Deel 17: Lichaamsopeningen



Het spel eindigt, willekeurig of onwillekeurig, dat is nogal eens de vraag, bij een garde. 'Wie heeft er een suggestie ten aanzien van de methode?' vraagt Dunkelmann. 'Alle opties staan open.' Iedereen zwijgt. Inmiddels is mijn zogenaamde afstraffing voor mijn zogenaamde overtreding in mijn zogenaamde villa zo ver van de werkelijkheid verdwijderd geraakt, dat mensen in mijn directe omgeving beginnen te mokken. Er moet een eind aan komen: het is mooi geweest. Eternité serveert artisjokken. Ik mag ook mee-eten. Dat is een meevaller. Ik verheug me op de bodem. Alleen bij de koning der groenten verheug ik me op de bodem. Guchigästli heeft op een paar knoppen gedrukt waardoor de plexiglas vleugel verandert in een pianola, die hetzelfde blijft spelen, maar dan beter. Foutloos. 'Is 't 'n idee om 'm gewoon diep in z'n strot te duwen? Is daar iets op tegen? Ik zou zo gauw niks weten. Het is origineel, en het ziet er kunstig uit. Ja, ik denk dat dit mijn methode zou zijn,' zegt de kale met de sik, die ik al wantrouwde, als hij als eerste door het hooi de artisjokbodem heeft bereikt. 'Kijken of ie dan nog iets zinnigs weet uit te brengen,' lacht de snorpuntendraaier, schamper. Nu durft hij wel. 'Of in zijn rectum, natuurlijk. Vergeet vooral zijn rectum niet.' Het valt me op hoe martelaars, amateurs zowel als professionals, een voorkeur hebben voor lichaamsopeningen. 'Alle suggesties worden serieus genomen,' besluit Dunkelmann, als iedereen zijn zegje heeft gedaan, 'maar er mag geen bloed vloeien. Dat vind ik niet sjiek.' Het enige wat ik van mijn marteling overhoud, de volgende dag, als ik in de ander villa door Solange wakker word gemaakt, is een rauwe keel, maar ik wil liever niet aan de episode worden herinnerd.


Er geen martelwerktuig dat zich niet tot juweel laat maken.