Anti-racisme debat



Al zappende bleef ik hangen bij Politiek 24, en ik viel middenin het anti-racisme debat (van afgelopen woensdag). Lodewijk Asscher, mijn volksvertegenwoordiger (ik heb meermaals op hem gestemd), was bezig zich te verweren tegen aanvallen van eerst Geert Wilders en daarna Farid Azarkan. Ik vond het boeiende televisie. Sterker, ik kan me niet herinneren ooit zulke boeiende politieke televisie, uit de Tweede Kamer althans, te hebben gezien.
Asscher stond er wat gespannen bij, vond ik, in zijn krappe kraag en strakke das, maar zo vaak zie ik hem ook niet, dus misschien was dit zijn normale stand.
Geert Wilders stond aan de interruptie-microfoon zijn stokpaardje te berijden. Hij leek bijna in slaap te vallen terwijl hij praatte. Hij draaide de zaak gewiekst om. In plaats van mee te huilen met de wolven over het racisme in Nederland, zei hij (ik citeer uit het hoofd): het anti-racisme debat is een belediging van de Nederlanders want zij zijn helemaal niet racistisch.
Interessant: Wilders betoonde zich expliciet tegenstander van discriminatie. Wat, had ik dan verwacht dat hij openlijk zou uitkomen voor een soort white supremacy-denken? Nou nee. Hij is slim genoeg om in te zien dat hij zich daar alleen maar belachelijk mee zou maken. (Onduidelijk waarom 'vervelend ventje' Baudet niets had in te brengen over 'institutioneel racisme', althans ik heb hem niet voorbij zien komen, misschien had hij een boreale knuppel in het hoenderhok kunnen gooien).
Niet verwonderlijk maakte Asscher makkelijk korte metten met Wilders' argumentatie.
De hardste aanval tegen Asscher kwam echter van Farid Azarkan van Denk. Deze volksvertegenwoordiger verweet Asscher hypocrisie. Ja ja, nu maakte hij goede sier, wilde hij maar zeggen, met een groots anti-racisme gebaar terwijl hij systematisch moties had weggestemd die concrete verbeteringen op dat punt beoogden (ingediend door, u raadt het, Denk).
Hij wilde er een wedstrijdje van maken, Azarkan, een wedstrijdje wie het meest anti-racistisch is.
Asscher werd emotioneel, fel. Hij besloot in de tegenaanval te gaan en beschuldigde Azarkan zelf van valse verdachtmakingen, etnisch profileren en mensen gelijkstellen aan hun afkomst.
Het kan verkeren. Azarkan is zo niet een product van de PvdA, dan toch van het gedachtengoed van die partij. Een vader die aangevallen wordt door een van zijn kinderen, daar had deze confrontatie toch het meest van weg. Vader bijt van zich af. Kind druipt af. Fascinerend.