6. In de zitkamer stonden de schuiframen wijd open, als was Jeff een luchtje scheppen.


Toen Julius Wezenstein Jeffs betonnen woontoren betrad, ook bekend als de Suicide Tower, werd hij verrast door de portier, die ineens vanachter zijn piepkleine monitor omhoogkwam en vroeg: 'May I ask who you're visiting?' Wezenstein antwoordde zo overtuigend dat hij op 30 F moest zijn, en nergens anders, en wel op dit uur van de nacht, en geen enkel ander, dat de portier meteen weer neerzeeg zonder te vragen of iemand hem op 30 F verwachtte, en wie dan wel. De lift deed er vijftien seconden over om de dertigste verdieping te bereiken. Op de overloop hing een lucht van aangebrand brood. Voor de deur van 30 G lag een in touw gebonden krant; aan een vergeelde muur prijkte een obligaat Warhol-poster. De stelende kunstenaar zette zijn apparatuur neer, stak de sleutel die Jeff hem gestuurd had in het slot, en opende behoedzaam de stalen deur. Hij piepte, maar niet hard genoeg dacht hij, om Jeff of wie dan ook wakker te maken. In de zitkamer stonden de schuiframen wijd open als was Jeff een luchtje scheppen. Wezenstein keek neer op de grommende, kreunende, flikkerende stad. Op een dak van een belendend gebouw werd in het donker naar een zwart model geflitst. New York moest niet alleen de meest gefotografeerde stad zijn, zij telde ook de meeste zich noemende fotografen. Met een uitgestoken vinger duwde Wezenstein, heel langzaam, in etappes, centimeter voor centimeter, de deur naar de slaapkamer open. Die was leeg, maar dat betekende niets. Het was misschien zelfs wel beter. Wezenstein, zijn apparatuur in de aanslag, trok zich terug in een hoek van de zitkamer, achter Jeffs reusachtige flatscreen, en wachtte.

2 opmerkingen:

  1. Ja, Joan Miró, daar doen de tekeningen hier me aan denken. En hoe toepasselijk bij dit project The Big Sleep: Zijn vormen, hoe vervreemdend ze ook mogen zijn, refereren altijd aan de realiteit - aan de concrete realiteit, of aan de realiteit zoals die bestaat tijdens het dromen.

    BeantwoordenVerwijderen