3. Ik draai liever stationair.



Men verklaarde mij voor gek, vooral die passief agressieve, die wist niet hoeveel spot en vernedering ze in haar blik moest stoppen, maar ook ik ben natuurlijk even het ijs opgegaan. Wat wil je, het was al dagen dik genoeg en de zon scheen. Je zou het niet zeggen maar mijn fysiek is buitengewoon geschikt voor gladde oppervlakten. Zo hard als ik kon, en met mijn nagels helemaal uit rende ik over het ijs. Als ik bij een mooi schoon stukje kwam trok ik ze in. Zo schoof ik gelukzalig op mijn kussentjes enkele lui op hun lange ijzers voorbij. Toeristen maakten foto's; ik heb ze voor een keer maar laten begaan. IJs is wonderbaarlijk, ik heb er geen ander woord voor, maar ik ben er ook gauw klaar mede. Ik draai liever stationair. Dus klom ik op het dek van een ingevroren zeilboot – naam: Surrender –, ging zitten en keek neer op het gepeupel. Mijn meeste aandacht ging trouwens uit naar de eendjes, de meeuwtjes en de hoentjes, die tot een piepklein, stervenskoud wak waren veroordeeld. Als er geen brokken zouden zijn had ik er mijn tanden in gezet, maar nu had ik vooral met ze te doen.