vrijdag 27 januari 2012
Een muilpeer op zijn tijd voorkomt onderhuidse strijd.
Gisteren ontving ik een muilpeer. Hij landde ter linkerzijde (voor de kijkers rechts) van mijn gelaat. Ik noem geen namen. Ik noem geen aanleidingen, ik noem geen omstandigheden, want die doen er niet toe, en trouwens, er zijn grenzen aan mijn openhartigheid. Ik had een filippica op vrijdag aan de muilpeer kunnen wijden, maar dat would be missing the point. Ik hoef geen boutade, tirade of kanonnade tegen de muilpeer te voeren, want ik heb niets tegen de muilpeer. De muilpeer is mij lief. Een muilpeer op zijn tijd voorkomt onderhuidse strijd. Zet dat maar op een tegeltje, breng het op de markt en geef mij een deel van de opbrengst. Noem me een masochist, of gewoon laf, maar ik zit liever aan de ontvangende kant van de muilpeer, dan dat ik er een toedien. Ik ben liever de muil waarop de peer landt, dan de peer op zoek naar een muil. En eigenlijk is het ook een geluk bij een ongeluk, als je daarvan kunt spreken, dat de muilpeer doorgaans onverwachts komt. Ik vraag wel eens om een muilpeer, en als ik hem dan krijg, ben ik toch een weinig teleurgesteld. Ik stel me er teveel van voor. Komt de muilpeer ineens, zoals gisteren, dan voelt hij beter. De wang brandt kort, de schrikt ebt weg, het leven gaat verder. 'Het leven ging verder. Dat was wat het leven zo moeilijk maakte.' (D. Verhulst, De helaasheid der dingen).
donderdag 26 januari 2012
O.
O. was die ochtend opgestaan zonder zijn vrouw te groeten. Hij had zijn schedel geschoren zonder een nieuw mesje te gebruiken. Hij was gaan ontbijten zonder op zijn vrouw te wachten. Hij was weggegaan, zonder te zeggen waarheen. Zij had hem laten gaan, hoewel ze dacht dat het misschien beter was geweest om hem tegen te houden, ook al had dat overredingskracht en misschien zelfs geweld gekost. O. had tien minuten gelopen om bij de plaats van bestemming aan te komen. Tijdens die wandeling had hij nauwelijks gedachten gehad. Nauwelijks gedachten die de moeite van het registreren waard waren. Hij had vooral naar de grond gekeken, want hij wilde zo min mogelijk mensen zien. Preciezer: hij wilde zo min mogelijk mensen in het gezicht zien. Het motregende licht toen hij bij de ingang van het gebouw kwam. Op het bordes zaten rokende jongeren die hem negeerden. Hij werkte zich door de traag bewegende draaideur naar binnen. Hij ritste zijn makkelijk zittende fleece-jack open. Links zag hij twee bewakers met elkaar kletsen. Achter de balie zaten twee vrouwen zwijgend voor zich uit te kijken. O. glimlachte. Hij beklom het laatste, kleine trapje, liep naar de eerste de beste computerterminal, ging zitten, logde in, en bracht alles met een muisklik tot ontploffing.
woensdag 25 januari 2012
Zo interessant is de waarheid nu ook niet.
Hij zat er al: Rob van Essen, schrijver. In de verste hoek. Gebogen over een boek. Onder een lamp. Met voor zich een cappuccino. Ik bestelde een muntthee, gaf hem een hand en ging tegenover hem zitten. Nu zag ik dat hij een baardje had. Een beginnend Freudbaardje. De eerste en laatste keer dat ik hem zag, twee maanden geleden, had hij geen Freudbaardje, maar een stoppelbaardje. Sinds die eerste en laatste keer, weet ik veel meer over hem omdat ik zijn twee laatste boeken heb gelezen. Fictie of geen fictie, een schrijver is wat hij schrijft. Hij ontkomt niet aan zichzelf, tenzij hij 100 procent plagiaat pleegt, wartaal uitslaat of niet kan schrijven. Soms krijg je als lezer ook wat feiten in de schoot geworpen waarvan je denkt: die kunnen verzonnen zijn, maar waarom zou de schrijver ze verzinnen? Waarom zouden ze niet waar zijn? Andere feiten moet je een kwartslag draaien om bij de waarheid te komen. Rob van Essen wist ondertussen veel meer van mij dan ik van hem, niet alleen omdat ik mijn mond niet kan houden, maar ook omdat hij mijn blog heeft doorgespit, en, vooruit, FAKE heeft gelezen, en ik niet met hem facebook (ik heb al een boek). We hadden, kortom, ons huiswerk gedaan. Maar het doel van ons onderhoud was niet om te zien wie het meest wist van de ander. Zo interessant is de waarheid nu ook niet. Het doel was, denk ik, shop talk. Het doel werd bereikt. Na de beschaafde consumptie van twee bier, hij alcoholloos en ik wit, verschil moet er blijven, werden we ongeveer tegelijkertijd opgepiept. We liepen een eindje op. Rob van Essen verdween in het duister.
dinsdag 24 januari 2012
Geachte Simone Kukenheim,
Hartelijk dank voor de brochure die u onlangs op mijn deurmat liet deponeren. Zeker, op mijn voordeur prijkt een brochure-werende sticker, maar hoe verheugd ben ik dat de geachte postbezorger hem heeft genegeerd. Anders zou ik zomaar aan uw bestaan voorbij kunnen zijn gegaan, en dat, Simone Kukenheim, zou ik dood- en doodzonde vinden. Want hoe verrast was ik, niet te zeggen verrukt, om uw naturelle oogopslag in de brochure aan te treffen. Mijn blik viel op uw foto en verliet die niet meer. Mijn vrouw moest wat koud water in mijn gezicht plenzen, daarna met de vlakke hand wat ferme tikken op mijn wangen geven, en tenslotte wat schopjes tegen het scheenbeen, om me weer bij het bewustzijn te brengen van de alledaagse, politieke realiteit. Nee, Simone Kukenheim, ik ben niet verliefd op u. Nog niet. En nee, ik zal u niet stalken. Nog niet. Maar wel geloof ik, dat ik nog nooit een portret van een politicus onder ogen heb gekregen dat mij zo bekoorde als dat van u. Zeker, dit kan louter het werk zijn geweest van een listige fotograaf, dat weet ik maar al te goed. En Alexander Pechtold is geen vergelijking. Maar dan nog. Ik heb u voor de zekerheid even gegoogeld, en dit bevestigde mijn eerdere indruk. Nog gelukgewenst met de baby. Als iemand een baby verdient, dan u. En niet alleen een baby, ook een stem, mijn stem, alle stemmen, en alle fondsen denkbaar om uw ideeën te verwezelijken, want iemand zoals u kan alleen maar in staat zijn tot het Goede. Belooft u zich zo snel mogelijk na uw verlof op te werken tot het premierschap?
maandag 23 januari 2012
Looking for weed (Conclusion)
![]() |
| Chris Tosic |
Guess what, nothing happened. Nichts. De nada. Zilch. You know, nothing happened and it's all good. Actually, I like that nothing happened. I like nothingness. I'll take nothingness over everythingness anytime. Of course I too suffer from expectations. But they can be met in other ways. For instance, I expected to get high, or stoned, out of my mind, and finally be showered with bliss with aforementioned friend H. In the end, I didn't even touch the stuff. The extremely sought after bag of Amsterdam Coffee is still sitting in my coat pocket, drying out slowly. Is this wasteful? Is the pope catholic? And it wasn't for lack of opportunities. This weekend, with Mladic out of the way, and my sparring partner since '83 in attendance, there were many, many opportunities to go get stoned. With or without H. True, H. did get stoned. At least, he smoked, outside of the restaurant, before, after, and even during courses, table manners not being his greatest concern. But I didn't join him. Why not? Why the hesitation, the lethargy, the rigid continuity in being seated at the table? To be honest, I have no idea. I was already content, I guess. The state of the universe, as it were, turned out to be beautiful and sufficient. I wasn't that desperate to be showered with bliss. Or I was a little suspicious that De Tweede Kamer's 'strongest weed available' would spoil, instead of enhance, the fun I was already having. Call it Bad Trip Angst. Meanwhile, it didn't look like H. was having a bad trip. Actually, H.'s behavior didn't show any signs of weed intake. Had everything been for nothing?
vrijdag 20 januari 2012
Looking for weed (II)
Unsurprisingly, I didn't get high. Or stoned, for that matter. Blame it on Mladic, Ratko. Please allow me to explain. Friends of my friends are my friends, so when H. suggested to bring along L., a friend of his who has been living in Amsterdam for ages, to dinner, I said: yeah! Sometimes I think I'm not saying yeah enough. Perhaps it's because I don't get high enough. Anyhoo, I made dinner, a 3 course dinner no less, with a little help from the wife, and we waited. That is, we waited for H., who was still at his hotel, waiting for L., who was still at her job reporting on the trial against aforementioned Ratko, waiting for the judge to finally cut off his latest rant. This all took forever. Sure, I'm a big believer in justice for all, but what's the point of Ratko's rant, when we're waiting to have dinner? Can someone convince Ratko that it is wiser to leave the ranting to your lawyer during a trial before the International Criminal Court? Maybe his lawyer has tried to do so, but hadn't been succesful. Can someone convince Ratko that he needs a new lawyer? I heard that the judge eventually switched off his microphone to shut him up. Can someone convince the judge that shutting off a microphone is not enough to shut a man up, especially when his name is Ratko Mladic? Before we went to bed after the late, late dinner, I took another snort from my bag of weed and thought: where did I go wrong? (To be continued.)
donderdag 19 januari 2012
Looking for weed (I)
My American friend H. is in town again, and whenever I ask if there's anything he needs, he says: 'Take me to the nearest coffeeshop. What I need is the strongest weed they have.' So after I had forced him to drink some of my coffee, and eat a sandwich I made, we went out looking for weed. By foot. Not because it's so fast, but simply because walking is the most human, most pleasant mode of transportation, especially when you are planning to get high (I was planning to join him, if only to write about the experience; I'll do anything in that respect). We walked down De Pijp. The sky looked grey, and it drizzled. 'Where are the coffeeshops?' H. asked. I said I didn't know. The few coffeeshops that we passed were closed. When we got to Thorbecke Plein things started looking better. 'Club Nasty,' H. said. 'I like that.' I liked it too, but they didn't sell weed, and besides, they were closed. On Rembrandt Plein there was Club Smokey, which said it all, but it looked like your typical tourist trap, so I decided enough is enough, let's go to De Tweede Kamer. De Tweede Kamer is the only coffeeshop I would go to myself if I needed weed, and I like the name even better than Club Nasty. Imagine a coffeeshop in the US, I told H., called The House of Representatives. 'LA has more places that sell weed than Amsterdam,' H. said, 'but you have to be a Californian citizen.' He went in and bought two bags. (To be continued.)
woensdag 18 januari 2012
Why I 'm passing on 'Pussy'
Turns out The Big Book of Pussy, that I, being a reviewer of non fiction books for a family newspaper was looking forward to look into, is not so suitable for a review after all. It's not that The Big Book of Pussy, hereafter 'Pussy', is not a book. 'Pussy' is a book. If not, why would Taschen file it under 'sexy Bücher'? It is a Big Book, even, and it is all about Pussy, no question about that. So the title, at least, is accurate. Moreover, it is not that 'Pussy' doesn't belong to the wonderful genre of non-fiction. Actually, one could say there's too much non fiction in it. 'Pussy' could use a little fiction here and there. But then I would not be the first one to review it, and 'Pussy' would no doubt be picked up, or more precisely, snatched away, by a fiction reviewer. No, the reason I cannot, and shall not, review it for the family newspaper, is that 'Pussy' is not for families. You need one to build one, for sure, but you don't want to look into it. Or you want to look into it but not have it lying around. A non prude would want to have 'Pussy' on his coffee table, but not while teenagers are trying to do their homework. Except perhaps, when those teenagers are preparing a paper on 'Pussy', which is rare; they prefer robotics and nanotechnology. Meanwhile, I would definitely say 'Pussy' contains some interesting stuff, like the spread of Vanessa del Rio showing off her clit the size of a micropenis, but that's another matter.
dinsdag 17 januari 2012
Stijve hark
Mijn hemel, prevelde ik, toen ik mezelf had laten zakken in het zojuist in elkaar gezette Bibabad, een uitvouwbaar bad voor krapbehuisden, waar heb ik dit aan verdiend? Ik moet hierbij aantekenen dat een Bibabad getuige de afbeeldingen op de verpakking niet bedoeld is voor lichamen van pakweg 1m84. Want je kunt water bijvullen tot je een ons weegt, nooit geeft Biba je het gevoel ook echt te baden. Je wordt nat, dat is juist – preciezer: voeten en billen worden nat, maar dat is dan ook alles. Hoe nat moet een mens worden om het gevoel te hebben dat hij baadt? Zeker, ware ik leniger, ware ik geen stijve hark, cq. houten plank, dan zoude ik in lotus- of kleermakerszit hebben kunnen plaatsnemen in Bibaland, en dan waren behalve voeten en billen, ook knieën en benen ondergedoopt. Nu probeerde ik met de hete douche de tegelmuur achter mij te verwarmen, zodat mijn arme ruggetje er niet zo van zou schrikken, en met mijn handen heftig te wapperen in het water, om een jacuzzi-effect te bewerkstelligen. Dat laatste lukte overigens heel aardig. Toen ik het Bibabad leegkieperde en daarmee de hele, reusachtige badkamer blank zette, dacht ik: misschien wordt het tijd voor de sauna.
maandag 16 januari 2012
Verjaardag
Tegen borreltijd togen Kleine Leeuw en bovengetekende gisteren naar zorgcentrum St. Jacob, een van de lelijkste gebouwen mij bekend, om de 89ste verjaardag van buurvrouw Roos te vieren. We waren een uur te vroeg, maar op een 89ste verjaardag kun je niet vroeg genoeg zijn. Toen we een kijkje namen in het restaurant, riep een van de dames, die, vanaf een overvolle eettafel, mijn boeket had gespot: 'Hier met die bloemen.' We trokken ons tactisch terug naar de hal. Daar werden we tegemoet gereden door mevrouw Roos, die, zo zei ze, al 2 uur zat te wachten. Niet op ons, dat kon niet, want ik had, heel lui, niet ge-rsvp't; toch leek ze totaal niet verbaasd over onze komst. Niet lang daarna wandelde buurvrouw K. binnen met onder haar arm drie kado's, waaronder handzalf voor de rijpere huid, en een berg verjaardagspost. Nu ontbrak alleen het apéritief nog. Na de eerste slok heb je overal vrede mee. Mevrouw Roos was bijzonder in haar nopjes, evenals K.L., die sjans had met alle rollatorbestuurders. Het enige minpuntje was dat twee van drie gasten, die wel hadden ge-rsvp't voor het verjaardagsdiner, niet kwamen opdagen, maar je kunt niet alles hebben.
vrijdag 13 januari 2012
Geachte postbezorger,
Ik begrijp dat u het zwaar heeft. Ik begrijp dat u, in deze tijd van het jaar, niet staat te springen om de straat op te gaan. Ik begrijp dat u meer respect verdient dan schoonmakers, want ja, wat doen schoonmakers helemaal? Schoonmaken, dat is juist, en laten we wel wezen, ze zijn daar niet altijd zo succesvol in, maar u heeft een cruciale taak in de logistieke economie. Nee, ik heb het niet over mijn brief aan Aristide von Bienefeldt die u kwijt maakte tussen Kerst en Oud & Nieuw – gelukkig heb ik nog een reservekopie – of dat de porto weer een puntje omhoog is gegaan. Daar valt mee te leven. Het is en blijft een wonder om in A. iets op de bus te doen dat een dag later – insjallah – bij B. op de deurmat valt. En dat voor een paar luttele centen! Zelfs wanneer ik onze majesteit op de zegel optuig met H-snor en dito spuuglok! Hiervoor ben ik Tante Pos, de RVD en de God der Bestelwagens op mijn blote knieën dankbaar. Nee, het gaat me om de kennelijke furie die u aan de dag legde bij het bezorgen van onderhavig manuscript, waarover ik, getuige de begeleidende persbericht, dat gelukkig nog net leesbaar is, toch pas vanaf 1 februari mag publiceren. Ik zou zeggen: haalt u eens diep adem, en bel aan. Sierkluizenaars bijten niet.
donderdag 12 januari 2012
Ik heb medelijden met die spuit.
![]() |
| De neo. €34,50. Maakt alleen een beetje veel geluid. |
Terwijl ik rommel in het keukentje van het Souterrain der Wereldverbeteraars luister ik onwillekeurig, of willekeurig, het verschil daartussen is me nooit duidelijk, het gesprek af tussen de arts en de Peruviaanse patiënt. 'Als u nog steeds zoveel pijn heeft, dan even niet, zou ik zegggen,' zegt de arts. 'Wacht tot de pijn over is. Dus: veel pijn, minder pijn, minder pijn, pijn. Is de pijn weg? Dan weer seks.' Zoiets begrijp ik zelfs, maar of de Peruviaanse patiënt het heeft begrepen valt te betwijfelen. Later hoor ik dat hij jaren geen seks heeft gehad. Hij vindt dat nu de tijd is gekomen om de schade in te halen. Twee dagen lang heeft hij rondgelopen met een cockring om zijn spuit. Twee dagen, dat is toch al gauw 48 uur. Trek daarvan af de macho-hyperbool en je houdt over 36 uur. Een 36-durige erectie. Dat de spuit daar op een gegeven moment een stil protest tegen gaat voeren, tegen zijn eigen afgedwongen, onophoudelijke erectie, kan ik me wel wat voorstellen. Die zwoegende zwellichamen die nooit eens leeg mogen lopen. Die aderen die continu op springen staan. Ik heb medelijden met die spuit. Aan een slappe heeft niemand iets, dat is juist, maar je kunt ook overdrijven.
woensdag 11 januari 2012
Allure vs. charme
Terwijl een taxi mij gisteravond langs de theatraal verlichte Erasmusbrug en diverse exemplaren van 'kijk mij eens'-hoogbouw aan de Maas naar mijn afspraak bracht, dacht ik: Rotterdam heeft allure. Goed, Amsterdam heeft charme, maar Rotterdam heeft allure. Een allure die aan New York doet denken. Amsterdam doet me zelden aan New York denken, hooguit als ik orthodoxe Joden voorbij zie banjeren of de restaurants ook op doordeweekse dagen vol zitten, alhoewel sommige delen van Brooklyn, Chelsea en de East en West Village, de meest dorpse delen, wel weer aan Amsterdam doen denken. Amsterdam doet rond het Y en de Zuidas enorm haar best om zich ook wat allure aan te meten – met wisselend succes, hoewel het nieuwe filmmuseum in Noord voorlopig qua architectuur mijn zegen heeft. Omgekeerd doet Rotterdam weer zijn best, in wijken als Scheepvaartkwartier en Delftshaven, om te charmeren. Ook dat lukt heel aardig, maar het verandert weinig aan het onderliggende archetype. Rotterdam heeft ballen. Amsterdam heeft lippen. Rotterdam omarmt de grootstedelijke eenzaamheid. In Amsterdam wordt nog in termen van natuurlijke cohesie gedacht, hoewel die ook begint af te brokkelen.
dinsdag 10 januari 2012
Eerste indrukken van 2012
1. Ik neem de telefoon op, hoewel iets in mij zegt dat ik dat niet had moeten doen als ik zie dat er op de display XXX staat. Op zichzelf vind ik XXX wel vaak iets om naar uit te kijken, behalve op de display van een huistelefoon. Het zou zomaar de Kamer van Kafka kunnen zijn. 'Goedemorgen, spreek ik met P.G.F. Vreulik?' Daar spreekt u mee, ongeveer. Wat kan ik voor u doen? U ziet, ik ben de mensheid doorgaans goedgezind, zeker als 't jaar nog pril is en de narcissen in bloei staan. 'Meneer Vreulik, u bent sinds kort klant bij Eneco.' Dat is juist. En? 'Nou, meneer Vreulik, wij willen u welkom heten.'
2. Een agent haalt me in op de fiets en mime't dat ik moet stoppen. Ik gehoorzaam en pulk de dopjes uit mijn oren. 'Weet u wel dat u door rood fietste, zonet? Er stonden twee mensen naast u te wachten en die scheurde u zo voorbij.' Daar was ik me niet van bewust, zeg ik. 'Dat hoor ik al de hele dag van mensen die ik aanspreek, dat ze zich er niet van bewust zijn. Luister, het is gewoon asociaal. Als ik keihard voorbij gefietst wordt terwijl ik sta te wachten voor rood, denk ik altijd: waarom wacht ik zelf eigenlijk nog?' Inderdaad, denk ik, maar ik houd mijn mond. Het is in de omgang met autoriteiten, zelfs vriendelijke, het beste om discussie uit de weg te gaan, is mijn ervaring.
3. Vogels in formatie boven de Pijp.
maandag 9 januari 2012
Herinnering
'Het geheugen is een doffe spiegel, of eerder een strand van
vergetelheid, dat bezaaid ligt met de tijdloze schelpen van de herinnering.' Dat vind ik een mooi citaat, hoewel het aantal metaforen op het randje is. Hij komt uit 'Het vergeten dat ons wacht', ook al een erg mooie titel, een roman van Hector Abad. Ik kan me nog herinneren hoe ik aan dat boek ben gekomen. Twee jaar geleden zat ik in een Zwitserse trein, die verrukkelijk zoefde door een besneeuwd landschap, en onder het genot van een glas helemaal niet zo slechte wijn las ik een stuk in de Neue Zürcher Zeitung van iemand die op melancholische en toch geestige wijze beschrijft hoe hij werkt in een huisje midden in de natuur (de details zijn helaas weggespoeld, maar hier is het stuk, leve interweb, nog terug te lezen). Ik wist meteen dat ik een boek van deze schrijver, Hector Abad heette hij, wilde lezen. Maanden later, toen er weer allerlei andere boeken tussen waren gekomen, werd de Nederlandse vertaling eindelijk thuisbezorgd. Nog weer maanden later begon ik eindelijk te lezen. Het vergeten dat ons wacht is een autobiografische lofzang van de schrijver op zijn vader, een sociaal geneeskundige die in de jaren tachtig door anti-communistische extremisten werd vermoord. Prachtig. Mijn Spaans laat te wensen over maar het lijkt me een zorgvuldige vertaling (van Jos den Bekker). De titel komt trouwens uit een ook alweer heel mooi gedicht van Borges. Zo. Nu houd ik op.
vrijdag 6 januari 2012
De gekantelde moderniteit.
Om de een of andere manier doet het me deugd om deze bakfiets op zijn zij te zien liggen. Meestal raap ik omgevallen fietsen op, gewoon om een simpele goede daad te verrichten, als fietser ben je solidair ten aanzien van andere fietsers, we hebben het al zwaar genoeg, maar in dit geval laat ik hem liggen, niet zozeer omdat ik vrees dat hij nogal zwaar is, maar omdat ik vind dat hij daar mooi ligt, met die banden omhoog, als aangeschoten wild, troost zoekend bij die auto. Een luxe-artikel dat de strijd om de perfectie heeft verloren. De gekantelde moderniteit. Fietsers, en andere bestuurders van twee- en, vooruit: driewielers, zijn evenwichtskunstenaars. Dat maakt ze sympatieker dan vierwielers. Vierwielers worden niet bestuurd door kunstenaars, maar door richtingaangevers, maar voor dit type bakfietsen moet ik een uitzondering maken. Een Harley-eigenaar vertelde me onlangs dat zijn vrouw, die ook Harley rijdt, wat anders, was omgevallen. Bezweken voor het stoplicht. Ze kreeg hem niet omhoog. Als ik die vrouw gezien had, had ik haar wel bijgestaan, denk ik, al was het maar moreel, net zoals ik deze bakfiets vermoedelijk ook had helpen omhoogduwen als er een moeder onder had gelegen. Maar er ligt geen moeder onder, voorzover ik kan zien. Er is in heinde en verre geen moeder te bekennen, dus ik maak, toch nog een weinig bezwaard, een snapje en vervolg mijn weg.
donderdag 5 januari 2012
Punkmeisje
'Occupy gaat nooit dood,' hoor ik iemand achter me zeggen, als ik een blik werp in een circustent temidden van een groepje andere, heel en half verwaaide tenten op een open plek in het Valkhof te Nijmegen, waar ik toevallig, of niet zo toevallig, want wat heet toevallig, vertoef. Ik draai me om, er staat een man van een jaar of vijfenveertig voor me in een warm jack met daaronder een warme trui. Geen typische occupier, integendeel, als je dan in stereotypen wilt denken, en wie denkt daarin gemakshalve niet, eerder een nestblijver, maar dan wel een die zich thuisvoelt bij Occupy Nijmegen. 'We breken alleen deze tent af. Die is al een paar keer bijna weggewaaid. Nu moet ie terug.' Ik kijk naar binnen. Het is een mooie tent. Hij is verwarmd met een houtkachel. Er staan tafels waaraan je zou kunnen eten. Op de wand staat met merkstift geschreven: '12.00 uur iedereen stil.' Knikkend naar de half verwaaide tentjes die nog buiten staan, vraag ik wat we ons op dit moment moeten voorstellen bij Occupy Nijmegen. Hoeveel mensen doen nog mee? 'Daar durf ik geen antwoord op te geven,' zegt de man na lang nadenken. Dan ineens, out of nowhere, werkt een bloedmooi punkmeisje zich langs ons de tent in, draait zich om en stelt zich voor. Nu begrijp ik waarom Occupy Nijmegen leeft.
woensdag 4 januari 2012
Het ongelooflijke verhaal van de moordenaar met de betonschaar
De moordenaar en zijn vrouw hadden drie poesjes. Hele lieve poesjes. Zo lief, dat ze dikwijls met kleine en middelgrote prooien aan kwamen zetten. Op een dag ving een van de poesjes, haar naam laten we in het midden, een koolmeesje. Een heel lief koolmeesje. Zij liet dit koolmeesje aan de andere poesjes zien en die moesten toegeven dat het om een heel lief koolmeesje ging. De drie poesjes speelden met het koolmeesje. Het was geen gewoon spelletje, geen touwtjespringen, hinkelen of iets anders liefs. Het was een wreed spelletje. Het koolmeesje speelde niet echt mee, maar werd door de drie poesjes beschouwd als spelmateriaal, zeg een bal, een puck, of beter misschien: een bolletje wol. Dat ging zo een tijdje door, tot het koolmeesje steeds minder tekenen van leven vertoonde, en zelfs helemaal stil werd, maar het was niet dood, want het bewoog nog wel, zij het zonder overtuiging. De drie poesjes verloren hun interesse. De vrouw van de moordenaar ontdekte het koolmeesje het eerst en besloot, instinctief, tot actieve euthanasie. Dat, meende zij, was voor alle partijen het beste. De moordenaar werd opgeroepen. Met een hand aan de kin stond hij voor zijn gereedschapskist. Een hamer zou teveel troep geven, een zaag ook, daarom nam hij een betonschaar en knipte het koolmeesje door.
dinsdag 3 januari 2012
Those are my principles and well, if you don't like them, well, I've got others.
Toen ik onlangs 20 euro overmaakte aan de Wikipedia Stichting, dacht ik twee dingen: 1. Ik hoop dat mijn donatie helpt om die slijmerige kop van Jimmy Wales die Wikipedia-bezoekers met zijn meticuleus gekapte baard toelacht zo snel mogelijk te doen verdwijnen, en 2. Eh, wacht eens even: als Wikipedia met de hoed rondgaat, waarom ga ik dan zelf eigenlijk niet met de hoed rond? Het is niet dat ik het niet kan gebruiken. Voel ik me er misschien, hoe zal ik het zeggen, te chic voor? Hold your horses, ik verbeeld me heus niet dat mijn werkdagelijkse stukjes op een lijn staan met de free flow of information die Wales' prachtige project op tamelijk letterlijke wijze mogelijk maakt. Maar zijn argumentatie om niet te zwichten voor het alomtegenwoordige advertentiemodel kan ik helemaal volgen, alhoewel hij het belangrijkste argument ongenoemd laat, namelijk dat advertenties, via Google Ads, of welke service dan ook, domweg spuuglelijk zijn. Niet zo lelijk als die T-pot die ik recentelijk voor teerbeminde kocht, maar toch. Het is geestelijke vervuiling, dat is wat het is. Het alternatief, een firewall – "vanaf heden €xx betalen voor toegang tot www.viktorfrolke.com" – heb ik altijd als een milde vorm van afpersing beschouwd, los van het feit dat ik daarmee hoogstwaarschijnlijk mijn laatste trouwe bezoekers wegjaag. Blijft over: met de hoed rondgaan. Bij deze. Benieuwd of het me lukt Imade's rekening voor het maken van die doneer-button terug te verdienen.
Gulle gevers krijgen een exemplaar van Dagboek van een ondankbare hond (Uitgeverij 1 + 0 = 1) toegestuurd, Waljango's strenge selectie van de 200 beste stukjes van de afgelopen vijf jaar, op ouderwets papier.
maandag 2 januari 2012
Valse start
Het nieuwe jaar begon goed. Om 06.00 uur schrok ik wakker uit een nachtmerrie, schreeuwend 'Jesus Christ! Wat is hier allemaal aan de hand?' Om 12.00, nog altijd in bed, waar anders, hoopte ik dat teerbeminde zich aan een bepaald, helemaal niet zo ambitieus voornemen zou houden, tevergeefs natuurlijk, en dat had ik kunnen weten, want zij doet niet aan voornemens, laat staan dat zij er zich aan zou houden. Om 14.30, tijdens het bezoek van de schoonouders, we waren inmiddels uit bed, maar daar was dan ook alles mee gezegd, stootte schoonpapa de T-pot omver – de oude, geleende, die ik opnieuw had gelijmd omdat teerbeminde de nieuwe, spuuglelijke T-pot reeds had teruggebracht naar de winkel (en in ruil daarvoor een waardebon ontving; als ik ergens een hekel aan heb dan is het gedwongen nering, dus winkel, verwacht binnenkort een gepeperd schrijven). Overigens trof schoonpapa generlei blaam. De T-pot ging verscholen onder een gitzwarte T-muts, en toonde zich zoniet topzwaar dan toch kantelgraag. In vaktermen: de tipping point bij deze T-pot is vrij snel bereikt. Een gast aan de oudejaarsdis, O, hoe verlang ik naar 2011, vertelde over de samovar die hij aantrof in zijn coupé op de Trans-Mantsjoerije Expres. Ik wil ook op die T.M.E., maar ik kan wel zo veel willen. Eerst maar eens de dag door.
Abonneren op:
Berichten (Atom)



















