Waarde lezer,



Staat u mij toe, in deze almaar donker wordende dagen, met alle onzekerheden die daar bij horen, op diverse continenten en in talrijke zielen bovendien, gewag te maken van het hartverwarmende literaire tijdschrift Revisor nummertje 21, dat vanaf vandaag, als God, Allah en Facebook het willen, in de betere boekhandel verkrijgbaar is, of anders hier is te bestellen voor de lieve som van 12 euro en vijftig centen. 


Argumenten pro Revisor aanschaffen:

* Collector’s Item Alert. Het betreft hier mogelijk het laatste nummer van dit roemruchte blad, aangezien de huidige uitgever, De Niet Zo Bezige Bij, de stekker eruit trekt. Zie het als een belegging, waarvan wellicht generaties na u nog profijt kunnen hebben.
* In dit tijdschrift verschijnt sinds lange tijd weer een kort verhaal van uw lankmoedige literator, getiteld 'Drie dingen die ik met mijn vader heb gedaan’.

Argumenten contra Revisor aanschaffen:
* Even wachten en u bepotelt Revisor gratis en voor niets in het literaire tijdschriftenhoekje van de Centrale Bibliotheek
* Revisor 21 bevat geen eetrubriek
* Revisor 21 heeft geen grote, inzichtelijke reportages over hoe de wereld ten onder gaat aan, of juist gered wordt door, het monster der technologie
* Geen diepte-interviews met wereldberoemde tizie-persoonlijkheden
* Revisor 21 kost meer dan de Bunte Illustrierte, Paris Match en People Magazine samen (dit is trouwens niet waar)
* Voor dat geld ga ik liever naar de film/hamburgers eten met huisgemaakte friet/ een net eventjes wat duurdere huiswijn kopen (goed punt).

Aan u de keus.

Hopende u bij deze voldoende te hebben geïnformeerd, beloof ik u verder niet meer lastig vallen deze week,

Hartelijks, en blijf lezen,

Viktor

Verliefd op Victor



Ik ben verliefd op Lara uit Girl. Wat een pijnlijke ballerina. Wat een herkenbare twijfel, puberale onzekerheid, hartverscheurende identiteitscrisis verbeeldt deze lieve jongen in deze geweldige Vlaamse film van Lucas Dhont. (Als Girl geen oscar voor beste buitenlandse film krijgt, eet ik mijn hoed op.) Maar terug naar Lara. Als ze bij de dokter zit, die begripvolle dokter, twee heeft ze er zelfs, een man en een vrouw, de vrouw zegt dat het niet zo snel gaat met die borsten als je eenmaal aan de hormoonbehandeling bent begonnen en Lara knikt, kijkt haar vader aan, hoopvol. Ze hoort niet wat de dokter zegt. Ze wil horen dat de borstjes eraan komen, zodat ze eindelijk wat vrouwelijke vormen krijgt, want alleen dat lange haar en die oorbellen, dat is niet genoeg. 'Ik wil borsten,' zie je haar denken. 'Alleen borsten maken mij gelukkig.' Maar zij is de enige die dat snapt, echt snapt, maar ze wil het slechte nieuws niet horen, namelijk dat het lang, heel lang duurt.
Alles duurt altijd veel te lang, zeker voor de adolescent, maar hoe geduldig is ze tegelijkertijd, bijvoorbeeld met haar vervelende broertje, haar veeleisende vader, haar treiterige mede-balletleerlingen.
Die andere dokter wil dat ze alvast van haar vrouwelijkheid gaat genieten, maar ze is daar nog helemaal niet aan toe. Uiteindelijk gaat ze bij de overbuurjongen op de bank zitten en geeft hem zoentjes. Mooie zoentjes zijn dat. Vissenzoentjes. Die jongen is heel gretig, wil meteen van alles. Is er dan echt geen jongen die dat begrijpt, die wat minder haast heeft?
Of een meisje.
Het beeld van de kapotte tenen die tevoorschijn komen als Lara haar spitzen uitdoet, maakte op mij meer indruk dan haar poging tot geslachtsverandering middels de schaar.
Iets willen dat niet kan. Lara wil twee dingen die niet allebei kunnen. Eén kan er wel, en lukt uiteindelijk ook. En o, wat zijn we blij voor Lara.
Het is onmogelijk om niet verliefd te worden op Victor Polster.

Meesters der simplificatie



Hoe zou het toch komen dat Amerikanen dingen zo goed kunnen uitleggen? Ze praten, venten en preken makkelijk, dat is waar, maar dan ben je er nog niet. Ze zijn meesters der simplificatie. Dat is zeker ook zo. Maar om te kunnen simplificeren moet je de stof beheersen. Zouden Amerikanen de stof beter beheersen, dan, zeg, Europeanen? Dat geloof ik niet, want dat zou betekenen dat ze intelligenter zijn, grosso modo, en daarvoor ontbreekt volgens mij het bewijs; hoewel het wel zou kunnen zijn dat er per saldo meer geniale geesten rondlopen (dankzij meer excellente universiteiten), maar, een kleine troost voor ons, ook meer simpele zielen. In Europa is het drukker op het middenveld.
Waarom deze vragen stellen? Omdat ik op zoek was naar een onderwerp voor dit blog en niet opnieuw een dagboek-achtig stukje wilde schrijven omdat ik al zoveel dagboekachtige stukjes schrijf,  en meer iets essayistisch wilde proberen – hardop nadenkend, als het ware.
Ik werd herinnerd aan het Amerikaanse uitlegkundig talent toen ik bij toeval op een YouTube-filmpje stuitte van ene Eric Dodson: Husserl and the Adventure of phenomenology in 12 minutes. Als je dat hebt uitgekeken, en je hebt auto-play aanstaan, dan kijk je voordat je het weet naar Heidegger in 12 minutes, Kierkegaard in 19 minutes enzovoorts enzoverder tot in de eeuwigheid amen. Totdat je denkt, zoals ik: sinds wanneer heb ik Amerikanen nodig om mij continentale filosofie uit te laten leggen? En: hoe weet ik dat ze niet uit hun nek zwammen?
Ze weten het aantrekkelijk te brengen. Dat verklaart hun succes. Met grapjes en grafiekjes. Met verve en op tempo. Ze weten het zo te brengen dat het geen huiswerk lijkt. Dat is een talent*. Toch denk ik dat uiteindelijk het belangrijkste talent van Amerikanen lijkt te zijn hun grenzeloze optimisme en daarmee verband houdende zelfvertrouwen. 'Sein und Zeit' uitleggen in twaalf minuten? Sure, laat mij maar even.
Een Europeaanse filosoof zou zijn haren uit zijn hoofd trekken.

* Arjen Lubach heeft, ook zonder wratje, datzelfde talent, ook wel een beetje afgekeken van Amerikaanse voorbeelden vermoed ik, waardoor het zinvoller is dertig minuten ZML te kijken dan elke avond alle nieuws en talkshows, maar ik heb geen vergelijkend onderzoek gedaan.

Analyse van een non-event


Vlak voordat de verveelde, koopzieke massa's de Bijenkorf binnenklotsen, maken wij dat we wegkomen, maar bij de uitgang ontdekt de negenjarige dat hij zijn prachtige Kidscase-jas heeft laten liggen in het restaurant.
Ik ren terug, hierbij schurkend dan wel duwend en stotend tegen enige traag voorttrekkende Bijenkorfbezoekers, waarvoor excuus maar dit is een noodgeval. Als die jas weg is, dan is het zondagse koop-uitje naar de Bijenkorf, meer als entertainment dan als godsdienst bedoeld, hoewel niemand doof is voor de god van de hebzucht, voor niets geweest en drukken de kosten voor de puntjes die ik de kinderen heb voorgeschoteld nog zwaarder op de begroting dan ze al deden.
Altijd ben ik de weg kwijt in de Bijenkorf, wellicht is dat het idee achter die winkel, zolang je verdwaald bent ga je van de weeromstuit kopen, maakt niet uit wat, vooral dingen trouwens die je niet nodig hebt, veel te dure dingen, onzinnige dingen, maar op een of andere manier weet ik de lift terug te vinden en vlieg in een ruk, samen met een jong stel in fleece-jacks met bugaboo, de lucht in. Boven spurt ik naar het restaurant, naar onze tafel, waar we zo 'genoeglijk' voornoemde puntjes tot ons genomen hebben (plus de marsepeinen lolly's die op de damesafdeling gratis *joechei* werden verstrekt), om vast te stellen dat er een nieuw gezin op onze plek zit, zelfde samenstelling, zelfde huidskleur, enzovoorts, even heb ik het gevoel dat ik mezelf op de schouders tik.
Nee, de jas hangt er niet meer.
Nee, natuurlijk niet, wat dacht ik?
Ontredderd kijk ik om me heen naar de schransende menigte.
Een jonge vrouw aan een belendende tafel staat op en loopt op mij af. 'Ik heb gezien dat u uw jas vergat, maar ik heb er niets van gezegd.'
Solliciteert deze vrouw naar een oorvijg, of wil ze dat ik haar morele schuld kwijtscheld?
Een Bijenkorfmedewerker verwijst me vriendelijk naar de servicebalie.

Dertigste werkdag



De broer van de oud-bibliothecaresse heeft zich gemeld – rijkelijk laat, mogen we stellen, maar goed, hij heeft zich gemeld. En hij heeft ook wat meegenomen: een stapeltje schriftjes van vroeger, die hij 'nog in de berging vond'. In de tachtig jaar oude, bruin uitgeslagen schriftjes heeft de oud-bibliothecaresse, die toen nog niet kon weten dat ze haar leven zou schenken aan het verheffen des volks middels boekverspreiding, afleveringen van Bruintje Beer geplakt. Ontroerend, vooral ook omdat ik haar meisjesnaam voor het eerst in verkleinvorm geschreven zie.
De timing van mijn bezoek had beter gekund, want ze is moe van een wandeling met een lid van het zorgteam, en valt na mijn begroeting meteen in een soort van slaap in haar stoel. Een soort van slaap, want ze opent af en toe haar ogen en kijkt me dan indringend aan. Dat doet ze wel vaker, zwijgend indringend aankijken.
Een tijdje geleden kreeg ze bezoek van een oud-collega, en die keek ze ook alsmaar indringend aan.
'Wat doe je,' had de oud-collega gevraagd, 'je weet toch hoe ik eruit zie?'
'Ik kijk naar je.'
Voorlezen uit Verhalen uit het gekkenhuis heeft weinig zin. 'Alles wat moeilijk is, daar sta je alleen voor, en het ergste van alles is eenzaamheid,' schrijft Biesheuvel in het verhaal Angst.
Misschien kan ik beter voorlezen uit Bruintje Beer.
Er breken spannende tijden aan voor de oud-bibliothecaresse. De rechter komt binnenkort, en dan kan het in twee weken zijn gedaan.
De ironie, voorzover je daarvan spreken kunt, is dat de oud-bibliothecaresse niet lijkt te beseffen dat wanneer ze meewerkt aan de verhuizing, ze op een veel betere plek terecht zou komen, dan wanneer ze niet meewerkt. Het is, met andere woorden, in haar eigen belang om mee te werken, maar dat zeiden ze tegen Josef K. ook.

Felicitaties



Ik ken precies 1 echtpaar dat heden 60 jaar getrouwd is, een feit dat aan mij als voormalig ritueel inzegenaar van de inmiddels opgedoekte Church of the Good Life niet onopgemerkt voorbij kan gaan.
Zestig jaar? Dat zijn, alles bij elkaar, 60 x 365 x 24 x 60 x 60 = 1.892.160.000 hartslagen – laag ingeschat, want afgezien van de opwindende momenten, waarop de hartslag zomaar boven de 60 per minuut zou kunnen uitkomen, maar ik ben geen medicus, en ik was niet in de slaapkamer (hoewel, misschien toch, één keer; raar was dat, onvergetelijk ook wel. Het bewijs.).
Is één miljard achthonderdtweeënnegentig miljoen honderdzestigduizend  v e u l ?
De vraag stellen is hem beantwoorden.
Mij verbaast het dat dat ding alsmaar blijft slaan, simultaan of niet simultaan met dat andere hart, jaar in jaar uit, decennium in, decennium uit; dat de slijtage van dat tamelijk cruciale orgaan zo laag is.
Inderdaad, talrijk zijn de mensen met hartritmestoornissen, hartruis, pacemakers, afwijkende harten, te kleine hartkamers, misvormde hartboezems, parapluutjes die in gaten in hun hart zijn gestoken tegen lekkages, getransplanteerde harten, te grote harten, te kleine harten, propjes in kransslagaders, enzovoorts enzoverder tot in de eeuwigheid amen, maar het gaat me even om die twee voorlopig onproblematische harten van die zestig jaar gehuwden. Hun harten hebben dus alleen al tijdens dat belachelijk lange huwelijk bijna 2 miljard keer geslagen, in het donker, en daarvoor  o o k  nog (sneller zelfs, want kinderharten hebben haast)...
Duizelingwekkend, die geheimzinnige spier die achter de ribbenkast zit verscholen, in het donker, en die af en toe als een aap in een kooi tekeergaat, soms met reden, soms zonder, en die non stop zijn gang gaat – een proces waarvan je je als bezitter maar niet teveel bewust kunt zijn, anders word je hartstikke gek.
Gefeliciteerd, lieve ouders. Lang leve jullie harten!

De waarheid of comfort



In Chagrin Valley – what's in a name? – lees ik in The New Yorker, worden demente bejaarden in het ootje genomen. Zo spelen de verzorgers bandjes af met stemmen van familieleden om telefoongesprekken te simuleren. Ook is er een nep-bushalte, waar dementen die graag op pad willen, bijvoorbeeld om te ontsnappen, of om terug te keren naar hun reeds lang overleden echtenoot/echtgenote, op de bus kunnen wachten. Die bus komt niet. Meestal geven ze zelf na een tijdje op.
Een soort Truman Show voor Alzheimerpatiënten, dus.
In hoeverre mag je liegen tegen dementen om hen gerust te stellen? Wat is een groter goed: de waarheid of comfort? In Chagrin Valley kiezen ze voor het laatste. Het heeft geen zin om dementen de waarheid te blijven voorhouden, als dat hen alleen maar pijn doet, als ze blijven reageren op het nieuws van hun overleden partner alsof ze het voor het eerst horen.
In Nederland is ook zo'n oord, bij Weesp, alhoewel ze daar een betere mix hebben, en minder op regelrechte deceptie uit schijnen te zijn. In de winkels daar bijvoorbeeld kunnen de bewoners echt iets kopen, en niet alleen plastic bananen.
Ik stel me een herziene versie van Bernlefs Hersenschimmen voor, waarin de hoofdpersoon elke dag naar een fake-kantoor vertrekt en het daar prima naar zijn zin heeft.
De keuze tussen waarheid of comfort is niet alleen voor dementen relevant.
Misschien wordt er wel continu tegen mij gelogen en van alles voor mij gesimuleerd, alleen maar om mij rustig te houden.

Unhappy ending

Najat Bouzid: Bain Maure

De sauna heeft een nieuwe eigenaar en die heeft meteen voor 1 miljoen verbouwd, dus dan ga je op de verschillen letten. Dit was er een: een  k l e i n  flesje water à €3,95. Misschien kan een Rotterdamse student economie berekenen of de marge op zo'n flesje hoger of lager is dan die op een XTC-pilletje. Dan het nieuwe interieur van het binnenzwembad. Links oosterse taferelen, rechts een moskee – herstel: Griekse taferelen. Het oosterse mag ook weer niet zodanig penetreren dat wij gaan denken dat er om het kwartier wordt opgeroepen tot gebed en het salafisme wordt gepredikt in de stoomkamer. Lag het aan mij of was het vandaag obesitasdag? Of is het vanaf nu elke dag obesitasdag? Niet zeuren, het buitenbad (30 C) was een stuk uitgebreid, maar je mag niet aan elkaar zitten, ook niet onder water, en dan gaat naaktzwemmen vervelen. De massage? De masseur had een leuk knotje. Toen ik zei of het ietsjes harder mocht, zei hij: 'Dit was het dan. U mag nu langzaam omhoog komen.' Een unhappy ending. Het restaurant was in zoverre vernieuwd, dat aan de kaart een tosti was toegevoegd, die met zoetzure chili-saus werd geserveerd. Desgevraagd liet de ober weten dat heel veel mensen die combinatie lekker vinden. Ik niet. De sauna's waren nog even heet als vroeger en dat was maar goed ook, want de sauna's kunnen ons niet heet genoeg zijn. Vandaar dat wij ons ook deze keer weer aanmeldden voor de opgieting. We werden als vanouds in brand gezet. Heel prettig. Nieuw echter was de muziek tijdens de opgieting. Normaal word je in dit soort oorden murw gebeukt met new age klanken die je naar mitrailleurvuur doen verlangen, maar nu was het een heusch stichtelijk liedekijn van, ik heb het nagevraagd, want ik kende die stem niet, Stef Bos. Wat 1 miljoen niet vermag, zoal.

Aan het cosmetisch verwijderde wratje van Arjen Lubach,



Waar ben je? Ik mis je. Als ik naar je keek, dan     k e e k  ik ook echt naar je. Je gaf me iets te doen, je gaf me een raison de regarder. Gaat het te ver om te zeggen dat ik in jou wilde verdwijnen? Nee, dat gaat niet te ver. Je was mijn verdwijnpunt. Ik wilde in jou wonen, lieve oneffenheid, me in je nestelen en dan langzaam uitbreiden, richting rechterooglid, neusbrug of voorhoofd. Er waren nog zoveel mogelijkheden voor ons... Maar niet meer. Mijn droom is aan diggelen geslagen door het cosmetisch industrieel complex, het photoshopisme, de hang naar volmaaktheid, natuurlijk weer ingegeven door dat verderfelijke grootkapitaal dat meer kijkers wil, alsmaar meer kijkers, om de prijs van de commercials rondom jouw blok nog verder op te drijven. Zou het leuk zijn om een economiestudent aan de Erasmusuniversiteit te laten uitrekenen wat jouw 'correctie' de VPRO (en daarmee jouw BV) heeft opgeleverd, opgeleukt met absurdistische terzijdes? Nee, dat zou niet leuk zijn. En misplaatst bovendien.
Ben je gelaserd, gevriesdroogd of uitgelepeld? Wacht, ik wil het niet weten.
Om eerlijk te zijn, ik weet niet goed meer waar ik moet kijken, sinds jij er niet meer bent.
Laat iedereen rustig doorgaan met waar hij mee bezig is, maar ik zal jou nooit vergeten, wratje. Jij bent van mij.

Eenzame natuur


Het was aan het eind van de middag, we gingen van het gebaande pad af, eigenlijk tegen de regels in, we voelden ons/ik voelde mij een beetje schuldig hierover maar ja, en toen stond je daar. Verrassend toch wel, tussen de gewassen. Je leek helemaal niet op een prikstruik, op helmgras of duinmos, je stak overal met kop en schouders bovenuit. Je deed me denken, misschien enigszins misplaatst, aan een kaars voor een soldaat die alleen jij je nog kon herinneren. Kwetsbaar. Goed, wij mochten hier niet zijn, dus wij vormden een illegaal gevaar, maar ook de legale gevaren – beesten, winden, regens en droogte, niet te vergeten – lagen op de loer. Op de radio zei iemand dat op Sardinië hagelstenen zo groot als sinaasappelen waren neergedaald. Bijbelse proporties. Die zou jij niet overleven, en wij moeten dan ook dekking zoeken. Voor jou is er geen dekking, nergens. Jouw dekking is de blote hemel. Moeten we je meenemen, nu je niet onopgemerkt bent gebleven? Moeten we je meenemen als bewijs, als aandenken, om thuis te determineren of 'gewoon' om iets af te breken, een spoor na te laten (want dat doen wij graag). Nee, dat moeten wij niet. We laten je staan. Wat zouden we met je aan moeten? Waarschijnlijk is jouw erectie totaal niet bijzonder. Inmiddels zijn we thuis, hebben we jouw desolate Umfelt allang verlaten en zijn we teruggekeerd tot de krioelende menigten. Het enige waarvan het bij jou krioelt zijn de konijnenkeutels, maar hoeveel troost haal je daaruit?