Stad van geesten

De stad is leeg.

De straten zijn verlaten.

De mensen zitten binnen,

Tandenknarsend, verbeten.


Zij die moe zijn kunnen niet slapen.

Zij die ziek zijn gaan niet dood.

Zij die dood zijn staan niet op.

Zij die opstaan worden niet geloofd.


Mijn buren zijn weg.

Hun luxaflex is neergelaten.

Al lang klinkt er geen hoestbui meer.

Hun fietsen blijven ongebruikt.


You ride like a cunt,

Sprak de man met de snoetlap bij het stoplicht.

You smell like one, unwashed,

Had ik niet het lef terug te zeggen.


Jij gaat door met wat je aan het doen was.

Niets verandert behalve de wereld die oplost.

Ik ben al verleden tijd; wat je hoort is gereutel.

Het wachten is op de herinnering.