10. Moorddroom

Ik ren op blote voeten door het drassige gras. Bijna struikel ik over een sloot. Een koe kijkt me meewarig aan. De zon brandt, de wolken vliegen weg. Ik kom bij een schuur. Hij is donker en vervallen. Binnen wacht een oud vrouwtje met thee. Er staat een hammondorgel waarop ik blue in green mag spelen. Een kind komt van de hooizolder naar beneden. Het huilt maar weet niet waarom. Het wil niet getroost worden. Ballerina's dansen rond de perenboom. Iemand graaft een kuil. Op mijn vraag voor wie die kuil dient geeft de kuilgraver geen antwoord. Insecten zoeken toegang tot mijn broekspijp. Julius roept moeder. Waar ben je? Je moet je nieuwe kleren passen. Ik moord iedereen uit en staar naar de volle, gevlekte maan die boven het maisveld hangt.