Familiebezoek

Wafa El Hilali: Al Asl

Aangezien mijn negentigjarige vriendin M. met Pasen bijna bezweek aan een zware longontsteking en haar dokter zei dat het raadzaam was om de familie te verwittigen, komen haar dochter en haar man uit Londen naar Amsterdam. Vanaf mijn gevelbank zie ik ze uit de verte aan rolkofferen: de dochter lijkt  p r e c i e s  op M., vooral qua haar (lang en met highlights, met schipperspet er bovenop), qua lengte (bescheiden), en, nou ja, qua uitstraling (onbescheiden). Haar man kan moeilijk anders worden beschreven dan een manvormig aanhangsel.
Ik bied aan ze naar het verpleeghuis in Zuid-oost te chaufferen (chaufferen is een hobby van me), maar dat slaan ze af. Even later komen ze terug en stappen ze alsnog in. 'Mijn moeder zegt dat ze een hartaanval heeft gehad, maar dat kan niet met haar hartconditie volgens mijn tante in Bussum.'
Ik wist niet dat er een tante was in Bussum.
'Van vaders kant.'
Aha.
Ik ben geen expert, maar mij lijkt dat je niet kan sterven aan een op hol slaand hart. Wel aan een stilstaand hart.
Ik loop mee naar M.'s kamer; zo kan mijn lang aangekondigde bezoekje aan haar ook worden afgevinkt.
M. ligt op bed met zuurstofslangetjes in haar neus, maar ze ziet er niet stervende uit. Vorstelijk eerder. Haar haar is gitzwart geverfd en opgestoken, haar gezicht is opgemaakt, en ze heeft een zwart topje aan, dat nog het best als sexy kan worden omschreven.
Terwijl ik haar ten afscheid kus, duw ik de halve borst die er onderuit piept, discreet terug.


Kinderachtig

Related image


Ik heb teerbeminde lieftallige huis- en kantoorgenoot aan de lijn, om haar een kort maar krachtig reisplan mijnerzijds (ik ben nog geen 24 uur weg) voor te leggen, waar ze misschien haar zegje over wil doen.
De mening die ze me geeft bevalt me niet en dus doe ik iets wat ik zelden doe: ik hang op. Misschien heeft dit ermee te maken dat ik de hele dag vakantiekinderen in mijn nek heb zitten.
Ze belt onmiddellijk terug. Ik neem niet op. Hier geldt de Derde Wet van Frölke, volgens welke Dingen Hun Tijd Nodig Hebben. Meteen weer gaan bakkeleien waarover je net al hebt gebakkeleid, is zinloos, maar ze belt drie keer, dus de derde keer neem ik wel op, en luister. Ze herhaalt haar argumenten, maar zegt ook: 'Doe niet zo kinderachtig.'
Ik: 'Jij doet kinderachtig.'
'Nee, jij.'
'Jij.'
Enzovoorts, enzoverder, tot in de eeuwigheid amen.
Ik moet denken aan de spreekwoorden die ik mijn kinderen probeer bij te brengen, zoals de pot verwijt de ketel. Een goed spreekwoord, net zoals zoekt en gij zult vinden, een van de eerste die ik ze heb bijgebracht. Waarschijnlijk zit alle opvoedkundige wijsheid verpakt in een handvol spreekwoorden en gezegden, en niet alleen de opvoedkundige.

Wat aten wij?

Image result for mr creosote



Als ontbijt broodjes uit de oven onder het motto: niet te veel eten want er kan nog meer komen. De melk was op, dus ik dacht er goed aan toe doen de koffie van mijn huis- en kantoorgenoot bij wijze van cappuccino over te spuiten uit een spuitbus slagroom die ik in de ijskast vond, maar die deugde niet meer volgens haar. Hij deugde ook niet. Even later kreeg ik op mijn kop omdat ik een grote sinaasappel had schoongemaakt die volgens haar droog en melig was. Hij was ook droog en melig. Niets zo pijnlijk als jouw eten dat wordt afgekeurd, al is het maar slagroom uit een spuitbus of een sinaasappel.
Een mens is niet zozeer wat hij eet, hij is het eten dat hij zijn geliefden voorzet.
Fast forward naar de lunch bij de in laws in Rotterdam, die bestond uit gerookte zalm, cold cuts, zalmsalade,  garnalen, notensalade, kipsalade, couscous, en kaas, vergezeld van bier en Chardy. Bij terugkomst van de lokale kermis was er koffie met notentaart en gele glazuur op basis van ei, maar ook – dankzij de chef de patisserie in de familie – financiers, madeleines en andere zoetigheden, zoals paaseitjes (niet van de Dirk).
Net op tijd terug voor de barbecue bij mijn gesprekspartner sinds '83. Ik kreeg weer op mijn kop van het Dagelijks Bestuur omdat ik het had gewaagd om volkoren stokbrood te kopen ('zeg nou zelf, waarom denk je dat je dat niet kunt krijgen in Frankrijk?'). Grote hoeveelheden plakken aubergine en courgette gingen op de grill om daarna te worden overgoten met een saus op basis van tomaat en gok ik, ansjovis en kappertjes. Puntpaprika's en voorgekookte maiskolven volgden, opnieuw zalm, terriyaki gemarineerde kip. Worsten. Hamburgers. Veggieburgers. Mini-veggieburgers. Wie nog plek had kon gaten vullen met turks brood, huisgemaakte kruidenboter, rode humus, gevulde brie, enzovoorts, enzoverder tot in de eeuwigheid amen. Toen het donker werd trok de gastheer een Margaux open.
Niemand ontplofte.

Levenden - doden: 1 - 0



Zelfs met de driehonderdeenenvijftig (sic) doden in Sri Lanka, plus het baby'tje bij de buren, komen we per saldo nog positief uit. Het leven heeft definitief gewonnen over de dood, getalsmatig gezien. Er zijn nu meer mensen in leven op aarde dan er ooit mensen hebben geleefd. Als we die laatste groep gemakshalve aanduiden als de doden, dan hebben de levenden gewonnen.
Hoezee.
Helaas betekent dit niet dat de dood, op een massale schaal, niet alsnog van ons kan winnen.
Ik vraag me af wat een naargeestiger toekomstperspectief is: dat de wereld ten onder gaat aan een kernoorlog (een geloof dat in mijn no future-tijd opgeld deed) of dat de wereld ten onder gaat aan klimaatstress.
Het eerste is een dramatischer, theatraler einde dan het tweede.
Maar het eerste scenario is nooit verwezenlijkt. Goed, het kan nog worden verwezenlijkt, als alle atoommachten met elkaar gaan risken, maar vooralsnog lijkt het een steeds minder waarschijnlijk scenario. Ik wil graag denken dat dit komt omdat wereldleiders minder irrationeel zijn geworden, maar dat idee is moeilijk houdbaar, met, bijvoorbeeld, Baby Trump aan het roer van nog altijd het machtigste land ter wereld, en de Brexit Party.
Zoekend naar een opbeurende conclusie, wil ik herhalen dat de levenden thans in de meerderheid zijn en dat nog wel even zullen blijven, getals- en gevoelsmatig.
De doden hebben definitief verloren, die achterstand halen ze nooit meer in. Tenzij. Juist. Nog maar even niet die champagne ontkurken, totdat alle massa vernietigingswapens de wereld uit zijn.
Wil iemand ondertussen de aarde redden?

De kunst van het lijden

Image result for de strijd van mijn moeder
Murat Isik en zijn moeder
Wie heeft er het meest recht op lijden? Dat zeg ik verkeerd. Wie heeft er het meeste recht op medelijden? Wie lijdt er het meest? De kunst van het lijden, die hebben wij christenen aan de here Jezus toebedacht, maar wat dacht je van de moeder van Murat Isik? Die heeft misschien veel meer recht op een eigen godsdienst. Anne Frank, ook een goede. Zou het kunnen zijn dat mannen in de geschiedenis beter zijn geweest in het opeisen van het lijden, het betekenis geven aan het lijden, het uitventen van het lijden; dat mannen, met andere woorden, een soort alleenrecht op het lijden hebben afgedwongen?
Hij: Is er wat?
Zij: Ik heb buikpijn.
Hij: Ik ook. Al dagen. Darmkanker, denk ik.
Er is geen vrouwelijke Shakespeare geweest, en als ze er wel is geweest, dan werd ze niet gehoord, niet gelezen en niet gespeeld. Overigens is dit, door een pervers neveneffect van de dominantie van de man, ook voor een groot deel te wijten geweest aan de vrouw, die niet in staat bleek om op te staan tegen zoveel overmacht, en dus meehielp de hegemonie van de man verder te vergroten.
Saillant detail in het verhaal van de moeder van Murat Isik, zoals opgetekend in het boekenweekessay (sorry ik loop achter met mijn huiswerk), was dat zijn moeder haar schoondochter op alle manieren dwarsboomde. Toen de schoonmoeder vond dat de geboorte van haar tweede kleinkind wat lang op zich liet wachten (het eerste was een dochter en daar had je niets aan), verspreidde ze roddels over haar om haar zo snel mogelijk weer aan het baren te zetten.
On the face of it hebben vrouwen veel meer recht van spreken waar het om lijden gaat. Zeker, een kruisiging is wat anders dan een bevalling – hoewel, misschien zijn er paralellen. Het doet op andere plekken pijn.

Ingewikkelde herenigingsvreugde



Iedereen is terecht: het Dagelijks Bestuur is terug uit Argentinië, de informaticus neemt zijn telefoon weer op en het huisdier ligt na een vlucht van 48 uur in de grote boze buitenwereld weer naast me op de zitbank, waar hij onrustig ligt te dromen, te oordelen naar de schokkerige bewegingen van zijn snorharen, – maar ik ben chagrijnig, naar het schijnt.
Weer even wennen aan het ensemble, dat zal het zijn.
En wie zegt dat ik chagrijnig ben? Is niet de snoepreizigster chagrijnig? Die heeft daar, met een jetlag, meer reden toe.
Voor haar is de overgang het grootst.
Hoewel: ik ben mijn dictatuur kwijt.
Hoe dan ook, de woordenwisseling aan de ontbijttafel draagt weinig bij aan de herenigingsvreugde. Jengelende kinderen die je te hard aanpakt al evenmin.
Dit blijft toch een van de fascinerendste, maar ook gekmakendste aspecten van het voor het overige gestaag voortkabbelende leven zoals dat zich tegenwoordig voor onze ogen afspeelt: stemmingswisselingen. Nu eens heb je nergens meer zin in, wil je iedereen weghebben en met rust gelaten worden; dan weer is het van pompidompidom wat een gezelligheid nu weer, zullen we er nog eentje doen en tenslotte weet je niet meer  w a t   je moet voelen. Levensfilosofisch lijkt het me aanbevelenswaardig om het gevoel niet te veel af te dwingen, maar de tijd lijdzaam te ondergaan, daar is het seizoen ook naar, maar de vrucht van passiviteit is geen passie. De vrucht van grilligheid is daarentegen wel wakkerte. Soms zit de mens het dier in de weg.

Faux pas

Coma, by Carne Griffiths

Ik zag de doos tissues toen het al te laat was. Zij wees me er nota bene op – glimlachend, dat dan weer wel.
In mijn loopbaan als schrijfcursusgever had ik nog niet zo'n faux pas begaan.
Een van de cursisten, misschien wel een van de betere, had me vooraf gemaild dat ze wegens privéomstandigheden het huiswerk niet kon doen, en misschien ook wel niet naar de les zou komen. Haar beste vriend was plotseling in een coma geraakt. Ik toonde alle begrip, en gisteravond, aan het begin van de les, legde ik aan de anderen uit dat zij er niet bij zou zijn.
Toen kwam ze toch nog het lokaal in, tot mijn verrassing, in redelijke good spirits ook nog.
De les begon met wat uitweidingen een pedagogisch oogmerk hebbende mijnerzijds, maar daarna gingen we gauw aan de slag met de eerste schrijfopdracht. 'Vorige week hebben we six word stories geprobeerd, laten we deze keer een verhaal proberen te schrijven dat uit drie zinnen bestaat. Moet ik jullie een onderwerp geven?'
Ja, graag. Natuurlijk. Daarvoor waren ze hier. Om van mij onderwerpen te krijgen.
Ik keek naar het plafond en zei: 'Oké, het wordt een verhaal over een overleden persoon.' Het idee was: met zo'n verhaal heb je het einde al.
Mijn cursist schreef niets, viel me op. Er ging bij mij pas een belletje rinkelen toen ze huilend opstond, haar situatie uitlegde aan de klas en vroeg of ze even in de tuin mocht zitten om bij te komen.
Zelden voelde ik me zo'n hork.
Gelukkig wilde ze weer terugkomen toen het over de liefde ging.

Bas

Image result for freckles




Net nadat ik schrijfvriend en Libris-shortlist-genomineerde Rob van Essen in de Bleart Injeh tegen het lijf gelopen ben, stuit ik bij de zuivel op een vakkenvuller van een jaar of dertig die, met bezweet voorhoofd, informeert of ik Engels spreek.
Bas lees ik op zijn naamplaatje. Zo heet Broer de Miljonair ook, maar die heeft nooit vakken gevuld, bij mijn weten.
Hoewel ik eigenlijk geen zin heb, antwoord ik: 'Wel een beetje. Jij niet dan?'
Bas kijkt mij aan met de deur van het koelvak open. Hij is kalend, heeft een caramelkleurige huid, en draagt een brilletje. Hij ziet eruit als iemand die te slim is om vakken te vullen, maar slimheid komt in varianten.
'Weet jij wat feckless betekent?' vraagt hij. 'Feckless en afeat, of aved, of afeet.'
Hij kijkt ernstig, moeilijk eigenlijk meer.
'Feckless,' zeg ik, 'ja, daar heb ik wel eens van gehoord, eh...' Ik denk aan freckles, daar weet ik de betekenis wel van, maar dat is wat anders.
'Heb je geen google? Tik even in op google.'
Er kan nog steeds geen lachje af bij Bas.
Omdat ik het beste met de mensheid voor heb, en nooit ongeïnteresseerd ben in taal, haal ik mijn telefoon te voorschijn. Feckless = futloos. Afeat of aved of afeet bestaat niet, hetgeen ik al vermoedde; google geeft op die lettercombinaties geen hits, hoe driftig Bas ook met zijn gehandschoende vingers op mijn schermpje tikt.
'Bedoel je defeat?'
Nee, hij bedoelt niet defeat.
'Waarom wil je dit zo graag weten?' vraag ik een paar keer, maar Bas gaat er niet op in. Dan, als ik blijf aandringen, barst hij los: 'Vanaf de babyboomer generatie, tot aan deze generatie, dat is de generatie die niets heeft meegemaakt, die narcistisch is, exhibitionistisch, initiatiefloos. Feckless dus. Ken je de uitdrukking the decline of civilization?'



Ken je die van die twee Schotten die naar Californië gingen?

Een creatieve joint

Na wat ditjes en datjes te hebben uitgewisseld over onze kinderen en huisdieren, vertelt buuf K. me dit verhaal: 'Mijn vriendin en haar zoon uit Edinburgh zouden via Amsterdam naar Californië gaan, een grote reis waarop zij zich al lang verheugde, maar bij aankomst op Schiphol – ze zouden een lay over hebben van één uur dus afspreken had geen zin – werden ze tegengehouden door Homeland Security. Zoonlief van 14 kwam the land of the free niet binnen. Hij bleek zich onlangs dusdanig te hebben misdragen dat de politie eraan te pas kwam. In paniek belde mijn vriendin, ik zat net bij de kapper met mijn kop in de verf, of ze bij mij mocht logeren. Best, zei ik. Dat heb ik geweten. Een paar uur later stonden ze bij me op de stoep. Ik moet er bij vertellen dat mijn vriendin van een jointje houdt. Het eerste wat ze doet 's ochtends als ze opstaat is blowen. Die avond zou ze met haar zoon even wat gaan eten. Komen ze om half twaalf terug van een uitgebreid diner. Ik zeg tegen haar: is dat de manier om je zoon duidelijk te maken dat wat hij gedaan heeft niet kan? Ik vrees voor een langdurige logeerpartij, met die zoon op de bank en mijn vriendin bij mij in bed. De vriendin boekt met haar stonede hoofd een hotel. Daar aangekomen, blijkt dat ze de verkeerde data heeft ingevoerd op de website. Het hotel zit vol. Terug bij mij krijgt ze met veel moeite het geld van de hotelreservering terug. Naar dat bedrag voor die vlucht naar Californië kan ze fluiten. De boot, suggereer ik, er gaat een boot naar Schotland, vanuit IJmuiden. En er gaat een bus naar de plek waar de boot vertrekt. Toen ik ze had uitgezwaaid was ik compleet uitgeput. Alsof ik was leeggezogen. Ja, van je vrienden moet je het hebben.'

Ma dame



Precies een jaar geleden was ik met mijn moeder in de Notre Dame. Ze wilde de kathedraal nog een keer zien, zei ze, en ook de beroemde gebrandschilderde ramen van Sainte Chapelle. Dat leek me een mooie smoes om nog één keer met haar naar de kerk te gaan, net zoals vroeger.
Het was niet druk die zondagochtend, en de rij die voor de ingang stond was de rij voor toeristen, niet voor de kerkgangers.
Het voelde voor een keer goed een kerkganger te zijn, hoewel kerkgang ook een vorm van toerisme is.
Binnen werden we vriendelijk welkom geheten door de dienstdoende geestelijke. Geen vrouw, inderdaad, en al snel zou blijken dat vrouwen tijdens deze Gregoriaanse mis geen rol van belang spelen, of het moet het uitdelen van papierwerk zijn.
Het halfdozijn mannen dat de mis deed, kwam gezamenlijk aanzetten, en, dit vond ik ontroerend: ze knielden even voor het mariabeeld aan de zijkant van het altaar. Vrouwen zijn er om vereerd te worden in de Rooms Katholieke kerk, niet om de macht aan over te dragen, en ik kan daar tot op zekere hoogte in meegaan.
Van de preek herinner ik me niets meer. Niet omdat het Frans niet te volgen was, of het kerklatijn (dat een oud ex-vriendinnetje en gymnasiastje van me al ooit beschimpte als zijnde inferieur), maar omdat zulke preken toch zelden uitblinken in zeggingskracht.
De orgelmuziek, die op magische wijze uit de achterwand leek op te stijgen, deed dat wel.
Ik weet de naam van de organist nog, Philippe Lefèbre, omdat ik een cd van hem kocht (mijn moeder vond dit onzin), en hem heb ge-emaild met de vraag wat hij die betreffende zondagochtend speelde tussen de psalmen door.
Messiaen misschien?
Het was à l'improviste, antwoordde hij, bijna verontschuldigend.