Respectloos



Terwijl mijn blondjes voetballen in de kille regen, zit ik in een kleine ruimte van de belendende club, die zo vriendelijk zijn kunstgrasvelden ter beschikking heeft gesteld, op een stoel te lezen. Er zitten nog meer soccer-moms in deze ruimte, die nog het meest wegheeft van een wachtkamer bij de tandarts, maar, moet ik er helaas bij vermelden (de relevantie zal straks blijken), ze zijn allemaal bruin en niet blond. Alle voetballertjes van deze club zijn bruin, terwijl de meeste voetballertjes van onze club, honderd meter verderop, blond zijn. Ik denk niet dat racisme daarvan de oorzaak is, of het moet een luie vorm van racisme zijn; soort zoekt soort. (Overigens is het wel zo, valt me op, dat een aantal fanatieke trainers bij deze club weer wit zijn, zul je net zien.)
'Wilt u alstublieft weggaan,' zegt iemand tegen mij.
Ik kijk op van mijn boek. Een bruine man van een jaar of dertig staat voor me. Hij heeft het inderdaad tegen mij. 'Waarom?'
'Dit is een privéruimte.'
Een privéruimte? En al zou het een privéruimte zijn, waarom zou dit arme voetbalvadertje dan niet mogen schuilen? Mi casa es su casa enzovoorts?
Schoorvoetend, mokkend, tsk-tsk-end, verlaat ik de ruimte – evenals trouwens een trosje witte voetbalmoeders met kleine, witte kinderen op de arm, dat niet zoals ik brutaal een stoel had uitgekozen maar zich in het halletje ophield.
Als ik buiten sta, voegt de bruine man me nog toe: 'Ik vind het respectloos, dat u niet meteen opstaat en weggaat.'
Ik kauw na op het woord 'respectloos' en dat is denk ik waar de rassenrelaties (wat een verschrikkelijk woord, maar er is geen beter) toch weer relevantie krijgen. Want tot het moment dat de man de term 'respectloos' in de mond nam, had hij net zo goed wit kunnen zijn, een witte zeikerd. Nu was het een bruine zeikerd – die het op het laatst niet kon laten de rassenkaart te trekken.
Maar dat ik daar überhaupt durfde te gaan zitten, getuigde in zijn ogen misschien wel weer van white privilege.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten