
Dat Opzij een verhaal van me heeft afgedrukt is niet aan mijn toenemend feminisme te danken, maar aan Margriets benoeming tot hoofdredacteur. Ik ben altijd al feminist geweest, maar Opzij geloofde het niet. Het feminisme is me met de paplepel ingegoten. Het katholicisme ook. Moedertje was van de 8 Mei-beweging. Daar hoor je niet veel meer over. Van het katholicisme ook niet trouwens. De strips in Opzij heb ik nooit begrepen, behalve misschien die van Claire Brétecher, maar die staan er niet meer in. In 1972 zette Opzij, lees ik op de website, Waar zijn de vrouwelijke genieën? op de cover. Die vraag kunnen we inmiddels beantwoorden: overal om ons heen. Er zijn zelfs zoveel vrouwelijke genieën om mij heen dat ik begin te twijfelen aan mijn eigen bestaansrecht. In 1974 zette Opzij 'Kut ruikt lekker' op de cover. Kut ruikt ook lekker. En de meeste lippen zijn rommelig, maar dat is nog geen reden om ze niet mooi te vinden. Er zijn nog steeds leuke meisjes die niet weten dat kut lekker ruikt en dat rommelige lippen mooi zijn. Daarom heeft Opzij nog bestaansrecht.
Heidemarie M. Stefanyshyn-Piper is ook een leuk meisje. Waarom vond ze het dan nodig een gereedschapkist kwijt te raken in de ruimte? 'Mijn vetspuit ontplofte.' Zolang er vrouwen zijn die gereedschapskisten kwijtraken in de ruimte heeft Opzij bestaansrecht.




