10. Een uit een gaaf gebit geslagen tand

Het mag op zijn minst opmerkelijk heten, zeg maar gerust toevallig, dat het juist Aphorismen, Essays, Briefe is van Georg Christoph Lichtenberg dat Ludowitz vanavond heeft meegebracht naar Otomandu om eventuele demonen uit te bannen. Of is het niet zo toevallig? Het was immers deze diefstal, jaren geleden, die hem op de titel attendeerde. Of opnieuw op de titel attendeerde. Ludowitz kon het zich nog goed herinneren, want zo vaak werd er niet uit de Buchhandlung gestolen, ook al lagen de boeken open en bloot, dikwijls zonder supervisie, klaar voor het grijpen, voor passanten aan de Witbooistraat. Magda was ontzet geweest. Magda was ontploft, had haar man urenlang uitgefoeterd, dat dit het begin van het einde was, dat Wolfie geen talent had voor het boekenvak, dat ze net zo goed op konden doeken, en dat als ze hun cliëntele in Swakopmund niet meer konden vertrouwen, wanneer een medewerker (Wolfie) even de trap op moest om een stel leren banden onder het plafond recht te zetten, wie dan nog? Ludowitz was vooral verrast geweest door het boek dat de dief had gekozen. De Mandela-kast had hij overgeslagen. De vagelijk, of niet zo vagelijk racistische plank eveneens. Voor de oud-Duitse heraldiek en larmoyante verslagen over de aan Duitse zijde geleden slachtoffers in diverse militaire conflicten toonde de boekendief evenmin interesse. Nee, hij koos Aphorismen, Essays, Briefe van de oude meester Lichtenberg, een oranje band die pontificaal op een toonplank stond en waarvan het ontbreken dus meteen opviel, zoals een uit een gaaf gebit geslagen tand. Wolfie had het Magda onmiddellijk opnieuw laten bestellen, de dief zou toch niet meer gevonden worden, laat staan dat hij het eigener beweging zou terugbrengen. Hoe kon hij anders dan verslingerd raken aan de puntige, raadselachtige, soms ronduit scabreuze maar altijd originele 18e eeuwer, die bijvoorbeeld schreef: 'Ob ein Mann, der schreibt, gut oder schlecht schreibt, is gleich ausgemacht, ob aber einer, der nichts schreibt und stillesitzt, aus Vernunft oder aus Unwissenheit stillesitzt, kann kein Sterblicher ausmachen'