14. De hoofdhuurder



Als ik honderd foto's van Hasso heb gemaakt met mijn iPad – ik doe alles met mijn iPad tegenwoordig – voel ik een vinger tikken op mijn schouder. Ik schrik me dood. Ik draai me om en kijk in het gezicht van een kleine, in het leer gehulde, kale man, met bovenop zijn schedel een tatoeage van een anarchisten-A. Dit moet de hoofdhuurder zijn. Ik heb hem nooit ontmoet. Voor het wereldwijde uitwisselingsproject van Konzeptkünstler is het niet nodig elkaar te ontmoeten. Het is misschien zelfs beter van niet. De sleutels cq. deurcodes worden discreet uitgewisseld. 'What the vak is going on here?' zegt hij in vlekkeloos Duits-Amerikaans, hetgeen hysterischer klinkt dan de uitdrukking op zijn biefstukrode gezicht doet vermoeden, want dat staat op neutraal. De hoofdhuurder kijkt als een buurman die komt vragen of de auto een stukje kan worden verplaatst. Sorry about the mess, zeg ik, I didn't know you would be back so soon. I thought I had at least another week to return your apartment to its original state... Having said that, it strikes me how extremely well organised you are. And tidy. For a conceptual artist, that is. I bet you thought my apartment was a pigsty. 'Not at all,' antwoordt hij. Zijn leren outfit kraakt als hij langs mij heen kijkt naar de dode op het bed. 'I don't know your work, but I must admit it looks intriguing.'