18. Chaos

Charles Krafft.


Ik draai door. Het wordt me teveel. Als stevig aan de weg timmerend K.K. ben ik chaos gewend, ik kan goed met chaos omgaan, verwerk het in mijn installaties, maar de chaos van het totaal in de war geschopte appartement van de hoofdhuurder, en vooral zijn kennelijke onverschilligheid ten opzichte van die chaos, alsmede de nieuwe chaos die hij aan het aanrichten is in de slaapkamer - hij heeft Hasso van het bed afgesleept en is met hem bezig op de vloer - kan ik niet meer aan. Ik zou het liefst stilletjes de deur achter me dicht willen trekken, met achterlating van mijn spullen. Alleen mijn iPad, mijn American Express en mijn paspoort heb ik nodig, in die volgorde, ik kan overal heen waar ik maar wil, ich bin ein Hotelmensch, daar ligt het niet aan, ik ben totaal onthecht van mijn omgeving, losgezongen van iedere materie, maar de hoofdhuurder heeft de deur afgesloten, met een ingewikkelde sleutel, van binnenuit, en de muur in de tuin kom ik niet over. Die komt niemand over. Althans niet van deze kant. Iedereen heeft te stellen met de muur. De muur staat er nog en zal er altijd staan. Ik speel met het idee om met een bloedhete theepot (geen IKEA) de kamer in te lopen en deze per abuis over het hoofd van de hoofdhuurder uit te storten. Chaos met chaos bestrijden heet dat.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten