7. Thuiskomen


Om vijf uur, toen het licht begon te worden, stommelde de heer des huizes binnen. Hij schopte zijn slippers uit, graaide in een zak pretzels, die hij wegspoelde door een pak melk aan zijn muil te zetten, schoof de ramen dicht, liet zich op de plakkerige leren bank neervallen, goochelde net zolang met drie smoezelige afstandbedieningen totdat hij op zijn flatscreen de die avond door hem gemiste programma's voor zich had, sloeg zich een weg door deze programma's, schakelde het geheel weer uit, krabte onder zijn t-shirt aan zijn varkensbuik, hees zich overeind en begon zich voor de onverschillige stad uit te kleden. Daar was hij gauw klaar mee. Terwijl hij een sissende boer tussen zijn dikke lippen liet ontsnappen, draaide hij zijn blote kont op een barkruk om zijn computer te bedienen. Diverse wereldwijde websites, die niettemin opmerkelijk dicht bij elkaar lagen, werden mechanisch afgewerkt. Julius Wezenstein, die zijn beoogde slachtoffer nog altijd ongemerkt vanuit zijn schuilplaats had kunnen observeren, schermde zijn ogen en oren af. Hetgeen zich nu plaatsgreep verdiende zijn eigen project, maar of hij er subsidie voor zou krijgen, viel te bezien. Jeff sjokte terug naar de keuken, propte daar opnieuw een hand pretzels in zijn mond, en toen nog een hand, spoelde ook dit weer weg met een teug melk, poetste zijn tanden en zijn tong en stortte zich op zijn tafel-hoge, lege bed, om daar onmiddellijk in slaap te vallen, althans zo leek het, in een houding alsof hij een steile wand beklom.