zondag 25 mei 2014

Laatste commentaar

Wat vond je? Was het een beetje wat je had gehoopt?
Een beetje. Ik had wel eerder in willen grijpen... 
Zeker op dat moment dat zij het jachtgeweer vindt, of nog eerder, dat Hunter de heggenschaar van de grond raapt, of nog eerder, dat hij verschijnt in Lac de la Haute-Sûre...
Waarom moet het zo bloedig?
Ik heb je gewaarschuwd. Tragische liefdesgeschiedenissen eindigen bloedig. Bij Romeo en Julia gaat iedereen de pijp uit, ik heb me hier nog ingehouden.
Waarom moest zij zichzelf van kant maken?
Dat is een onbeantwoordbare vraag.
Lekker makkelijk.
Overigens maakt Julia zichzelf ook van kant, Anna Karenina, Madame Bovary... Ik denk dat het minder wreed is om een vrouw zichzelf van kant te laten maken, dan haar om te laten brengen – al dan niet door een man. Daar kun je over twisten.
Waarom kon die Hunter niet gewoon stilletjes verdwijnen? Ze mogen van mij best samen sterven als ze dat zo graag willen, maar dan zonder de tussenkomst van die engerd.
Dan zou het te mooi zijn. Het moet rafelig, anders is het ongeloofwaardig.
Waarom moet het geloofwaardig?
Waarom zijn er verhalen? Nog een onbeantwoordbare vraag. Maar verhalen zijn het enige wat we nog hebben. Aan de andere kant... misschien moet ik absurdistische verhalen schrijven.
Van mij mag je, maar die kunnen niet over de liefde gaan.
Jij zegt het. Ik zou zeggen dat niets absurdistischer is dan de liefde, dat niets –
Ja ja, hou nou je mondje maar, kletskop.
(k u s s e n)
Nog een ding: die schilderijen?
Public domain dan wel fair use. Met dank aan WikiPaintings. Beschouw het als een ingewikkeld vijgenblad.
Bedankt voor de censuur.
Graag gedaan. Ik ben te goed voor deze wereld. Jij ook trouwens. Het is hoog tijd om heen te gaan.
(k u s s e n)







90




Ze lagen samen in de kist, dichter bij elkaar konden ze niet komen. Het was een wrang, misschien wel schokkend, en tegelijk sereen tafereel. Valentijn lag erbij als een Jezusfiguur, onuitgeslapen zoals altijd, mager, een licht baardje, zijn huid toch nog gekleurd. Van Cosima's eigenhandige onderkaakdoorboring was weinig meer te zien, dankzij een overmaat aan make up en een grappig hoedje. Cosima droeg normaliter weinig make up, ze had het niet nodig, ze was te verrukkelijk voor make up, enzovoorts, maar in dit geval was een crêmetje hier en een foundation daar geen overbodige luxe. Bertrand had een bevriende visagist gevraagd om alles uit de kast te halen om de markiezin toonbaar te maken. Het hoogtepunt van de ceremonie was het Ultieme Liedje. Het was de allereerste, en allerlaatste uitvoering, die Bertrand en Valentijn in hun strandhuisje hadden opgenomen. Het liedje leek voor de gelegenheid geschreven. Er werd luid doorheen gebruld door diverse nabestaanden. Maar het Ultieme Liedje was niet het laatste liedje. Er was nooit een laatste liedje, er zou altijd nog een volgend liedje zijn.

89



Op de dubbele crematie sprak Bertrand Woorden. Hij vertelde dat zowel bruidegom als bruid destijds, aan de vooravond van Moment Suprême, aan hem had verklaard, zowel afzonderlijk als samen, dat ze zoveel van elkaar hielden dat leven zonder de ander zinloos, ja! onmogelijk was, en dat als de ander kwam te overlijden er niets anders op zat dan zelf te sterven. 'Werkelijk?' was Bertrands licht ongelovig reactie, 'maak jij er een eind aan, Doctor Love, als zij er niet meer is?' Valentijn knikte niet, maar schudde ook niet van nee. Hij peinsde. 'En zo ja, hoe dan?' De bruidegom ontweek de vraag door te stellen dat zijn ideaal was simultaan in te slapen, simultaan neer te storten, simultaan te verdrinken. Als het maar simultaan was. 'Simultaan verdrinken, hoe doe je dat, en de kans dat je simultaan inslaapt, zonder hulpmiddelen zeg maar, is ook vrij klein.' Dat waren technische details, aldus Valentijn, die te zijner tijd hun oplossing zouden vinden. Cosima, die tot dan toe had gezwegen, riep geestdriftig: 'Laten we samen springen!' 'Samen springen?' 'Uit een vliegtuig.' 'En dan?' 'Dan doen we wie het laatst aan het koordje van de ander trekt.' 'Hmmmmm.' Bertrand concludeerde dat het bruidspaar overliep van de zwart-romantische intenties, en dubbele zelfmoordscenario's, maar dat er misschien nog wat moest worden nagedacht over de praktische invulling. 'Geen twee mensen sterven op natuurlijke wijze simultaan.'

88



Hunter werd niet lang daarna opgepakt. Het bleek niet moeilijk hem op te sporen. Hij had weliswaar geen bloed aan zijn handen, maar de bewijsstukken van zijn betrokkenheid waren overvloedig en overtuigend. Dankzij zijn ambitieuze advocate, die hem nota bene pro deo was toegewezen, omdat hij zogenaamd minvermogend was, duurde het proces toch nog vrij lang. Ja, er waren vingerafdrukken van Valentijn op de heggenschaar aangetroffen, maar er waren nog veel meer vingerafdrukken van Hunter op die heggenschaar aangetroffen. Alleen op het jachtgeweer werden Hunters vingerafdrukken niet aangetroffen. Het was aannemelijk dat Valentijn Hunters bestelbusje had proberen te saboteren, maar dat was niet gelukt. In plaats van de remleidingen had hij de koppelingskabel doorgezaagd; Hunters bestelbusje was met doorgezaagde koppelingskabel onvoldoende gesaboteerd. De rechter had er een punt van gemaakt, dat de verdachte het bestaan had om de kunstwerken, die hij eerder aan de ouders van Valentijn had verkocht, plus nog wat andere werken, te confisqueren. Dat was ouderwetse ontvreemding, die, zeker na het drama dat zich op de oprit en het balkon had afgespeeld, hem nog een graadje zwaarder werd aangerekend. Zijn ambitieuze advocate beweerde echter met succes dat de ouders van Valentijn nooit voor die werken hadden betaald, en dus geen eigendomsrecht konden doen gelden. Ook hield ze staande dat Hunter nooit de intentie had gehad om Valentijn fataal te beschadigen met de heggenschaar, hij had gehandeld uit noodweer, aangezien Valentijn hem als eerste te lijf was gegaan. Hunter werd veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf, maar slaagde erin vanuit zijn cel zijn kwakkunst, alsmede de handel erin, voort te zetten, met meer succes dan ooit.

87



Valentijns ouders kwamen die middag rond vijf uur terug, in hun elektrische golfkarretje, van een veteranentoernooi op de club, en troffen hun zoon aan, bloedend op de oprit, en op het balkon, in de blakende zon, hun schoondochter, die zichzelf door de onderkaak had geschoten. Het is één ding om je kind te overleven, iets anders hem te zien sterven. Dat was het lot van Valentijns ouders. Natuurlijk hadden ze onmiddellijk de ambulance gebeld, alles gedaan wat ze maar konden, om hun zoon te redden, en de ambulance kwam ook betrekkelijk snel, twaalf minuten deed hij erover, maar twaalf minuten was te lang. Iboe kreeg sterk de indruk dat Valentijn niet gered wilde worden, dat hij wilde sterven, toen hij wist dat lieftallige was gestorven. Het was niet de liefdesdood waar hij in zijn Ultieme Liedje op had gezinspeeld, maar het resultaat was hetzelfde: ze zouden niet meer terugkeren van Utopia. Zijn lichaamsslagader was gescheurd, zijn hart liep leeg op het grind. Iboe zat naast hem, op haar knieën. Ze had hem toegesproken, zachtjes, woordjes tegen hem gezegd, ze had het zweet van zijn voorhoofd gewist, hem geknuffeld. Zijn vader had zijn hand op zijn scheenbeen gelegd, maar er kwam geen reactie meer, de zoon zag lijkbleek, hun zoon, het was een Bijbelse scene, of uit een Griekse tragedie zo je wilt. Boven, op het balkon, was nog meer drama. Cosima lag op de rand van hun slaapkamer met een doorboorde onderkaak en hun jachtgeweer in haar hand. Naakt. In haar val had ze een stuk van de vitrage meegetrokken.

86



Het werd een onhandig gevecht. Valentijn was iets groter dan Hunter, en wist steeds te ontsnappen aan de heggenschaar, nu eens achter het bestelbusje, dan weer achter de struiken, maar na een rondedans, een ongelijke schermpartij, die eindeloos leek te duren, slaagde Hunter er toch in om over de neus van het open autootje heen Valentijn een steek toe te brengen in zijn zij, die hem op de grond deed belanden. Valentijn bracht nog een laatste, vergeefse oerschreeuw uit, en toen was het gebeurd. Maar waar niemand op had gerekend was Cosima, die op het balkon verscheen, met een jachtgeweer in haar hand. Ze vroeg niet eens om de aandacht. Ze schoot gewoon. Valentijn had haar ooit verteld, en zij was dat nooit vergeten, dat zijn ouders een geweer op hun slaapkamer hadden, omdat kennissen van hen uit de buurt eens een huiveringwekkende overval hadden meegemaakt, waarbij een overvaller met een integraalhelm op het echtpaar eindeloos onder schot had gehouden terwijl ze in bed lagen en een tweede figuur het huis leeghaalde. Dat ging Valentijns vader niet gebeuren, was het idee, maar hij wist niet eens hoe hij dat geweer moest gebruiken, wilde het eigenlijk ook niet weten, maar het stond wel klaar in zijn klerenkast, achter zijn smoking, geladen en wel.

85



Hunter en Cosima kwamen naar buiten, Cosima nog altijd naakt, maar met een zonnebril van Valentijns moeder op. Ze hadden net wel, of net niet gezien, wat er zojuist was gebeurd, maar wat ze in elk geval zagen was het bezwete gezicht van Valentijn, zijn haar meer door de war dan normaal, en de bebloede rug van zijn hand. Hunter raapte in een vlugge, onnavolgbare beweging de heggenschaar van de grond, hield die dreigend omhoog, en zei: 'Geef me de sleutels van het open autootje.' Cosima stampvoette. Letterlijk, ze stampte met haar blote voeten in het grint. 'Cosima, bel de politie,' riep Valentijn, 'Hunter heeft het recht niet om hier te komen, dit is het huis van mijn ouders!' 'Laat ze maar komen,' zei Hunter rustig, 'dan kunnen ze zelf zien wie waar recht op heeft. De Luxemburgse politie kun je zoiets wel toevertrouwen... Cosi, stap in het open autootje.' In een katachtige beweging sprong Valentijn vooruit en slaagde erin Hunter een schop te geven. Hunter prikte daarop wat in zijn richting met de heggenschaar, maar raakte hem niet. 'Oké, dit hoef ik niet te zien,' zei Cosima, 'ik heb hier niet om gevraagd, ik heb hier niets mee te maken.' Ze draaide om en liep weer het huis in, niet overdreven maar wel merkbaar heupwiegend, alsof ze er al jaren woonde.

84



In plaats van achter Hunter aan te hollen om te zien wat hij met Cosi ging doen, besloot Valentijn de remleidingen van het bestelbusje onklaar te maken. Dat was zo'n sabotage actie waarvan hij zou moeten zeggen: ik stond niet voor mezelf in. Het openen van de motorkap ging makkelijk, maar waar zaten de remleidingen, en hoe kreeg hij ze onklaar? Het schoot hem te binnen dat er in het schuurtje achter in de tuin gereedschap lag. Hij tippelde om het huis. Toen hij de deur van het schuurtje opende, haalde hij zijn hand open aan een roestige spijker; hij hield zich in om niet te vloeken. Bij het inspecteren van het oude, stoffige, ongebruikte gereedschap dat aan de wand hing voelde hij zich al een saboteur. Het voelde goed om een saboteur te zijn. Uit een klem griste hij een heggenschaar, plus, als het met die heggenschaar niet lukte, een babyzaagje. Voor de zekerheid wilde hij een hamer meenemen, maar hij vond geen hamer, ook geen bijl. Er was nog steeds niemand bij de bestelbus, die, evenals de Datsun Sports 2000, blikkerde in de zon. De motorkap was nog steeds open. Valentijn stak gretig de heggenschaar in het motorblok op zoek naar een leiding om door te knippen. Ik moet niet de verkeerde leiding doorknippen, dacht hij, anders start hij niet. Ik moet zorgvuldig te werk gaan. Onzorgvuldige sabotage is geen sabotage. Uiteindelijk zag hij een veelbelovende leiding die naar de voorwielen voerde, maar daar kon hij met de heggenschaar niet bij, dus pakte hij het babyzaagje. Het doorzagen ging verrassend soepel. Zo zachtjes mogelijk, met alle tederheid die hij nog in zich had, duwde hij de motorkap in de vergrendeling, maar meteen daarop fluisterde hij een verwensing, toen hij bedacht dat hij het babyzaagje op het motorblok had laten liggen.

83



'Waar is Cosi?' Hunter was de enige die Cosima (van Cosima) Cosi mocht noemen. Valentijn had haar wel eens Cosi genoemd, toen hij haar nog niet zo lang kende, waarop zij had gezegd: 'Noem me Coos, desnoods Coosje. Cosi is al bezet.' Hij had moeilijk kunnen verteren dat haar versleten liefde een deel van de talige werkelijkheid rondom zijn markiezin innam, alsof hij een kamer in haar huis had gekraakt, maar zolang zij hem die kamer niet uitgooide, kon Valentijn niets doen. Wat Cosima's koosnaampjes voor Valentijn betrof lag de zaak simpeler. Er was gewoon niemand geweest, die hem ooit Genie had genoemd. Zijn ouders en Zeeger noemden hem Tijn, Bertrand noemde hem om onnaspeurbare redenen Doctor Love, of variaties daarop, anderen probeerden Valentino. Ook aan die koosnaam had hij iets van een kosmiese konneksie afgelezen, maar hij wist niet wat het voor de liefde betekende dat zij voor hem nooit Cosi zou zijn... Was het een idee om Solveig te proberen, alsnog? Waarschijnlijk was dat geen goed idee, Solveig was een gepasseerd station... Terwijl de adrenaline naar Valentijns hoofd steeg, probeerde hij Hunter zo strak mogelijk in de ogen te kijken, en zo beheerst mogelijk toe te spreken, maar hij kon niet voorkomen dat zijn stem als die van een puber oversloeg. 'Wil je nu dan alsjeblieft het terrein verlaten?' Hunter duwde Valentijn in een beweging opzij en ging het huis in.

82



Hunter onderging de ontering gelaten. Stoïcijns. Onaangedaan. Passief agressief, zou je ook kunnen zeggen. Hij verdedigde zich door de aanvaller te negeren. Hij stak maar weer eens een sigaret op, lachte zijn vuile lach, en toen Valentijn dacht dat hij helemaal niets meer zou ondernemen, dat hij net zou doen alsof er niets was gebeurd, puur vanwege het sadistische genot van het negeren, het veronachtzamen, het onopgemerkt laten blijven, liep hij met grote passen, zijn sigaret bungelend in zijn mondhoek, naar het open autootje en pakte Valentijns gitaar van de achterbank – gewoon, uit interesse leek het, van: mag ik eens een mopje spelen? Valentijns gitaar was geen goede gitaar, die had hij zich niet kunnen veroorloven destijds, en nu helemaal niet, maar het was ook geen stuksla-gitaar, en als het al een stuksla gitaar was, dan moest het stukslaan door de gitarist zelf gebeuren. 'Die gitaar is mijn enige bezit,' zei Valentijn, met een triller in zijn stem. Iets dergelijks had hij ook ooit niet zonder gevoel voor drama aan Cosima verklaard. Je enige bezit zit in je hoofd, had zij toen schouderophalend gezegd. 'Het enige onvervangbare is het Ultieme Liedje dat je hebt geschreven, dat kan niemand je afpakken, behalve Alzheimer... Neem een voorbeeld aan mij, hoe heerlijk het is om onthecht te zijn...' Maar je bent toch gehecht aan mij? had hij willen zeggen maar hij had de woorden ingeslikt. Wat zich op dit moment aan Valentijn opdrong was het beeld van Hunter die zijn heilige gitaar op de grond legde, met de snaren naar boven, op het grind van de oprit, hij nam echt de tijd om een plekje uit te zoeken, en vervolgens met zijn zware bouwvakschoenen, – nogal warm voor de tijd van het jaar maar je was kunstenaar of je was geen kunstenaar en kunstenaars moesten zich als soldaten kleden want kunst was oorlog –, op de klankkast te springen. Eén keer. Eén keer volstond. De stamp bracht een prachtig-vreemd akkoord voort.