15. Ontnaalden



Dat weekend had Lidwina de boom opgezet. Ze had hem trouwens ook gehaald, voor het eerst sinds haar studententijd, in weerwil van zijn pogingen, tot het laatste moment, om de boom tegen te houden, het hele idee van de boom. Niet uit een crypto-burgelijke afkeer van tradities, maar uit esthetische overwegingen. Zeker in zijn Huis, waar alles strak was, kon hij geen tegen een houten kruis gespijkerd geval gebruiken, dat vanaf het moment dat hij naar binnen was gesleept zou beginnen met ontnaalden, met sterven. De discussie was zoals altijd door haar gewonnen. Ze zei dat Ard had geadviseerd ter ontzenuwing van de hatelijkheid
zoveel mogelijk gezelligheid te creëren – juist nu. Maar de gezelligheid kreeg een knauw toen zij na het optuigen Onvlee op de WC had aangetroffen, opgerold als een rups. Er had bloed in zijn ontlasting gezeten, het had pijn gedaan. Hij schaamde zich voor zijn zwakte, sloeg haar hulp af. Hij wilde daar in de WC, zijn strakke WC, naast de zwevende pot die kapitalen had gekost, zelf het einde van zijn lijden afwachten. Verlichting zou vanzelf komen, wanneer hij maar geduld had. Als Onvlee iets had geleerd van zijn ongeneeslijkheid, dan was het geduld. Zo kwam het, dat Lidwina darling in de living haar boom bewonderde, er fotootjes van nam met haar eeuwige mobieltje, terwijl de oude bouwmeester op de koude tegels crepeerde. Een lijdensverhaal was het, een passie; geen kerst. Toen de pijn langzaam verdween en hij zich omhoog hees, vroeg hij zich af of hij nog wel bij machte was om het moordcomplot dat hem niet losliet ten uitvoer te brengen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten