4. Het tegengaan van de verwildering



Het begon met de tuin. Dat was het eerste waar ze over viel, Lidwina darling, toen ze het nieuwe huis zag. Hij, Prisco Onvlee, prijswinnend zij het werkloos architect, had de tuin vernietigd. In haar ogen dan. In zijn eigen ogen had hij de tuin op een hoger plan getild. Een onderhoudsarm plan: een zentuin met een eiland van zwart marmer en hier en daar een olijfboom. Maar zij had geschreeuwd, alsof haar leven ervan afhing, dat het haar juist om dat onderhoud ging, dat het onderhoud nu juist het wezenskenmerk van tuinieren was, het tegengaan van de verwildering, dat hij helemaal niets van tuinieren snapte, en dat hij daarom waarschijnlijk ook niets van haar snapte. 'Ik eis mijn oude tuin terug!' brieste ze. Dat kan niet, had hij gezegd, kalm. Het is deze tuin of geen tuin. 'Maar dit is geen tuin, Prisco, dit is een bak met keitjes!' 'Dit is geen bak met keitjes, dit is zen. Dit is wat ze noemen, whether you like it or not, een strakke, minimalistische tuin.' Nu was zij ook kalm, maar haar ooglid trilde van de woede. 'Van jou moet alles strak zijn en minimalistisch... Weet je waar mij dit aan doet denken, Prisco? Een grafsteen. Je hebt een reusachtige grafsteen in de tuin gelegd.' Die vergelijking had hem op een idee gebracht.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten