De mens is de taart die zichzelf bakt en opeet en het recept is scheiding.



Pas laat in Lanark, de Schotse klassieker van Alasdair Gray  – wat een geweldige auteursnaam trouwens, een pseudoniem waardig–, roept iemand, misschien toch de hoofdpersoon, nadat hij eindeloos naar een volstrekt onbegrijpelijke speech heeft geluisterd waarin de geschiedenis van de beschaving min of meer wordt 'samengevat', gehouden door een zekere, leugenachtige Lord Monboddo tot een tamelijk absurde 'raadsvergadering': 'Die man is krankzinnig.'
Die conclusie had de lezer al in een eerder stadium kunnen trekken ten aanzien van de hoofdpersoon, die in een nachtmerrie terecht lijkt te zijn gekomen die maar niet wil stoppen.
Gelukkig is de hel die Gray laat neerdalen op Unthank (Glasgow), niet alleen wrang, eng en mistroostig maar ook bij tijd en wijle erg geestig. Nu kan een krankzinnig universum geestig zijn mits goed beschreven (zie Maarten Biesheuvel). Maar die binnenste buitenwereld moet niet alleen geestig zijn, maar ook gruwelijk. Het idee, of gevoel misschien eerder, dat de werkelijkheid je ontglipt, dat iedereen tegen je samenspant ('Dat je paranoïde bent wil niet zeggen dat ze niet tegen je samenspannen'), inclusief je dierbaren (of van wie je dacht dat ze je dierbaren waren), dat je niet tot werk in staat bent omdat je geest te vertroebeld is of omdat je simpelweg niet kan bewegen, of omdat je niet kan slapen hoewel je dodelijk vermoeid bent; dat je niet weet waar je heen gaat of waar je bent, dat je eigenlijk helemaal niets begrijpt van wat anderen om je heen aan het doen zijn en wat er van jou wordt verwacht... dit alles en meer wordt op geniale wijze verteld en verbeeld (Gray kan tekenen en schilderen en heeft proeven daarvan in zijn boek verwerkt) in Lanark. Een leven in vier boeken, onlangs in het Nederlands vertaald door David Grävling en schitterend uitgebracht door de liefhebbende uitgeverij Koppernik.

EXEXEX

Lanark begint al meteen unheimisch, macaber en somber, met Lanark die probeert in een duistere stad waar de zon nooit schijnt aansluiting te vinden bij handigere mannen dan hij zoals Sludden (ook alweer zo'n mooie naam) en sluwe vrouwen als Rima (een anagram van Irma, lijkt me). Hij bewoont een naargeestig appartement, bij een kreng van een hospita, ligt de hele dag in bed en vervuilt. Hij is niet eens in staat om alcoholicus te worden. Hij slaagt er 'gewoon' niet in zijn leven op de rails te krijgen, in geen enkel opzicht. Daarbij komt dat hij lijdt aan astma, en aan drakenziekte, zijn arm verandert langzaam in drakenhuid.
'Ik zat in de hel. Zonder ogen probeerde ik te huilen, zonder lippen te schreeuwen, en met alle kracht die mijn veronachtzaamde hart op kon brengen riep ik om hulp.'
Zo eindigt de gitzwarte, onheilspellende, maar prachtig surreële proloog van Lanark. Menigmaal vraag je je af als lezer in welke angstdroom je nu weer terecht bent gekomen; bij alles wat Gray verzint verbleekt W.F. Hermans' 'Manuscript in een gekkenhuis gevonden' maar ook Gogols, Tolstojs, Tsjechovs en Dostojevski's pogingen om gekte geloofwaardig weer te geven. Gray legt de gekte achter op je tong, je wordt gedwongen hem uit te spugen of door te slikken.
Tijdelijke verlossing volgt, na 130 pagina's, in Boek Een. Dit is een betrekkelijk traditioneel vertelde flashback naar de jongere jaren van de hoofdpersoon, nu Duncan Thaw geheten, die opgroeit met een liefhebbende vader en een zus (moeder overlijdt opeens). Hij slaagt erin om aangenomen te worden op de kunstacademie, zich te omringen met enkele eveneens getalenteerde vrienden en uit te groeien tot een redelijk succesvol beeldend kunstenaar. Deze kunstenaarsgeschiedenis duurt tot hoofdstuk 29 (van de 44), maar tegen die tijd heeft Thaw zichzelf natuurlijk alweer – excusez le mot – in een hoek geschilderd. Een opdracht die hij gretig heeft aangenomen voor een muurschildering in een kathedraal drijft hem tot wanhoop. Het is een groots en meeslepende opdracht, maar hij blijkt ook onmogelijk uit te voeren, zeker voor een jonge perfectionist als hij. Ondertussen wordt hij van de kunstacademie afgetrapt, en ook de kerk, zijn aanvankelijke mecenas, verliest zijn geduld met hem. Iedereen verliest zijn geduld met Thaw. Hij vergeet dat tijd een relatieve factor is, hij weigert in te zien dat ook kunst en liefde aan elkaar hangen van rafeligheid, van compromissen, van imperfecte samenwerkingen, van een beetje geluk hier en een beetje geld daar – net zoals het leven, trouwens. Zijn absolutisme wordt zijn ondergang.

EXEXEX

Zijn dit spoilers? Nauwelijks, lijkt me. De componenten die deel uitmaken van de plot zijn irrelevant. Gray bespeelt het orgel van de eenzaamheid. Niet alleen de eenzaamheid van de opsluiting, maar ook en vooral die van het er niet bij horen, het niet begrijpen van wat er aan de hand is, van het erbuiten staan – niet vanwege een gebrek aan intelligentie, eerder wellicht vanwege een teveel eraan – ja, de eenzaamheid van de goede bedoelingen. Wie zijn privéwereld en de maatschappij maar ook de kosmos wil doorgronden raakt makkelijk het spoor bijster. Leven is accepteren dat er niets valt te doorgronden; keep calm and carry on. Lanark protesteert zinloos tegen de zinloosheid en de wreedheid van het alledaagse, de idiotie van de traditie en de malle gebruiken, de inherente onrechtvaardigheid van het machtsspel dat alleen gewonnen, of zelfs maar gespeeld, kan worden door de tacticus die hij haat.

EXEXEX

Lanark, dat in 1981 verscheen en waaraan de schrijver, zelf van 1934, naar verluid dertig jaar heeft gewerkt, is niet alleen naar de inhoud maar ook naar de vorm een jaloersmakend goed geschreven en originele roman. Uiteraard bevat een boek waarin gekte een zo grote rol speelt allerlei vormen van recursie, van slangen die zichzelf in de staart bijten. Mooi is de scene waarin Lanark met zijn schepper, de Goochelaar, in discussie gaat over het einde van het boek. Lanark wil dat het goed afloopt met hem, maar de schrijver vindt dat niet zo interessant. Ze hebben verschillende belangen. Laat elke recensent en interviewer die naarstig op zoek is naar autobiografische elementen in een roman dit goed inprenten. Een schrijver legt de hoofdpersoon die hij wil zijn en tegelijk niet zijn op de pijnbank.
Over recensies gesproken, gewaagd is de 'recensie' die Gray alvast zelf geeft van zijn werk (niet mals). Potsierlijk wordt het niet, hooguit getuigt het van valse bescheidenheid, want ook grootheidswaanzin is de schrijver niet vreemd. Een heel hoofdstuk wijdt hij aan de diverse vormen van plagiaat die hij heeft gepleegd, en dit is misschien wel een spoiler maar een spoiler waar je wat aan hebt: hij sluit een register bij van alle schrijvers bij wie hij heeft geleend, gejat en gekeken. Dat alleen al is een mer à boire aan referenties, een literatuurhistorisch geschenk, natuurlijk valt het zwaartepunt bij Anglosaksische titels maar ja. Opvallend is dat hij Flan O'Brien, wiens The Third Policeman verwant is aan Lanark, meerdere malen aanhaalt.
Net als Ulysses kun je Lanark eindeloos herlezen, en, ook fijn, je kunt er middenin vallen. Lanark is niet verslavend omdat je benieuwd bent 'hoe het verder gaat' of hoe het zal aflopen (dat zou onzin zijn want het einde wordt alsmaar aangekondigd, op allerlei verschillende manieren; het is trouwens niet zo geruststellend als je misschien stiekem toch zou willen, en toch ontroert het), maar omdat het zo rijk is aan scherpzinnige inzichten, mooi geformuleerde zinnen en mantra's (zie de titel boven dit stuk).
Ongelooflijk hoe actueel de politieke discussie – hoe onnavolgbaar gevoerd ook – nog is, bijna veertig jaar na dato. Hoe idealistisch kan een mens zijn? Is engagement een uiting van domheid of juist intelligentie? De onmogelijkheid van de waarachtige politieke stellingname, maar ook het gevaar van opportunisme en lethargie, is een terugkerend thema.


EXEXEX




Volgens de flaptekst gaat Lanark vooral 'over de onmogelijkheid van de mens om lief te hebben en de innerlijke dwang om het te blijven proberen.' Geldt dat niet voor alle werken uit de moderne literatuur? Waarschijnlijk, maar het geldt in het bijzonder voor de kleine, schurende, meedogenloze subplot rondom Lanarks vaderschap. Wie dit boek niet leest is gek.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten