Adolescent interview



'Meneer mogen wij u interviewen?' Twee adolescenten – aandoenlijk, zoals alle adolescenten –, maar omdat het gymnasiasten zijn (twee meisjes van het Cygnus), nog aandoenlijker.
'Tuurlijk, ga zitten.' Ik zit zoals zo vaak op mijn bankje op het zijplein van de school van mijn vier- en achtjarige, en ik lees, zoals zo vaak, terwijl zij spelen (het verbaast me dat ik de enige ben). Ik schuif een stukje op en luister naar de meisjes.
'Wat vindt u van de Plantagebuurt.' 'Vindt u dat het te druk is in de Plantagebuurt.' 'Zou u iets aan de Plantagebuurt willen veranderen.' Enzovoort, enzoverder tot in de eeuwigheid amen. 'Het is voor aardrijkskunde.' 'In mijn tijd...'
Het ene meisje heeft lang donker haar en is al een halve vrouw; het andere meisje, met plaatjesbeugel en jeugdpuistje, is op weg een kwart vrouw te worden. Beiden houden hun mobieltje voor zich omhoog als een soort schild (of wapen). De donkere meisjesvrouw maakt de aantekeningen, het beugeltje stelt de vragen. Misschien zou je omgekeerd verwachten. Schaamte is iets dat groeit.
Mag ik jullie ook nog een vraag stellen, vraag ik na afloop, als ze een selfie met mij hebben gemaakt (anders gelooft het Cygnus niet dat het interview heeft plaatsgevonden): 'Waar dromen jullie van?'
Peinzende gezichten. Dat vinden ze een moeilijke vraag. Is het ook. Ik probeer ze op weg te helpen met mijn theorie, dat mensen rond hun twaalfde, dertiende nog durven te dromen, nog overal mogelijkheden zien; daarna laten ze zich steeds makkelijker terugfluiten door de realiteit. Then again, waarom zouden deze meisjes dat zomaar willen delen met een wildvreemde die hun vader, misschien zelfs grootvader, zou kunnen zijn?
Dan, eindelijk, na een stilte, bekent de kwartvrouw met de beugel: 'Ik droom wel eens van een truitje, of een bloesje, dat ik graag wil hebben.'

Varende varkens

André Masson: le misanthrope (self portrait)

Waarom heb ik een tamelijke grote hekel, elk seizoen opnieuw en nu weer in toenemende mate, hoewel ik verder geloof ik weinig mankeer, aan door de grachten varende feestvarkens? Is dat omdat ze lawaai maken en het lawaai op het water 'lekker ver draagt'? Neu. Ik maak zelf ook lawaai, anders mijn kinderen wel, hoewel ik de overlast probeer te beperken, en trouwens, het lawaai van de varkensboot is per definitie tijdelijk. Althans, de lawaai van die  e n e  varkensboot. Omdat men feest terwijl er niets is te feesten? Dat komt al meer in de buurt, maar: waarom zou   i k   daar iets op tegen hebben? Het staat toch elk individu vrij om zijn tijd naar eigen inzicht te doden, en als iemand zijn tijd op een  f e e s t e l i j k e   manier wil doen, dus met lawaai en alcohol, dan is dat toch nog altijd beter dan op een  o o r l o g s z u c h t i g e   manier, even ervan afgezien dat feesten nogal eens naadloos overgaan in oorlogen (en omgekeerd)? Omdat de varkens samengeklonterd zitten/staan op een bijzonder kleine oppervlakte, dikwijls een stalen kuip? Omdat ze niet zelden van het achterdek (of, als ze echt feestelijk zijn, van het voor- of zijdek) in de gracht piesen? Omdat ik, zijnde flexitariër per definitie een complexe relatie heb met varkens? Nee, nee en nog eens nee. Jaloezie dan misschien, omdat ik zelf niet op die feestboot zit, omdat ik zelf geen deel uitmaak van de varende varkensvloot, omdat ik zelf niet ben uitgenodigd om mee te kleppen, te slempen, mee te hoeren en te snoeren met deze zonder uitzondering cosmetisch verantwoorde, jonge, goed doorbloede menigte? Nee, dat toch ook niet. Het moet een milde vorm van misantropie zijn. Valt mee te leven.

International man of mystery



Hij is kapitein op een enorm motorjacht van een Russische familie. 'Ze bellen me op en zeggen: kom ons daar en daar oppikken, dan gaan we een stukje varen. En dan doe ik dat.' Momenteel is hij een jaar betaald vrijaf in afwachting van een nieuw, nog groter jacht, dat de Russen laten bouwen in Engeland. Zijn vader woont in Kaapstad, zijn moeder in Tel Aviv, dus Tel Aviv noemt hij dan voor het gemak thuis. (Thuis is waar je moeder is.) Hij heeft een stukje grond gekocht in Zuid-India, waarop hij eigenhandig een huis heeft gebouwd. Hij werkt daar als yogaleraar. 'Ik probeer vier, vijf maanden per jaar in India te zijn om mezelf op te laden. Het leven is daar heerlijk en kost bijna niets.' Hij heeft ook nog een kippenboerderij op Cyprus, maar dat is meer een investering, daar hoeft hij niet bij te zijn. En nu is hij dus even in Amsterdam, om een scheepje, dat hier nog lag, uit de mottenballen te halen. 'Amsterdam is een rare plek aan het worden... Ik bestelde koffie in een coffeebar, en toen ik wilde afrekenen, zei de verkoopster: we nemen geen cash. Creditcard dan? Ook niet. Alleen pin. Ik had geen pin. De verkoopster pakt me mijn koffie af en gooit de kop leeg in de gootsteen.' Ik heb de klacht eerder gehoord, van Amerikanen. Wellicht loopt men hier te lande iets te hard van stapel met digitaal betalen. Hoe zit het met de liefde? Zoals het zeelui betaamt heeft onze kapitein in elk stadje een ander schatje. Weten ze van elkaar? 'Als ik bij de een ben, ben ik eerlijk, als ik bij de ander ben, ben ik eerlijk. Dat is voor mij genoeg eerlijkheid.' Je bent een international man of mystery, zeg ik. Dat vindt hij leuk om te horen. 'Vooral dat mystery-gedeelte.'

Nudisme voor beginners

Anton Mauve: Morgenrit op het strand (1876)

De eerste duik in zee dit jaar had enige voeten in de aarde. Om te beginnen had ik geen zwembroek bij me en ook geen handdoek. Het strand was tamelijk druk en ik had nu eens geen zin om mijzelf cq. de mijnen te generen. Dus: wandelen. Het is goed om te gaan wandelen als men ergens niet uitkomt; dit wisten de Grieken al. Ik wandelde langs het water richting het noorden, met de zon in mijn rug. Het aantal strandgasten verminderde aanzienlijk, maar helemaal leeg werd het niet. Ik keek naar de zee. Die was kalm en uitnodigend, ook al had mijn moeder vooraf gewaarschuwd dat het water slechts 8 graden was. Ik had daarop geantwoord dat ik een paar jaar geleden afdaalde in de Oostzee, toen 6 graden, maar niet dan nadat ik was voorgekookt in de sauna.
De strandhuisjes in de duinen werden hier en daar al bevolkt. Een groepje in het bijzonder van een man of zes, viel mij op, en ik denk dat ik hen ook ben opgevallen. Iemand die iets van plan is, valt op. Ik draaide mij om en overzag de uitgestrekte watervlakte, die sinds de aanleg van windmolens in zee, iets minder uitgestrekt lijkt, en trok mijn t-shirt uit. Daarna trok ik mijn broek en mijn onderbroek in één moeite door uit, legde mijn kleding op een stapeltje en liep de zee in.
'Hé!' hoorde ik achter mij uit de verte roepen. Ik reageerde niet. Toen ik eenmaal zwom dacht ik: 'Ze pakken mijn kleren. Ze verscheuren mijn kleren voor mijn ogen. Ze steken mijn kleren in brand.' En: 'Ze waarschuwen de autoriteiten.'
Nadat ik vijftig meter de zee in was gezwommen, begon mijn lijf te tintelen. Ik keerde om. Mijn kleren lagen er nog, onaangetast. Ik ging met mijn blote kont in het zand zitten drogen in de zon. Een jongen en een meisje met een Sint Bernard – dewelke laatste, vreesde ik, wellicht zijn snuit in mijn kruis zou willen steken –, liepen met een grote boog om mij heen.

Huilnummer



In een Libération die ik uit Parijs heb meegetorst, lees ik dat animateur (dat beroep kende ik ook niet) Stéphane Saunier's favoriete huilnummer 'Drunk in the morning' is. Ik ken dat nummer niet, en aangezien ik een zwak voor huilnummers heb, tijp ik het in op YouTube. Onmiddellijk start een vreselijk opgewekt pop-nummertje, met bijbehorende video, waarin een vadsige krullenbol, die zich 'Lukas Graham' noemt, zingt hoe hij, als hij 'drunk in the morning' is, een meisje belt, van wie hij aanneemt dat ze 'lonely' is, en dat hij dan hoopt dat ze opneemt, ook al weet hij niet zeker of hij het goede nummer heeft. Geen Nobelprijs-materiaal, dit. Het zal toch ook niet het huilnummer zijn, dat de Parijzenaar in Libé bedoelde? Hiervan zullen hooguit zij huilen die een hekel hebben aan de mensheid. Inderdaad, even doorscrollen naar onder leert dat er nog een 'Drunk in the morning' is, en wel van Mick Farren. Lijkt er al meer op. Twee, drie akkoorden, een slepende slaggitaar, op de tel. Toch hoor je meteen dat het muzikaal is. Farren zingt op een Jim Morisson/Dylan-achtige manier, hij spuwt de woorden uit, bijna met tegenzin, dikwijls vals. 'Feels like I ate some old brass keys.' Kijk, dat begint er op te lijken. Farren blijkt frontman van protopunk band The deviants te zijn geweest. Stonede plaat, Ptooff (1967). Huilen weet ik niet, nog geen zin in, maar toch een fijne ontdekking.

Live in Betondorp

Lilou Dekker

We zijn wat vroeg in Betondorp voor Circus Reve, een voorstelling van Arie Storm over de volksschrijver in een open tent bij zonsondergang, aan de rand van de A10, dus we maken een ommetje. Zo vaak komt een mens niet in Betondorp, dus dat is alvast winst. We zien een man op de stoep brood voeren aan een nijlgans. 'En,' kan ik niet nalaten te vragen, wijzend op het parade-achtig gedoe op het grasveldje verderop, toeschouwers komen druppelgewijs langzaam aan vanuit de stad, 'wat vindt u ervan?' 'Asociaal,' antwoordt de man zonder een moment na te denken. Er valt een stilte die niet anders dan ongemakkelijk is te noemen, dus wij verwijderen ons en nemen plaats in de toneeltent en wachten op wat komen gaat. In elk geval dit: koude en zonsondergang. Voor ons op de tribune zijn er dekens maar niet voor Lilou Dekker, de beminnelijke vertelster/huisvrouw in de voorstelling, die in een broekpakje met ultrakorte pijpen aan een touwladder hangt. Arie Storm heeft Gerard Reve tot leven gewekt, zoveel is zeker, voor schoolkinderen van alle niveau's, en Sebastiaan Frowijn speelt hem met verve, ook al is hij pakweg veertig jaar te jong. Curieus dat niet alleen het rooms katholicisme ('een paardenmiddel'), maar ook het revisme te enen male ontbreekt. Er zijn twee Jongens (niet blond, maar toch) en er is een bijl, maar niemand wordt getuchtigd. In de verte gaat een zwarte poes voorbij, en, volgens een goddelijke regie, een konijntje. Het is geen straf om naar teksten van en over Reve (van 'een fan') te luisteren, en daarbij getuige te zijn van dansjes, sketchjes en wat dies meer zij, maar een stuk wordt het niet. 'Where's the drama?' om een geliefde uitspraak van Storm de criticus aan te halen. Nou ja. Reve kon het ook niet, toneelschrijven. Het is een andere kunst.

Koude en warme douche

Arin Rungjang: Golden teardrop

Niet onaangenaam, reizen per Thalys eerste klas naar Rotterdam Centraal, je zoeft door het saaie edoch lieflijke Noord-Franse landschap, iedereen spreekt op gedempte toon, hier is een vlotte medepassagier die fotomodel zou kunnen zijn, daar leest iemand een echt boek; het gratis verstrekte poppenflesje wijn helpt om de pijn van het Parijs achterlaten te verzachten. Maar dan: hollen naar perron 16 voor de overstap op de Sprinter naar Amsterdam. Geen beenruimte, lawaaivolk, stampij, het ene na het andere vochtige en tochtige stationnetje dat je doet afvragen waarom je er ook weer voor 'gekozen' hebt om je leven te leiden in deze zompig-grimmige uithoek temidden van half-analfabete, fantasieloze schreeuwlelijken. Gelukkig word je, op het eiland Amsterdam, afgehaald van het station, door je geliefden, je dochter! Ze heeft je, vanaf pakweg honderd meter, het station uit zien komen en begint te rennen. Je zet je bagage neer en spreid je armen. Kom maar schatje! Ik heb jou ook gemist, wat heerlijk om je terug te zien! Ze rent, zo hard als ze kan, met stampende schoentjes om haar broer bij te houden, zij moet er als eerste zijn! Gelukkig beschik je over twee armen. Een arm voor elk kind. De zoon zal aankomen in de linkerarm, de dochter in de rechter. Maar je heb iets over het hoofd gezien: je knieën. Die steken, door de gehurkte houding, vooruit. Je dochter stoot zich keihard aan de uitstekende knieën en zet het op een brullen. Van weerzien naar troosten in tien seconden. Later, toch nog, op de familietoren, nadat de zoon ook emotioneel is geweest over een onrechtvaardigheid, twee schitterende tranen bungelen plagerig lang als parels onderaan zijn oogleden, het warme onthaal.

Prul



Weken geleden had buuf me al gevraagd om, op de avond voor grofvuildag, mee te helpen de zolder die ze had verpatst aan de nieuwe huiseigenaar leeg te ruimen. Het zou om heel veel, en heel zware items gaan, die vier trappen omlaag moesten. Gisteravond was het dan zover. We waren 'met' een half uur klaar. Ergens als een berg tegenop zien heeft als voordeel dat het meevalt; een nadeel is dat men veel tijd kwijt is met tobben.
Terwijl ik de items op straat zette, inspecteerde de Grote Vuilraper in mij een en ander grondig. Wat voor de één prul is, is voor de ander van onschatbare waarde. Zo schoot mij te binnen dat het meubilair dat buuf hier afdankte, wel eens mijn gymnasiast van pas zou kunnen komen, wanneer hij in september zijn studentenkamer betrekt. Maar waar het in de tussentijd op te slaan? Achter de piano?
Vanaf het sociale cohesie-bankje, onder een inktblauwe hemel, keken buuf en ik toe hoe het passerende volk zijn slag sloeg. 'Jullie zijn vroeg met koninginnedag,' sprak een hippie-achtige vrouw. 'Koningsdag, bedoel ik.'
'Morgen is het allemaal weg,' zuchtte buuf.
'Ik gooide eens een oude matras op straat,' ging de vrouw verder, 'en in no time had iemand hem meegenomen. Dat gelóóf je toch niet!'
'Misschien rook hij lekker,' zei ik.
Een oudere man met een verwaaid uiterlijk bepotelde twijfelend een cd-speler zonder snoeren. 'Ik heb er al zestig,' zei hij, terwijl hij hem toch maar in zijn boodschappentas laadde, naast twee pakken karnemelk. 'In het bejaardentehuis zijn ze er blij mee.'
Het voelt goed om iets voor mensen te doen, vooral als je er niets voor hoeft te doen.
'Hier, nog een typmachine!' jubelde buuf, terwijl ze mij een zwaar, uitpuilend koffertje overhandigde. Als een kat die een muis de zitkamer in smokkelt, torste ik het ding mee naar mijn schrijftempel.
Vanochtend verbrijzelde de grijpmuil van de vuilniswagen de laatste items die niemand wilde hebben.


Met populisme is niets mis, behalve als er wel iets mis mee is.



Arjen Lubach wil dat 'wij' morgen 'om 20.00' met zijn allen 'Facebook' van 'onze computers' verwijderen. Hoezo dat? Nou, FB werkt met onzichtbare pixels op websites die 'ons' surfgedrag registreren, aan de vuiltjes op foto's die de lens heeft achtergelaten kunnen 'ze' zien dat foto's door dezelfde persoon zijn genomen, waardoor 'ze' nog beter advertenties en andere kapitalistische troep op 'ons' kunnen targeten, enzovoorts enzoverder tot in de eeuwigheid amen. Dat riedeltje, dat het altijd goed doet op feesten en partijen. Lubach speelt hiermee in op 'sentimenten die leven onder de samenleving'; met andere woorden, hij is een populist. Met populisme is niets mis, behalve als er wel iets mis mee is. Wat zijn de 'sentimenten' waarop Lubach inspeelt? Grote bedrijven zijn slecht. Grote Amerikaanse bedrijven zijn slechter. Grote Amerikaanse internetbedrijven beïnvloeden ons, onschuldige internetters, op slinkse wijze. Plak vlug een pleister over je webcam, anders zuigt Mark Zuckerberg je leven leeg. Of zoiets.
Mij doet deze hysterie nogal denken aan die golf van verontwaardiging niet heel lang geleden, maar ik weet niet eens precies meer wanneer, want toen was het ook hysterische onzin, tegen sluikreclame, of eigenlijk, onbewuste manipulatie van de kijker door middel van subtiele visuele boodschappen. Lieve Arjen Lubach, zolang er mensenmassa's bestaan kunnen ze, herstel:  w i l l e n  ze gemanipuleerd worden, ergo 'we' worden gemanipuleerd. De enige remedie tegen domheid en ongevraagde manipulatie is je verstand gebruiken. Dikwijls is het daarvoor nodig de tizie uit te zetten, de laptop dicht te klappen, en een boek te lezen van iemand die ergens verstand van heeft. Lubach heeft nergens verstand van – net zoals ik trouwens, romanschrijvers en filosofen hebben per definitie nergens verstand van. Als komediant heeft hij wel een makkelijke cop out als strax iedereen vrolijk door blijft facebooken, hijzelf incluis. Hij maakte maar een grapje.

Das dritte Reich?

Reve rond 1962
Je bent als assistent/tassendrager met een fotograaf mee op pad in Nordrhein Westfalen en je verbeidt de tijd door praatjes te maken met deze of gene, niet alleen om de fotograaf niet op de vingers te kijken en af te leiden met slechte suggesties, (je bent immers geen fotograaf; ieder zijn stiel), maar je helpt hem juist door derden die niet op de foto hoeven bij hem weg te houden en dus te onderhouden. Dat gaat wonderwel goed, want ja, je zit goed in je Duits, en met iedereen is wel van alles te bepraten, als je hoofd er naar staat, en deze geblondeerde, ietwat gepokte vrouw, je schat haar begin zestig, is niet onsympa. Je vindt haar zelfs zo sympa dat je foto's uitwisselt van (klein)kinderen, en zij opmerkt over jouw dochter, dat ze Schalk im Nacken heeft. Goed gezien en mooie uitdrukking. Er is Kola met een schijfje Zitron, ze deelt zelfs Pfannkuchen in een boterhamzakje uit, die haar Schwiegertochter die ochtend heeft gebakken en die verorber je met smaak. Alles gemütlich en toll.
Eén klein dingetje: je had, om de tijd te doden, deel 6 van het Verzameld Werk van Reve bij je. De vuistdikke gebonden paarse band lag opengeslagen op tafel bij een stuk over Reves eerste bezoek aan Oost-Berlijn, maart 1962. Niet verwonderlijk bespeurt de schrijver, die een tik van de communistische molen kreeg, in Oost-Berlijn de 'Furcht und Elend des Vierten Reiches'.
De sympa Duitse vrouw werpt een blik op jouw Verzamelde Reve, en vraagt, met toch iets van hoop in haar stem: 'Das dritte Reich?' Eerst denk je haar niet goed te hebben verstaan, maar je hebt haar wel goed verstaan en dat beangstigt je.