Social driver (8)

Corel Engels Fregat 1720 \'H.M.S. Greyhound\' #SM59



Tot mijn verrassing zag ik Teuntje zitten (niet haar roepnaam) bij de dagbesteding in het buurtcentrum. Ik was verbaasd, omdat zij duidelijk altijd behoorde tot de Frisse Bejaarden, die bovendien nog Zeer Goed ter Been was. Tot voor kort huppelde ze nog vrolijk langs op de kade. Wat was er gebeurd? Dikke knie, dat was wat er was gebeurd. Ze schoof haar broek omhoog. Ik moest beamen dat de knie dik was. 'Stap maar in,' zei ik. We hoefden maar een steenworp, en het was mijn laatste ritje, dus voor ik het wist zat ik bij haar binnen aan de thee en sprak ze me aan met lieverd. Ik kreeg albums op schoot en probeerde haar leven tot de dood van haar man, enige jaren geleden, te reconstrueren. Haar – tweede – man was timmerman. Alle meubels in huis, van die dikke degelijke meubels, had hij zelf getimmerd. Ook was hij dol op modelscheepsbouw. Teuntje liet me een schip zien, een fregat meen ik, tot in detail nagebouwd. Daar had hij een jaar over gedaan. Ik vroeg me af of er nog mensen zijn die een jaar van hun leven willen spenderen aan het bouwen van een modelfregat. Vast wel, maar ik ken ze niet. Nu zetten Chinezen die dingen waarschijnlijk in een weekend in elkaar, en machines in twee uur. Fred had van zijn veertiende tot aan zijn negentigste gerookt, dus zo zie je maar. Uit zijn eerste huwelijk had hij een dochter, maar die kreeg en krijgt Teuntje niet of nauwelijks te zien. Kwestie van karakter. Andere kinderen en kleinkinderen melden zich overigens wel; de foto's getuigden ervan. 'Ik ben rijk,' zei Teuntje, en ik moest haar gelijk geven. Ik heb haar terug op de thee uitgenodigd, maar niet mijn telefoonnummer gegeven; zelfs een bejaardenmagneet als ik moet grenzen stellen.

Narcisme



De narcist, lees ik bij Frank Schalkwijk, wordt vooral geplaagd door zijn gekneusde zelfgevoel. Opscheppen en zelfverheerlijken alleen is niet genoeg; sterker, het is misschien niet eens het wezenskenmerk van de narcist. De narcist gebruikt anderen, dat is waar, maar niet altijd op dezelfde manier. Zo kende ik de variant 'waakzaam narcisme' nog niet – niet zo vreemd omdat die ook niet voorkomt in 'gekkenbijbel' DSM-5, waarin alleen melding wordt gemaakt van grandioos of vanzelfsprekend narcisme, de meest in het oog springende vorm, die zich soms bijvoorbeeld kan uiten in (alweer volgens Schalkwijk) 'narcistische razernij'. Goeie term. (Als ik Holleeders advocaat was, dan zou ik het verweer daarop gooien. Dat hij in narcistische razernij moordopdrachten kon geven of helpen uitvoeren. – Gelukkig, ook voor hem, ben ik zijn advocaat niet.)
Wat is waakzaam narcisme? Het is narcisme via de ander: 'Hij denkt dat hij heel wat voorstelt, maar zonder mij zou hij in de goot liggen.' Het is de waan dat men onmisbaar is voor de ander. Iedereen heeft wel eens die waan, en ook van andere vormen van narcisme kan men stellen dat een leven zonder eigenlijk niet mogelijk is. Of in elk geval: zonder narcisme zouden er weinig romans geschreven worden, laat staan nieuwe politieke partijen opgericht, om nog maar te zwijgen van de combinatie van beide.
Maar met de narcist zonder relativering of zelfspot, de ziekelijke narcist, is het moeilijk samenleven. Die blijft zuigen. Wegwezen dus.

Misschien toch een puntje



'Bas Heijne is toch zo boos op Thierry!' gilt mijn moeder over de telefoon. 'Het ene na het andere stuk schrijft hij in de krant. Dat dat toch echt niet kan. Hoe het mogelijk is dat er zoveel mensen achter zo'n arrogante kwal aanlopen... Interessant hoor.'
Ik lag vannacht wakker omdat ik misschien toch wat overspannen had geschreven dat Thierry voortborduurt op hetzelfde gedachtengoed als Breivik en Brendan (als je die namen alleen zo ziet, zou je denken dat het over GTST gaat).
'Thierry is gefrustreerd omdat hij geen hoogleraar in Leiden mocht worden,' wist een vriendin. 'En hij werd woest toen die post bezet werd door een vrouw.'
Frustratie is van alle mensen; het gaat erom hoe met die frustratie om te gaan. Dat is de ware opdracht van het leven.
Een andere vraag die door mijn hoofd speelde was deze: als we in het gelukkigste land ter wereld leven (de scandies daargelaten), waar maakt Thierry-baby zich dan zo druk over? Ik schreef het al: hij is een exponent van dezelfde decadentie die hij in zijn speeches verfoeit.
Maar wacht even, heeft hij misschien niet  t o c h  een  b e e t j e  gelijk? Betreur ik stiekem niet ook, op dezelfde wijze als bijvoorbeeld Knausgård, de Totale Uitverkoop van Onze Kultuur? Wil ik niet óók een nixit voor mijn kinderen? Ben ik niet óók stiekem of niet zo stiekem 'trotsch' – nooit gedacht dat ik dat woord in verband met politiek ooit zou gebruiken – op Kakland? Ja, maar om een andere reden dan Beau-dead. Ik ben trots als ik door het OLVG loop en een fantastisch diverse groep mensen vreedzaam en zelfs opgewekt met elkaar bezig zie, terwijl een deel van hen nota bene ziek is of zou moeten zijn. Ik heb altijd Wilders willen uitnodigen een middagje door het OLVG te lopen, maar nu breid ik mijn uitnodiging uit naar Thierry. Kom eens kijken, Thierry baby, hoe mooi dat menselijk mozaïek eruit ziet! Die ontwikkeling zou je toch niet echt zere neus  t e r u g  willen draaien?
Toen ik gister nietsvermoedend in Den Haag langs bovenstaand monstrueus gebouw liep, ik had 't nog niet eerder gezien, dacht ik: onze doctor in de grensbewaking heeft  w e l l i c h t  een puntje met zijn tirade tegen moderne architectuur.

Knalfuif

De Verrukkelijke en de Inschikkelijke verschenen volgens afspraak met hun Venetiaanse maskers op het Schrijversbal.
De Verrukkelijke droeg een draadmasker, de Inschikkelijke een schaakmasker. Het viel nog niet mee om het lint, waarmee de maskers moesten worden bevestigd, niet met het eigen haar te verknopen.
De Verrukkelijke en de Inschikkelijke baanden zich een weg door de menigte naar de dansvloer. Alle gasten waren ongemaskerd. Kwetsbaar. Naakt. Gewillige prooien in afwachting van hun afstraffing.
De Verrukkelijke liet haar zweep knallen ten teken dat de performance op het podium, een vrouw die iets murmelde in een microfoon, ten einde was.
De Inschikkelijke rukte de man die verantwoordelijk was voor de muziek vanachter zijn draaitafel vandaan en sloot hem op in de rookkamer.
Het was doodstil. Iedereen keek naar de Verrukkelijke, in afwachting van haar bevelen.
Broek uit! riep ze opeens tegen Jelle Brandt Corstius, die nietsvermoedend aan de bar stond.
Waarom ik, riep Jelle Brandt Corstius, er zijn nog zoveel anderen! Overal instemmend geknik.
Tomas Ross kwam naar voren, knoopte zijn broek los, liet hem op zijn enkels vallen en zei: en dan?
De aanwezigen hielden hun adem in.
Onderbroek, Ross, zei de Verrukkelijke, nogmaals met haar zweep knallend, denk je dat ik daar intrap? Tomas Ross schoof langzaam, aarzelend, om zich heen kijkend op zoek naar bevestiging, zijn onderbroek naar beneden.
Het was een rode Schiesser.
Die knallende zweep deed het goed op het Schrijversbal, je kreeg er dingen mee gedaan.
Boeien! riep ze tegen de Inschikkelijke.
De Inschikkelijke nam een tie wrap uit zijn zak, en bond deze om de geaderde, behaarde, welvarende polsen van Tomas Ross. Die zou voorlopig geen boeken meer schrijven, ging het door zijn hoofd.
Lik de muiltjes van Maartje Wortel!
Tomas Ross gehoorzaamde. Mensen die een foto probeerden te maken, of een film, kwamen bedrogen uit, want het Schrijversbal had bij de ingang de lens van hun telefoon afgeplakt.
De Inschikkelijke boog voorover naar de Verrukkelijke, kuste haar enkele keren op de mond, als om haar tot rust te brengen, hun maskers botsen zachtjes, en fluisterde toen: 'We moeten gaan. De oppas wacht.'



Brendan en Thierry



Ik zie een aantal overeenkomsten tussen het manifest van de geflipte gymleraar in Christchurch en de overwinningsspeech van de doctor in de grensbewaking Baudet.
Als disclaimer moet ik erbij zeggen dat ik het manifest van de geflipte gymleraar niet helemaal gelezen heb. Daarentegen heb ik mij wel ertoe gezet, in twee sessies, om de overwinningstoespraak van Baudet tot me te nemen.
Wat mij opvalt is dat zowel Baudet als Brendan zijn toevlucht neemt tot poëzie, waarbij moet aangetekend worden dat het citaat van Menno Wigman, waarmee Baudet zijn speech lardeerde, tot afgrijzen van de nabestaanden, hoewel niet slecht, toch onderdoet voor het gehele gedicht van Dylan Thomas, dat de gymleraar als motto aan zijn manifest heeft vastgehangen: het beroemde Do not go gentle into that good night. Ik denk overigens niet dat Brendan dat gedicht begrepen heeft, maar iedereen mag eruit halen wat hij wil.
Een andere overeenkomst is hun jeugd, hun kinderloosheid en hun status van outsider. Die outsider strategie – brandjes stichten en dan zeggen dat je er niets mee te maken hebt, maar wel bluffen dat je de macht overneemt – kennen we nog van Fortuyn, en diens voorgangers.
Ik denk dat Brendan fitter is dan Baudet, maar Baudet is weer een beter model voor Suitsupply. Veel mensen zullen denken, als ze de Forum-leider zien: een hottie kan nooit zoveel kwaad in de zin hebben. Zij vergeten dat Hitler, hoewel hardly a hottie, ook een dandy was en een halve kunstenaar.
Een saillantere overeenkomst is het woord vervangen, dat zowel Brendan als Baudet gebruiken. Brendan vreest, conform de replacement-theorie populair bij rechts-extremistische 'denkers', dat de witte Europeanen vervangen gaan worden door niet-witte Europeanen, binnenkort, omdat de eerste zich weigeren voort te planten.
Baudet wil voorlopig met zijn partijleden alleen het partijkartel vervangen.
Maar waar zowel de personal trainer als de corporale intellueel in uitblinken, is hun destructieve donderpreek over de westerse cultuur.
Die staat op instorten – tenzij! Tenzij! FvD voor een renaissance zorgt. Daarbij hoeven volgens de partij vooralsnog geen moslims te sneuvelen, zoals Brendan gelooft en ook in de praktijk heeft gebracht, of socialisten (zoals Breivik geloofde en in de praktijk bracht) maar helemaal vreedzaam lijkt die renaissance toch niet te kunnen zijn. Anders blijft het een – linkse! – hobby.
Ik voel niet vaak schaamte, maar nu schaam ik me voor Baudet, die toch 'een van ons' is, om het zo maar te zeggen, en de mensen in de zaal die Thierry Thierry roepen.
Baudet doet een 'trump' door te beweren dat we aan decadentie ten onder gaan, terwijl hij zelf een produkt en toonbeeld is van diezelfde decadentie.
Dat is wat Trump doet met fake news: iedereen van fake news beschuldigen terwijl hij zelf de grootste verspreider is ervan.
Een cynische strategie die werkt.

Social driver (7)

Georgia O'Keeffe

'Ah, een vrouw,' zegt de vrouw die ik kom ophalen, vanaf het donkere platje bovenaan de stenen buitentrap die naar haar appartement voert.
Elke gelegenheid om mij als iemand anders voor te doen grijp ik met beide handen aan, dus ik schik mijn kapsel enigszins, en zeg: 'Leuk hè?', maar ik ben tegelijk verbaasd want ik sta in het daglicht en zij in het donker; het ware logischer geweest als ik haar voor een ander aanzag. Een man bijvoorbeeld.
De vrouw die naar beneden komt moet een vrouw zijn, want dat staat op mijn schema, maar als iemand gezegd had dat ze een man was, had ik het ook geloofd. Ze heeft een zware rokersstem en een bijbehorend rokersgezicht dat uitzicht biedt op fascinerende groeven, valleien en heuveltjes. Een landschap van huid. Haar zwarte, al te zwarte haar staat rechtovereind, alsof ze onder stroom staat.
'O nee, nou zie ik het, je bent geen vrouw. Wel een nieuwe. Nou, laten we maar gaan... Die naam van mij? Mijn man stamt af van hugenoten... En mijn familie komt uit Italië, helemaal Noord-Oost. Veneto, ja. Goed dat je dat weet, maar je legt de klemtoon verkeerd, lieverd. Het is Ve-neto... O, ben je in Venetië geweest, ja dat is fantastisch, maar daar komt mijn familie niet vandaan. Een klein bergdorpje, met uitzicht op de Alpen, vlak bij Oostenrijk... en mijn man, hij is nu twee jaar dood, zat in de metaal. Metaalbewerker was hij...' Enzovoorts, enzoverder tot in de eeuwigheid amen.
'Nou leuk hoor, met jou... Echt een kletskous ben je, daar hou ik wel van.'
Deze vrouw, laat ik haar Georgia noemen, doet mij aan mijn moeder denken. Ik hoop dat ik haar nog een keer krijg.

Stemadvies



Sven Hoekstra: Narrenschip

Plato stelt democratie voor als een narrenschip, een boot dus, waarop de gekken het voor het zeggen hebben. Een hedendaags voorbeeld zou zijn een sloep dronken studenten op het IJ. Om de beurt pakt iemand het roer en vaart een stukje totdat hij of zij geen zin meer heeft (of moet plassen); het scheepje drijft doelloos rond, dan neemt een nieuwe zelfbenoemde stuurman of -vrouw het roer over en zet koers naar, nou ja, maakt niet uit. Plato's conclusie: laat bestuur over aan bestuurders.
Ik was dus van plan deze P.S. en W.S.-verkiezingen te laten passeren, of zelfs mijn stembiljetten te versnipperen, zoals ik wel eerder heb gedaan, tot woede van sommigen, om een punt te maken, maar toen Nieuwe Vriend P. mij machtigde omdat hij naar New York moest, had ik plotseling verantwoordelijkheid en die wilde ik nu eens niet beschamen.
Waarop gaan we ook alweer stemmen, emailde hij gisteravond.
Ik wist het niet.
Twee vrouwen, wie ik op straat om stemadvies vroeg, zeiden: 'Wat jij wil, als het maar niet op de VVD, de PVV of dat schorem van Forum is.'
Dus dat heb ik gedaan. Voor de PS, die de Eerste Kamer weer samenstelt (die zelf trouwens niet kan uitleggen wat ze doen, maar dat kan ik ook zelden), ben ik voor de status quo gegaan, dus Adnan Tekin (PvdA).
Voor de Waterschappen dacht ik er goed aan te doen op Olivia Reschofsky te stemmen van Queer, maar vraag me niet waarom. Hoewel, vraag maar wel, dan zou ik antwoorden: omdat ik een zwak heb voor dwars.
Als ik hiermee maar niet Nieuwe Vriend P. heb ontriefd.

Verweerschrift



Gisteren werd mijn dag voor een groot deel in beslag genomen door een columnist. Niet door iets dat deze columnist geschreven had, want ik lees zelden columnisten (eigenlijk alleen Holman, en die ook niet altijd), maar door iets wat deze columnist gezegd had tegen een onbezoldigd evangelist van mijn werk. Deze had durven suggereren aan de columnist dat ik wellicht een column zou kunnen vullen, op een mooie plek in de krant. Een open sollicitatie dus, zonder dat ik erom had gevraagd (ik had hem ook niet tegengehouden toen hij mij ervan op de hoogte stelde, dat is waar), maar ik had  z e k e r  niet gevraagd om de diskwalificatie die erop volgde. Maar die kreeg ik dus gratis en voor niets cadeau ten geschenke, zomaar op de maandagmiddag.
Het voelde een beetje alsof een bedelaar bij de Albert Heijn ineens in mijn gezicht zou roepen: 'Denk maar niet dat ik geld van jou aanneem!'
Wat moet je op zo'n moment, als lijdend voorwerp van een diskwalificatie door een columnist ten aanzien van een column waar je niet om gevraagd hebt?
Het werk van de columnist tot de grond toe afbreken zou een Hermansiaanse mogelijkheid zijn, maar daarvoor is het nodig om het werk van deze columnist te bestuderen, en daartoe ontbreekt mij de tijd, en ook de energie trouwens.
Een foto verspreiden van de columnist met een hitlersnorretje erop getekend, zou makkelijk, al te makkelijk zijn.
Negeren is en blijft de beste optie, maar probeer dat maar eens, met al die uitingsvormen heden ten dage, al die kanalen waarop een mens zijn zegje kan doen.
Ik heb het geprobeerd.

Een vroeg orgasme



Voor sommige Japanse kersen aan de kade is de lente alweer voorbij. Deze Japanse kersen hebben die paar warme dagen van een paar weken geleden aangegrepen om te zeggen: we gaan beginnen. Toen zijn ze begonnen en nu zijn ze klaar. Als kinderen die na het zwemmen hun zwemkleren van zich afwerpen schudden ze hun bloesem af. Slordig, achteloos, wreed.
Ik vond de bloesem van deze voorbarige Japanse kersen gisteravond in de goot tijdens mijn avondlijke wandeling. Een wolkje roze op straat. Klimaatrouw is een woord dat ik niet snel zal gebruiken, maar hier lijkt het op zijn plaats. Als de lente goed en wel is begonnen, is dit wolkje aan het rotten.
Inderdaad, er zijn Amsterdamse Japanse kersen voor dewelke de lente nog niet is afgelopen. Niet allemaal staan ze te juichen. Sommige houden hun bloesem nog vast, of hij moet zelfs nog verschijnen. Even opzoeken wanneer dit seizoen in Japan de Japanse kers geheel en al in bloei staat, wanneer het orgasme van de lente plaats vindt, maar wat blijkt, niet verwonderlijk, hanami, zoals dit hoogtepunt heet: het duurt een paar maanden, bijna een half jaar, en loopt van noord naar zuid.
In grote steden zoals Tokio en Kyoto wordt de hanami begin april verwacht. Ik hoop dat er tegen die tijd in Amsterdam nog iets te zien is.
Te vroeg pieken is beter dan niet pieken, maar er blijft onvervuld verlangen.

Ouderen maken gelukkig

Drs. P.: Heen en weer

Wie mij tien jaar geleden had voorspeld dat ik in 2019 vooral met hoogbejaarden in de weer zou zijn, had ik voor gek verklaard, maar ik heb dit alles over mezelf afgeroepen.
Wim Kok, de bedenker van de participatie-samenleving, zou tevreden zijn.
Eerst was er de oud-bibliothecaresse, die in ruil voor wat aanspraak een schrijfzolder ter beschikking stelde in de Jordaan. Dit zit thans in een zorgcentrum in West (met piano).
Toen kwam de vrouw die model stond voor mijn verhaal De mantel der liefde, maar die valt technisch onder de verantwoordelijkheid van huis- en kantoorgenoot.
Vriendin M. (90), voorheen bekend als de glamour-bejaarde, is inmiddels ook afgevoerd naar de Georganiseerde Zorg, maar gelukkig heb ik mijn bijbaan als social driver nog. Of om met Drs. P. te zingen: Zo denk ik dikwijls over het geheim van het bestaan/ En dat ik op de wereld ben om heen en weer te gaan.
Vanmiddag zat Greet (97) in mijn woonkamer zich te vergapen aan de verzamelde kinderschare. Ik had deze meedogenloos opgewekte Groningse oud-juf, altijd partner- en kinderloos gebleven, eens gevraagd of ze dat wat zou vinden, op de thee bij mij thuis. Daarop knikte ze hevig. Nu zat ze in mijn luie stoel met haar halflange grijze haar door de war en vroeg ik mij af of ik het met mijn hand moest kammen.
Toen ik Greet thuisbracht werden we opgewacht door een verschrikte dame, die een afspraak met haar bleek te hebben om koffie te drinken, en die, toen Greet niet opendeed, het ergste vreesde. Iedereen wil voor ouderen zorgen. Ouderen maken gelukkig, vooropgesteld dat ze gelukkig zijn.