Na 98707 paginaweergaven, en 1550 berichten in, wat zijn het?, ruim zes jaar houd ik het voor gezien. Het is mooi geweest. Basta. Schluss. Over & uit. Tabee. Ik moet me met ernstiger zaken bezighouden, zoals daar zijn meesterwerk nummero III, en het bijeenharken van harde valuta voor het op peil houden van een bepaalde levensstandaard van mijn huisgenoten. Ik dank u hartelijk voor uw bezoekjes, uw commentaren en – jawel – giften. Maar er is een tijd van komen en gaan, van geboorte en dood, van opgroeien en afsterven. En van creatieve destructie, en dat moment is thans aangebroken. Nee, natuurlijk sluit ik niet uit ooit eens in een nieuwe, verbeterde gedaante uit de internetas te herrijzen, ik sluit nooit iets uit, uitsluiten is onverstandig, maar voorlopig trek ik de stekker eruit en geef ik mijn portie aan fikkie (sic). Was het verslavend, dat frank en vrij posten? Jawel, het frank en vrij posten was verslavend, maar ik zal om moeten zien naar een nieuwe verslaving. Waren de postjes altijd even sterk? Nee, de postjes waren niet altijd even sterk maar ik vermoed dat er hier en daar, tussen die 1550 postjes, ofwel naar schatting 465.000 woorden, misschien toch een zin bijzat die de moeite van het herlezen waard is. Dat zou ik dan nu maar doen als ik u was, want vanaf 1 april aanstaande gaapt hier een diep gat.
vrijdag 29 maart 2013
donderdag 28 maart 2013
Het ongelooflijke verhaal van de rat in de sterrentent
Het was de laatste werkdag van de gerant. Net toen hij de kas opmaakte, er zaten nog wat mensen in de tent, zag hij hem voorbij schieten. Het was een flinke. Een rat in een restaurant is nooit leuk, tenzij hij op de kaart staat, maar een rat in een sterrentent is een kleine tot middelgrote ramp. De gerant ging achter hem aan, en probeerde hem voor zover mogelijk uit het zicht te schoppen. Tot zover de tijdelijke oplossing. Toen de tent eindelijk leeg was, werd het tijd voor de structurele. De koks haalden een emmer en plaatsten deze over de rat. Wat nu? De koks besloten de emmer hard en lang op en neer over de grond te bewegen. Dit scheen effect te hebben. Onder de emmer kwam bloed vandaan. En nog meer bloed. En nog meer. Tenslotte werd het stil onder de emmer. De gerant maakte zich op voor Operation Clean Up Rat Remains. Het bloed werd keurig opgedweild; het lijk beloofden de koks te dumpen langs de snelweg. 'Ik wil niet vervelend zijn, en morgen werk ik hier niet meer, dus het is jullie zaak,' waren de laatste, bezorgde woorden van de gerant, 'maar ik zou ook afscheid nemen van de bloeddweil. Die bloeddweil zou ik, als ik jullie was, in het restaurant niet meer terug willen zien.'
woensdag 27 maart 2013
Lief rotje,
Waarom ben je niet afgegaan? Je lag daar maar, maandenlang, op de stoep, tussen de tegels, te wachten op je eigen ontploffing, en die kwam niet. Niet dat je niet was ontstoken. Je bent wel degelijk ontstoken. Maar daar bleef het bij. Je lontje liep een eindje, en toen doofde het weer. Wind kan het niet geweest zijn, wind helpt jouw lontje alleen maar. Nee, regen was het, en daar ontbrak het geloof ik die nacht niet aan, maar zeker weten doe ik het niet want ik was – sorry – in B. Maar waarom heeft een dag later geen jongetje jou gevonden, om je, nu met kort lontje, alsnog tot een goed einde – mag ik zeggen: een zalig uiteinde? – te brengen? Bestaan zulke jongetjes niet meer, die op 1 januari de straten afschuimen op zoek naar rotjes zoals jij? Zelfs niet in de Diamantbuurt? Zijn jongetjes daar alleen nog maar in mortiergranaten geïnteresseeerd? Of werpt de Sire-campagne eindelijk zijn vruchten af? Maar wat nu, lief rotje. Ik heb je gevonden. Je bent zwaar aangeslagen, dat is duidelijk, maar je bent nog niet geheel verteerd. Volgens mij leef je nog. Maar wat moet ik met je? Jij mag het zeggen lief rotje. Ik doe alles voor je.
Liefs, enz.
dinsdag 26 maart 2013
maandag 25 maart 2013
Derde lied: wanhoop en hoop
![]() |
| Hiroshige |
Ik ben de mens die te lijden heeft onder de stok van zijn toorn.
Hij leidt mij en voert mij – in een lichtloos duister.
Tegen mij heft hij zijn hand op, steeds opnieuw, dag na dag.
Mijn vlees en mijn huid doet hij wegteren, en al mijn botten breekt hij.
Hij sluit mij in en omringt me met gif en tegenspoed.
Hij laat me in duisternis wonen, als de doden van eeuwen her.
Hij trekt een muur rond mij op, ik kan er niet uit; zwaar zijn mijn bronzen ketenen.
Al schreeuw ik en roep ik om hulp, hij wil mijn gebed niet horen.
vrijdag 22 maart 2013
Waxing idiotic
Als ware het bevrijdingsdag heeft een of ander bedrijf, laten we het voor het gemak De Pijnbank noemen, de straat geplaveid met 'menukaarten'. In de bagagedrager van elke fiets, niet alleen damesfietsen, zit informatie over hoe, wat en waar te waxen, en wat waxen kost. Zijnde een beginner op het gebied van waxen, een noviet, een waxloze, nam ik de informatie dankbaar in mij op. Wat is het geval? Er zijn zes verschillende soorten waxen. Je hebt de Full Brazilian (alles eraf), de Brazilian Strip (streepje), de Brazilian String (dikke streep), Heart (spreekt voor zich), de Moicana (strip in de vorm van een pijlpunt) en de Sensual (gelijkzijdige driehoek). Tot zover kan ik het volgen, hoewel een gelijkzijdige driehoek in mijn beleving weinig sensueels heeft. Maar dan de prijzen. €35 voor Full Brazilian, en €35 voor Brazilian Strip. Toen ik dat zag brak mijn klomp, want waar is de prijsdifferentiatie? Prijsdifferentiatie is het heart (excusez le mot) van het kapitalisme. Een consument wantrouwt elke produktdifferentiatie die niet gepaard gaat met een prijsdifferentiatie. Want als het kennelijk evenveel kost om het hele zaakje eraf te trekken, als een keurig streepje achter te laten, tja, wat zijn die andere vormpjes dan nog waard? Is het niet allemaal een pot nat? Is dan niets meer heilig?
donderdag 21 maart 2013
Shouting match
![]() |
| Keith Keppel iris "Shouting Match" |
Dit stukje gaat over de voors en tegens van een online shouting match. Dit is een shouting match die niet tête à tête wordt gespeeld, maar in stilte, achter een toetsenbord. Dat is het eerste voordeel. Het risico dat hij ontaardt in een handgemeen is kleiner. Er is een buffer. Maar dat vormt tegelijk ook het gevaar, want door het ontbreken van oogcontact escaleert hij gemakkelijker. De rotte vis komt eerder binnen bereik, de steken onder water, men gaat eerder op zoek naar de zwakke plekken, de open wonden, om daar zout in te strooien. Dat wetende, het was immers niet mijn eerste online s.m., dacht ik: laat ik mezelf voor de afwisseling eens inhouden. Laat ik eens, voor een keer, morele superioriteit tonen. Maar zulks is makkelijker gezegd dan gedaan, als de stront virtueel in je gezicht vliegt. Ik antwoordde met sarcasme. Daarop kreeg ik stront + sarcasme terug. Maar wie had de laatste jijbak? Dit is een nieuw nadeel van de online s.m.: hij neigt naar een open einde. Op de w.c. had ik een eureka moment. Bij terugkomst tikte ik Hahahahahahahahahahahaha! en drukte op send. Daarna hoorde ik niets meer. De overwinningsroes was kort.
woensdag 20 maart 2013
Knausgård - Koch: 0 - 0
Two men with tiny microphones close to their mouths as if they were helicopter pilots, appear on stage and seat themselves in easy chairs. One of them is bald, there is no question about his baldness, whereas the other is not bald; actually, the opposite of baldness, his graying dark hair is everywhere. The Bald One is wearing comfortable clothes, clothes for a weekend with an empty social calendar. The Hair Man looks like an undertaker ad man. He, or someone close to him, has put these clothes on him carefully, the way one would dress up a Christmas tree. They are all black, of course, but still, because of the tight fit of his shirt, we can detect a modest Good Life Belly. The Bald One, slightly nervous, is throwing the softball questions. The Hair Man, slouching in his easy chair, is hitting them in the audience. It doesn't cost him much energy. He is thinking aloud, using his hands, making gestures that sometimes, strangely enough, and without doubt unconsciously, resemble a particular forbidden gesture. 'Hair' uses the word 'scary' a few times, but he doesn't seem scared. He seems utterly relaxed. The Bald One permits himself one joke. We laugh. It is almost over.
dinsdag 19 maart 2013
Functioneringsgesprek XIII: Positive reinforcement
'Neemt u plaats, heer Frölke, wat zit uw haar mooi vandaag, vooral met dat speldje, daar hebt u zeker veel succes mee?'
'...'
'Terzake Frölke. Wij van Team Verandering hebben vandaag een zaak met u te bespreken die nogal gevoelig ligt.'
'Bedplassen?'
'Juist. Ik wilde het thema eerst inleiden, maar u bent me te snel af.'
'Wat is er met mijn bedplassen?'
'Het gaat me niet zozeer om dat bedplassen an sich, want dat valt ontwikkelingspsychologisch te verklaren. Het gaat me om de drukte die u maakt, midden in de nacht, vroeg in de ochtend, erom heen. Zulke drukte kan binnen Organisatie Groep niet worden getolereerd.'
'Maar ik zou een Cars-sticker krijgen, en die kreeg ik niet.'
'U was van te voren beloofd dat u een Cars-sticker zou krijgen als u uw bed droog hield.'
'Maar ik heb geen Cars-sticker gekregen!'
'Nee, natuurlijk niet. Omdat u in uw bed heeft geplast.'
'Maar dat is mij nooit verteld!'
'Frölke: hier raken we aan een der fundamentele wetten der logica. Als ik u zeg: u krijgt een sticker als u het droog houdt, dan impliceert dit dat u géén sticker krijgt als u het níet droog houdt. Hoe kunnen wij anders onze werkmieren stimuleren beter te presteren?'
'Maar dat is niet eerlijk... Ik wil mijn Cars-sticker!'
'Die krijgt u. Dat beloof ik. Maar alléén als u het vannacht droog houdt. Als u het vanacht droog houdt verstrekt Team Verandering u, uit oogpunt van positive reinforcement, een Cars-sticker.'
'En als ik het niet droog houd?'
'Dan niet. Dan kunt u naar uw Cars-sticker fluiten! Begrijpt u het nou nog niet?'
'Oké. Zeurpiet.'
maandag 18 maart 2013
Een noodzakelijk kwaad
![]() |
| Viviane Sassen: Phoenix |
Ik kreeg een overlijdensannonce van een onbekende oude dame die nooit getrouwd was geweest. De begrafenis had in besloten kring plaatsgevonden, zoals dat heet. De doodbidder had volgens een der nabestaanden die mij daarover berichtte de overledene geprezen om haar alleenstaande bestaan. 'Een voorbeeld voor ons allen,' had hij daaraan toegevoegd. 'Een prestatie die navolging verdient.' De aanwezige gehuwden hadden hun blik terneergeslagen. Ik moest aan een bijzin uit 'Vader' van Karl Ove Knausgård denken, waarin de hoofdpersoon, die geloof ik 100 procent samenvalt met de auteur, maar zeker weten doe je dat nooit (en het is, in the end, ook niet zo interessant; hooguit voor de direct betrokkenen), maar waarin die hoofdpersoon dus, nadat hij heeft uitgelegd hoezeer zijn vrouw, en moeder van zijn kinderen, van koken houdt, hoezeer ze van gezelligheid houdt, hoezeer ze van samenzijn houdt, vakanties enzovoorts, terloops opmerkt dat intimiteit voor hem 'een noodzakelijk kwaad' is. Dat vond ik mooi gezegd, al ben ik het er niet helemaal mee eens. Intimiteit is óók een noodzakelijke levensbehoefte – waar je haar ook vandaan haalt. Misschien ga ik dit puntje Knausgård morgenavond, als ik hem, deo volente, insjallah en b’ezrat hashem, zie spreken, voor de voeten werpen. Maar misschien ook niet.
vrijdag 15 maart 2013
Ironie
'Hou toch eens op met de ironie man!' verzuchtte Rob van Essen, confrater in de bloggerij en gewaardeerd blurbschrijver en adviseur, onlangs onderaan een email. Hij had zulks al eens eerder verzucht. Is ironie een ziekte? Het lijkt er veel op. Ik kan me een beweging, ik weet niet meer welke, in de jaren tachtig of negentig van de vorige eeuw herinneren die het Einde van de Ironie bepleitte, in de literatuur en daarbuiten. Die beweging kreeg veel lof toegezwaaid, maar ik betwijfel of het einde van de ironie destijds ook echt in gang is gezet. Het einde van de ironie bepleiten is zoiets als het einde van de regen bepleiten, of van de sneeuw. Van de natte sneeuw. De enige manier om het einde van de ironie mee te maken is naar een gebied gaan waar geen ironie bestaat. Zo denk ik dat bijvoorbeeld in de binnenlanden van Papoea Nieuw Guinea, alsmede in Duitsland onder Hitler, weinig ironie bestond. Maar waarom eigenlijk niet? Bestaan er geneesmiddelen tegen de ironie? Mogelijk helpt een oorvijg, maar die zie ik Rob van Essen niet 1,2,3 uitdelen. En dan nog.
donderdag 14 maart 2013
Gelovig
![]() |
| Dit had, wellicht, familie van mij kunnen zijn. |
woensdag 13 maart 2013
Wij schaamden ons tegen elkaar op.
Wie gelooft dat de roman een oefening in schaamteloosheid is, en dat geloof is tot op zekere hoogte gerechtvaardigd, moet niet denken dat de romancier geen enkele schaamte kent. Dat is een non sequitur. Ten eerste: schaamteloosheid op papier is... schaamteloosheid op papier. Schaamteloosheid in de praktijk is ... enz. Meanwhile moeten we vaststellen dat sommige mensen, romancier of niet, zich drukker maken over de exhibitie van kwetsbaarheden dan anderen. Zo hield ik mij gisteren met Knausgård verborgen achter het kamerscherm. Een goede verstopplaats, maar wel doorzichtig, met name voor kinderen. Die kwamen mij dus vrij snel opzoeken. Maar van schaamte was nog geen sprake. Ook niet echt toen de ouder van een van die kinderen achter het scherm een kijkje kwam nemen, en mij aantrof in mijn Oblomovistische grondhouding – met kleren aan, dat wel. Nee, ik voelde pas schaamte toen mijn lieftallige het nodig vond aan voornoemde ouder uit te leggen wat ik daar wel niet achter dat scherm uitvrat. Iets dat zij, zonder twijfel, deed uit – plaatsvervangende – schaamte. Wij schaamden ons tegen elkaar op. Ik sloeg mijn ogen neer en wachtte tot het voorbij was. Meer kun je in zo'n situatie niet doen.
dinsdag 12 maart 2013
Het kon niet anders, of ik had de stop eruit getrokken.
Nadat ik gisteravond bij de Periodieke Pong 'Andere oefening graag!' had geschreeuwd, omdat pongpartner en kunstvriend K. en ik een beetje, hoe zal ik het zeggen, murw werden van het eindeloos backhand schuiven en openen, keek De Grote Ponger me geschokt aan. Ook de rest van de pongers stopte met spelen. Iedereen was stil. Je kon een balletje horen knarsen in de zak van een sportbroekje. Even leek ik te verdwijnen in een neerwaartse spiraal van plotseling wegsijpelende macht; het kon niet anders, of ik had de stop eruit getrokken. Wat in vredesnaam? Hoe durfde deze pietluttige ponger, ik dus, het gezag uit te dagen door rechtdoorzee, onbeschaamd en plompverloren bij De Grote Ponger om een "andere oefening" te vragen? Als de oefening al niet goed was, hoe haalde ik het in mijn hoofd om deze openlijk te bekritiseren? Alles pong-aangaande, en centraal gestuurd, was toch zeker Zijn terrein? We kwamen toch zeker niet door de siberische kou naar deze prachtige sporthal gefietst om willekeurige, nietige pongers te gehoorzamen? Zo maalde ik voort. Toen iedereen was bijgekomen van dit duizelingwekkende moment, het kadik-kadok her en der opnieuw hoorbaar werd en het Ancien Regime ten volle was hersteld, schamperde een medeponger, ik noem geen namen: 'Frölke – ga jij maar vast douchen.' Ik voelde me weer veertien.
maandag 11 maart 2013
Meisje met gitaar
Als groupie van het Jasper Blom Quartet mocht ik niet ontbreken bij het live optreden bij Opium. Ik bleek niet de enige groupie te zijn; Jack Wouterse moest, na in de microfoon te hebben gepraat, op de foto met een andere bezoeker. Gelukkig heb ik al een foto van Jasper. Er was nog een gast, zij het zonder groupie: een meisje met een gitaar. 'Ik krijg 80 seconden,' zei ze. Ik wilde die 80 seconden best horen, 80 seconden muziek ben ik waarschijnlijk op elk moment van de dag wel bereid tot me te nemen, maar ze kwam maar niet aan de beurt. Toen alle gasten allang klaar waren, zat het meisje met de gitaar er nog steeds. 'Je bent te vroeg gekomen,' zei ik. 'Nee,' zei ze, 'ik moest hier voor de opnames al zijn. Voor de soundcheck.' Soms ben ik blij groupie te zijn, en geen muzikant. 'Moet je ook nog praten in de microfoon?' vroeg ik. Ze knikte. 'Ik ben van plan zo min mogelijk te zeggen,' zei ze. 'Dat is altijd verstandig,' zei ik. Ik had ook haar zwijgzaamheid willen bijwonen – zwijgzaamheid ben ik waarschijnlijk op elk moment van de dag bereid tot me te nemen – maar ik moest er vandoor. Mijn groupie-schap zat er op voor vandaag. Eenmaal thuis heb ik toch nog even naar Laura Arkana geluisterd. Ze had niets teveel beloofd.
vrijdag 8 maart 2013
Effectrapportage ontmoedigingsbeleid
"Meneer, u moettu voordeur niet zomaar open laten staan," begon door lieftallige opgetrommelde pojiesie, frisgeschoren, terwijl ik, zoals gebruikelijk, op weg naar buiten allerlei was vergeten en weer binnen rommelde, hiermee de weg vrij latend voor boeven om krotje te betreden, en kostbaars te gappen, zoals oude jassen, kinderschoenen en een plastic slee, alsook autosleutels uit gehavende key container. Ik knikte. Preventie, preventie, preventie! galmde het door mijn verwarde hoofd. "Maar ik kom voor de oostblokkers oppu boot," ging pojiesie verder. "Moettu niet te licht over denken: zijn criminelen. Stelen mobieltjes." Ik had voor die stelling het bewijs nog niet 1, 2, 3 gezien, maar goed, ik ben ook geen pojiesie. "Heppu een loopplank?" Ik zei pojiesie, het is heel wel mogelijk om Hotel Gratuite loopplankloos te betreden, sterker: dit is de aangewezen en snelste manier. Wel even tussen de stront door navigeren. Pojiesie had liever een loopplank. Ik zei pojiesie, pas op voor roestige messen dan wel hagel in de buikstreek waarmee ongenode gasten tevoorschijn zouden kunnen komen. "Ja, hoor eens, als zelfs pojiesie bang is, wat heppie dan aan pojiesie?" Goed punt. Met bange pojiesie kunnen we samenleving opdoeken, keren we terug naar natuurstaat, oorlog van allen tegen allen, enz. De boot bleek leeg. Het ontmoedigingsbeleid werkt, juichte ik. "Ja, maar wel moettu effe slot op deurtje zetten. Zonder slot maaku het ze te gemakkelijk."
woensdag 6 maart 2013
Ontmoedigingsbeleid
Zit ik vanochtend te
ontbijten, kijk ik achteloos uit het raam – dat doe ik wel vaker; ik zit
er, niet ongelijk een raamprostitué of bejaarde, graag – en wat zien ik? Niet 1, niet 2, niet 3, niet 4, maar 5 ongenode
gasten die, met opgewekte, zij het ongeschoren bakkessen, uit mijn
scheepje stappen. Op zulke momenten kan men twee dingen doen. Men kan woedend
opspringen, een bijl uit de garage halen en de kade oprennen, roepend: 'Hela,
Pietertje Pet, zó gaat dat niet!' Of men kan rustig door ontbijten, de krant
nog eens opslaan, en tegen de lieftallige verzuchten: 'Hotel Gratuite loopt
lekker. Jammer dat ik er niets aan overhoud. Nou ja, als ze de stront achter
hun ongenode reetjes maar opruimen, toch?' Niet alleen om mijn krachten te
sparen, opteer ik voor de laatste mogelijkheid. Maar lieftallige laat zich van
haar niet zo lieftallige zijde zien door subito op de pojiesie aan te
sturen, op de ME, op de marechaussee, nee: het leger, want "die hebben
toch niets te doen". En Mali dan? riposteer ik. Enfin, toch maar een
kijkje gaan nemen, en wat blijkt: met de stront valt het alleszins mede (zie
foto). Wat te doen ter ontmoediging van zulk logies, gegeven het feit dat de
boel degelijk afsluiten prijzig zoniet onmogelijk is? Een stinkbom?
Scherpschutters inhuren? Uiteindelijk heb ik de matrassen, kussens en dekens
weggehaald. Benieuwd of dit effect sorteert.
dinsdag 5 maart 2013
Ietwat voorbarig wellicht maar vooruit
![]() |
| Hiroshige |
De lente brak open in heftige stuwing. Het was een botten en bloeien allerwege, de bloesemende perelaars ruisten in de onstuimige wind. Reeds vlokten de roze schutvlaren in schokkelende tuimel door de bongerd, het gras bespikkelend waar ze vielen. De lucht onder de volle bladerpracht, verwarmd door de zonneschijn, zoog zich vol met de geuren van het land en de bloesem. (Uit: Thomas Rosenboom, Vriend van verdienste.)
maandag 4 maart 2013
Wat een schrijver te geven bij verschijning zijner roman?
Een boeddhabeeldje (€3,95)? Een set gebruikte pennen van de ING (oranje)? Een biedermeierboeketje narcissen? Een boeket donker- en lichtpaarse tulpen? Een magnum fles médoc La Roque de By (2006)? Een fles champagne (Drappier) met daaraan met plakband bevestigd een lief briefje? Een fles Douro Pomares (2010)? Een fles Valpolicella Casa Nostra (2011)? Een fles Valpolicella Luciano Arduini (2010) in een gitzwart tasje? Een ansichtkaart in de vorm van een uitvouwbaar gitaarspelend engeltje met daarin een blanco cheque? Ik bedoel met daarin niet een blanco cheque? Zelfgemaakte kunst? Een exemplaar van je eigen tweede roman (zonder opdracht), getiteld Een beschaafde jongeman? 1 in plastic foedraal verpakte vuurpijl (met veiligheidsdop over de lont)? Een loodzware, blindverpakte doos, bijna illegaal knalvuurwerk (Shanghai Rol) in de hoop dat deze bij het uitpakken niet in het gezicht van de uitpakker ontploft (of wel natuurlijk)? Een wenskaart? Een briefje in de bus met de mededeling dat je een boek hebt ontvreemd en dat betaling later volgt ("Ik kon niet wachten")? Een t-shirt waarop The Origin of Species integraal staat afgedrukt, met, voor het geval de boodschap niet overkomt, een afbeelding van een aap aan de voorkant en een van Darwins hoofd aan de achterkant? Een doosje Léonidas bonbons? Een DVD van de film Reprise, met daarbij een briefje dat die film al maanden op een moment van overdracht lag te wachten? Een paar rode, en een paar gele sokken? All of the above, natuurlijk. Waarvoor duizendmaal dank.
zaterdag 2 maart 2013
Boekpresentatierecensie: Iedereen was er, behalve die enkelen, die er niet waren.
Als iemand een recensie van mijn boekpresentatie moet geven, waarom zou dat dan die fluim van Schuim moeten zijn? Welnu: het was buitengewoon geslaagd. Was dit verwonderlijk? Njet. Voorbereiding is je halve boekpresentatie. De andere helft is stemming, en die zat er in Claire's Ballroom goed in. Allereerst bij spreekstalmeester Arend Hosman, mijn uitgever. Daarna bij mijn lievelingsmuzikanten Jasper Blom en Harmen Fraanje, die Waltz for Magnus speelden. Ik was geraakt; het liedje zingt nog steeds door mijn hoofd. Daarna: een lyrische ode aan mijn boek door mijn goede, goede redacteur Erik de Bruin. Liever een ode dan een sneer, zal ik maar zeggen. Daarna: een gloedvolle presentatie over Zalig uiteinde door Margriet van der Linden, die FAKE op de dag af vijf jaar geleden ook al zo gloedvol presenteerde. Daarna: stukje lezen. Ik had geoefend. Hoofdstuk 18, waarin hoofdpersoon Olaf 's nachts gaat zwemmen met het voorwerp van zijn verlangen, Céline, hoewel zij daarbij niet nat wordt (excusez le mot). Daarna: dankwoordje, waaraan men heden ten dage niet meer ontkomt en terecht. Geen mens is een eiland. Daarna: 1,2,3 saufen. Iedereen was er, behalve die enkelen, die er niet waren. Their loss. Laat tafelen bij Harkema. Om middernacht ging in de Nes de vuurpijl omhoog die Michiel Cobben had gehamsterd. Niemand raakte gewond. Daarna snel met last man standing Walter Jansen door naar de Doffer om Carolina Trujillo coca powder in haar wangzak te zien scheppen. Het kan erger.
Abonneren op:
Berichten (Atom)
















