1. Onthoofde kikker



Niet ongelijk een moslim die tot Mekka bidt, drukte Radek Z. zijn vermoeide voorhoofd tegen de kinderkopjes waarmee de Charles Bridge was belegd, en trouwens ook de rest van het oude Praag, en hield zijn namaak Yankees pet ondersteboven op de grond voor hem, in de hoop dat iemand er, vroeg of laat, iets in zou werpen. Op de argeloze voorbijganger deed zijn gestalte niet zozeer denken aan een biddende moslim, want die had je hier niet of nauwelijks, als wel aan een onthoofde kikker. Het was een schitterende nazomerdag; het late licht streek over het glooiende landschap rondom de stad, wolken zeilden als reusachtige schepen traag door de leegte voorbij. Radek probeerde zich te concentreren op het onophoudelijke, aanzwellende en dan weer wegstervende geruis van het passerende gepeupel wiens aandacht hij probeerde te trekken, maar hij werd afgeleid door de geur van zijn eigen lichaam. Oud zweet verspreidde een zoetige lucht, waar hij wel aan kon wennen, maar die hem toch altijd weer deed huiveren, wanneer hij zijn neus in zijn oksel stak.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten