Vernissage

A hotelroom with Hugo, Sylvia and Olympia laying on her belly


Ik overtref mezelf – geloof me, dit gebeurt niet vaak – vind ik, door naar de vernissage te gaan van Mariecke van der Linden, die me, achteloos, op het schoolplein een uitnodiging in de hand had gedrukt voor haar show in een galerie aan de Veemkade. Toch twintig minuten fietsen door harde wind en pisregen. Maar als ik op de fiets zit met Nick Drake op mijn koptelefoon, bedenk ik dat alleen al de fietstocht de moeite waard was.
'Glaasje champagne?' vraagt een jongeman.
Het blijkt om crémant te gaan maar van een goed merk dus mij hoor je niet klagen.
De kunstenares straalt in haar zwarte, interessant uitgesneden, jurk. Ik wil al meteen een kritische noot kraken over haar werk, maar besef op tijd dat dit not done is. Niet op een vernissage. Niet tegen de kunstenares zelve. Dat is zoiets als op een boekpresentatie de auteur feliciteren met: weet je wat  o o k  goed is?
Nadat ik in gesprek raak met Justine van Lawick, een ervaren gezinspsycholoog over wat te doen bij geen of slechte omgang met je ex, en vervolgens met saxofonist en – weer iets geleerd – beeldhouwer Yuri Honing over compromisloosheid, knalt er tot overmaat van gezelligheid een fles rode wijn tegen de vlakte. Ik kan met gerust hart de terugtocht aanvaarden.
Vrijwel altijd is het beter om niets te doen. Soms kan een klein besluit om toch iets te doen onvermoede gevolgen hebben.

Surprise surprise-avond

Muizenhuis
De eerste surprise-avond met het samengesteld gezin was een geslaagd experiment. Eigenlijk werd er in de voorafgaande stress nauwelijks gehuild; ik herinner me alleen een gilpartij van de tienjarige toen de zesjarige zijn (begin van een) surprise had gezien (in een muizenhuis is het lastig geheime operaties uit te voeren), en een zenuwachtige snik van dezelfde tienjarige toen hij vreesde zijn surprise niet af te krijgen (laat staan zijn gedicht), maar toen hij zag hoe de negentienjarige dezelfde avond nog zijn surprise in elkaar timmerde, ontspande hij.
Ik had de zesjarige getrokken. Wat te maken? Geld in een doosje? Werd 'm niet. Ik kneedde een stuk klei in de vorm van een iPad (haar verslaving), plakte er een spiegeltje tegenaan en noemde deze in mijn gedicht (dat ze deels zelf voorlas, lang leve het basisonderwijs als er niet wordt gestaakt) 'model selfie'. Niet helemaal gender-neutraal, dit, besefte ik pas later, maar goed. Ze sloeg mijn surprise niet meteen op mijn hoofd stuk.
Het succes van onze eerste gezinssurprise-avond werd onherroepelijk toen de tienjarige in een deuk lag terwijl zijn surprise de negentienjarige eerst vieze vingers liet maken in een pizzadoos, en toen middels piepkleine briefjes van hot naar her stuurde op zoek naar zijn cadeautje. Werkt zelfs in een muizenhuis.
En o ja, lieftallige had mij tuk. Ze dicht ze helemaal niet slecht – voor een fotograaf.

Guilty pleasure



Toen N. en ik ons weer eens voor de lunch in Morlang hadden geïnstalleerd, bij het raam, en ik op weg naar de wc daar in de catacomben van dat prachtige grachtenpand een stapel spelletjes zag liggen, trok ik die oude vertrouwde rode doos uit de stapel, nam hem mee naar ons tafeltje en zei: 'We gaan scrabbelen.'
'Leuk!' zei N.
Ik schoof onze glazen witte wijn aan de kant, klapte het bord open, gaf haar en mezelf een balkje en zeven letters uit het zakje (waarbij ik oplette niet alleen E's te trekken), en KLABANG, daar gingen we.
'Ik geloof niet dat ik dit ooit heb gedaan,' zei N., met haar licht gekromde vingers spelend met haar blokjes.
'Wat, nog nooit gescrabbeld? Daar zie ik van op.'
'Bij ons werd nogal neergekeken op spelletjes. Ik voel me nog steeds schuldig als ik de scrypto, de crypto en de weet ik hoe die puzzels heten uit de krant zit te maken.'
'Een guilty pleasure.'
'Ja. En ik ben natuurlijk dyslectisch.'
Dat is een nogal vreemd iets, dat zelfverklaarde dyslecticisme van haar, want ze verslindt boeken, een van de redenen dat ik zo op haar gesteld ben geraakt.
Ze legt een P op het middelste roze vakje van het bord, dan een U op het vakje daar schuin onder (twee keer letterwaarde), en dan een T op het vakje daar weer schuin onder (drie keer letterwaarde), vervolgens T (2 x woordwaarde) en E (idem) en N (idem). Bij elkaar opgeteld 63 punten. Stralend kijkt ze me aan.
Ik neem een slok wijn. 'Sorry, diagonaal mag niet. Alleen horizontaal en verticaal.'
Ze is enigszins verbaasd, maar goed, oké. Later probeert ze nog haar X kwijt te raken door NIX te leggen, en hoewel dat mijn voorkeursspelling is, mag ook dat niet. SH en daarna SHE zie ik door de vingers.
Ik laat haar uiteraard winnen, zo zijn de kaarten geschud, maar kan niet de verleiding weerstaan om VANGNET te leggen op een plek waar dit veel punten oplevert.
Volgens mij hebben we een nieuwe hobby.


Vijfendertigste werkdag



Het eerste wat opvalt als ik de oud-bibliothecaresse kom ophalen voor het uitje naar Brummen is haar nagellak. De rose-rode verf is alweer een beetje afgesleten. Ik heb haar nog nooit met make up op gezien, en zeker niet met nagellak.
Het tweede wat opvalt is haar schoeisel: snowboots. Niet te warm? Nee, lekker juist. Heeft iemand van het zorgcentrum voor haar gekocht.
Als ik mijn hoofd recht in het gezicht van de oud-bibliothecaresse steek en met luide stem verklaar: 'Hier is de man met de hoed, maar nu zonder hoed!' lacht ze. Een goed teken. Hebben we er zin in? We hebben er zin in.
We gaan een oude vriendin opzoeken, een ruim tien jaar jongere oud-bibliothecaresse die enige jaren geleden in Brummen is neergestreken met haar man.
Waarom in Brummen, zou je je af kunnen vragen, maar als ik in Brummen ben, vraag ik me af: waarom  n i e t  in Brummen?
De jonge oud-bibliothecaresse groet de oude oud-bibliothecaresse hartelijk, maar de communicatie blijft beperkt.
De oude wordt in de grootste fauteuil geïnstalleerd maar wil meteen weer opstaan. Nu alweer weg? Dat zou wat zijn. Nee, even de benen strekken. Ze rommelt wat door het huis, achter haar rollator aan, snuffelt aan boeken en pakt een iPad op alsof het een antieke schaaltje is. Als ze alle stoelen heeft uitgeprobeerd nestelt ze zich, toch nog verrassend, als een bibberend kind dat net uit het zwembad komt, heel dicht tegen mij aan. Ik sla een arm om haar heen. 'Neem het niet persoonlijk,' zeg ik nog tegen de jonge oud-bibliothecaresse.
Ze vertelt een verhaal dat ik nog niet kende, namelijk dat de oude langgeleden in Amsterdam-West een workshop voor dakloze schrijvers verzorgde. Ze leerde daar een Britse dakloze schrijver kennen die ze in huis nam.
Niet veel later overleed hij.
Een liefde?
'Hoe heette die Britse dakloze schrijver die jij ooit in huis nam?' roep ik in het oor van de oud-bibliothecaresse naast me.
Zonder een moment na te denken zegt ze: 'James.'

Andere lijven



Behalve door het water en de warmte in de sauna, word ik getroost door de lijven die ik zie. Tenminste, als ik over de lichte schaamte voor de tentoonstelling van mijn eigen lijf heen ben. Ik  schaam me niet zozeer voor mijn buik of moobs, maar voor mijn hamer- en klokkenspel. De afmetingen. Size matters; dat zijn de genadeloze wetten der biologie. Ik had mijn badjas nog niet opgehangen of er stapt een man onder de douche met een enorme knuppel tussen zijn benen, een politieknuppel van een penis, zo een die breder wordt aan het einde. Ik wil graag geloven dat wat slap klein lijkt, in erecte staat nog wat kan worden – en omgekeerd – maar dit. Konten, ook zoiets. Als je nooit naar de sauna gaat, naar het naaktstrand of een andere plek waar naakten vrij te bezichtigen zijn, zoals bij een fotoshoot van Spencer Tunick, kun je gemakkelijk gaan geloven dat de kont van je bedgenoot maatgevend is. Maar vandaag zag ik een lege kont met een rare vouw erin, die ik nog nooit gezien had. Of er een stuk vlees uitgehaald was. Misschien was dat ook zo. Schedes: of je er nu zin in hebt of niet, in een dag sauna maak je kennis met pakweg honderd schedes, en, o God, o Schepper, o Onbewogen Beweger, hoeveel variatie hebt Gij hierin weer aangebracht! What were Thou thinking? Ik heb het nog niet over borsten gehad. Zelfs wie keurig zijn blik afwendt, zoals ik toch wel af en toe probeer te doen, ontkomt niet aan de borsten. 'Denk je dat ze echt waren,' vraagt mijn favoriete sauna-ganger, nadat we een lauwwarm bad waren ontvlucht waarin een zwaargetatoeëerde spierbundel zijn rondborstige liefje aan het opvrijen was (verboden dit, maar houd je er maar eens aan). 'Nee,' zei ik, 'daarvoor stonden ze te strak, toch? Maar, om met de verteller uit FAKE te spreken: Waren ze echt? Ze waren er.'

Geen surprise



Opa en oma willen graag de tienjarige en de zesjarige bij ons aanstaande bezoekje 'rijden'  – dat wil zeggen, een surprise voor hen maken inclusief gedicht, maar hoe dan?
'Een leeg pakje met een briefje erin gefopt,' zeg ik tegen mijn moeder aan de telefoon. 'Dat kennen ze van malle pietje van het Sinterklaasjournaal.'
Mijn moeder geeft van alles en nog wat, maar een leeg pakje zal je haar niet zien geven, ook al is het de running gag van het Sinterklaasjournaal.
Na het avondeten haalt ze twee pakjes tevoorschijn. 'Die zijn door Zwarte Piet afgeleverd,' zegt ze.
'Veegpiet zul je bedoelen,' zeg ik. 'Zwarte Piet die kennen wij niet.'
De gezichten van de kinderen lichten op. Als je een pakje laat zien aan een kind, interesseert die zich niet meer voor de herkomst van dat pakje, alleen voor de bestemming; hetzelfde effect dat gratis heeft op winkelende volwassenen.
Eerst de gedichten. De reden dat deze pakjes niet via de schoen gaan (die avond mochten ze van Dieuwertje weer worden gezet) maar nu al worden uitgepakt, is dat opa, die de gedichten schreef en benieuwd is naar hun uitwerking, niet bij de schoenpakjesonthulling kan zijn (opa is niet zo matineus). Welnu, de gedichten komen goed aan. En wat zit er in de pakjes? Een hoop snippers en als je goed zoekt een envelop met een bankbiljet.
De tienjarige is zeer opgetogen. Hij weet nu al wat hij van dat geld gaat kopen.
De zesjarige is hevig verontwaardigd. 'Dat is toch geen surprise!' roept ze uit.

Lootje

Damien Hirst: False idol

De opwinding van het lootjes trekken in het gezin, de opmaat voor dat alleraardigste Nederlandse ritueel, namelijk dat van de surprise avond, kwam bij de tienjarige helemaal binnen. Hij begreep het concept. Op school hadden ze het ook gedaan. Maar kon hij zijn geheim bewaren? Hij wel, als ik hem moest geloven, maar zijn vriendjes konden de verleiding minder goed weerstaan, of het interesseerde ze minder, en al deducerend (ziehier de pedagogische bonus) kon de tienjarige van vrijwel alle klasgenootjes voorspellen wie ze getrokken hadden.
De zesjarige had een andere, fascinerende reactie op het lootjes trekken in het gezin, namelijk stress. Het lootje – i.e. het geheim – dat ze nu droeg, samen met mij, want ik zou haar helpen met dichten en knutselen, was iets dat ze zo snel mogelijk van zich af wenste te werpen als ware het een tak op haar schouder.
Kennis is macht, zou je denken, maar daarvan is ze nog niet doordrongen. Iets weten wat de ander niet weet, iets weten wat de anderen graag zouden willen weten… het voordeel hiervan heeft ze nog onvoldoende ontdekt.
Met haar kalverliefde in de klas heeft ze wel al wat geheimen gedeeld, maar die waren van korte duur. De opwinding van het hebben van het geheim ging vrijwel gelijk op in de opwinding van het verklappen van het geheim. Ook leuk, maar anders.
Dat ik onlangs aan de eettafel een van haar kalverliefdesgeheimen verklapte beschouwde ze daarentegen duidelijk als een inbreuk op haar privacy.
Misschien moeten we van geluk spreken dat haar geheimhouding voorlopig nog niet optimaal functioneert.

Gentle reminder


Van de bladeren resteert nog een natte troep
in het verlaten parkje.

Aan de kade steekt een reusachtig skelet
dreigend in de lucht.

Maar vandaag schijnt de zon, want ik heb je gezien.
Plotseling stond je voor me, als een geestverschijning,
bij de bloemist op de hoek.

Geen gewone graffiti, maar Kunst, zoveel is zeker,
van iemand die wist waar hij (was het een zij? in mijn dromen) mede bezig was.

Jeugdig oog je, alsof je bij de pojisie zit,
lid van een katholieke knokploeg.

Ik dacht: wie weet nog wie Gerard Reve is?
Ik dacht: hoe lang ben jij al Doodt?

Lieve hemel, dat is waar ook – en het is ook zo –:
het wordt alweer tijd voor De avonden.



Sorry we missed you



Herkenbaar: de muren waar de hoofdpersoon van Sorry we missed you, de laatste film van Ken Loach, tegenaan loopt als 'zelfstandig pakketbezorger'. Rennen om je tijden te halen, dan voor dichte deuren staan, mensen die geen pakje willen aannemen voor de buren, nergens kunnen pissen, een hufterige baas, onderlinge concurrentie op depot. En de wissel die deze moderne zware fysieke arbeid trekt op, om maar iets te noemen, het gezin. De spiraal van ellende waarin alle leden van zo'n gezin terechtkomen doordat pappie en mammie (werkzaam in de thuiszorg) als verftubes worden leeggeknepen door hun veeleisende, structureel onderbetaalde werk (nog afgezien van de boetes!).
Een sociaal drama dus, een genre waarin Loach is gespecialiseerd.
Mooie scene: de vader die de puberzoon, die van school dreigt te worden getrapt, probeert over te halen zijn best te doen, want dan heeft hij tenminste kansen om er iets van te maken straks. 'Anders word je net zoals...' 'Jou?' hoont de zoon. Al eerder had de zoon hoofdschuddend kennisgenomen van vaders nieuwe bullshitjob.
De puberzoon die beter begrijpt hoe de bullshiteconomie in elkaar zit dan zijn vader.
Loach geeft ons geen troost, de spiraal wordt niet gebroken, zelfs de spaarzame muziek in de film troost niet. De humor, die gelukkig wel in de film zit, lijkt hier en daar onbedoeld.
Jammer dat Loach er een bijbelse (het boek Job comes to mind) vertelling van heeft gemaakt waarin vanaf de eerste shot duidelijk is wie goed is en wie slecht. De film was interessanter geweest als hij zijn moderne held, want dat is de pakketbezorger, iets verdorvens had meegegeven en de moderne schurk, zijn baas, iets ontroerends.
Toen Dagboek van een postbode uitkwam in 2016 sprak ik diverse film- en televisiemensen die er wat in zagen, maar toen werd het stil. Op basis van dat boek zou je een Nederlandse Sorry we missed you kunnen maken. Minder hard. Subtieler.

Andere roman

Jake Mosher

De kogel lijkt door de kerk: deze auteur maakt voor volk en vaderland, herstel uitgever en agent, een knieval voor de toegankelijkheid.
Het belangrijke deel van mijn tweeledige manuscript is bij nader inzien misschien toch niet zo belangrijk. Of: belangrijk voor de auteur, maar niet onmisbaar of 'gewoon irritant', voor de lezer.
Maar wacht, dat belangrijk deel was toch mijn roman? En dan zou nu het compendium bij die roman op zichzelf staand worden uitgegeven? Moest het niet andersom zijn? Wellicht niet, wellicht moest de roman worden geschrapt om een andere, betere roman tevoorschijn te laten komen. Want, zo heb ik me laten vertellen en ik begin er langzaam zelf ook in te geloven: dat compendium is een roman. Een bijzondere zelfs. 'Zoiets heb ik nog nooit gelezen.' Dit hoort een schrijver, behalve een zelfhatende, graag.
Nu ik langzaam wen aan mijn sterk vermagerde vorm (maar stiekem ook nog steeds in rouw ben voor het kind dat ik – zonder badwater hoop ik – heb weggegooid; of omgekeerd, ach laat ook maar), probeer ik rechtvaardigingen te vinden voor de gemaakte keuze. Zelfrechtvaardiging: de noodzakelijke bias van de homo sapiens, anders wordt hij gec.
Om een ster goed te zien moet je niet naar die ster kijken, maar net ernaast.
Less clothes is more nudity.
Toch?