11. Geluk (slot)

Jean-Jacques Henner

Na afloop hebben we uitgebreid gedineerd, Walter en ik, in The French Room in Dallas, exquis en niet goedkoop. Erykah kwam ook nog even langs, voor een laatste afrekening. Hoe lang had ik in die geairconditionede museale spiegelruimte gezeten? Voor mijn gevoel een week, maar het bleek dus maar een etmaal te zijn geweest. Een etmaal naar jezelf kijken, ik geef het de grootste zelfhaters te doen. Niet slapen ook vooral. Oorlog tegen de herhaling, de leegte... Herinneringen ophalen, daar kun je wat tijd mee vullen. Ogen dicht. Je oogleden zijn de kortste weg naar het verleden. Herdenk wat je ooit hebt beleefd, if anything. Als je het niet meer weet, verzin iets.
Ik dacht aan mijn vrouw, hoeveel ik van haar hield. Ik was vergeten hoeveel ik van haar hield. Ze moest eerst sterven voordat ik tot de ontdekking kon komen hoeveel ik van haar hield. Of hield ik van een fantasmagorie? Had ik haar geïdealiseerd omdat ze er niet meer was, tot een idool gemaakt, een halfgod van de dood? Had ik haar überhaupt wel gekend? Wist ik wel wie ze was, wat ze wilde, of ze gelukkig was?
Geluk is een speeltje voor ouderen. Die hebben er de tijd voor. De nog niet ouderen vluchten voor het geluk in het genot.
Nou ja dit soort dingen hielden me bezig, zei ik tegen Walter.
Walter zei dat hij wel degelijk had overwogen om 24 uur lang via de geluidsinstallatie een hele harde hele hoge piep te laten horen, een oorverdovend priemend geluid, 'het geluid van het niets', zoals hij het noemde, maar dat hij daar, mede op voorspraak van Erykah, toch maar van had afgezien.

10. Ex-driehoek

Arthur Secunda

Hier past enige uitleg over Walter. Walter was mijn radicaal biseksuele zwager, de tweelingbroer van mijn vrouw. Ik kon het goed met hem vinden, ik had zelfs het gevoel dat ik ook een soort tweelingbroer van hem was (misschien wou ik dat zijn), of laat ik het zo zeggen, er waren tijden dat we zo mooi samenvielen met elkaar dat je bijna zou vergeten wie met wie getrouwd was, wie met wie een liefdesrelatie onderhield en wie innig familiair was. Het maakte, at the end of the day, ook niets uit. Ik hoefde niet jaloers te zijn op Walter, noch op de aandacht die mijn vrouw voor Walter had (mijn vrouw was goddank niet jaloers aangelegd), en aangezien Walter een radicale biseksueel was (ik kende de term ook niet totdat Walter hem introduceerde; hij moest met een man en een vrouw samen zijn anders werkte het niet voor hem), en ik een seksuele opportunist, hoefde niemand elkaar een strobreed in de weg te zitten.
De situatie veranderde nogal toen mijn vrouw kwam te overlijden. De perfecte driehoek waaide als een tent in elkaar. Volgens scherp observerende Peter was ik naar Parijs verhuisd om Walter te ontvluchten. Ik was dus nogal verbaasd om zijn stem te horen in de Texaanse spiegelkamer waar Erykah van de veelbelovende startup U4U mij had achtergelaten.
'Walter! Wat doe jij hier?'
Op het ruisen van de airconditioning na was het doodstil. Tevergeefs zocht ik de ruimte af naar een speaker of een camera.
'Viktor.' Walter snoof omineus. 'Ik ben er niet. Alleen jij bent er en jij komt er nooit meer uit.'



9. Spiegelig



Yayoi Kusama

Ik bevond me in een wachtkamer met alleen maar spiegels, zag ik toen Erykah eindelijk zo vriendelijk was om die belachelijke zak van mijn hoofd te trekken en zelf tip tap tip te verdwijnen achter een spiegelwand. Overal, vloer, plafond: spiegels. En niet alleen rechthoekige, zoals in een kermisattractie, nee, hier was alles rond, afgerond, menselijk. De designlamp en de airconditioning: spiegels. Zelfs het bankje waarop ik geacht werd plaats te nemen was van spiegels; tussen mijn benen door keek ik in mijn neusgaten. Ze konden een knipbeurt gebruiken, evenals mijn kwastige wenkbrauwen. Ja, misschien moest ik eens durven afscheid nemen van al het haar dat mij nog restte; zoveel was het niet meer. Alles werd dunner en schaarser, ook en juist in de schaamstreek trouwens. Misschien dat Michael Q. Darling, of wie, – if anyone – er achter die naam ook schuilging, mij in deze adviseren kon. Hoe schoor een mens zijn rug en rectum? Wacht: niet te veel details graag, zo vroeg op de dag. Ik had wel wat anders aan mijn hoofd. Mijn tweede kop ijskoffie bijvoorbeeld.
'Hallo?'
Mijn kinderlijke begroeting klonk hol, en, nou ja, spiegelig. Er ging een siddering door mijn ruggenmerg toen ik mezelf honderd keer terugzag, op honderd verschillende manieren, of waren het er duizend, een miljoen wellicht? Ik zou ze nooit allemaal kunnen zien. Niet zozeer het idee van een kloon beangstigde me, maar mijn oneindige zelfbeeld. Dus zo zag de wereld mij: als een witte schim met bloed aan zijn poten.
'Hallo.' Waar het geluid vandaan kwam was niet duidelijk, maar wel dat dit hallo Nederlands werd uitgesproken.
De stem kwam me eveneens bekend voor.
'Ik ben Walter.'

8. Writers and frustration



Wat mocht ik verwachten? Er kwam geen einde aan de autorit naar waar dan ook. Op de Texaanse talk radio ging het uitvoerig over de brand die een gefrustreerde Japanse schrijver had gesticht bij een filmstudio in Kyoto; volgens de gefrustreerde Japanse schrijver hadden ze hem te weinig credits gegeven of iets dergelijks, niemand wist er het fijne van, ook de Texaanse kletsmajoors niet, maar dat er iemand gefrustreerd was, en dat die frustratie minstens 33 mensenlevens had gekost, daarover was iedereen het eens.
All writers are frustrated, riep ik tegen Erykah door mijn zwarte jute zak heen, but some are more frustrated than others.
Yeah riep ze terug. That's my impression as well. I know no other group of people so obsessed with their output and imprint. Perhaps their ego problem has something to do with the fact that the only compliment they take seriously is a compliment from themselves.
Eindelijk stopte de auto. De deur ging open, onmiddellijk drong een golf van hitte de auto binnen, alsof iemand een reuze föhn voor de portier hield. Erykah gespte me los en begeleidde me van de achterbank. Te oordelen naar de geur en de stoffigheid, bevonden we ons midden in de woestijn – of misschien toch op de filmset van een woestijn en verzon ik de geur en stoffigheid erbij.
Are you excited, vroeg Erykah op een toon die geen ruimte liet voor nee.
Sure, zei ik. But I don't know if it's the right kind of excitement.
You'll find out soon enough, zei ze en voerde me mee naar een donkere, koele ruimte.



7. Niet googlebaar



Meteen toen ik de Texaanse hitte instapte had ik spijt van mijn hagelwitte pak. Hoelang zou het nog duren voordat er een koepel over de wereld werd geplaatst, een virtuele koepel, waaronder permanente airconditioning op basis van zonne-energie? Leek mij een no-brainer maar wat wist ik? Erykah gaf me een haastige kushug op het parkeerterrein en wat er toen gebeurde was toch weer enigszins verrassend, dat wil zeggen, het stond niet in het contract kan ik me herinneren maar ik heb de kleine lettertjes niet gelezen, die lees ik nooit wat misschien een van mijn grote zwaktes is (Peter vindt dat ik überhaupt overal veel te onbezonnen instap, maar ja, leven is riskeren naar mijn bescheiden opvatting wie niets riskeert is dus eigenlijk dood, waarbij onmiddellijk moet worden aangetekend dat wie teveel riskeert misschien voortijdig afscheid moet nemen van datzelfde leven. Enfin.)
Nadat ik op de achterbank van de auto was neergezet schoof Erykah vliegensvlug een zwartjuten zak over mijn hoofd, die ze bovendien handig aansnoerde en vergrendelde bij de nek waardoor er geen mogelijkheid was om hem weer af te doen, hetgeen toch de eerste reflex is van elk mens bij wie iets ongevraagd wordt opgezet. Daarna gespte ze me behendig vast in de autogordel, nam plaats achter het stuur en reed weg.
Het is zaak normaal te blijven ademen, lachte Erykah.
Dat begrijp ik, zei ik, niet zonder angst maar ook niet zonder prettige spanning, maar waarom is dit nodig?
De gedachte vatte post dat Michael Q. Darling helemaal niet bestond. Het was me niet gelukt om hem te googelen (althans, de Michael Q. Darlings die wel googlebaar waren, voldeden op geen enkele wijze aan mijn profiel). Dit was ook precies het scenario dat Peter me alsmaar voorhield: U4U was een ordinaire scam, een betrekkelijk eenvoudige manier om goedgelovige, nieuwsgierige, licht depressieve en daardoor voor allerlei onzinnigheid gevoelige mensen geld af te troggelen.
Michael Q. Darling is een schuilnaam, zei Erykah boven de talk radio uit. We willen ook graag zijn precieze verblijfplaats geheimhouden om stalking te voorkomen.

6. Een foto liegt beter dan duizend woorden



Wat moest ik eigenlijk aan op de date met mijn dubbelganger? Die vraag drong zich bij me op toen ik mezelf in de lounge van het hotel in een spiegel zag: kaki korte broek, zwart t-shirt, eeuwige Jezus-sandalen. Moest ik me misschien wat, nou ja, ambitieuzer kleden? Want hoe ijdel je ook dacht dat je was, zelfs de minst ijdele moest toegeven dat een eerste indruk een tamelijk, nou ja, onuitwisbare beeld achterliet bij de ander, met name qua ambitie.
Wat zou Michael aanhebben?
Ik had van U4U geen foto's gekregen. Hier zat een gedachte achter, een foto gaf per definitie een draai aan de werkelijkheid, stolde de werkelijkheid op een willekeurig moment, waardoor het totale plaatje verdween, de Gestalt, en om die Gestalt ging het nu juist. Een foto, had Erykah gezegd, liegt beter dan duizend woorden. Michael Q. Darling was opgespoord dankzij U4U's gepatenteerde zoektechnologie, die bij het matchen slechts gedeeltelijk keek naar beschikbare foto's. Gedrag dat tevoorschijn kwam uit big data woog zwaarder. Er werd een profiel gemaakt niet bestaande uit leugenachtige selfies en impulsieve tweets, zoals in de sociale media te doen gebruikelijk, maar uit 'speciale coordinaten'. Hoe dat precies in zijn werk ging daar deed Erykah geheimzinnig over. Ik zou het vanzelf zien. Ze zweerde dat ik versteld zou staan van de striking resemblance die ik zou vertonen met Michael. Natuurlijk, er zouden ook een aantal belangrijke verschillen zijn, dat kon niet anders, taal om te beginnen en nog zo wat van die futiliteiten, maar die zouden in het niet vallen bij de Gestalt – die zou voelen als een kopie.
Ah, daar was ze eindelijk, Erykah, in haar teslaatje, om mij op te halen. In de gauwigheid had ik in mijn hotelkamer toch maar een hagelwit pak aangetrokken, met donkerpaarse loafers eronder die ik op het vliegveld had gekocht.

5. Transpirerende Tricia



Bij het ontbijt kwam er een vreemde neerslachtigheid over me. Niets was er meer over van de aanvankelijke, toegegeven: enigszins kinderachtige opwinding over de aanstaande ontmoeting met Michael Q. Darling. Ik voelde niet alleen dat ik deel uitmaakte van een totaal zinloze onderneming, die mij niets zou leren, alleen maar veel geld en tijd zou kosten, maar ook dat ik mijn energie, mijn aandacht als schrijver op volstrekt de verkeerde zaken richtte. Nu kon niemand een schrijver vertellen waar hij zijn aandacht op diende te vestigen, of zelfs maar welke boeken hij moest lezen, of welke routines hij zou moeten hebben. Schrijven is als zeilen op open zee zonder kompas, ik hoorde mezelf het cliché net nog in de saaie ontbijtzaal debiteren tegen de allercharmantste serveerster, Tricia genaamd, althans dat stond op haar naambordje, die, toen ze hoorde dat ik uit Nederland kwam (zelf had ze ook verre Nederlandse voorouders) en zei dat ik in Parijs woonde en schrijver was nog meer van haar charme ten toon spreidde (dat ik niet zo zolang geleden was verweduwd liet ik maar achterwege). De charme zat vooral in de zoete zweetgeur die ze verspreidde, deze Tricia, maar ook bijvoorbeeld in haar tongpiercing, die me op meer dan een manier fascineerde. Terwijl ze een gepocheerd eitje voor me maakte, fantaseerde ik over een toekomst met deze getongpiercede, transpirerende Tricia. Wat als ik nooit meer terug zou keren naar Parijs, laat staan naar Nederland (daar had ik helemaal niets meer te zoeken afgezien van een sporadisch bezoek aan mijn uitgever als die iets te vieren had bij voorkeur zijn eigen verjaardag; voor de rest deed ik alles per email), en een appartementje zou huren in Dallas en af en toe iets ging ondernemen met Tricia, zou ik dan gelukkig zijn? Waarschijnlijk niet, maar dat was ik nu ook niet. Ik begon toch weer meer zin te krijgen in mijn ontmoeting met mijn doppelgänger, misschien kon hij mij vertellen welke kant het met mij op moest.

4. De vuurzee in om de vuurzee te bedwingen



Ongelooflijk hoeveel tijd een mens tijd kan rekken door na te blijven denken, wakker te blijven, zich niet in slaap te laten sussen door welke verleidelijke tijdslurperij dan ook. Ik lag in mijn hotelbed te draaien. Niet zozeer omdat ik de airconditioning zoals altijd had uitgezet (ik lijd aan hypo-acusis, voor mij is elk geluid een geluid te veel; hoewel Peter zegt dat ik me aanstel) en dus onder een deken van humiditeit moest zien mijn bewustzijn uit te schakelen, wat nog niet meeviel, maar vooral ook omdat ik moest denken aan een artikel dat ik bij het saaie avondeten in de bepaald niet saaie Texas Jewish Post had gelezen over nota bene de Notre Dame. Hoe is het mogelijk dat de Texas Jewish Post beter geïnformeerd is over de brand in mijn geliefde kathedraal (ik ging er elke zaterdag heen om mijn vrouw te gedenken), dan Le Monde, Libé, etcetera? Hoe dan ook, een klein detail in de reconstructie van de brand en het blussen ervan hield me uit mijn slaap, namelijk dat de Parijse brandweer door vanuit een van de torens te blussen had voorkomen dat de hele godvergeten boel in elkaar denderde. Maar hiervoor moesten jonge brandweermensen dus eigenlijk de vuurzee in, en sommigen van hen, uit de banlieu, hadden dit geweigerd. De vuurzee in moeten om de vuurzee te bedwingen, dat komt in de buurt van vuur met vuur bestrijden. Ik vroeg me af wat ik had gedaan als ik geen ongebonden, verantwoordelijkheidsloze schrijver was geweest, recentelijk na de dood van zijn vrouw verhuisd naar Parijs, expat buurman van een Amerikaanse expat, etcetera, maar een gewone soldaat van het vuur uit de voorstad. Zou ik bereid zijn geweest mijn leven te geven voor een gebouw? Deze what if kon ik mooi voorleggen aan Michael Q. Darling morgen.

3. Jezelf tegenkomen



Jezelf tegenkomen op een verre reis – bestond er een groter cliché? Mij leek het juist logischer om jezelf tegen te komen in je eigen huis, in je eigen badkamer, voor je eigen spiegel. Dat je jezelf bestudeert, je rimpels onderzoekt, je gele tanden, je lodderige ogen vul zelf in, en dat je dan denkt: zo zo, ben ik dat? Hoe lang nog? En: zou ik niet toch eens mijn gezicht ergens voor veel geld kunnen laten verjongen?
Nee, de zelfontmoeting waar veelal solo-reizigers 'op een kruispunt in hun leven' op zoek waren was uiteraard van psychische en/of, en dat woord bezorgde me braakneigingen zelfs zonder inname van ayahuasca, spirituele aard. De mannen en vrouwen die in hun eentje de halve of hele wereld afreisden, die zich afbeulden, de eindeloze eenzaamheid opzochten of juist allerlei slaapverwekkende groepsrituelen om zichzelf tegen te komen waren uit op een dieper zelfinzicht dat hun duidelijkheid zou brengen over de te maken cruciale keuze waarvoor ze stonden, of zoiets. Ik geloofde er niet in. Ik geloofde nergens in, dat was in zeker opzicht ook mijn probleem, hoewel ik het tegelijkertijd bevrijdend vond dat het leven geen zin had of hoefde te hebben.
Toch moest ik mijn Parijse buurman Peter ongelijk geven: mijn Texaanse trip was geen narcistische expeditie. Mijn narcisme werd begrensd door mijn gebrek aan interesse in mezelf.
Jij bent gewoon bang om in je eigen ziel te kijken, had Peter toen gezegd. Je bent bang voor wat je daar aan zult treffen.
Ik wierp tegen dat ik liever naar mijn ziel keek via de ziel van mijn dubbelganger, dat ik van spiegels hield om het spiegeleffect.

2. Zelfonderzoek



Tijdens de saaie vlucht naar Dallas, maar ook nu weer, alleen op mijn saaie hotelkamer, heb ik uitentreure nagedacht, dacht ik, over de ontmoeting met Michael Q. Darling. Wat mij aantrok in het idee van een perfecte dubbelganger was niet wat een eeneiïge tweeling moest aantrekken in een hereniging na een jarenlange scheiding. Ik was niet uit op de fantasie hoe het zou zijn als ik mijn leven anders had geleefd, als de genen-set waarmee ik was gezegend (of belast), andere keuzes had gemaakt en dat de tweelingbroers dan bij samenkomst erachter zouden komen dat ze wonder boven wonder dezelfde soort partner hadden gekozen (paardenstaart), dezelfde soort auto reden (Prius), en dezelfde soort boeken op hun nachtkastje hadden liggen (Harari). Nee. Het ging me er nu juist om dat ik iemand wilde ontmoeten die niet dezelfde genetische make up had, maar wonder boven wonder erg op mij leek. Heel erg, zelfs. Iemand dus die via een volstrekt andere weg bij hetzelfde punt was aanbeland. Niet alleen qua uiterlijk, juist ook qua karakter. U4U maakte dit alles mogelijk dankzij 'gepatenteerde search-technologie' (waarover Erykah nogal geheimzinnig deed, het enige dat ze erover kwijt wilde was dat Google interesse had getoond in een overname van het kleine bedrijfje uit Glasgow, maar dat kon iedereen beweren).
Niettegenstaande mijn verklaarde filosofische motieven, kon Peter, mijn eveneens alleenstaande buurman in het 20ste in Parijs,  toen hij van mijn kostbare plan hoorde (dat ik had gefinancierd uit een erfenis) niet nalaten op te merken dat dit zogenaamde zelfonderzoek hem voorkwam als een nodeloos ingewikkelde vorm van narcisme.