9. U

Jikke lag met zijn moeder in het malse gras van het aanpalende weiland. Ze hadden een fles Fleurie op. De zon was al onder. Zij haalde langzaam een hand door zijn blonde krullen. Ze had hem het hele verhaal verteld maar hij had geen kik gegeven. 'Misschien moet ik u vermoorden,' sprak hij ineens, omhoogkomend in de schemer. 'Als ik u zou vermoorden dan zou de cirkel rond zijn.' Jikke sprak zijn moeder aan met u, dat was een van die charmante dingen aan hem. Voor het overige was er weinig charmants aan Jikke. Hooguit zijn naam, die vaker voor een meisje werd gebruikt. Hij was daar natuurlijk wel eens mee gepest, maar dat was vrij gauw opgehouden toen Jikke zijn vuisten liet zien. Of anders de stiletto die hij sinds zijn twaalfde bij zich droeg. Dat was het enige object dat hij altijd bij zich had, zelfs in de kroeg. Juist in de kroeg. De weduwe vroeg zich af, maar niet hardop, of Jikke op dit moment zijn stiletto bij zich had. Ze wilde het niet weten, maar toen hij nog dichter bij haar kwam, en met zijn benen tegen haar aanschurkte, meende ze toch iets hards in zijn spijkerbroek te voelen, en niet omdat hij zo blij was om haar te zien.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten