Veiligheidsactie

De dienstdoende reparateur voor onze dysfunctionele oven, een man van in de veertig met een oorringetje, huppelde opgewekt met twee kunststof koffers het huis binnen. Ik had niet zo veel reden tot opgewektheid. Ik dacht aan de voorrijkosten.
'Wat is het probleem: de koppeling, of de verwarmingselementen?' vroeg hij, een blik werpend op het apparaat, dat ik voor zijn komst braaf had schoongemaakt.
Ik wist niks van een koppeling. 'Hij verwarmt slecht,' zei ik. 'Maar hij is dan ook al tien jaar oud en wordt intensief gebruikt.'
De reparateur dook in de oven en meldde even later, nog steeds opgewekt, dat een van de elementen was ontploft, hetgeen de gebrekkige verwarming verklaarde, en dat de reparatie daarvan ongeveer even duur was als een nieuwe oven. Dat was het slechte nieuws, dat ik ook al min of meer had verwacht. Het goede nieuws was dat hij de gaskoppeling ging vervangen in het kader van een wereldwijde veiligheidsactie van de fabrikant, die op radio televisie en in kranten was wereldkundig gemaakt maar waarvan wij niets wisten, om explosiegevaar tegen te gaan, en dat in het kader hiervan de voorrijkosten kwamen te vervallen.
'Het gaat om een hele kleine kans,' zei hij, nog altijd opgewekt. 'Als het je overkwam dat je oven ontplofte zou je meteen een staatslot moeten kopen, want daarmee win je dan geheid.'

Aanzoek (roddel)

Zodra je me too of I have aan de koffietafel laat vallen, komt het gesprek pas goed op gang. Ongepast seksueel gedrag: echt een conversation starter.
'Ken je dat verhaal al van Dieter van Zwanenburg?'
'Nee, wat is er met Dieter van Zwanenburg? Dat is toch die vent van dat ene liedje, kom hoe heet het ook alweer?'
'Die ja. Nou, die zag eens in een café een bekoorlijke jongedame staan voor de toog, die haar handen ontspannen achter haar rug hield, zo losjes in elkaar gevouwen, met de handpalm naar buiten, en weet je wat die Dieter van Zwanenburg toen gedaan heeft?'
'Nee. Vertel me wat Dieter van Zwanenburg toen gedaan heeft.'
'Hij is achter die bekoorlijke jongedame gaan staan, heeft zijn lid uit zijn broek gehaald en heeft hem zo bij haar in de handen gedrukt.'
'Ook een manier.'
'Ik zou bang zijn voor scherpe nagels. Je moet er toch niet aan denken dat zo'n bekoorlijke jongedame haar nagels in je lid zet. Of in je balzak.'
'Was ie hard, Dieter van Zwanenburg?'
'Hoezo?'
'Nou ja, het lijkt me voor een bekoorlijke jongedame aan de ene kant een nadeel om een harde Dieter van Zwanenburg achter je te hebben staan, maar aan de andere kant is het misschien ook een belediging om een zachte Dieter van Zwanenburg achter je aan te treffen.'
'Geen idee. Maar weet je wat het mooie is: ze zijn dus wel met elkaar getrouwd, die twee.'
'Het was dus een huwelijksaanzoek.'
'Zo zou je het kunnen zien.'
'Romantisch.'

Spinnen en sadisme

Eigenlijk had ik een hagiografisch katten-stukje willen schrijven, zo'n irritant kattenstukje waarin de schrijver en lezer een complot aangaan waarin alleen katten er zogenaamd toe doen. De aanleiding was het spinnen van onze logeerpoes. Dat doet hij nogal vaak en het blijft een nogal vreemd geluid. Eigenlijk wilde ik het daar ook niet over hebben, maar over ronronner, de prachtige onomatopee voor spinnen die de Fransen hebben bedacht. (In het Nederlands zou spinnen een accuratere beschrijving van het geluid kunnen zijn, ware het niet dat niemand meer weet hoe een spinnewiel klinkt.) Ik ging me afvragen of er nog meer mooie onomatopeeën waren (in het Noors bijvoorbeeld), maar ik heb geen zin om te googelen of mijn schoonmoeder lastig te vallen. Bovendien eist ander kattengedrag mijn aandacht op: sadisme. Een keer trof ik de huispoes aan in de gang jonglerend met een halfdode muis. Hij lag op zijn rug, de poes, terwijl hij de halfdode muis, versuft, nauwelijks in staat nog enige overlevingsdrang te tonen, met zijn klauwtjes in de lucht hield. Heel knap inderdaad, maar mag het misschien ook ietsjes minder wreed? Vanochtend was het weer raak. De vierjarige was van streek omdat ze logeerpoes met muis in bek door de kamer zag banjeren. Ik heb de laatsten met succes naar buiten gejaagd, want hoe je het ook wendt of keert, beesten horen buiten. Een uur later was hij nog niet klaar. Het weerloze schepsel bibberde en zijn vacht was doorweekt. Zijn gepiep ging door merg en been. De angst van de muis deed me denken aan die van een gemartelde gevangene. Ik heb hem tenslotte met stoffer en blik opgeraapt en hem aan gene zijde van de schutting aan een nieuw hoofdstuk in zijn leven laten beginnen.

Verstoring

Gisteravond, bij de monoloog Montyn die acteur Yorick Zwart hield in Saskia's Huiskamer, waar we op uitnodiging van Jans weduwe, Hi-en, samen waren gekomen, werden we opeens ruw gestoord in ons semi-geheime samenzijn. Terwijl we met een man of dertig, gezeten aan een lange tafel, aandachtig luisterden naar Yoricks theatrale versie van Montyns nog altijd krankzinnige verhaal, geënt op Dirk Ayelt Kooimans gelijknamige roman, klonk er gelal vanaf de Albert Cuyp. Een stel gabbertjes, zag ik door het grote vensterraam, was doende met een brommer op de stoep, ginnegappend, stoned of dronken. Ze leken niet van plan weg te gaan, omdat er toevallig daarbinnen iets gaande was dat stilte vereiste. Ik stoorde me niet alleen aan hun geluid, ik stoorde me ook aan hun moedwil en daar ging het fout. Ik dacht aan een uitspraak van Yorick/Montyn, dat van alle ontberingen afstomping en onverschilligheid de ergste zijn. Toen is er kennelijk een stofje in mijn hersenen aangemaakt, dat een serie pulsjes in gang zette, waardoor ik opstond van mijn stoel, zachtjes de deur opende naar de straat en siste of het wat zachter kon. 'We zijn hier bezig.' Ik sloot de deur en ging weer zitten. Of mijn actie het gewenste doel had bereikt, werd niet lang daarna duidelijk. 'O, we moeten weer stil zijn ha ha!' brulde een van de jongens door het raam naar de zwijgende menigte. 'Voor een of andere vergadering. Boeien!'

Zeventiende werkdag

De oud-bibliothecaresse zit voorovergebogen bij de kachel, alsof ze haar veters strikt. Ik overhandig haar een brief uit Canada die ik van de deurmat heb geraapt. 'Mooi dat je nog brieven krijgt. Ik krijg nooit brieven.'
'Zal ik jou eens een brief schrijven?'
'Graag.'
Ze had me bij binnenkomst niet herkend, maar nu is ze weer bij. 'Wat ben je vrolijk,' zegt ze.
'Somberheid brengt een mens ook niet veel verder,' riposteer ik.
Dat kan ze beamen.
Als ik in de keuken een peer klaarmaak, zegt ze vanuit haar leunstoel: 'Viktor, ik hou veel van je.'
Ik overhandig haar bordje en zeg dat ik ook van haar hou. 'Ik kom hier niet omdat het moet,' voeg ik er nog aan toe, hetgeen eigenlijk weer iets afdoet aan mijn liefdesverklaring.
'O, een peer, in stukjes, met een vorkje erbij, wat heerlijk,' zegt ze. En: 'Die peer is perfect rijp. Verrukkelijk.'
'Er schijnen vierhonderd perensoorten te zijn,' zeg ik vanuit de keuken, want ze wil ook nog een eitje, 'en ik ken er maar twee.'
'Jodenman,' mompelt de oud-bibliothecaresse.
Nooit van gehoord.
Als we uitgekoffied zijn vraag ik: 'Vind je het goed dat ik op zolder nog wat ga werken en dan later weer wat koffie zet?'
'Ik vind alles goed wat jij doet.'
'Dat is liefde.'
Ze straalt.
Als ik weer beneden kom, is er een pianoconcert van Rachmaninov op de radio. Dat hele romantische, uit Brief encounter.
'Hou je van romantisch,' vraagt de oud-bibliothecaresse, met ogen waarin toch wel een zeker verlangen valt te bespeuren.
'Soms,' red ik me uit de situatie, zonder te hoeven liegen.
Als ik aankondig dat ik alweer moet gaan om de kinderen van school te halen, zegt ze: 'Ik wou nooit kinderen.'
'Omdat je dat zo'n gedoe vond?'
Ze knikt. 'Dan weer is er een ziek, dan weer dit dan weer dat.'
Nu knik ik.
Later dringt het besef tot me door dat niet het gebrek aan een geliefde de oorzaak vormt van haar kinderloosheid, maar juist andersom.

De verkeerde brug



Is dat het hoogste voor een mens, een brug naar zich vernoemd te krijgen? Denkelijk niet. Maar een vliegveld of stadion is niet voor een schrijver weggelegd. Niet in dit land, waar schrijvers ongeveer gelijk staan aan glazenwassers.
Goed, bruggen dus. Er zijn nieuwe benoemd in Amsterdam.
W.F. Hermans heeft een lullige loopplank gekregen op de Oosterdokseiland naar een naamloze drijvende wandelstrook. Dat was niet meer dan logisch, want de Willem Frederik Hermansstraat – een tochtige steeg naar nergens – ligt in het verlengde.
Het is ook nooit goed. Nee, het is ook nooit goed! Behalve natuurlijk in het geval van de Nesciobrug, die zo poëtisch, en alleen voor voetgangers, fietsers en de sporadische brommerende aso, over het Amsterdam-Rijnkanaal slingert.
Goed, de nieuwe Gerard Reve-brug dan. Ik passeerde hem gisteren bij toeval. Was ik geschokt? Nee. Was ik teleurgesteld? Nee. (Ja, natuurlijk.) Maar ik was vooral verbaasd, dat de bruggenbenoemingscommissie  w e l  de goede kade had weten uit te kiezen – de Josef Israëlskade, lees Schilderskade, waar de Volksschrijver op de hoek van de Diamantstraat van een De Avonden-fanclub een smaakvolle plaquette op de muur heeft gekregen met 'Frits van Egters' erop –, maar dan alsnog de verkeerde brug neemt.
Want waarom niet gekozen voor de dichtstbijzijnde brug (gemeten vanaf 'Schilderskade 66'), die, dat komt goed uit, tevens de mooiste brug is over het Amstelkanaal, enige jaren geleden helemaal gerestaureerd in oude, Amsterdamse school-glorie?
Welnu, die heeft al een naam: de Pieter Kramerbrug. What the? Dat P.L. Kramer de architect is van die brug, hoeft toch niet te betekenen dat hij die naam ook draagt?
Dus, geachte bruggennamencommissie, schroef dat bordje, dat trouwens iets te eenvoudig te bekrassen is door hangjeugd (hoewel dat ook weer revisties kan worden uitgelegd) van brug 403, en laat een kunstenaar de volgende belettering maken voor de P.L. Kramerbrug: 'Gerard Revebrug. Ontworpen door P.L. Kramer.'
Dat Reve een hekel had aan Hildo Krop moet maar even voor lief worden genomen, en is, gezien de snoezige zeehondjes met 'wrede' staartjes die Krop bovenop de Pieter Kramer brug heeft gebeeldhouwd, ook eigenlijk onterecht.

Essay

'Ik heb zin om een essay te schrijven over vrouwelijke hypocrisie,' zeg ik tegen lieftallige aan de borreltafel, na de zoveelste 'ontmaskering' van iemand die ik ken wegens seksuele intimidatie. 'Of beter: een essay over seksueel opportunisme. Het meten met twee maten. Aan de ene kant begeerd willen worden en dan, als een man denkt te kunnen handelen naar zijn begeerte, hem toebijten: blijf met je gore rotpoten van me af engerd of ik klaag je aan wegens aanranding. Zoiets.'
'Daar ga je geen vrienden mee maken,' reageert lieftallige. 'Iedereen die het opneemt voor de dader, maakt zichzelf medeplichtig.'
En dat is niet het enige probleempje met mijn theorie: de tsunami aan publieke aantijgingen en bekentenissen gaat voorbij het moeizame spel tussen man en vrouw, het gaat om machtsmisbruik – maar een man misbruikt per definitie zijn macht omdat hij fysiek sterker is. Echter, hoelang nog? Het wachten is op een vrouwelijke dader, een beetje naar het voorbeeld van 'Disclosure', dat verhaal van Michael Crichton, over die man die gechanteerd werd door zijn vrouwelijke superieur, maar alweer met de dreiging naar buiten te komen met een beschuldiging van seksuele intimidatie – wat toch weer een zwaktebod is.
Ik hoop dat Michael Haneke een film maakt over een man die op een geloofwaardige manier wordt verkracht door een vrouw, en dan niet geestelijk, maar in den vleze. Die zou ik wel willen zien.

Ontwijking

Uit het belastingparadijs

Zesentwintig jaar geleden publiceerde ik mijn eerste stukje zelfgemaakte journalistiek voor de Economieredactie van NRC Handelsblad onder chef Jurriaan Kamp. Onderwerp: de nieuwste trucs voor bedrijven om belasting te ontwijken. Gesponsord door Deloitte (en toen nog) Touche. Het kwam erop neer dat ik, nitwit op het gebied van fiscale shit, een glanzende presentatie van de nieuwe CD-rom bijwoonde op een kantoor van Deloitte (in Rotterdam), waarop in voor iedereen begrijpelijke taal werd uitgelegd hoe je als bedrijf zo min mogelijk belasting hoefde te betalen, door de verschillende BV's in je holding op vernuftige wijze onder te brengen in landen met lage belastingen voor die specifieke bedrijfsactiviteit. Ik zie de kerstboom nog voor me, die je volgens de fiscalisten van Deloitte voor dit doel speciaal kon optuigen. Ze noemden het natuurlijk ook geen belastingontwijking, maar fiscaal management (of zoiets).
Ik moest aan deze jeugdzonde terugdenken toen ik me probeerde te verdiepen in de Paradise Papers, een mooi staaltje onderzoeksjournalistiek waarvoor ik geloof de Süddeutsche Zeitung de meeste credits verdient. (Hier leggen ze uit dat het nog helemaal niet zo eenvoudig is om van de Paradise Pap. chocola te maken.)
Dat Nederland zelf een Steueroase is, om met de SDZ te spreken, waar Apple en Nike en nog veel meer bedrijven, dankbaar gebruik van maken, en, laten we niet vergeten, een heleboel vermogende Nederlanders, wisten we natuurlijk al lang, maar het blijft een onderwerp waaraan nog wel het een en ander te onderzoeken valt, lijkt me. (Niet door mij overigens, want ik ben daar te oud voor.)

Rood

Mark Rothko, Untitled


Een jonge vrouw zat voor me en bloosde, van oor tot oor en kin tot haargrens, echt haar hele gezicht werd rood, en, dit was ook gek, ze liet haar roodheid rustig van alle kanten bekijken. Eerst was ik verbaasd, en daarna gecharmeerd, van deze onwillekeurige bloed-tentoonstelling. Het was alweer een tijdje geleden dat ik iemand zo zag blozen. Als ik aan blozen denk, denk ik dikwijls aan H.J.A. Hoflands stelling, jaren geleden in een column geponeerd, dat we in 'bloosloze' tijden leven. (Hofland heeft dus nog niet helemaal gelijk gekregen.) Maar misschien wordt er minder gebloosd dan vroeger omdat we, nou ja, allemaal wat minder verlegen zijn geworden, assertiever, expressiever (ja, wijt het maar weer aan de social media). Dat lijkt me moeilijk meetbaar en eigenlijk ook onwaarschijnlijk. Zoveel veranderen we niet, biologisch gezien. De functie van blozen is nog altijd onduidelijk – volgens Frans de Waal wijst dit op een gat in het darwinisme. Ja, het zal met schaamte te maken hebben. De blozende geeft aan zich iets gelegen te laten liggen aan de reactie van degene voor hem/haar op iets dat net is gezegd of gedaan. Dat haal je de koekoek. Maar waarom? Dat maakt de blozende toch alleen maar kwetsbaarder? Of is dit gedrag een onmiddellijke poging tot verzoening? Blozen fascineert me omdat het een exponent is van ons oeroude dier-zijn, terwijl het alleen schijnt voor te komen bij mensen. Ik heb mezelf nooit zien blozen, bezit er ook geen selfie van, maar ik weet zeker dat ik het doe; althans, de plotselinge, niet te stoppen rush naar het gezicht, het warm worden van het gelaat in schaamtevolle situaties ken ik maar al te goed. Alleen valt het bij mij minder op, omdat ik al rood ben van mezelf.

De ontdekking van de hemel




Stelt u zich een sfeervolle, klassieke boekhandel voor in het oude centrum van een Gooische groeigemeente met in de etalage, jawel, niet alleen uw vrijwel gansche oeuvre, maar ook, en dit ontroerde me, op het verhaal van uw zojuist verschenen roman toegespitste parafernalia, zoals rokkostuums, en een fles sterke drank.
Binnen treft u goed gesorteerde boekenkasten aan, een heel persoonlijke keuze van cd's en dvd's, en pakweg twee dozijn stoelen bezet met geïnteresseerde mensen opgesteld richting een klein bureautje, met daarop een display met het boek in kwestie. Er wordt zwijgend geluisterd, maar de erop volgende discussie is levendig.
Uiteraard is er wijn. Een lezing zonder wijn is zoiets als coïtus zonder orgasme. Op de stoep wordt stiekem gerookt: ook dat spreekt me aan.
Slechts één bezoeker vertrekt voortijdig. Dat is de bezoeker die te oud lijkt voor dit soort dingen. Nauwelijks een motie van wantrouwen te noemen dus, dit. Eerder een aanbeveling.
Maar ik ben er nog niet. De lezing wordt opgeluisterd door Esther Steenbergen die korte fragmenten speelt van de Japanse folksong Sakura. Die stukjes passen uitstekend bij de voorgelezen passages, maar waarschijnlijk passen ze bij  i e d e r e  passage, omdat ze zo mooi zijn.
Tenslotte duwt de innemende eigenaar, Luud van Lelyveld, u na afloop als dank voor uw komst de schitterend uitgegeven, driedelige memoires van Casanova  in de hand, alsof het niets is.
U kunt met een gerust hart sterven.