7. Handwerk



Gemeenschap hadden ze nog wel, maar kinky, zoals vroeger, – een van de belangrijkste redenen dat hij destijds voor haar was gevallen, was haar, wat hij noemde, readiness for kinky –, kon het niet meer worden genoemd. Onvlee was er fysiek niet meer toe in staat. Vond het ook, om met de Klisjeemannetjes te spreken, te veel gedoe. Toen het eten was gezakt en hij haar kwam opzoeken op de bank met die eendimensionale, niet zozeer begerige, als wel verwachtingsvolle blik, als een oude hond die wil worden uitgelaten, schakelde zij het entertainmentcenter uit, alsmede alle communicatiemiddelen, knoopte zijn broek los en begon hem, eerst zachtjes, maar allengs harder, te kneden. Hij bleef het liefst staan. 'Harder?' vroeg ze. Hij knikte. 'Sneller of steviger?' 'Beide.' Spoedig begon het haar eentonig te worden, niet alleen de kort-cyclische arbeid, maar ook om hem aan te zien, de ongeneeslijke architect, dat gepijnigde gezicht, die woest dichtgeknepen ogen. Ze sloeg het avondblad open dat naast haar lag, maar niet dan nadat ze wat olie in haar palm had gespoten, olie die ze, praktisch als ze was, altijd binnen handbereik had, net zoals haar eeuwige tissues. Onvlee stak zijn wijsvingers in zijn oren, en drukte simultaan met zijn middelvingers zijn neus dicht, om noch de geur, noch het geluid dat Lidwina voortbracht, op te hoeven vangen.