Bij mijn ouders

Ik ben nog niet neergeploft in de zitkamer, of mijn moeder bestudeert bewonderend mijn haar. 'Die kleur grijs die je nu hebt is dezelfde als die van je ogen. Mooi, hoor.'
Moet ik haar bedanken? Tegenspreken? Nee, ik moet haar een compliment teruggeven, maar daar moet ik dan wel goed over nadenken, want ze prikt zo door een ongemeend compliment heen.
Even later, in de keuken, zegt ze, als we het over verslavingen hebben: 'Ik geloof niet dat ik ergens aan verslaafd ben.'
'Jij bent verslaafd aan praten,' kaats ik terug. 'Jij bent praatziek.' Het komt er nogal bot uit, maar het is denk ik wel de waarheid.
Mijn moeder loopt terug naar de zitkamer en zegt hardop tegen zichzelf: 'Praatziek. Dus je vindt me praatziek.'
Sinds ik de diagnose heb gesteld, zie ik er overal bewijs van. Misschien zijn alle moeders tot op zekere hoogte praatziek.
Bij het afscheid probeer ik mijn vader te kussen. Hij werkt niet mee.
'Ja, geef elkaar nou eens een kus,' moedigt mijn moeder aan. 'Jij gaf je vader toch ook een kus?'
'Mijn vader,' werpt hij tegen, 'was een klein mannetje.'
Terwijl mijn vader dit argument naar voren brengt ziet hij er zelf de zwakte van in. Hij mag dan geen klein mannetje zijn, hij loopt zo krom, dat zijn gezicht op dezelfde hoogte hangt als dat van een klein mannetje.
We kussen elkaar. Het voelt goed. Op deze leeftijd wil je geen kus meer mislopen.


Business-studenten

Een voordeel – toegegeven: een van de weinige voordelen – van een almost-bestseller is dat inwoners van Nederlandse gemeenten buiten Amsterdam van niets weten, en de auteur zijn verhaal dus in al die plaatsen dunnetjes over kan doen. Zo stond ik gisteravond bezoldigd en al, biertje in de hand, in Großstad E. voor een zaal met business-studenten te vertellen over Dagboek van een postbode alsof dat boek net van de pers was gerold. Gelukkig had tenminste één aanwezige wel eens van Charles Bukowski gehoord, en tenminste één andere van Xaviera Hollander (dat was, niet zo gek, een business-docent; de reikwijdte van Supersex en andere recente Hollander-hits zijn niet dusdanig dat de business-student er op sociale media murw mee wordt gebeukt). Tenminste een handvol mensen gokte goed bij een foto van personeelswetenschapper Herna Verhagen. Ik vermoedde al dat niemand op de hoogte was van de mini-rel rondom 'mijn persoontje' (om met Theo van Gogh te spreken) afgelopen herfst, maar ik wist het zeker toen de tent zowat werd afgebroken bij het non-nieuws van mijn ontslag op staande voet wegens uiteenlopende stoutigheden. Nu ik erover nadenk is er nog een voordeel van niet bij iedereen op het nachtkastje liggen, namelijk dat sommige stoutigheden uit je verhaal discreet achterwege kunnen blijven. Noem het zelfcensuur après la lettre.

Beste Monica,

Begrijpelijk, maar wel jammer. Ik denk dat ik wel wat zou hebben voor de rondvraag. Maar misschien hoef ik er helemaal niet in persoon bij te zijn en is het genoeg om Dagboek van een postbode (nog altijd – godlof – verkrijgbaar bij de betere boekhandel) als discussiestuk naar voren te brengen. Ik denk dat over de inhoud best wat te klankborden valt. Ik zeg dit niet alleen omdat ik vijfentwintig boeken wil verkopen aan evenzovele postbezorgers. Ik zeg dit omdat de post mij aan het hart gaat als mens.

Hartelijks, Viktor



From: OR PRODUCTIE, Secretariaat
Sent: Monday, February 13, 2017 10:28 AM
To: 'viktor frölke'
Subject: RE: uitnodiging klankbordgroep Postbezorgers 27 februari

Beste Viktor,

Helaas is het dan niet mogelijk en zinvol om te komen.
Ik zal je uit het bestand verwijderen. 

Met vriendelijke groet,

Monica ***
Secretaresse
Ondernemingsraad


Prinses Beatrixlaan 23 • 2595 AK 's-Gravenhage
Postbus 30250 • 2500 GG 's-Gravenhage
Nederland
www.postnl.nl
P Please consider the environment before printing this e-mail

Geachte Bert ***,

Hartelijk dank voor de uitnodiging voor de klankbordgroep. Ik zou hier heel graag bij aanwezig willen zijn, maar ik ben 4 oktober vorig jaar op staande voet ontslagen, ik weet niet of dat een probleem is?

Hartelijks & keep up the good work,

Viktor Frölke



From: OR PRODUCTIE, Secretariaat
Sent: Wednesday, February 8, 2017 2:53 PM
To: OR PRODUCTIE, Secretariaat
Subject: uitnodiging klankbordgroep Postbezorgers 27 februari
 
Beste Postbezorger,
Hierbij nodig ik je van harte uit om je aan te melden voor de bijeenkomst van de klankbordgroep Postbezorgers op maandag 27 februari a.s.. Je kunt je tot 20 februari a.s. aanmelden via een antwoord op deze e-mail.
Er kunnen maximaal 25 postbezorgers deelnemen. Als er meer dan 25 aanmeldingen zijn, dan wordt er een selectie gemaakt op basis van de 6 regio’s. We doen ons best om zoveel mogelijk postbezorgers vanuit alle regio’s vertegenwoordigd te hebben. Uiterlijk een  week vooraf wordt de definitieve uitnodiging & agenda verstuurd en weet je of je ook daadwerkelijk bent uitgenodigd.
De agenda sturen we bij de definitieve uitnodiging mee.
De reis- en vergadertijd (gemiddeld 5 uur) worden vergoed, maar deze uren moet je wel zelf opgeven aan je leidinggevende zodat deze ook betaalbaar worden gesteld. Ook de reiskosten (op basis van openbaar vervoer) kun je declareren.
Met vriendelijke groet,

Bert ***
Voorzitter
Ondernemingsraad


Prinses Beatrixlaan 23 • 2595 AK 's-Gravenhage
Postbus 30250 • 2500 GG 's-Gravenhage
Nederland
www.postnl.nl
P Please consider the environment before printing this e-mail

Prominent lid

Volgens de OBA, of beter gezegd, de redactie van de OBA-krant, ben ik een prominent lid van de bibliotheek. Een eer. Ik ben nog nooit een prominent lid geweest, van wat dan ook. (Volgens mij ben ik trouwens ook nog nooit geroyeerd. Mijn leven overziend denk ik dat er tot dusver meer reden is geweest voor royement dan prominent-verklaring, maar misschien ben ik te streng voor mezelf.)
Prominent lidmaatschap riekt naar het aloude grouchisme I don't want to belong to any club that will accept me as a member, maar in het geval van de Openbare Bibliotheek Amsterdam, toch een vrijplaats voor literatuur, maak ik graag een uitzondering. Wie weet is het prominente lidmaatschap een opmaat voor een permanente tentoonstelling van Frölkiana, maar ik moet niet op de dingen vooruitlopen.

Performance



'STIL!' schreeuwde mijn gesprekspartner sinds 1983 – ook bekend als Jasper Blom – keihard naar het nietsvermoedende uitgaanspubliek toen hij en ik zaterdagavond omstreeks 23 uur op de bar waren geklommen van de Performance Bar in Rotterdam. Dit bleef niet zonder effect; het geroezemoes verstomde. Ik las een stukje uit Dagboek van een postbode; hij speelde een stukje op zijn saxofoon. En nog eens en nog eens. Een goede formule. Steeds pregnanter wist hij het gevoel uit mijn mini-vertellingen te vertalen in een mini-improvisatie. Totdat de DJ met de grijze puntbaard midden in mijn voordracht een elektronische burp produceerde. Was dit een niet zo subtiele manier om ons van het podium af te krijgen? Nee, vertelde hij later in de rookpauze op straat, hij had een fout gemaakt, het storende geluid was per ongeluk uit zijn installatie ontsnapt. Dat leek me onwaarschijnlijk, maar het maakte niet uit; zo was het ook goed, misschien zelfs beter. Mijn laatste woorden waren: 'Het is ook oorlog. Sterker: de gevechten verhevigen zich.' Na afloop heb ik welgeteld 1 boek verkocht, aan een lieve jongen die bij een benzinepomp werkt en veel herkende in mijn verhalen en me prees om mijn Rotterdamse accent.

Dear Herna,



Wat sneu voor je dat je die bonus van drie miljoen in de deal met Bpost bent misgelopen. Ik voel met je mee. Ik weet uit betrouwbare bron dat je hard werkt, – je bent niet alleen met PostNL getrouwd, PostNL is ook je minnaar, je beste vriendin en je kind –, en dat je dat huis aan de Rivièra, dat je met die bonus zou kunnen kopen, dus best had verdiend, objectief gesproken dan. Met grote geluidsboxen erin, zodat je lekker kunt housen. En een gym, in de tuin, zo'n glazen, zodat iedereen ook kan  z i e n dat je gymt. Geloof me, dan is gymmen geen straf meer.
Om jou toch nog een fijne kerst te geven lieverd, ben ik even met de pet rondgegaan bij mijn gezin. Dat heeft €3 opgeleverd. Beschouw het als een troostbonus. Ik heb het net overgemaakt naar het rekeningnummer van PostNL Holding, zorg jij even dat het niet op de grote hoop, maar op jouw eigen rekening terecht komt? Ja, toe, graai maar even! Het mag.
Zalig uiteinde, je ex-postbode
PS: Als een miljoen mensen dit voorbeeld zouden volgen, heeft mijn zevenjarige becijferd, komt het toch nog goed met dat huis aan de Rivièra, dus wie weet. Altijd blijven hopen.
PPS: Als je denkt: hebben we die Frölke toch nog een gouden parachute meegegeven, dan moet ik daarop antwoorden nee, dat was een bonus van het Letterenfonds.
PPPS: Drie miljoen euro is nogal abstract, ik weet het, maar het wordt concreter als je het gelijkstelt aan driehonderdduizend uur postbezorgen, en dat staat grofweg weer gelijk aan alle pakweg tweehonderd postbezorgers, bijvoorbeeld alle postbezorgers van de stad Groningen, een jaar lang post laten bezorgen, full time, zonder vakantie.


Detentie/vakantie



Omdat in Nederland is bepaald dat de formele gezinshereniging van statushouders, die vier tot zes dagen duurt, plaatsvindt in AZC Veenhuizen, zat ik vanochtend vroeg met het te herenigen gezin van een bevriende Syriër in de auto naar Veenhuizen, een tocht van om en nabij twee uur. Eerst leek mij deze procedure onnodig, en misschien zelfs onnodig wreed – ze waren immers pas net weer bij elkaar, na ruim een jaar scheiding – maar in AZC Veenhuizen, een voormalige gevangenis die er overigens midden in de bossen, in de dikke ochtendmist, even – heel even maar! – uitzag als een concentratiekamp, deed de kale, vierkante poortwachter het voorkomen, op alleszins redelijke toon, dat de procedure volstrekt logisch was, en noodzakelijk bovendien.
'Tell your children to look at it as a vacation,' zei ik toen maar tegen onze Syriër.
'But it's a prison!' wierp hij tegen, hevig aan zijn sigaret trekkend op de parkeerplaats. 'A jail!'
'Dutch prisons are considered the most relaxed in the world,' probeerde ik nog.
Hij was niet overtuigd.

Daklozenkrant

Een vrouw van de daklozenkrant van Zuid Nederland benaderde me in de pauze van de Fuck Up Night in Strijp S om een interview-afspraak met me te maken. De vrouw, van middelbare leeftijd, nam daar nogal wat tijd voor, en de fotograaf die haar vergezelde, ook van middelbare leeftijd maar misschien is deze vermelding leeftijdsdiscriminatoir, nam nogal wat ruimte om foto's te maken voor bij een interview dat misschien nooit zou plaatsvinden.
'Wilt u even aan de kant gaan,' vroeg ik na een poosje aan het duo van de daklozenkrant, 'dan kan ik boeken signeren.' Schoorvoetend maakten ze plaats, maar toen ze de kans kregen vlogen ze weer op me af, als hongerigen op een schaal eten.
Het verbaasde me hen aan te treffen in dit deel van Eindhoven, bij deze gelegenheid, en nog meer hun draufgängerigheid. Temeer daar ik de vrouw hoorde zeggen dat er in deze contreien eigenlijk helemaal geen daklozen meer zijn.

Snel verdiend

Toen de ongeschoren man op de omafiets met een tas om zijn stuur vaart minderde en zich tot mij richtte, wist ik: ik ben de klos. Nog voordat hij sprak, wist ik dat ik hem geld zou geven. Niet een of twee euro uit mijn beursje, maar het verfrommelde vijfje dat los in mijn jaszak zat, en waarmee ik tijdens mijn avondlijke wandeling met mijn vingers had gespeeld. Het was dus louter formeel, dat ik zijn verhaal aanhoorde. Het zat goed in elkaar. Er was geen speld tussen te krijgen, vooral omdat hij geen stiltes liet vallen. Dat hij uit Irak kwam, dat zijn asiel was afgewezen – want ja, Irak is natuurlijk een heel veilig land om in te leven, dat weet iedereen – en dat hij leraar was, en dat hij naar Ter Apel moest, en dat hij, en dat hij en dat hij. Alles in feilloos Engels. Ik hoorde hem aanvankelijk aan vanaf de stoep, maar besloot dat dat van weinig hoffelijkheid getuigde, en zette daarom een stap dichterbij. Het was bijna middernacht, ik was bijna halverwege mijn avondwandeling, en ik wilde mijn vijfje overhandigen. Ik verlangde naar mijn bed. Hij verlangde naar mijn geld, maar hij had nog niet gebedeld. Zijn strategie bestond eruit het bedelmoment zo lang mogelijk uit te stellen. Een goede strategie. Midden in zijn verhaal nam ik het vijfje uit mijn zak en wilde het aan hem geven, maar hij had het niet zien aankomen, dus het viel in de goot. Hij boog voorover om het op te rapen, maar ik was hem voor, en legde het verfrommelde vijfje opnieuw in zijn hand. 'Good luck,' zei ik. Hij knikte. We vervolgden allebei onze weg. Ik dacht: snel verdiend. Misschien dacht hij dat ook.