Onthoofding


Ben ik de enige die gebiologeerd is door onthoofding als cultureel verschijnsel? Is dat 'weer' mijn morbide interesse?

Een van de dingen die ik me afvroeg toen ik hoorde over de onthoofding van Samuel Paty was hoe die 18-jarige Tsjetsjeen dat in allahsnaam heeft klaargespeeld. Kennelijk had hij een flink mes bij zich, dat moet wel, een hakmes, waarmee hij de arme man eerst heeft neergestoken. Daarna is hij aan de slag gegaan om het hoofd van de romp te scheiden. Hoe dan?

Onthoofding blijft toch, dat hebben die moslimterroristen goed gezien, de meest effectieve, meest beestachtige manier om de westerse beschaving op zijn grondvesten te doen schudden.

In mijn verhaal De wraak van de bladomslaander probeert de ik-persoon iemand te onthanden; de hand van de onderarm te scheiden. Ik liet hem eerst oefenen op een varkenspoot. Zou de Tsjetsjeen ook hebben geoefend? Sorry, maar stel dat het niet lukt, dat de would be hakker niet door de nekwervels heen komt met zijn mes. Of dat het veel te lang duurt allemaal. Een mislukte onthoofding is misschien nog gruwelijker dan een gelukte. Misschien.

Frankrijk heeft altijd een bijzondere voorliefde gehad voor onthoofding. De guillotine, las ik tot mijn verbazing, is nog toe tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw gebruikt. De laatste man bij wie op die wijze in 1977 de doodstraf werd voltrokken was een Tunesische Fransman die een jonge vrouw had verminkt, verkracht en vermoord.

In Amsterdam hadden 'we' in 2016 het geval van de afrekening binnen het criminele milieu, die er in resulteerde dat het hoofd van een 23-jarige man werd aangetroffen op de Amstelveense weg. Een akelige ontdekking moet dat zijn geweest. Ik ontdekte jaren geleden een lijk drijvend in het IJ. Er zat al mos of iets dat erop leek op zijn jas. De politie gebeld, die het lijk eruit viste, en naderhand wist te melden dat het 'waarschijnlijk niet om een misdrijf' ging.

Onthoofding schijnt ook een populaire methode te zijn van de Mexicaanse mafia. Bruter kan niet. Of toch, misschien als het hart uit de borstkas wordt gesneden, maar dat vereist vermoedelijk meer chirurgische precisie.

Koppensnellen behoort tot de oudste rituelen ter wereld. Niet alleen door primitieve volkeren werd dit uitgevoerd tot pakweg een eeuw geleden, wetenschappers verzamelden minstens zo driftig specimen uit all uithoeken van de wereld. Geallieerde soldaten in Japan stuurden kennelijk soms een trofee naar het thuisfront dat bestond uit een afgehakt hoofd.

Ik krijg zin om Severed: a history of heads lost and found te gaan lezen.






Gesprekken met mijn schildpad (8)



Zo, dat was niet mals wat je schreef, gisteravond laat, over de vrijheid van meningsuiting. Mijn complimenten voor je moedige stellingname. 

Dank je.

Je begrijpt dat het ingewikkelder is? Dat er grenzen zijn aan de meningsvrijheid?

Je bedoelt dat je geen Brand! mag roepen voor de grap in een theater? Dat je de Holocaust niet mag ontkennen, Chinese mensen niet als spleetoog mag aanduiden en gays niet als vuile flikkers, tenzij ironisch of als geuzennaam?

Bijvoorbeeld. Het is een fine line tussen meningsvrijheid en laster.

Wat kan jou dat schelen, in je splendid isolation?

Het is maar wat je splendid noemt. Die aaibare moordenaar van jou zit me de hele dag aan te staren. Hij neemt plaats op een kinderkrukje en volgt elke beweging die ik maak.

Hij kan niet bij je, het ovenrooster werkt goed in dat opzicht. Kijken kijken kijken niet vissen, dat is zijn tragiek.

Ik ben er niet gerust op. Ik voel me als de geschiedenisleraar die, als hij de verplichte les maatschappijleer over de aanslag op Charlie Hebdo erbij pakt, bang is voor een klauw in het water. Of erger.

Dat wordt ook wel het chilling effect genoemd. Mooi woord.

Het gevoel is lelijk. Angst knijpt vrijheid af.

Goed gezegd.

Mag je gebruiken in je stukjes.

Wat ben je goedgeluimd vandaag.

Ja, wat zijn we het weer lekker eens met elkaar hè? Luister, ik zou ook graag het recht op beledigen willen verdedigen, al vind ik die cartoons in Charlie Hebdo eigenlijk nogal flauw en gemakkelijk. Je weet dat de nazi's dankbaar gebruik maakten van cartoons om de Joden te demoniseren? En in veel islamitische landen doen ze dit nog steeds.

Ik weet toch. Ik zag een cartoon van een moslim die een gruwelijk anti-semitische cartoon op de muur plakt en ondertussen woedend is op een niet-moslim met een onschuldig tekeningetje van Mohammed.

Onschuldig? Tja, dat vat het mooi samen. Onschuldig is een rekbaar begrip. Maar ik moet verder. Sterkte met je intellectuele gewetensnood.

(zwemt weg)




Artikel 7


Vanavond hebben we het glas geheven ter nagedachtenis aan de Franse leraar geschiedenis die het tonen van Mohammed-cartoons in de klas in het kader van verplichte maatschappijleer met de dood moest bekopen. Samuel Paty, ongeveer mijn leeftijd, een kind van ongeveer de leeftijd van mijn kind. Ik sta ook wel eens voor een klas. Ik zou ook wel eens opruiende cartoon kunnen hebben laten zien om een discussie op gang te helpen.

Moet ik die cartoons nu op mijn blog plaatsen om te bewijzen dat ik als verklaard vrijheidsstrijder van het woord mij heus niet de mond laat snoeren door moorddadige godsdienstfanaten waar ook ter wereld?

Nee. Potsierlijk. Dom. En trouwens, ik durf het niet.

De discussie over de vrijheid van meningsuiting is een korte. Die is het grootste goed in een democratie en dient dus te vuur en te zwaar verdedigd te worden, ook en juist door de mensen die het woord voeren voor hun beroep. In de Nederlandse grondwet, ik heb het nog maar weer eens opgezocht, is dit geregeld in Artikel 7, dat vrij vertaald stelt: iedereen mag alles zeggen, met de gekmakende toevoeging, 'behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet'. Now, what's that supposed to mean? 

Veel mensen zullen ook nu weer denken: tuurlijk, het is vreselijk wat er is gebeurd met die Paty, neergestoken op weg van school naar huis en dan ook nog onthoofd, en eerder die vreselijke aanslag op de redactie van Charlie Hebdo, en nog weer langer geleden, de afslachting van Theo van Gogh, maar vroegen ze er niet om? Door de moslimextremisten tegen de haren in te strijken, zochten ze de confrontatie.

De confrontatie misschien, maar niet hun eigen dood. Geen van deze mensen vroeg erom te worden vermoord.

De vrijheid van meningsuiting is een absolute, moet een absolute zijn, anders is hij geen knip voor de neus waard.

Dan maar iedereen extra bewaakt, er zit helaas nix anders op.




Het dochters Van Dijk criterium voor literatuur

'Elena Ferrante'

Ik ben gefascineerd door het criterium dat de dochters van Yra van Dijk, die Nederlandse letteren doceert in Leiden, naar haar zeggen (zo hoorde ik gisteravond in een helaas flinterdun item over de afkalving der Grote Drie in Nieuwsuur), hanteren voor de beoordeling van literatuur. 'Of er in het boek een gesprek voorkomt tussen twee vrouwen die het niet over een man hebben.'

In gedachten loop ik mijn eigen bescheiden oeuvre door. Overleven mijn romans het criterium van de dochters Van Dijk? In FAKE komen bij mijn weten geen gesprekken tussen twee vrouwen voor die het niveau van 'Mag ik een glaasje wijn?' 'Alsjeblieft.' ontstijgen. Er komen veel gesprekken voor tussen een man en een vrouw maar dat is 'dus' onvoldoende. Ik vrees dat het feit dat de gepensioneerde vrouwelijke psychiater in dat boek, Avodah, bij veel lezers als het meest sympathieke personage naar voren kwam, mij evenmin gaat redden.

Tegen Zalig uiteinde (met als meest sympathie-oogstende personage de moeder), Dagboek van een postbode (waarin een belangrijke rol voor Xaviera Hollander is weggelegd) en Het dispuut (bijna geen vrouwelijke personages, laat staan gesprekken tussen deszelven), kan een vergelijkbaar bezwaar worden aangevoerd.

Ben ik blind geweest voor het vrouwelijke perspectief? Ik bedoel, het intervrouwelijke perspectief, voorzover dat niet op mannen betrekking heeft? Heb ik überhaupt wel  v e r s t a n d   van vrouwen – zoveel dat ik in staat ben om over ze te schrijven op een manier die hen aanspreekt?

Stel voor je bent zwart en je hebt je hele leven alleen maar boeken van witte auteurs gelezen bevolkt door witte personages (denk: het verzameld werk der Grote Drie). Ga je dan een keer verlangen naar boeken geschreven door zwarte schrijvers bevolkt door zwarte personages?

Wellicht.

Maar de conclusie van dit alles waar ik moeite mee heb, is dat als het inderdaad zo is dat iedereen alleen maar over zijn eigen ras, sekse, leeftijdsgroep etcetera, mag schrijven, de rol van literatuur als grensoverschrijdend gesprek is uitgespeeld.


Polsbandje



Nieuwe Vriend P. videobelt uit Hong Kong – of, om meer precies te zijn, de compound op het eiland Lantau waar hij in quarantaine verblijft met Wereldberoemde J.

Let wel: dit is niet de beruchte HK Government Quarantaine: opgesloten in tot 'isolation centers' omgebouwde voormalige vakantieparken en/of gevangenissen.

P.'s compound ziet er fantastisch uit. P. ziet er fantastisch uit (hij fitnest veel) en de omgeving ook: bergachtig landschap, blauwe luchten, jungle. Als je dan in quarantaine moet, dan is dit zo slecht nog niet. Beetje netflixen, online krantjes lezen, muziek luisteren. 'We hebben wel meteen om een grotere flatscreen gevraagd.'

Maar je mag je huis 'dus' niet uit. Niet zonder trots laat P. zijn polsbandje zien met QR-code, die in verbinding staat met de StayHome-app op zijn telefoon, die zijn precieze whereabouts registreert. Dus even een ommetje maken om een bezoek te brengen aan bijvoorbeeld een boeddhistische tempel of een massage-studio, niet noodzakelijk in die volgorde, is er niet bij.

Misschien wil je op Lantau ook niet zo graag naar buiten want er zitten slangen, vertelt P., king cobra's, die zo ver omhoog kunnen komen dat ze je in je ogen kijken. 'Als je gebeten wordt schijn je binnen een half uur dood te zijn.'

Het spannendste moment beleefde P. toen hij 's nachts werd opgeschrikt door het geschreeuw van Wereldberoemde J. Er rende een hagedis door zijn slaapkamer.

Vanavond precies 1 minuut na middernacht loopt de quarantaine ten einde en wordt het polsbandje doorgeknipt en worden ze naar hun hotel in de stad gebracht – ook een soort quarantaine, maar dan anders. Iedereen die leeft is, op zijn of haar manier, in quarantaine, alleen de gradatie verschilt.



Partiëel drooggelegd



Ik was in de Albert Heijn op de Rijnstraat – dezelfde die in Rob van Essens laatste verhalenbundel, Een man met goede schoenen al in het eerste verhaal genoemd wordt (in De goede zoon figureerde dit filiaal ook al op de eerste pagina, er kan langzamerhand gesproken worden van Albert Heijn-literatuur, al hoewel de lezer natuurlijk niet kan weten  w e l k e  vestiging op de Rijnstraat; er zijn er twee) – om een pak melk te kopen.

Het was tien voor tien 'in de avond'.

Dit klinkt omineus, zo van: het was vijf voor twaalf, en zo voelde het ook. Er waren weinig mensen in de zaak. Als dit een verhaal van Rob van Essen was, zou de ik-persoon waarschijnlijk de enige zijn geweest (en wellicht was hij gekomen voor geitenmelk maar dat weet ik niet zeker).

Enfin, om met Martin Bril te spreken. (Martin wie? Kunnen we ons nog herinneren hoe we om diens dood hebben getreurd? Ik wel, hoewel ik niet om zijn dood treurde.)

Ik begaf me naar de zuivelgang. (Mooie romantitel, Zuivelgang. Iets voor Marieke Lucas Rijneveld, maar ik dwaal hinderlijk af, merk ik zelf nu ook.)

Wie schetst mijn verbazing? 'Dan zal ik het zelf maar doen' (dit moet een Toon Hermans-grapje zijn geweest, of, als hij dit grapje nooit gemaakt heeft, had hij het moeten maken. Met zijn pretoogjes erbij was het misschien nog wel leuk geweest ook, op een Toon Hermans-manier dan.)

Landbouwplastic. En niet een beetje. Een hele muur, het zicht en de lust ontnemend, maar niet geheel de toegang versperrend, tot De Drank. 

Aha, de partiële drooglegging in de praktijk.

Dat ik dit nog mag meemaken.

Ik haast mij met mijn melk naar de zelfscan-kassa.





Zwarte lijst

Dali: Retrospective bust of a woman


Kunst gekocht – altijd leuk. Misschien is het kopen van kunst nog wel leuker dan de kunst zelf. Ik parkeerde voor de deur van de kunstenaar aan de Keizersgracht. (Deze kunstenaar woonde op stand.) De kunstenaar moest helemaal van achter komen. Hij boog diep toen hij mijn poet in ontvangst nam. 'Hebzucht is het grootste compliment,' mailde hij al toen ik interesse toonde.

Het beloofde taartje om de kunstaankoop te vieren moest wegens corona achterwege blijven.

A., mijn huis-, bed- en echtgenote, had zich solidair verklaard met mijn aanschaf, maar de rapen waren gaar toen ik op eigen houtje opdracht had gegeven de tekening in te lijsten.

'Had je dat niet even met mij kunnen overleggen?'

'Zeker,' zei ik, 'maar dat heb ik dus niet gedaan. Je mag straks kritiek leveren.'

Ik was meteen met het kunstwerk naar de lijstenmaker gegaan en had daar, op advies van de kunstenaar, gevraagd om een wissellijst, maar die hadden ze niet, en trouwens, het werk had ook geen standaardmaten. Het zou alleen passen in een passe partout (het woord zegt het al), in een fors grotere lijst. Dat was 1. Die lijst, besloot ik ter plekke, moest nu eens niet blank hout of anderszins zacht en vriendelijk ogen, maar zwart zijn en nog eens zwart (dit strookte met de grijs- en zwarttinten in de pentekening.)

Dat was 2.

Toen ik het resultaat liet zien brieste A.: 'Wat een afschuwelijke lijst. Echt een hele lelijke lijst. Hoe heb je in godsnaam zo'n verschrikkelijke lijst kunnen kopen?' En variaties op dit thema. 'En veel te groot!'

'Ben je klaar met je klachten, of komen er nog meer?'

'Dat vind ik nou zo flauw... Jij zegt: je mag eerlijk zeggen wat je ervan vindt, en dan doe ik dat en dan ben ik plotseling een zeurkous.'

Later dacht ik: is leven meer dan omgaan met verwachtingen? A. verwachtte (1) een kleine lijst, en (2) geen zwarte, en daarom deugt hij niet.

Terwijl hij zo mooi is. Schitterend zelfs. Als een rouwkaart.







Foggy brain


Is it me, or is it brain fog? Since I first read that brain fog was one of the lesser known, but scarier long term effects of Covid-19, I began to see it everywhere. I mean in my mind. Every hiccup in my thinking, every hesitation in my ordinarily smooth coordination (I guess), I thought: brain fog.

Theoretically, it was possible that our friend B., also known as Patient 0 in our neighborhood, also known as the Amsterdam Riviera, had infected my beautiful wife (this was actually highly probable), and that my beautfiful wife (I knew it) had infected me (back in March), and that I now was suffering from the virus, even without the regular 'mild' effects – only with a foggy brain.

Or was this all sheer and utter hypochondria?

Interestingly, my hypochondria could be a side effect of brain fog.

Sometimes I think brain fog would not be at all that bad, if it resembled a real fog, if it meant everything getting vaguer slowly, but what I know about it is that it's more like early onset dementia, in that one by one, certain cognitive functions fall out.

Memory, of course, is first affected. Is it me or am I constantly and desperately looking for my telephone during conversations to search for names, places and facts? Or am I 'just' rapidly growing digitally demented? And even the conversation itself feels like it is flowing less easily than it did before. What happened, in short, with my earlier effortlessness? Or was this just an illusion?

I also notice that when I am reading bed time stories to my children, (much longer always than I should) I stumble on words; or worse, I derail on a sentence and then it takes me a long time to get back on my verbal track, so to say.

Goodbye youth. Hello, old age.



Wopke


Ik ben nog niet binnen bij N. of ze begint over Wopke. 'Dat geloof je toch niet. Ik bedoel, er zo woest aantrekkelijk uitzien en dan ook nog heel pienter. Praeses van Minerva, twee studies, gepromoveerd, cum laude en alles. En zijn vrouw die er geweldig uitziet en die een drukke baan heeft als huisarts. Daar moet de duivel achter zitten, dat kan niet anders!'

N. is op dreef vandaag.

'En dan hebben ze vier kinderen... Alsof het niets is, hebben ze die er ook nog bij. En ze zien er zo prachtig uit als stel die Wopke en zijn vrouw, hoe heet ze? Liselot. Die Wopke en zijn vrouw zien er echt uit alsof ze gelukkig zijn met zijn tweeën.'

Zeker ook nog gelovig, die Wopke?

'O je bedoelt als CDA'er? Ja, dat zal wel. Anders hou je het niet vol.'

Ik heb het dossier Wopke niet paraat dus ik pak de iPad erbij en stuit al gauw op de foto waar N. over jubelt, waar ze niet over uitgepraat raakt, waarbij Wopke en zijn vrouw op Prinsjesdag blij rondhuppelen, hij in jacket en zij in een felrode jurk.

'Prachtig! En ze zijn niet eens getrouwd, dat vind ik ook zo sympathiek.'

O, dus toch niet zo christelijk, die Wopke.

'Nee. Nou, er kwam telkens iets tussen...Ze kennen elkaar niet eens van het corps. Hij zag haar op straat lopen en vroeg om haar nummer.'

Hij durft.

'En hij is ook nog heel sportief, Wopke. Gaat elke week met zijn vader van negentig of zo joggen. Echt ongelofelijk. Van dat kaliber vind je geen tweede hoor.'

Ik houd een foto van Wopke omhoog waarop hij, nou ja, iets minder oogt, iets minder Sexiest Man Alive, God's Gift to Women, etc. 'Ik vind hem te braaf. Te keurig. Zijn lippen zijn me te dun. Ik wil dikkere lippen.

'Ik geef toe lippen zijn belangrijk, maar wie heb je verder nog, die man die net is getrouwd –'

Grapperhaus?

'Die ja. Als ik de keus had tussen Grapperhaus en Wopke wist ik het wel.'

Maar wat dacht je van Hans van Mierlo, dat was een mooie politicus. Ik houd de iPad omhoog met een foto van Hans van Mierlo waar je u tegen zegt. Een man met lippen.

'Zeker, Van Mierlo had het ook. Het zou best eens kunnen dat ik om Hans van Mierlo D66 heb gestemd destijds.'

Natte worst



Mijn armoedehart maakt een vreugdesprong als ik dankzij mijn Stadspas voor €1, - , per persoon nochtans, incheck bij het De Mirandabad met de kinderen.

Heb ik me ooit geschaamd voor mijn armoede? Heb ik me ooit voor wat dan ook geschaamd?

Jazeker, ik geloof dat ik mij schaam voor mijn domheid.

Terug naar het zwembad waar het dankzij de verplichte reservering 'lekker rustig' is. Hoewel, in de zwemzaal staat een enorme opgeblazen worst opgesteld met een zwembadmedewerker ernaast die de worst natspuit opdat je er prettig in de lengte overheen glijden kunt. Een andere zwembadmedewerker bedient de geluidsinstallatie, waaruit zeer luid kinderen voor kinderen bonkt. De akoestiek in de zwemzaal is niet die in het Concertgebouw. De medegebrachte roman uitlezen terwijl de kinderen zwemmen zal (weer) niet lukken.

Nietsvermoedend loop ik langs de worst, intern hoofdschuddend en het ding verfoeiend, waarom moet kinderpret tegenwoordig zo luidruchtig zijn?, enzovoorts, totdat de zwembadmedewerker haar – koude – spuit ineens op mijn lijf richt.

Kan ze gedachten lezen?

Er zit niets anders op dan met een pokergezicht een fikse aanloop nemen en mij op de worst storten. Ik kom een heel eind.

Snel Naar De Bel heet deze attractie maar er is geen bel. Wel is er een badje aan het eind, waarin de buikschuiver geacht wordt een zachte landing te maken.

De kinderen joelen. Ze willen nu ook. Meteen staat er een rij.

Het roetsjen doet me goed. Alle vooruitgang is vooruitgang, de rest is stilstand.