2. Ironie (of God) bestaat nog

Gottfried 'Dr. Rasta' Otomandu is een grote man met dikke lippen uit Luebeck. Hij is nu bij zijn moeder in Mondesa, de township van Swakop, waar hij sinds zijn twintigste niet meer is geweest. Iedereen komt hem begroeten, het lijkt alsof hij nooit is weggeweest. Otomandu is de township niet ontvlucht. Hij is de township ontgroeid. Hij had een motief. De gelegenheid bood zich aan tijdens een uitwisseling van studenten tussen de Universiteit van Windhoek en die van Luebeck. Toen hij Duitsland zag dacht Otomandu: wat doe ik in Mondesa, wat doe ik in de vuilnis, de chaos, de uitzichtloosheid, als ik ook in het aangeharkte, frisse, opgewekte Luebeck kan zijn? Hij moest onmiddellijk werk zoeken, en dat vond hij, ironie (of God) bestaat nog, in een kerk. Een dominee nam hem onder zijn vleugels en nu, zoveel jaren later, is Otomandu zelf dominee. Zijn Duitse volgelingen, veel zijn het er niet, maar ze zijn er, en ze zijn allemaal sprankelend wit, noemen hem liefkozend Dr. Rasta. Otomandu is niet naar Swakop gekomen voor braai of kingklip, voor festiviteiten of reünies. Nee, dit is moeilijk een sentimentele reis te noemen. Op een bloedhete dag in December, het kwik neigt naar de veertig graden, stapt hij Wolfgang Ludowitz' Buchhandlung op de Witbooistraat binnen en zegt: 'Ik kom afrekenen.'