Frauenkalender

'Ik ben blij dat hier nog wat bloot hangt,' zeg ik tegen mijn nieuwe garagist, terwijl ik knik naar een grote Würth-kalender met een geheel ontkleed, maar toch decent poserend wichtje. Mijn oude garagist voerde geen bloot op de werkvloer of in kantoor, en mijn bandenman heeft ook alleen maar keurige, blootvrije kalenders aan de muur hangen, en sowieso wordt bloot in het openbaar met uitsterven bedreigd – hetgeen wonderlijk is, gegeven de voortschrijdende ontbloting in de privésfeer.
'Ja, prima toch?' zegt de garagist, terwijl hij mij voorrekent hoeveel honderden euro's ik nu weer kwijt ben.
'Het hoort bij een garage.'
'Zo is dat. In al die jaren dat ik hier werk heb ik één keer een afkeurende opmerking gekregen. Van een vrouw. Zo van tsk-tsk-tsk. Toen heb ik gezegd: ik heb er geen problemen mee. Als u er wel problemen mee heeft, is dat uw probleem.'
Ik word tijdens zijn tautologische argumentatie nog eens afgeleid door al het gewassen vrouwenvlees aan de muur, dat zo'n contrast vormt met de troep in de garage en de monteurs die onder het smeer zitten. Oogsnoep, vermoedelijk, om ze te herinneren waarvoor ze het ook allemaal weer doen.
'Men vindt dat het niet meer kan,' zeg ik. 'Bloot op de werkvloer.'
'Wie? Waarom, in vredesnaam?'
'Weet ik ook niet.'
'Ik snap niet waarom het zo'n issue is,' drijft mijn nieuwe garagist zijn reeds gemaakte punt verder, alsof hij een bout vastdraait. 'Ik weet niet beter, ik  z i e  het niet eens meer.'
Als ik thuis achter de computer de Frauenkalender nog eens doorneem, strictly for research purposes, valt me op dat Würth ook braver is geworden, althans vergeleken met de jaren negentig, toen er nog volop werd geposeerd op en rond auto's en garages, met hier en daar zowaar een borst  i n c l u s i e f  tepel.

Psychologe

Ik zit met mijn peuter op een terrasje aan de koffie en raak in gesprek met de moeder van een peuter aan een belendend tafeltje; de peuters raken ook in gesprek. Ik was eigenlijk van plan me te verdiepen in De Gids, die must read voor literair angehauchten, maar het koffiegesprek gaat dieper dan verwacht (de moeder blijkt psycholoog).
Dan komt een grote man aangelopen met lichtbruine tanden die schots en scheef in zijn mond staan. Hij gaat op de vrije stoel aan mijn tafeltje zitten en speelt met het blauwe GVB-kaartje in zijn handen.
'Gaan jullie naar het strand?' vraagt hij opeens. De psychologe draagt een korte rok en teenslippers, dat heeft hem mogelijk op een idee gebracht. Helemaal niet zo'n rare vraag ook. Aan de andere kant is het wel een rare vraag. Ik sluit niet uit dat als ik ja had geantwoord, hij zou hebben gezegd: 'Mag ik mee?'
'Gaat u naar het strand?' vraagt de psychologe.
'Misschien,' antwoordt de man.
'Ik ga altijd misschien naar het strand,' breng ik naar voren. Waarmee het onderwerp strand lijkt te zijn afgerond.
De psychologe en ik pikken ons gesprek weer op, totdat de man ons opnieuw onderbreekt, nu dwingender, met de vraag: 'Horen jullie bij elkaar?'
Wij schudden van nee.
Hij bekijkt de pschologe nog eens goed en zegt: 'Jij bent anders wel mooi.'

Bericht van de cramping: Haiku (vrij naar Nescio)

Richtingloos drijf ik
Gods richting is de stichting
Van de inrichting

Nietzsches Schreibmashine


Stuitte ik op in een oud monografietje. Een ontroerend apparaat. Aanvankelijk liet Nietzsche zijn werk uitschrijven door zijn vriend Peter Gast omdat die zo'n mooi handschrift had, that's what friends are for, zou ik zeggen, maar deze machine heeft het pleit gewonnen. Op zo'n ding kun je haast niets anders filosoferen met de hamer. Je zou medelijden krijgen met het papier, als Nietzsche niet zo rigoureus korte metten had gemaakt met dat concept.

Op zoek naar het kasteel

Nu ik eraan terugdenk bevatte mijn bezoek aan het kasteel toch wel enkele slapstick elementen.
'Kan ik mijn sandalen aanhouden naar het kasteel?' vroeg ik aan lieftallige voordat ik vertrok. Zij vond van wel. 'Het enige dat telt is dat je schone kleren draagt en niet stinkt.' Geur lijkt me iets subjectiefs, maar het linnen pak dat ik boven mijn sandalen droeg was vlekkeloos, of zo goed als vlekkeloos.
Het fysieke van het slapstick-achtige – zonder fysiek geen slapstick – bestond er uit dat ik met mijn auto keurig de route naar het kasteel volgde die Google aangaf, maar bij de oprijlaan was ik op mezelf aangewezen en raakte ik dus het spoor bijster. Ik reed een grindpad af dat  r o n d   het kasteel bleek te voeren, in plaats van ernaar  t o e . Ik zag, stapvoets, het kasteel ter rechterzijde in mijn blikveld opdoemen, maar ik zag het er ook weer langzaam uit verdwijnen. Ik stopte bij een wit hek waarop de naam van het kasteel prijkte. De artiesteningang? Ik parkeerde, klom over het hek en liep op een drafje door de tuinen, waar een robotje bezig was het gazon kort te houden, naar de voorzijde, de kasteelheer tegemoet. 'Je bent helemaal fout,' zei hij. 'Je moet bij de voordeur zijn.'
Ik holde terug naar mijn auto maar wist nog steeds niet hoe bij de voordeur te geraken. De kortste route, leek mij, was dwars door de landschapstuin, en dan over een paadje rechtsom naar de oprit van het kasteel. Dus dat deed ik. Toen ik het witte hek opende, kwam er net iemand uit de bossen aanlopen. Ik deed alsof ik precies wist waar ik mee bezig was.
Toen ik eindelijk de auto voor de voordeur had geparkeerd en aanbelde, werd er niet opengedaan, dus telefoneerde ik opnieuw de kasteelheer.
'Is die bel ook kapot?' zei hij niet heel, maar toch wel enigszins geïrriteerd door alle door mij meegebrachte onhandigheid.
Voor mij langs reikte hij nog eens naar de deurbel en drukte hem in.
Hij rinkelde.

Allebei bijna onder de tram

De eerste keer was, o ironie, toen lieftallige moest uitwijken voor mij, omdat ik uit een zijstraat kwam aanfietsen (ik dacht een kortere route te weten). Ze fietste de trambaan op terwijl lijn 4 van achteren aan kwam denderen. Hevig getingel, en het boven op de rem staan van de tram was het gevolg. Ik zag het allemaal gebeuren, omdat ik schuin achter haar fietste, op veilige afstand van de tram. Je moet er toch niet aan denken dat je niet alleen  g e t u i g e  bent van het onder de tram komen van je geliefde, maar ook nog dat je hiertoe de  a a n z e t  hebt gegeven (ook nog met een zekere hoeveelheid alcohol in je bloed).
Ik wilde naast haar gaan fietsen, voor het onderling contact, maar ook om haar duidelijk te maken aan welk onheil zij zojuist was ontsnapt. Maar toen ik haar inhaalde was het mijn beurt om bijna onder de tram te komen, want wie schetst mijn verbazing, nou, laat ik dat zelf dan maar doen: er kwam  n o g een tram. Ook al lijn 4, want dat is de enige lijn op dat traject. Weer hevig getingel en hevig op de rem trappen.
Samen sterven, het is een zwart-romantisch ideaal, maar ik zou het nog even uitstellen, en als het dan zonodig moet, dan graag onder dezelfde tram.

Lifter

Tenzij ze een bomgordel dragen, neem ik alle lifters mee. Dat is een principe van me dat nog stamt uit mijn eigen lifterstijd. Dus nadat ik gisteren koffie had gedronken bij een tankstation langs de A1 op weg naar Twente en er opeens een sprietige jongen voor mijn neus stond met een smoezelig T-shirt aan waarop slordig met viltstift HAMBURG was gekalkt, opende ik mijn raampje en zei: 'Ik kan je tot Almelo meenemen.'
Almelo zei hem niks, maar hij wilde wel mee.
Toch nog even schrikken toen hij de achterklep op eigen initiatief opende en zijn bomgordel, ik bedoel zijn rugzak, erin detoneerde, herstel deponeerde, en naast me plaatsnam. Filip heette hij en hij was scholier en hij kwam uit een Pools plaatsje op de grens met Rusland, legde hij uit in Engels met een zwaar accent. Amsterdam had hij erg druk gevonden. Het had hem vijf uur op de liftplek langs de A2 gekost om er vandaan te komen.
'Waar heb je geslapen?' vroeg ik.
'Buiten,' zei hij. 'Ik werd om 6 uur gewekt door een politieman, maar die was heel aardig.'
Het was een tijdje stil in de auto. Ik dacht na over de vrijheid die je hebt als je je door niemand iets in de weg laat leggen. Toen vroeg ik, om iets te vragen te hebben: 'Wat vind je van Rusland?'
'Het mooie is dat je daar nog voor minder dan een euro een pakje sigaretten kunt krijgen,' antwoordde hij. 'Alleen moet je dan wel eerst een visa aanvragen en dat kost driehonderd euro.'
Ik zette Filip af bij een oprit naar de snelweg. Hij was er heel blij mee, net zoals met het restje koffie dat ik hem had meegegeven. Benieuwd hoever hij komt.

Pony

De driejarige komt terug van de peuterspeelzaal zonder pony. Die heeft haar hartsvriendin afgeknipt. Ik zie dat ze zich schaamt over deze inbreuk op haar lichamelijke integriteit – en dat ze er trots op is, tegelijkertijd. Herkenbaar. Ik had nog wel wat vragen, zoals: wat doet een driejarige met een schaar op een peuterspeelzaal? Wat gaat de hartsvriendin met de schaar de volgende keer bij haar afknippen?
In de peuterspeelzaal, een dag later, beantwoorden de leidsters mijn vragen wel enigszins, en ze lijken zich ook enigszins te verontschuldigen voor het voorval. (Een vriendin vertelt over een moeder die bij de overdracht kreeg te horen dat het geweldig was gegaan de hele dag met de kleine, om thuis te constateren dat er een gat in zijn oor was gebeten.)
Ik bekijk de nieuwe coupe van mijn dochter nog eens goed. Door een ene bril bekeken doet ze denken aan white trash, door de andere aan een punk meisje, en als ze niet zo blond was zou je haar ook nog voor een orthodox joods jongetje kunnen houden.
Als vader, en ook als mens, doe ik alsof er niets aan de hand is, want er is ook niets aan de hand, maar als mijn gekortwiekte dochter bij haar judo-examen bespot wordt door andere ouders, vind ik die andere ouders stom, en voel ik een lichte steek in mijn eergevoel. Een kind is een verlengstuk van jezelf.

Vluchtelingen

Ik had hem al eens afgeblaft, de jongen die belde namens UNHCR, toen hij vroeg of hij gelegen belde. 'Nee,' had ik geblaft, onnodig streng, maar hij belde ook ongelegen, al weet ik niet meer waarom; het was niet dat hij me wakker belde. Gisteren rond 8 uur 's avonds belde hij opnieuw. Nu zat ik met een wijntje aan tafel en had ik alle tijd van de wereld. Vooral ook voor de vluchtende medemens. 'Allereerst hartelijk dank voor uw donaties...' 'U gaat me vast vragen om meer donaties,' onderbrak ik hem, niet blaffend, maar geamuseerd, 'en mijn antwoord daarop moet luiden dat ik me dat helaas niet kan veroorloven. Bovendien geloof ik dat de vluchtelingencrisis wel over zijn hoogtepunt – dieptepunt – heen is.' De jongen van UNCHR leek mijn interruptie niet gehoord te hebben; hij draaide rustig zijn scriptje af. 'Hartelijk dank voor uw donatie, ik zal u zo vertellen wat we allemaal bereikt hebben...' Zelfs mijn 'graag gedaan' kreeg ik er niet tussen. Toen hij klaar was met zijn scriptje, konden we het eindelijk ergens over hebben. Hij zei dat het een misverstand was te denken dat de vluchtelingencrisis over zijn hoogte- dan wel dieptepunt heen was. Integendeel, het ergste moest nog komen. Immers: 'er heerst op diverse plekken ernstige droogte die ook vluchtelingenstromen tot gevolg gaan hebben'. 'Afrika,' zei ik, en nipte aan mijn Pesquié. 'Tegen de tijd dat die Afrikanen de droogte en masse ontvluchten en mij in de Amsterdamse Rivièra komen vergezellen, moet u maar weer eens zo'n leuk meisje langssturen zoals u de vorige keer ook deed, de kans is groot dat ik dan weer een meervoudige, structurele donatie toezeg, ook al kan ik dat helemaal niet betalen.' De jongen, die licht stotterde, en daardoor extra sympatie opwekte, wenste mij nog een fijne avond toe, ik hem succes, en het gesprek was ten einde.

Staken

Een stakende schrijver. Een schrijver die staakt. Stopt met schrij –. Ja, daarover zijn veel flauwe grappen te maken. Mij doet de schrijver die staakt nog het meest denken aan een Pakistaanse polaroidverkoper die staakt. Om zo'n polaroid heb je ook niet gevraagd, gezeten aan tafel in een restaurant, maar als je in de stemming bent, laat je er toch een maken. Als de Paki pola-verkoper een dagje overslaat, omdat hij het oneens is met de gang van zaken, dan merken we daar niets van.
Het verschil tussen een schrijver als zeg, Adriaan van Dis en een Paki pola-verkoper, is dat een Paki pola-verkoper geen organisatie achter zich heeft staan en doorgaans ook geen petities ondertekent met mede pola-verkopers om opheldering te eisen over het vertrek van een gewaardeerde leidinggevende.
Echter! Uit solidariteit met de VBK-collega's zal ook ik mijn schrijfmachine opbergen (mijn vulpen hoef ik niet op te bergen want die heeft zichzelf een tijdje geleden al opgeborgen) en mijn laptop dichtklappen.
U, trouwe volger van dit blog, gaat hiervan natuurlijk wel iets merken. Als u niets merkt, kunt u er van uitgaan met een abjecte stakingsbreker van doen te hebben. Dan zit er niets anders op dan te staken met lezen.