(Fop- en scherts)vuurwerk



'Ben je gelukkig?' vraag ik aan mijn tienjarige, die het vuurwerk dat we hebben gekocht keurig netjes voor zijn moeder en zichzelf heeft uitgestald op de zitbank.
Hij glimt. 'Ja.'
Ik herinner me dat geluk, nee: de extase. Ik raakte als kind ook in hogere sferen in de aanloop naar zalig uiteinde dankzij de unieke combinatie van laat opblijven, gevaar en (de belofte van) drank.
De zesjarige is ook extatisch. Meteen na aankoop heb ik ze beiden een doosje knalerwten gegeven om te oefenen. Die hadden wij vroeger niet, of we haalden er onze neus voor op: kleine bolletjes (een soort heroïnebolletjes maar dan zonder heroïne) die een knal geven als je ze op de grond gooit. Hoe harder je gooit hoe harder de knal, lijkt het. Fop- en schertsvuurwerk vermeldt de verpakking. Maar er is meer: honderd rotjes voor boven de zestien. De tienjarige heeft het pak in zijn hand alsof het een relikwie is, en dat is het ook, je moet je relikwieën ergens vandaan halen als de kerk in een restaurant veranderd is en het kerstverhaal een sprookje blijkt te zijn. Gisteravond hebben we stiekem twee rotjes afgestoken om te zien hoe hard ze gingen. Best hard. Aan de overzijde kwam net een politie-auto voorbij.
'Ik haat rotjes,' zegt de moeder.
Jongens niet, die zijn dol op destructie, oorlog – zelfs een zachtmoedige jongen, zoals mijn zoon.
Voor mijzelf en de moeder heb ik pijlen gekocht. Ze zien er veelbelovend uit. De belofte zal, zoals altijd, uiteenvallen in een teleurstellend son et lumière à la méthode chinoise.
Kosten van dit alles: €37,50. Ik heb slechtere tijden gekend.
Nu nog gratis vuurwerkbrillen halen bij de Pearl om te voorkomen wat naar verluid niet lang geleden gebeurde bij een man die, in kennelijke staat, boven zijn zojuist ontstoken vuurwerk hing om te zien waar het bleef. Het vloog recht in  b e i d e  ogen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten