Dear Barack Obama:



Would you please consider entering the race for the American presidency? You and only you should be the one occupying the White House in 2021. You can bring change. You can deliver. We, in the old countries, believe in you. You Could Give Us Hope.
Your first two terms seem so long ago – from a different age, really. You don't need to prove that an African American can be President of the United States, you already proved that; you don't need to prove anything. We know enough. We trust you. Actually, we trust you more than anyone. Your slate is as clean as can get. I can't remember a single scandal from your time in office. That could be a function of my memory, but it could also be a function of your presidency. I option for the latter.
First of all, you caught Osama Bin Laden. I can't remember if there was a trial, or if there was one, it may have been a short trial, but in any case, the hunt for the world's most sought after person was over thanks to you. (I kind of like that not a Republican macho president got that 'present' from the military, but a mild mannered Dem like you.) Second, you cried on international television, and not because you had just been slicing onions, or your cat just bit off a mouse's head (like mine did, yesterday). No, you cried to make a statement. That statement was: I, arguably the most powerful person in the world, am powerless against senseless gun violence. I thought that was impressive. To show that you also go over very well with my kids, I should only mention the tremendously cool way in which you swatted a fly during an interview. The American President should be more than the First Fly Swatter, but still.
According to some people, your attempt to reorganize the flawed US health care system was a disaster. According to us, it was not only brave but also very necessary. If the American Congress had not obstructed and frustrated Obamacare, who knows how many corona deaths could have been prevented?
I can imagine it is more comfortable to watch from the sideline how your candidate, Joe Biden, will try to beat the fly in the White House. Not unlikely, he will fail. Much more likely, you will succeed, because your are a much, much, much better candidate, the candidate that not only America, but Europe and the rest of the world needs desperately right now.

Thank you, etc.

Op de horeca!



Toen A. me vroeg mijn belangwekkende werk te onderbreken om met haar te gaan lunchen in restaurant P., dacht ik: ja, goed idee, leuk, gezellig. Maar ook: waarom? Het regent. Ik kan ook een boterham smeren.
Ik was als eerste aanwezig. A. is niet een vrouw die wacht, maar die op zich laat wachten, en terecht. De gay ober (die ik trouwens niet eerder gezien had bij P., maar dat zegt niets, misschien was hij een corona-aanwinst), pompte een kwakje desinfecterend middel in mijn handpalm, en vroeg naar mijn email en telefoonnummer, om een reservering te kunnen maken. Een reservering maken op het moment van binnenkomst heeft iets kafkaesk. Als we een app hadden, was het niet nodig geweest, maar we hebben geen app.
Ik nam plaats bij het raam. Een van de aantrekkelijkheden van uitgaan is naar andere mensen kijken. De voyeur in mij had het naar de zin.
A. arriveerde, in een goed humeur. Ze was niet natgeregend, en ze had opdrachten gekregen, en niets brengt A. in een beter humeur dan een opdracht.
Wijn? Eigenlijk hadden we ons voorgenomen om wijnloos te blijven vandaag, maar ja, J. had een baby gekregen, en uit lunchen gaan zonder wijn is toch zoiets als vrijen zonder kussen. Ik had zin in de Gruner Veltliner, maar die kostte, herinnerde ik me van pre-corona, het toch niet misse bedrag van 9,20 per glas – ver boven mijn stand (zelfs met inbegrip van TOZO). A. zei: ach, doe maar. (Een goede reden om van haar te  houden.) Zelf nam ze een riesling, die niet bloemig was, zoals ze had gewild, maar wel boterig.
'Zouden er culturen bestaan,' vroeg ik me hardop af toen we aten, 'zonder restaurants? Waar mensen misschien wel bij vrienden eten, bij familie, enzovoorts, maar niet op een plaats waar relatieve onbekenden koken voor geld?'
A. meende van niet. Ik ben geen cultureel antropoloog, maar het leek me een aardig onderwerp. 'Eskimo's, ik bedoel inuit, hebben die restaurants?'
'Misschien culturen waar ze geen geld hebben.'
'Geld is een ruilmiddel. Je kunt alles als ruilmiddel gebruiken.'
We toastten op J.'s baby, Evi heette ze, en natuurlijk op de horeca. Alleen dieren hebben geen restaurants. Restaurants maken ons tot mensen.

Angst voor de Ander



Ergens begin deze eeuw mocht ik met een groep Europese journalisten een kijkje nemen in een maximum security prison in Illinois, vlak bij Chicago. Mijn Vlaamse collega, verder een competente journalist, had het nodig gevonden die dag een kort rokje aan te trekken. De booty calls waren niet van de lucht toen we langs de getraliede cellen liepen. Het complex bevestigde de Hollywood clichés. In vrijwel alle cellen bevonden zich jonge Afro-Amerikaanse mannen, al dan niet gezeten achter een piepklein televisietje. De meesten zaten op hun bed, anderen leunden lamlendig tegen de muur of tegen de tralies. Ik herinner me een kort gesprekje met een twintiger die op matte toon vertelde dat hij ten onrechte voor moord zat, en wachtte op zijn hoger beroep.
Ik was nog nooit in een gevangenis geweest (wel in een politiecel, trouwens, en niet als journalist), laat staan een maximum security geval, waar bijna alle gedetineerden levenslang uitzitten of, jawel, wachten op hun aanstaande executie. Het beste argument tegen de doodstraf is dat hij niet te herroepen is in geval van een rechterlijke dwaling; dat de VS dit weigeren in te zien (na zoveel rechterlijke dwalingen) bewijst dat in dit land (wraak)gevoelens voorrang krijgen boven redelijkheid.
De death chamber, een cel met een soort bed in het midden, waarop de gedetineerde werd vastgebonden, en vervolgens een dodelijke injectie kreeg toegediend, was al jaren niet meer gebruikt, werd mij verteld. Ik was er niet gerust op.
Een hooggeplaatste afgevaardigde van het Openbaar Ministerie van Illinois liep met mij op tijdens de wandeling terug naar de journalistenbus. Toen ik hardop zocht naar een verklaring voor het hoge percentage zwarte gevangenen, zei hij, met de toevoeging dat ik hem niet mocht citeren (sorry): 'America is scared to death of blacks. That's why we lock them up.'
Angst voor de Ander is niemand vreemd, denk ik, maar in de Verenigde Staten is hij diep verankerd in de cultuur. Er is een heel systeem omheen gebouwd, en tot op zekere hoogte zelfs een industrie.

There is a crack in everything



Gistermiddag droeg ik voor het eerst en plein public een gedicht van eigen hand voor. Je zou hieruit kunnen afleiden dat dit mijn debuut was als dichter, maar dat is niet zo, omdat eerder gedichten van mij zijn gepubliceerd in heuse tijdschriften van papier en nietje (onder pseudoniem, dat dan weer wel). Ik had voor de gelegenheid een wit pak aangetrokken – als het gedicht niet beviel kon ik meteen een nieuw schrijven op mijn broekspijp – en mijn lentehoed opgezet. Onderweg naar het Thérèse Schwarzeplein, waar de voordracht zou plaatsvinden, kwam ik een man tegen die zei: 'You're too late.'
Hoe kon hij dat weten? Was mijn naam mij vooruit gesneld?
Aangekomen bij het pleintje, eigenlijk meer een parkje, en een pittoresk parkje at that, zag ik, temidden van een wijdverspreid publiek van naar schatting twee dozijn mensen, een kale man met een microfoon op een podium staan. In het gras naast het podium, bij de geluidsinstallatie, ontwaarde ik Mark van het Bruggehuisje, de organisator, die mij had geboekt, en zijn zoon, die de knoppen bediende. Mark lag er wat landerig bij, maar dat mag, als organisator van een poëzie-manifestatie mag je elke houding aannemen die je goed dunkt.
De spreekstalmeester riep een meisje naar voren om een gedicht voor te dragen. Het meisje, ik schat haar een jaar of twintig, liep op hoge plateauzolen naar het podium. Ze verontschuldigde zich dat ze haar voet had gebroken. Zittend droeg ze twee gedichten voor, een over het Thérèse Schwarzeplein en een over de Nieuwmarkt, waar ze zelf woont. Beleefd applaus viel haar ten deel. Toen ik haar in het voorbijgaan wilde vragen hoe ze aan die gebroken voet kwam, en of plateauzolen het aangewezen schoeisel zijn in zo'n geval, liep ze zonder te antwoorden door naar een bebaarde jongen die zich achter mij schuilhield.
De beurt was aan een vrouw met gitaar die een lied zong van Leonard Cohen, getiteld Anthem, met de gedenkwaardige regels: 'There is a crack in everything/ that's how the light gets in.' De vrouw vroeg of ze nog een liedje zou spelen, maar de spreekstalmeester moedigde haar aan dat niet te doen.
Toen hoorde ik mijn naam, en de titel van mijn gedicht, 'De beschrijving van een baan'. Toch nog nerveus, en met plotselinge spijt over mijn overdressed-zijn, besteeg ik het podium. Binnen een minuut stapte ik er weer van af. Geklap. Ik bleef tot het eind, omdat het niet aangaat om alleen voor jezelf te komen, maar toen alles voorbij was, voelde ik mij opgelucht als iemand van wiens schouders een last is afgevallen.

Brute racistische varkens



Vanavond heb ik mijn gespierde buurman uitgenodigd zijn knie op mijn nek te plaatsen, terwijl ik op de grond lag.
Meteen ging hij op mijn uitnodiging in.
Ik kon geen kant op. Het voelde als verlamd. Ademen ging nog net, praten al bijna niet meer. Ik zou mijn belager de ballen willen afrukken, maar ik kon er niet bij.
'En dan oefen ik niet eens druk uit!' riep mijn gespierde buurman.
'Waar zijn jullie in godsnaam mee bezig,' vroeg mijn vrouw, en de zijne ook, ongeveer in unisono, van een afstandje.
'Lezen jullie geen kranten?' vroeg de gespierde buurman.
Ik liep ook achter met het nieuws, ik loop altijd achter met het nieuws, zeker het nieuws uit Amerika, dat nooit ophoudt. Dat zal met het First Amendment te maken hebben, maar ook met het land zelf, dat een experiment is.
De zaak George Floyd lijkt op die van Rodney King uit 1991, maar mij deed hij denken aan de zaak Amadou Diallo. Dat was een Afrikaanse immigrant die doorboord werd met 41 kogels omdat vier politie-agenten hem abusievelijk voor een gevaarlijke crimineel hielden en zich bedreigd voelden toen hij naar zijn sleutels zocht in zijn zak (of was het zijn portemonnee?) staande voor de deur van zijn huis.
Ik ben nog voor de krant in die straat wezen kijken, destijds, in Queens. De 41 kogels echoden lang na, ook in mijn hoofd. (De vier agenten werden niet veroordeeld.)
Een andere zaak die ik me herinner was de zaak van de bezemsteel. Die was niet dodelijk, maar wel akelig. De New Yorkse politie ondervroeg op het bureau een zwarte verdachte die van de straat was geplukt, en toen die niet genoeg meewerkte werd zijn onderlijf ontbloot, en penetreerden agenten hem anaal met een bezemsteel.
Dat is het niveau van de Amerikaanse politie. Ik ben nooit dol geweest op de politie, maar Amerikaanse politie-agenten boezemden mij angst in, en ik was niet eens zwart. (Nog steeds niet, trouwens).

Grapes of wrath

John Steinbeck


Deze keer heette hij Matthew en kwam hij uit Queens, New York, maar het random anti-eenzaamheidstelefoontje kwam nog steeds erg ongelegen. Dat zei ik ook tegen hem. 'Ik vind dat Dialup heel erg leuk, ik praat graag met mensen die ik niet ken van de andere kant van de wereld, in zekere zin komt hier de eigenlijke bedoeling van internet, de Global Village enzovoorts, heel mooi tot uiting, maar ik ben net bezig een trampoline in elkaar te zetten met een vriend van me en mijn vrouw gebaart dat ik moet opleggen. Hoe gaat het met je?'
Het ging helemaal niet zo goed met hem, zei hij met licht stotterende stem. Zijn vrouw en dochter zaten sinds begin maart in quarantaine in Kentucky, waar zij vandaan komt. En hij had een corona-dode in de familie te betreuren. De man van een nicht van hem. 'Een jonge vent, kerngezond. Ineens, patsboem. Dood. En het tragische was dat we niet bij de begrafenis aanwezig konden zijn. Allemaal heel onwerkelijk en treurig.'
Gelukkig had hij zijn baan nog, Matthew, bij een bank. En hij las. Hij had eindelijk tijd om boeken te lezen. Dat trof, want de Dialup subcategorie waar ik me in een vlaag van romantiek voor had opgegeven, heette Books Int'l. Ik besloot ter zake te komen – mijn vrouw keek steeds nijdiger mijn kant op terwijl mijn vriend sussende gebaren maakte dat hij de trampo prima in zijn eentje op kon zetten – en stelde de vraag die bij deze groep hoort: what are you currently reading.
Een uitstekende conversation starter. Wie niets aan het lezen is, hoef ik ook niet te spreken.
'Ik ben bezig in een boek van John Steinbeck gelezen. Heb je wel eens van hem gehoord?'
Van John Steinbeck had ik wel eens gehoord.
'Grapes of wrath,' ging hij verder. 'Een tragische vertelling over ongelijkheid. Kan eigenlijk niet actueler en relevanter. De context is veranderd, maar de issues zijn nog precies hetzelfde.'
Ik moest echt gaan opleggen, want ook al werden hier belangrijke zaken besproken over de telefoon met een persoon wiens bestaan ik tot voor kort niet kon vermoeden, in de wereld van vlees en stenen om mij heen, the meat space, stonden mensen te wachten om zich tot mij te verhouden.
Toch heb ik zin gekregen om die Amerikaanse klassieker te lezen. 

Hoofdpijn



Plotseling heeft iedereen hoofdpijn. Mijn vrouw heeft hoofdpijn, de vriend die komt eten, van wie je het totaal niet verwacht, heeft hoofdpijn en ik heb hoofdpijn. Je zou graag willen dat deze hoofdpijnepidemie toevallig is, dat deze hoofdpijnepidemie helemaal geen epidemie is, maar een voorbijdrijvend statistisch wolkje. Maar het zou ook kunnen, het is zelfs veel waarschijnlijker, dat de hoofdpijn noodzakelijk is, dat we er niet onderuit komen, omdat de hoofdpijn een symptoom is van ons bestaan.
Hebben we covid 19, de hoofdpijnvariant? Zou kunnen, we zijn nooit getest. Maar het lijkt me dat deze hoofdpijn niet voorkomt uit een coronavirus. Deze hoofdpijn heeft te maken met spanning. Het is spanningshoofdpijn. We kunnen niet ontspannen. Telkens als ik denk dat ik ontspannen ben, dan blijken er nog hele spiergroepen in mijn nek en in mijn gezicht strak te staan. We staan allemaal strak. We staan allemaal al maanden strak, als een springveer. Iemand hoeft het palletje maar omlaag te doen, het schuifje omhoog, het haakje eraf te halen of we schieten de ruimte in, de Falcon 9 achterna.
Elon Musk, heeft die ook hoofdpijn? Vast. Als iemand reden heeft om hoofdpijn te hebben, dan is het Elon Musk. Zelfs al ontploffen zijn raketten niet op weg naar ISS, zelfs al blijven zijn astronauten volgens script lachen en beweren dat ze geen hoofdpijn hebben, ook al komen de raketten keurig netjes weer terug op aarde, dan nog heeft Elon Musk diverse redenen om hoofdpijn te hebben. Thuis heeft hij zeven kleine redenen tot hoofdpijn, plus nog een grotere reden tot hoofdpijn (en daarachter nog een). En dan al die projecten. Alleen het idee al geeft mij hoofdpijn, en dan hoef ik ze nog niet eens te verzinnen en te leiden en ervan overtuigd te zijn dat ze een succes worden, zoals hij.
Naar verluidt barst Musk uit zijn vel als hij zijn zin niet krijgt. Is dat een kenmerk van modern leiderschap, of van leiderschap tout court? Misschien is uit je vel barsten het medicijn tegen hoofdpijn.
Voorlopig doe ik het met paracetamol.

Meelijwekkende mannen (2)

Joost Swarte


Meelijwekkende mannen heb je in allerlei soorten en maten, als je er op gaat letten; het is misschien zelfs bijna onmogelijk om mannen niet op de een of andere manier als meelijwekkend te categoriseren, maar hier is er in elk geval een: achter in de vijftig of begin zestig, in bezit van imposante haardos, besmuikt spotlachje om de mond en wat wel wordt genoemd een vlotte tekstverwerker; vanzelfsprekend gezien lange staat van dienst af en toe gevraagd voor het een of het ander. Dan, hier komt het: een beroep hebbende dat niet per se bovenaan de droomlijst van beroepen staat. Goed, dat mag zo wezen, maar toch, dankzij jarenlang in de boeken opgeklommen tot chef. Chef: nog steeds niet iets waar een kind van droomt, maar het komt al in de buurt. Macht! Willen we allemaal wel. Macht over de machtelozen – nog beter. Maar ondertussen kalft het genre verder af. Jan en alleman pleurt zijn of haar smaakoordeel in de berm van de elektronische snelweg. Eén dodelijk sterretje op Bol.com kan meer effect hebben op de verkoop van mijn meesterwerk dan de vertogen van de heren en dames aan de Jacob Bontiusplaats. Velen in het boekenvak zijn gefrustreerd, sommigen wat meer dan anderen, maar de frustratie van de recensent is soms voelbaar door zijn of haar recensie heen. Een jurylidmaatschap hier en daar maakt iets goed, hoewel literaire prijzen, als ze ooit al iets zijn geweest, ook niet meer zijn wat ze geweest zijn, want opgeheven, bijvoorbeeld. Blijft over: flirt met aandachthongerige schrijver. Tit for tat. Een middernachtelijk appje, ondertekend met liefs. FF lunchje doen kon niet meer in coronatijd, maar kan binnenkort weer wel; ik trek alvast mijn meest sexy lunch-pak aan in afwachting van een middernachtelijk appje van Michel Krielaars. Enfin, zo waren de perks, die het leven van een chef nog enigszins draaglijk maakten. Niet eens naar bedje toe of zelfs maar stoutigheid in de toilethokken, nee: dat ie een uurtje in een hoofdstedelijk restaurant met voornoemd schrijvertje gezien mocht worden. Ocherm.

Meelijwekkende mannen

Schultenbrau Zwaar bier blik


Kletsmajoor, 11, is geboeid door de twee mannen die hij heeft gezien, en ik ook wel, moet ik zeggen. Man I stond gisteren om 11 PM aan de deur; Man II zagen we vanochtend bij onze ochtendwandeling op een bankje bij het water. Ze waren alle twee voorbij de vijftig, zestig wellicht. De een leek dader, de ander slachtoffer, maar zoals altijd kon je die rollen makkelijk omdraaien, wat het toekennen van medelijden ingewikkeld maakt. (Sommigen, zoals Nietzsche, zouden, mede om die reden, willen afzien van medelijden tout court, maar dat is gezien de constellatie der menselijke emoties een onmogelijkheid. Alleen machines kennen geen ((mede))lijden; hier wordt aan gewerkt.)
Man I had een vieze, volle baard en keek woest uit zijn ogen. Op luide toon begon hij aan een incoherente smeekbede. Op zich sta ik open voor smeekbedes, maar als ze incoherent worden haak ik af.
'Wat wou die man?' vroeg KM.
'Geld. Maar hij verpestte het voor zichzelf. Als hij zich had toegelegd op één reden, dan had ik hem best geld willen geven, misschien zelfs 20 euro, maar hij gaf teveel, vage redenen op. Hij was zijn sleutels kwijt, de slotenmaker kwam pas om twaalf uur, hij moest naar het ziekenhuis en zijn OV-kaart was leeg.'
'Een slotenmaker kan toch helemaal niet om twaalf uur komen?' merkte hij scherp op.
'Dat bedoel ik.'
Man II tuurde op een bankje met een blikje bier schuldbewust voor zich uit, terwijl een vrouw op hem foeterde. 'Wat is dat nou weer voor kutsmoes! Weet je hoeveel ik voor je gedaan heb? Weet je hoe ik de afgelopen dagen voor je bezig ben geweest? En wat doe jij?' Of woorden van gelijke strekking.
Het werd theater toen de vrouw het bierblikje uit zijn hand pakte en in het water smeet.
KM en ik theoretiseerden over de rolverdeling. We concludeerden dat de vrouw waarschijnlijk de zus van de man was, die probeerde hem op het goede pad te krijgen. Of zijn ex. Of zijn hulpverlener. Eerst voelden we mee met de man. Daarna met de vrouw.

Telefonische buurtborrel



Ik heb me nog niet geïnstalleerd op het matje, ik heb de heiige, Hollandse windmolen-oneindigheid nog niet dankbaar in me opgenomen, of mijn blinde buurman belt. 'Buurman, 'kom je een wijntje drinken bij mij op de stoep?'
'Buurman,' zeg ik, 'heel graag, maar ik ben op het strand.'
Onze lichamelijke verwijdering blijkt geen enkel obstakel voor een buurtborrel. Het enige verschil is dat ik hem niet mijn wijn kan inschenken, en hij mij niet de zijne. En dat we elkaar niet kunnen ruiken. Sinds hij gestopt is met roken, en we afstand bewaren ruik ik hem toch niet meer, dus dat verlies kunnen we ook afvinken.
We nemen de toestand in de wereld door. Mijn blinde buurman is goed op de hoogte, beter dan ik. Je zou hem een nieuwsjunkie kunnen noemen. Anders was hij niet begonnen over de laatste waanzin uit het witte huis (waarom dit nog met hoofdletters schrijven). Trump die beweert dat een of andere kritische talkshowhost een moordenaar is. Overdrachtelijk bedoeld dan toch, hoop ik, omdat zijn kritiek op Trumps beleid leidt tot meer corona-doden of zoiets? Niet eens. In de studio van de talkshowhost schijnt ooit iemand te zijn overleden en nu eist de president van de verenigde staten (idem) een onderzoek, hij roept het volk op om in deze zaak te duiken. Tja.
Als voormalige 'Amerikaan' (lees: iemand die een paar jaar in Amerika heeft gewoond) wordt mij niet zelden nieuws uit dat land voor de voeten geworpen, zo van: wat vind je daarvan, hè? Mijn blinde buurman heeft hier geen last van; zijn eigen zoon woont aan de Westkust. Iedereen bij die zoon in de buurt, heeft hij net van hem gehoord, loopt met MAGA-petten en T-shirts rond.
MAGA?
Ik haal maar weer eens historicus H.L. Wesseling van stal, die zei dat alles in Amerika groter is, dus ook de domheid.
Al met al lekker geborreld.