Dankwoord




Gisteren kreeg ik een lintje. In mijn linkerhand. Het was niet helemaal onverwacht dat ik zou worden onderscheiden wegens bewezen diensten aan de lieve stad; toch was ik verrast door het tijdstip en de vormgeving. Het was een satijnen lintje, dubbelgestrikt (kennelijk uit zorg voor wegwaaien of in verkeerde handen vallen). Ik was er blij mede, met mijn lintje, maar ik was tegelijk bedroefd omdat ik wist dat het lintje niet kon blijven, ik moest het teruggeven aan de gemeenschap, en ja, al ruimschoots voor mijn dood. Wie al te lang blijft hangen, leunen, rusten op zijn lauweren, komt niet meer vooruit en kan net zo goed meteen temidden van zes planken plaatsnemen. Dus ik wierp het lintje al fietsend over mijn schouder, fietsend door de Pijp, een toepasselijke wijk om lintjes over de schouder te werpen. Ik heb niet omgekeken, maar wel nagedacht, omdat ik altijd nadenk. Het lintje was en werd een soort luchtpost zoals luchtpost bedoeld is en ik houd erg van luchtpost, ook van flessenpost trouwens, er wordt te weinig lucht- en flessenpost verstuurd dezer dagen naar mijn bescheiden mening, we kunnen denkelijk niet meer tegen de onzekerheid, enzovoorts, enzoverder tot in de eeuwigheid amen, maar laat me met een vrolijke noot eindigen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten