Stemadvies



Sven Hoekstra: Narrenschip

Plato stelt democratie voor als een narrenschip, een boot dus, waarop de gekken het voor het zeggen hebben. Een hedendaags voorbeeld zou zijn een sloep dronken studenten op het IJ. Om de beurt pakt iemand het roer en vaart een stukje totdat hij of zij geen zin meer heeft (of moet plassen); het scheepje drijft doelloos rond, dan neemt een nieuwe zelfbenoemde stuurman of -vrouw het roer over en zet koers naar, nou ja, maakt niet uit. Plato's conclusie: laat bestuur over aan bestuurders.
Ik was dus van plan deze P.S. en W.S.-verkiezingen te laten passeren, of zelfs mijn stembiljetten te versnipperen, zoals ik wel eerder heb gedaan, tot woede van sommigen, om een punt te maken, maar toen Nieuwe Vriend P. mij machtigde omdat hij naar New York moest, had ik plotseling verantwoordelijkheid en die wilde ik nu eens niet beschamen.
Waarop gaan we ook alweer stemmen, emailde hij gisteravond.
Ik wist het niet.
Twee vrouwen, wie ik op straat om stemadvies vroeg, zeiden: 'Wat jij wil, als het maar niet op de VVD, de PVV of dat schorem van Forum is.'
Dus dat heb ik gedaan. Voor de PS, die de Eerste Kamer weer samenstelt (die zelf trouwens niet kan uitleggen wat ze doen, maar dat kan ik ook zelden), ben ik voor de status quo gegaan, dus Adnan Tekin (PvdA).
Voor de Waterschappen dacht ik er goed aan te doen op Olivia Reschofsky te stemmen van Queer, maar vraag me niet waarom. Hoewel, vraag maar wel, dan zou ik antwoorden: omdat ik een zwak heb voor dwars.
Ik hoop dat ik hiermee Nieuwe Vriend P. niet heb ontriefd.

Verweerschrift



Gisteren werd mijn dag voor een groot deel in beslag genomen door een columnist. Niet door iets dat deze columnist geschreven had, want ik lees zelden columnisten (eigenlijk alleen Holman, en die ook niet altijd), maar door iets wat deze columnist gezegd had tegen een onbezoldigd evangelist van mijn werk. Deze had durven suggereren aan de columnist dat ik wellicht een column zou kunnen vullen, op een mooie plek in de krant. Een open sollicitatie dus, zonder dat ik erom had gevraagd (ik had hem ook niet tegengehouden toen hij mij ervan op de hoogte stelde, dat is waar), maar ik had  z e k e r  niet gevraagd om de diskwalificatie die erop volgde. Maar die kreeg ik dus gratis en voor niets cadeau ten geschenke, zomaar op de maandagmiddag.
Het voelde een beetje alsof een bedelaar bij de Albert Heijn ineens in mijn gezicht zou roepen: 'Denk maar niet dat ik geld van jou aanneem!'
Wat moet je op zo'n moment, als lijdend voorwerp van een diskwalificatie door een columnist ten aanzien van een column waar je niet om gevraagd hebt?
Het werk van de columnist tot de grond toe afbreken zou een Hermansiaanse mogelijkheid zijn, maar daarvoor is het nodig om het werk van deze columnist te bestuderen, en daartoe ontbreekt mij de tijd, en ook de energie trouwens.
Een foto verspreiden van de columnist met een hitlersnorretje erop getekend, zou makkelijk, al te makkelijk zijn.
Negeren is en blijft de beste optie, maar probeer dat maar eens, met al die uitingsvormen heden ten dage, al die kanalen waarop een mens zijn zegje kan doen.
Ik heb het geprobeerd.

Een vroeg orgasme



Voor sommige Japanse kersen aan de kade is de lente alweer voorbij. Deze Japanse kersen hebben die paar warme dagen van een paar weken geleden aangegrepen om te zeggen: we gaan beginnen. Toen zijn ze begonnen en nu zijn ze klaar. Als kinderen die na het zwemmen hun zwemkleren van zich afwerpen schudden ze hun bloesem af. Slordig, achteloos, wreed.
Ik vond de bloesem van deze voorbarige Japanse kersen gisteravond in de goot tijdens mijn avondlijke wandeling. Een wolkje roze op straat. Klimaatrouw is een woord dat ik niet snel zal gebruiken, maar hier lijkt het op zijn plaats. Als de lente goed en wel is begonnen, is dit wolkje aan het rotten.
Inderdaad, er zijn Amsterdamse Japanse kersen voor dewelke de lente nog niet is afgelopen. Niet allemaal staan ze te juichen. Sommige houden hun bloesem nog vast, of hij moet zelfs nog verschijnen. Even opzoeken wanneer dit seizoen in Japan de Japanse kers geheel en al in bloei staat, wanneer het orgasme van de lente plaats vindt, maar wat blijkt, niet verwonderlijk, hanami, zoals dit hoogtepunt heet: het duurt een paar maanden, bijna een half jaar, en loopt van noord naar zuid.
In grote steden zoals Tokio en Kyoto wordt de hanami begin april verwacht. Ik hoop dat er tegen die tijd in Amsterdam nog iets te zien is.
Te vroeg pieken is beter dan niet pieken, maar er blijft onvervuld verlangen.

Ouderen maken gelukkig

Drs. P.: Heen en weer

Wie mij tien jaar geleden had voorspeld dat ik in 2019 vooral met hoogbejaarden in de weer zou zijn, had ik voor gek verklaard, maar ik heb dit alles over mezelf afgeroepen.
Wim Kok, de bedenker van de participatie-samenleving, zou tevreden zijn.
Eerst was er de oud-bibliothecaresse, die in ruil voor wat aanspraak een schrijfzolder ter beschikking stelde in de Jordaan. Dit zit thans in een zorgcentrum in West (met piano).
Toen kwam de vrouw die model stond voor mijn verhaal De mantel der liefde, maar die valt technisch onder de verantwoordelijkheid van huis- en kantoorgenoot.
Vriendin M. (90), voorheen bekend als de glamour-bejaarde, is inmiddels ook afgevoerd naar de Georganiseerde Zorg, maar gelukkig heb ik mijn bijbaan als social driver nog. Of om met Drs. P. te zingen: Zo denk ik dikwijls over het geheim van het bestaan/ En dat ik op de wereld ben om heen en weer te gaan.
Vanmiddag zat Greet (97) in mijn woonkamer zich te vergapen aan de verzamelde kinderschare. Ik had deze meedogenloos opgewekte Groningse oud-juf, altijd partner- en kinderloos gebleven, eens gevraagd of ze dat wat zou vinden, op de thee bij mij thuis. Daarop knikte ze hevig. Nu zat ze in mijn luie stoel met haar halflange grijze haar door de war en vroeg ik mij af of ik het met mijn hand moest kammen.
Toen ik Greet thuisbracht werden we opgewacht door een verschrikte dame, die een afspraak met haar bleek te hebben om koffie te drinken, en die, toen Greet niet opendeed, het ergste vreesde. Iedereen wil voor ouderen zorgen. Ouderen maken gelukkig, vooropgesteld dat ze gelukkig zijn.

Doucheputje



'Ik ben overgeleverd aan de heidenen.' Ik heb het M. (90) al een paar keer horen beweren maar beggars can't be chosers. Voor wie het thuis niet meer volhoudt, en geen inkomen heeft, geen vermogen en geen sponsors, rest alleen nog het doucheputje van Amsterdam. Halsoverkop is ze door een vriendelijke meneer van de thuiszorg die zich om haar bekommerde ondergebracht in een woonzorgcentrum dat plaats had, en dat bleek, who knew?, in Amsterdam Zuid-Oost te zijn. Ze sputterde tegen – 'daar ga ik van mijn leven niet naar toe' – maar ze had geen keus.
Vandaag wezen brengen: rode satijnen kussens, een stretch rok (een broek aan- en uittrekken is op deze leeftijd een crime), een stapel oude Telegrafen en foto's van loved ones, zoals haar hondje Christa.
De lucht in dit soort woonzorgcentra slaat altijd op mijn longen. Je zou een raam open willen zetten, meer dan een, maar zo'n open raam wordt onmiddellijk weer dichtgedaan.
In een vitrine bood iemand zelfgebreide kinderkleertjes aan à €3.
M. zat, gedoucht en wel, aan het ontbijt toen we kwamen, zo rond elven, in de gemeenschappelijke ruimte. Ze had een tafel voor zichzelf. Het personeel was goedgeluimd en goedgevormd. De overige bewoners, die geen bezoek kregen, keken zwijgzaam toe.
'Gister was er hier ruzie,' zegt M., met een malicieuze twinkeling in haar zwaaropgemaakte ogen. 'Een vrouw die op weg was naar haar vaste plek begon een scheldpartij tegen een andere vrouw die haar rollator niet opzij wilde zetten.'
Naar het zich laat aanzien gaat M. zich prima vermaken tussen de heidenen.

Zes soorten behang

Dit hangt in de gang.

'Ik wil wat met je bespreken.' De Grote Huisverbeteraar. Ik zeg: 'Nee.'
'Het is buiten.'
'Luister, ik probeer een roman te schrijven...'
'Je hoeft niet mee te helpen.' Terwijl ze dit zegt, denkt ze: waarom vertel ik het hem dan eigenlijk? Waarom zou ik iemand de mogelijkheid tot inspraak bieden als hij toch geen zak uitvoert?
Dus binnenkort verwacht ik wederom Grands Travaux in achter- dan wel geveltuin.
'Hoeveel soorten behang heb je nu in dit huis gebruikt?'
Ze moet even tellen. 'Zes. Kinderkamer meegerekend.'
'Lijkt je dat niet voldoende zo langzamerhand, zes soorten behang voor een huis dat, laten we elkaar recht in de ogen kijken, niet veel groter is dan de walk in closet van een middelgrote villa?'
Dat behangen heeft ze wel helemaal alleen gedaan, moet ik erbij aantekenen – behalve in de gevallen dat ze mijn hulp toch nodig had.
Mijn mening is ook gevraagd, kan ik me herinneren, bij de keuze van het behang in de slaapkamer. Dank daarvoor.
Klop op deur van Schrijftempel. Ik schrik me dan altijd wezenloos, kan ik ook niet helpen.
'Je moet nu komen! Je hoeft alleen maar even de rol vast te houden.' Als ik daar dan sta met die rol in mijn hand, is het: 'En nu die rol laten zakken, dat  s n a p  je toch wel?! Bij de plint op maat snijden, graag, daar ligt de papiersnijder. En vlug een beetje!'
Daarna mag ik weer terug mijn hok in. Tot de volgende strook.
Goed. Het behang hangt. In zes soorten. En ik kan mijn leven niet meer voorstellen zonder.

Social driver (6)



In haar strakke leren broek, op redelijk hoge hakken en met haar zorgvuldig gecoiffeerde, zachtrood geverfde haar, plus lekker geurtje op, wekte Cora de indruk op zijn minst een afspraak te hebben, of een begrafenis, maar niets daarvan; ze hoefde alleen even haar bloeddruk op te nemen bij de huisartsenpost.
Ik vind dit toch zo'n leuk initiatief! verkneukelde ze zich in mijn autootje, nadat ik haar had vastgegespt.
Ik moest het beamen. Komt ook van twee hele leuke vrouwen, zei ik. HeenEnWeer bestaat nu nog alleen in de Pijp en R-buurt, maar zou in de hele stad moeten bestaan.
Vandaag had ik de Canta op benzine, een soort Solex. Je zet hem ook, net zoals een Solex vroeger, in beweging door met een hendel de motor op de wielen te zetten – althans zo voelt het. Het verschil met de elektrisch aangedreven Max Mobiel bestaat er vooral in dat die nogal traag reageert als je 'gas' geeft. Ook al versta je elkaar niet door het lawaai, met dit ding is het heerlijk scheuren door de stad. Typisch een geval van veranderd perspectief. Zodra ik door een Canta voor mijn sokken word gereden, is de wereld te klein. Zit ik zelf achter het stuur, dan ziet de Rivierenbuurt er uit als een race parcours.
Met Cora hield ik me keurig aan de regels. Als ik de snelheidsdrempels zou nemen zoals ik ze zou willen nemen, raakte haar kapsel in het ongerede.
In de wachtkamer van de huisarts keuvelden we over de waterschapsverkiezingen en de rest van het leven. Toen ik haar later weer thuis afzette, vermoedde ik dat dit misschien haar afspraak was geweest.

Seneca



Toen mijn ex-gymnasiast, thans informaticus, 's avonds laat op de weg naar Delft, uit zichzelf Seneca citeerde omdat hij die een nuttige filosoof vond, dacht ik: dat heb ik niet zo slecht gedaan. Daarna dacht ik: dat heeft hij niet zo slecht gedaan. En weer daarna: dat heeft zijn moeder niet zo slecht gedaan.
Misschien was het toch zijn docent Latijn, bij wie hij onlangs nog te gast was. Docenten die je bij hen thuis uitnodigen hebben bij mij een streepje voor, zolang ze hun handen thuishouden.
Het citaat luidde dat het leven helemaal niet kort is voor wie geen tijd verspilt. Vond ik een mooie. Kan ik ook onderschrijven, maar wat is tijd, wat is verspilling, wat is kort en wat is leven?
Dat zijn subvragen.
Ik had ook een Seneca-citaat voor hem, waar ik veel aan had gehad, namelijk: elk mens zit in zijn eigen gevangenis. 'Zijn  e i g e n  gevangenis. Niet in een gevangenis, zijn eigen,' ramde ik mijn punt, of eigenlijk Seneca's punt, bij hem naar binnen.
Het was even stil. We waren bijna in Delft. De wissers zwoegden om alle regen weg te duwen van de vooruit.
'Wat zou dat betekenen?'
'Dat iedereen is veroordeeld tot zijn eigen werkelijkheid, dat contact met anderen in de grond onmogelijk is.'
Terwijl ik het zei, begon ik te twijfelen aan Seneca's wijsheid.

Weet wat je zegt

Related image
Foto-onderschrift


Ik was nooit in Barneveld, maar gisteren moest ik er zijn, dacht ik. Bij de afslag Barneveld viel me een bord op in het weiland, 'Weet wat je zegt'. O ja, land van het Woord. Ik kende Barneveld alleen van de oud-bibliothecaresse, die er geboren is, en toen ze ertoe in staat was niet wist, geloof ik, hoe snel ze er weg moest komen.
Kunst op de eerste rotonde: kleurig geschilderde kippen, een paar maten groter dan levensgroot. Kunst op de tweede rotonde: een rode houten stoel, klassiek model, vele maten groter dan levensgroot, bovendien enigszins gekanteld – hoeveel ingezonden brieven heeft  d a t  opgeleverd?
Ik was er nog niet, want op de derde rotonde stak, op nog weer grotere schaal – de rotondekunstenaars steken elkaar hier de loef af –, de kop van een hamer uit de grond. Kunst, geen twijfel over mogelijk, gesponsord door een bedrijf dat adverteert met de slogan: wij maken van jongens mannen. Het werd tijd.
Uit de verkiezingsposters leidde ik af dat dit een SGP-gemeente is. Een zegen voor de gemeenschap, of een vloek? Mogelijk beide.
Ik parkeerde op een troosteloos parkeerterrein, liep een troosteloos gebouw binnen kreeg te horen dat ik verkeerd zat.
Godverdomme, ik moest in Nijkerk wezen. (Wordt niet vervolgd).

Zandzakken

Dan Peterman: Civilian Defense

Elke tentoonstelling die mij ontregelt, die ik niet begrijp, die aan mij een reactie ontlokt die ik niet had verwacht, vind ik een geslaagde, zelfs als hij (zij?) uit slechte kunst bestaat. Dit dacht ik toen ik door het Van Abbemuseum liep in Eindhoven, overigens een van de fijnste musea van Nederland: klein en voorzien van verrassende doorkijken, niveauverschillen en nisjes. En laten we de zingende lift niet vergeten. De zingende lift is van een heerlijk eenvoud. Er zit een koortje in, en dat koortje gaat steeds hoger zingen bij iedere verdieping. Je zou eigenlijk de hele dag in die zingende lift willen zitten, en dan omhoog en omlaag gaan al naar gelang je je voelt (of zou willen voelen).
Tussen alle ontregelende, en vaak uiteindelijk toch teleurstellende kunst die ik aantrof, zaten gelukkig nog een paar goede werken, zoals Civilian Defense van Dan Peterman. Een ouderwetse, ronde zitkuil, maar dan gemaakt van kleurige zandzakken. Het idee is dat je erin plaatsneemt, met een boek (een stapeltje ligt klaar), of naar een film kijkt die wordt geprojecteerd, waarop mensen bezig zijn een stad te bouwen (of te repareren na een aanslag, dat kan ook), met een van de rondslingerende draadloze koptelefoons op.
Mijn kinderen deden onmiddellijk hun schoenen uit, renden in de zitkuil rond met een koptelefoon op en nodigden mij uit hetzelfde te doen. 'Ik ben aan het lezen,' zei ik, wat ook waar was, (in Gloria Wekkers 'Witte onschuld bestaat niet') maar uiteindelijk bezweek ik natuurlijk, deed mijn schoenen uit en rende achter mijn kinderen aan over de zandzakken, want de ondergrond van de zitkuil is ook van zandzakken gemaakt. Best hard, toch nog. Zwaar en hard.