5. Man genoeg


'Waar is Andrea Innocenti?' De vraag kwam uit het niets, hield met niets verband, maar hij had hem opeens gesteld. Alleen de Roberto Benigni-lookalike keek op, zoekend naar een kwinkslag, maar hij liet zijn hoofd alweer zakken. 'Andrea Innocenti heeft om persoonlijke redenen op het laatste moment afgezegd,' baste de hoogblonde gastvrouw, die, zo was hij inmiddels te weten gekomen, luisterde naar de naam Domenica. 'Maar als u het niet erg vindt, noem ik u, onze wild card van vanavond, maar Andrea Innocenti, want men moet elkaar toch met een of andere naam aanspreken, is het niet?' Innocenti knikte, maar vroeg zich tegelijk af of hij niet toch liever, in de gedaante van Julius Scheepwachter, op een dodelijk saaie werkgroep van de Florentijnse mensenrechtenconferentie had willen zijn. Dan had hij in ieder geval zijn reputatie als een van Nederlands scherpzinnigste rechtsgeleerden kunnen leegzuigen; nu was hij niemand. Nu ja, een donor in een wit pak. Een fabrikant van zaad. Een leverancier van kwakjes. Die zich, geheel vrijwillig ook nog, had ingelaten met een dubieus gezelschap in een oude villa aan de rand van de stad om mee te doen aan een of ander 'experiment'. Maar hij was tegelijkertijd man genoeg om ook nieuwsgierig te zijn. Gestreeld zelfs. Zijn DNA werd gevraagd. Niet dat van een van zijn hooggeleerde collega's, niet dat van Silvio Berlusconi, nee: dat van hem. Natuurlijk, hij had zichzelf voor dit doel aangeboden zonder het te weten, maar Domenica had hem toch maar goedgekeurd. Hij voelde zich weer de leerling die door de wiskundeleraar naar voren werd gehaald om aan de anderen te laten zien hoe je een differentiaalvergelijking oplost. Zijn blik viel op de olijkerd. Die had zijn pogingen om grappig te zijn gestaakt. Hij was licht obees; zijn schedel vertoonde kale plekken. De punker behoefde geen betoog, die zag zo bleek als een vaatdoek, die maakte niets klaar. Bleef over de Christusfiguur. Dat was oppassen geblazen. Dat was zo'n taaie, zo'n pezige, die niet opgeeft, en die, op momenten dat het ertoe doet, een enorme stootkracht blijkt te hebben. Innocenti had niet gevraagd om een competitie, en al zeker niet om de inhoud van zijn teelballen, maar nu hij er midden in zat had hij maar een ding voor ogen: winnen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten