wilde kussen. Of haar borsten, waar ze niet bij kon met haar lippen, als ze ze niet met haar handen omhoog duwde. Onvlee moest denken aan zijn rijke jeugd, toen hij net als Lidwina, eindeloos baadde, en probeerde onder water te praten. Dat ging niet, de woorden kwamen er niet uit, meer dan neuriën zat er niet in. Maar Lidwina neuriede niet, ze maakte helemaal geen geluid. Op de grond naast het bad stond een lege fles Absolut. Was dit haar manier om oudjaar te vieren? Dacht ze dat hij niet meer thuis zou komen? Dacht ze dat hij de avond elders zou doorbrengen, de laatste avond van het jaar? Even overwoog hij bij haar te gaan liggen, zoals vanouds. Dat was mooi geweest, maar het kon niet. Hij wilde terug naar de living. Om zijn elektrische stoel te keren in de gang had hij welgeteld drie draaiingen nodig, die hem steeds driftiger maakten van ongeduld. In de verte hoorde hij Just de champagne ontkurken – wat prematuur, naar zijn smaak.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten