3. Schuld

'Wat,' wil Ludowitz weten, in zijn beste Engels, 'is het precies dat u komt afrekenen?' Dit is een vrij goede vraag, aangezien de oude Buchhandler zich niet kan herinneren welke titels hij recent op krediet heeft verkocht. Hij is sowieso niet zo kien op krediet, maar voor gretige boekliefhebbers wil hij wel een uitzondering maken. Maar dat er onder die gretige boekliefhebbers recent een Otomandu zou zijn geweest, nee, dat weer hij niet meer, hoe vaak hij ook met zijn hand langs zijn grijze keelbaard gaat. 'Auf Deutsch!' blaft Otomandu opeens over de toonbank, als door een slang gebeten. Daarna, lieflijk: 'Auf Deutsch, bitte. Dat is toch onze taal, nah? Waarom zouden we de taal van de onderdrukker spreken, nah?' Er ontstaat een zweetbankje op Ludowitz' kin. Had hij in het Afrikaans moeten beginnen? Koortsachtig gaat hij door zijn kasboek om te zien of hij niet toch een betaling over het hoofd heeft gezien. 'Magda!' roept hij naar achter. 'Wolfie?' 'Weet jij misschien of wij iets vergeten zijn af te rekenen met deze meneer?' Magda komt, controleert en stelt vast dat er geen achterstallige rekeningen open staan, althans niet bij een meneer met de naam Otomandu. 'U zegt dat u een schuld hebt bij ons,' mompelt Magdalena, een vale, kortharige vrouw. 'Nu zou ik graag van u willen weten, meneer Otomandu, hoe hoog die schuld is. Dat is het enige dat ik zou willen weten. Want dan kunnen we die zo snel mogelijk voldoen en dan is alles hopelijk in orde?'

Alweer heeft dit blog een dag moeten overslaan ivm gebrek aan internet. Het moet niet veel gekker worden.