9. Zoals het voor sommigen een prestatie is om te stoppen, was het voor Wolfie juist een prestatie om niet te stoppen, om door te gaan.

Als Freia zich op haar beurt discreet heeft teruggetrokken, komt Otomandu binnenwandelen in het ouderlijk huis, het is tenslotte zijn ouderlijk huis, hij hoeft zich niet te verontschuldigen, hij zal, zolang hij leeft, in en uit kunnen wandelen zoals hij zijn vinger in en uit zijn neus beweegt. Zijn mobieltje is weg van zijn oor, daarvoor is een glimlach in de plaats gekomen. Ludowitz denkt niet dat hij ooit zo'n grote glimlach heeft gezien, zoveel stralende tanden op een rij, omlijst door zulke wulpse lippen. Otomandu gaat naast de oude boekhandelaar zitten, geeft hem een klap op zijn rug. 'Wolfie! Ik wist dat je zou komen, ik wist dat je mijn eten zou eten, ik wist dat je verzot was op authentiek Afrikaanse delicatessen, ook al heb je er geen verstand van, ik weet dat je goede smaak hebt. Voor goede smaak is geen verstand vereist.' Ludowitz staart voor zich uit, met vochtige ogen. Hij heeft zin om te roken. Hij heeft al jarenlang geen pijp meer opgestoken, Magda was daar altijd al mordicus tegen, tegen die pijperij van hem, maar hij heeft het lang volgehouden. Tot 1984 om precies te zijn. Zoals het voor sommigen een prestatie is om te stoppen, was het voor Wolfie juist een prestatie om niet te stoppen, om door te gaan. Enfin, het is lood om oud ijzer, een academische kwestie zogezegd, want hij had zijn pijp niet bij zich, en aan het authentiek Afrikaanse roken, wat dat dan ook wezen mocht, zou hij zich niet wagen. Ludowitz voelt zich niet zozeer schuldig, alswel bezoedeld. Hij voelt zich al bezoedeld vanaf het moment dat hij op de uitnodiging is ingegaan. Hij zoekt naar een manier om de stilte, zijn gedachtengang, te verbreken, 'Wat,' wendt hij zich tot zijn gastheer, 'predikt u eigenlijk? U bent toch predikant? Ik heb uit uw gedrag tot dusver geen evidente levensovertuiging kunnen afleiden.' 'Stimmt,' antwoordt Otomandu. 'Ik ben geen traditionele prediker. Ik predik Lichtenberg. Zijn bundel Aphorismen, Essays, Briefe, die ik als jonge student uit uw boekhandel stal, is mijn bijbel. Ken jij, Wolfie, Georg Christoph Lichtenberg nog, nah?'