Waar was je, burgervadertje?

Andy Warhol, 'Machine gun'

'Zijn er bij jullie op het speelplein nog gemaskerde mannen geweest met automatische geweren?' vraag ik aan de buurman, die net terugkeert van het naar school brengen van zijn kinderen.
'Nee,' zegt hij. 'Nog niet.'
Alweer een meevaller.
Na de brute schietpartij in het buurtcentrum op Wittenburg afgelopen vrijdagavond bij de speeltuin waar mijn vier- en achtjarige niet zelden op vrijdagmiddag spelen met de naschoolse opvang, ben ik overal op voorbereid, maar ik kan niets doen. Het risico dat een terrorist, een gek of – waarschijnlijker in Nederland: – een drugscrimineel met een automatisch geweer ergens binnenloopt en op mensen begint te schieten (de verkeerde ook nog), een hoofd neerlegt voor een waterpijpcafé, of een mortier op de rechtbank afvuurt, is de prijs van een open, verdraagzame, egalitaire samenleving.
Wat je wel kunt doen, als je burgervader bent, ad interim of niet, is zo snel mogelijk naar de plek des onheils gaan en daar proberen te helpen, al was het alleen maar door je geruststellende aanwezigheid. Dat deed Jozias van Aartsen niet. Misschien dacht hij, of liet hij zich door anderen aanpraten, dat hij alleen maar in de weg zou lopen. Misschien dacht hij, ik ben toch maar ad interim, dus waarom investeren in mijn imago? Misschien dacht hij, symboolpolitiek werkte in Den Haag ook niet, dus waarom in Amsterdam wel? Of: zo hands on als Van der Laan word ik toch nooit. Of: op mijn schouder wil niemand uithuilen. Of: nog één aflevering van De Luizenmoeder en dan ga ik. Of misschien wel: ik heb geen zin. Allemaal gedachten en gevoelens die niet onbegrijpelijk zijn, en die ik misschien ook zou hebben. Maar ik ben geen burgervader. Hij wel. En in Amsterdam betekent dat dat je vanachter je bureau vandaan komt en laat zien dat wij voor niemand bang zijn.

Verstopt

Sarah Sitkin
De televisie van de bovenbuurman staat nogal hard. Ik weet hoe gehorig onze vooroorlogse woning is, telefoongesprekken die hij voert met zijn kinderen kan ik vrijwel woordelijk verstaan, en ik hoor hem helaas ook 's nachts vaak rommelen door zijn appartement, maar het is nieuw voor mij om al om 9.30 's ochtends te worden vergast op het Duitse televisiejournaal. Toen het commentaar bij een voetbalwedstrijd doorkwam, plus het geschreeuw van fans, zo luid dat ik niet meer kon nadenken, zei ik tegen lieftallige: 'Misschien moet ik met een bezem tegen het plafond kloppen, dat doet hij ook altijd als hij genoeg heeft van mijn pianospel.'
'Waarom bel je hem niet op?'
Ik bel. Boven gaat de telefoon een paar keer over. 'Jaaa?' antwoordt hij eindelijk, boven de televisie uit.
'Met Viktor, hoe gaat het?'
'Goed en met jou? Ik zie je nooit meer op straat.'
'Ik zie jou ook nooit. We lopen elkaar mis... Zeg, die televisie van jou...'
'Ja?'
'...staat nogal hard.'
'WAT?' Het lijkt alsof hij hem harder heeft gezet om mij te tarten.
'Je televisie staat nogal hard!'
'O ja, dat komt, mijn oren zitten verstopt... Zeg nog eens wat?'
'HALLO?'
'Ja, aan de andere kant ook.'
'Dan moet je ze uit laten spuiten.'
'Ik heb het met warm water geprobeerd maar misschien moet ik inderdaad even bij de dokter langs.'
'Zou ik maar doen,' zeg ik, brave huisartsen-zoon die ik ben, wetende dat hij niet dol is op witte jassen.
'Ik zet de televisie wel wat zachter.'
'Graag.'
Even later gaat de televisie helemaal uit. Een heerlijkheid.
We mogen van geluk spreken dat er geen gezin boven ons woont met kleine kinderen, zoals wij.

Sjans/chance

Kitagawa Utamaro

Sjans, op een verjaardagsfeestje, van een vijfenzeventigjarige. Vorig jaar troffen we elkaar ook, op hetzelfde verjaardagsfeestje. Toen had ik ook al sjans.
Over dat woord. Nogal kinderachtig, zo fonetisch. Waarom niet chance? Goed, maar dan zijn de vragen nog niet beantwoord, want 'chance' kent het Frans niet in de betekenis die het Nederlands het geeft, althans niet in de woordenboeken die ik tot mijn beschikking heb. Ik vraag het Ewoud Sanders. Tot die tijd spel ik het op zijn Frans.
Toen ik binnen kwam, ik was wat laat, met vrouw en kinderen, zag ik haar al zitten in een hoek, maar ze zag mij niet. Ze was in gesprek, of wenste mij op dat moment te negeren. Nu denk ik het laatste, en dat dat onderdeel was van het spel.
Even later hees ze zich uit haar zetel, en begaf zich naar de drank en spijzen-tafel, waar ik mij ophield met alcoholvrij bier. Ik begroette haar met drie kussen op haar zachte huid, waarop zij zei: 'Wat een geluk te worden gekust door zo'n onwezenlijke knappe man als jij!' Ik wilde het compliment retourneren, hetgeen niet moeilijk zou moeten zijn, maar het lukte niet. Ik was niet snel genoeg. Ik kreeg de kans niet om haar mijn chance te geven.
Haar dochter liep langs, half ogenrollend.
De vijfenzeventigjarige begon op te sommen wat de voordelen zijn van het hebben van een man in en rond het huis. 'Een man is toch echt technischer ingesteld dan een vrouw.' Ik protesteerde dat ik mijzelf absoluut niet als handig beschouw, maar dat ik best een keer wilde langskomen in haar huis aan de kust, waar zij al jaren woont, als divorcée, in het gezelschap van diverse dieren.
'Dat zei je vorig jaar ook...' riep ze verontwaardigd, of gemaakt verontwaardigd uit. 'Maar je komt tóch niet!'
'Jawel,' zei ik. 'Ik kom wel. Ik beloof het.'

Mizzi


Thomas Herbrich

Twee opmerkelijke uitspraken in het interview met de doorgewinterde uitgever Mizzi van der Pluijm vandaag in NRC. Uitspraak 1: 'Wij zijn geen mensen met passie, maar met toewijding en gedrevenheid.' Dit zal de eerste keer zijn, in lange tijd, dat een ondernemer, hetgeen een uitgever toch is, aangeeft geen mens met passie te zijn. Passie is verplicht, ook en juist onder ondernemers, al is het maar voor 'het product', 'het vak' of customer service. Mizzi begs to differ. En ze heeft gelijk. Passie is gratis. Arbeid is duur. Uitspraak 2: 'Ik ben nu met iemand in gesprek die denkt dat zijn taal momenteel het beste tot zijn recht komt in een podcast.' Ik ben blij dat ik die iemand niet ben. Mizzi: 'Wat vind je zelf van je manuscript?' Iemand: 'Ik denk dat mijn taal momenteel het beste tot zijn recht komt in een podcast.' 'Heel goed. Next!' Uit het interview valt ook op te maken dat Mizzi zich lang heeft verzet tegen Pluim als uitgeversnaam, maar dat 'de schrijvers' bleven aandringen. Ik vind het ook een goede naam. Voor een nieuwe e-sigaret. De combinatie Pluim en uitgeverij valt moeilijk serieus te nemen, maar bij mijn achtjarige slaat hij enorm aan. Die denkt trouwens ook dat zijn taal momenteel het beste tot zijn recht komt in een podcast. I couldn't agree more. Ik verwijs hem naar Mizzi.

Onmogelijke afspraak

Ai Wei Wei at Venice Biennale 2013

Ik heb in mijn smsjes teruggekeken: acht keer hebben F. en ik getracht een afspraak te maken, maar het lukt niet. Sinds oktober 2017 zijn we elkaar aan het polsen, en niet alleen dat, hebben we hele en halve afspraken gemaakt en die weer verschoven en vervolgens afgezegd. Je gaat je, ik ga me, afvragen hoe graag ik die afspraak wil laten doorgaan, en ik vermoed dat hetzelfde opgaat voor F. Er zijn afspraken waarvan je vindt dat die gemaakt moeten worden, maar die je ook graag ziet sneuvelen. Ik heb het niet over afspraken met de belastingvrouw, systeem-therapeut of begrafenisondernemer. Ik heb het over sociale afspraken. Nu moet ik hieraan toevoegen dat F. de reputatie heeft geen besluiten te kunnen nemen, en ik kan zelf ook behoorlijk besluiteloos zijn, dus dat helpt allemaal niet, maar ik heb goede hoop dat we elkaar toch nog eens te spreken krijgen, ergens, ooit. Voor een telefonische afspraak hoeven minder hobbels worden genomen, en ik heb F. ook om die reden op een gegeven moment opgebeld, maar toen begon hij toch vrij snel weer over een face to face, sit down, what have you achtige meeting, omdat dat toch veel beter werkt, en ja, daarvoor moeten offers worden gebracht en afstanden overbrugd, en daar wringt de schoen. Es muss sein is een uitspraak waar ik wel eens aan denk, als het zo uitkomt, en als ik die op onze situatie toepas, dan moet de afspraak wel moeilijk zijn, en wellicht onmogelijk. Daaruit zouden F. en ik onze conclusies kunnen trekken, maar zover is het nog niet. We geven elkaar nog een kans. Ik heb geen enkele reden om de weg tot de afspraak definitief af te snijden. Een ding is zeker: het is heden ten dage in het huidige tijdsgewricht van deze tijd wellicht iets te makkelijk geworden om een voorstel tot een afspraak te doen – en dat voorstel weer in te trekken – waardoor de afspraak an sich behoorlijk aan waarde heeft ingeboet.

Onzichtbaar leed

Leonard Tsuguharo Foujita

Tijdens de judoles worden de ouders/verzorgers geacht in de belendende kleedkamers te wachten, alwaar geen ramen, achter een gesloten deur. Dat vond mijn vierjarige aanvankelijk spannend, en ik ook wel een beetje, qua Robert M., Benno L., en Hans V. , maar alles went en we have nothing to fear but fear itself, haven't we?
Vanmiddag hoorden de ouders/verzorgers een onbedaarlijke huilbui uit de sportzaal komen. We lieten die even voortduren, totdat we elkaar vragend aankeken. 'Die van jou? Ik geloof niet dat die van mij is.' Nee, deze huil kon niemand thuisbrengen. Laten huilen dan maar. We keerden terug naar onze tijddoding.
Maar het gehuil hield aan. We hoorden nu sussende woorden van Meester Judo, maar die leken niet te helpen. Het kind riep om zijn moeder.
'Meester Judo weet daar wel raad mee,' sprak een mede-ouder geruststellend.
Inderdaad weet Meester Judo bijzonder goed raad met kinderen die om wat voor reden dan ook niet mee-judoën, maar wat als een kind pijn heeft?
Toen hoorden we – of in elk geval: hoorde ik – hijggeluiden die ik niet kon plaatsen. Het gehijg leek het gehuil te overstemmen.
Soms zit mijn verbeelding mij in de weg.
'Nou, ga maar naar je moeder dan,' klonk Meester Judo door de deur heen, verslagen. Het gehuil stierf weg.
Toen de vierjarigen na afloop juichend de kleedkamers binnenstormden aangezien hun verplichte nummer er weer op zat, vroeg ik aan die van mij wat er aan de hand was geweest met het huilende kind.
'Huilend kind? Ik heb niets gehoord!'

Vijf sterren (teveel)

Afbeeldingsresultaat voor le marteau sans maitre miro
Miró: Le marteau sans maître
Al weken wil ik naar de film maar ik kan niet kiezen, omdat er teveel films zijn met vier sterren. Liefst wil ik mijn bioscoopbezoek beperken tot het bijwonen van vijfsterren-films, omdat ik wel wat beters te doen heb (dichten op zakdoeken bijvoorbeeld), maar vijfsterren-films zijn schaars, en, laten we wel wezen, behoren dat ook te zijn. Dus was ik blij verrast te horen van Nieuwe Vriend P., met wie ik had besloten om 'weer eens' naar de film te proberen te gaan, dat hij er een had gevonden. Niet de Churchill-biopic, helaas, die hoog op mijn lijstje stond, en evenmin Le Redoutable, de nieuwe van Michel Hazanavicius (een naam bijna zo mooi als Houellebecq), wiens L'Artiste destijds zeker vijfsterren waard was (wat redoutable betekent heb ik moeten opzoeken; mocht de lezer ook geïnteresseerd zijn in de betekenis van dat woord, dan raad ik haar aan dit ook te doen.) De vijfsterren-film die Nieuwe Vriend P. uit zijn mouw schudde heette You were never really here. Of ik de trailer nog wilde zien. Nee, de informatie vijf sterren, het vage vermoeden dat een goede acteur erin speelde, plus de prikkelende titel was mij genoeg. Aangekomen bij Rialto (nog een goed teken), zagen we het affiche hangen. Dat zag er nogal cliché uit en was voorzien van ronkende aanbevelingen van kranten die in niet zo'n hoog aanzien staan. Een bekende in de foyer vroeg naar welke film ik ging, en ik merkte dat ik me inmiddels schaamde voor mijn keuze. De film was gewelddadig, dus in die zin hadden we een geslaagde avond (het geweld werd toegebracht met een hamer). Het verhaal was cryptisch maar dun, de dialogen waren spaarzaam maar infantiel, en Joaquin Phoenix' zogenaamd verknipte personage liet me koud. Dus waar komen al die sterren vandaan? Is de vrouwelijke regisseur voor haar gewelddadigheid wellicht  p o s i t i e f gediscrimineerd?

Zakdoek

Afbeeldingsresultaat voor embroidery artwork

Toen de snotkraan weer eens openstond bij lieftallige, dacht ik, niet voor het eerst, die heeft een zakdoek nodig, maar ik besloot er een project van te maken door er een versje op te laten borduren door mijn moeder.
Het leven is op zichzelf niet zo ingewikkeld, maar we maken het ingewikkeld.
Met het kopen van de zakdoek, 3 à €0,99 (Zeeman), en componeren van het versje (vier zoetsappige regeltjes) was ik gauw genoeg klaar, maar toen ik mijn moeder vroeg of ze misschien trek had in wat handarbeid, zei ze: 'Dat is zo'n gedoe jôh, je kunt beter naar zo'n website gaan, kun je het zo laten borduren.' 'Maar het is,' wierp ik tegen, 'toch veel, eh, mooier als jij het doet, als gemeenschappelijk project zeg maar? En er zit geen haast achter.' Uiteindelijk ging ze overstag, hoewel ze naar eigen zeggen niet goed kan borduren (niet zo goed als haar moeder in elk geval), en de stof die ik haar had gegeven maakte het niet makkelijker. Enige weken later meldde ze niet zonder trots dat het af was. Ik bekeek het resultaat. Het was van een wonderbaarlijke schoonheid. Er was alleen een probleem: het versje was onleesbaar. Toen ging ik toch nog het internet op en bestelde voor een veelvoud van €0,99 twee machinaal geborduurde, kanten zakdoekjes: één voor de snotteraar –  'Grappig,' vond ze – en één voor mijn moeder; het versje was met enige goede wil ook op haar van toepassing.
'Dank voor je cadeau,' smste de laatste bij ontvangst, 'maar ik vond die van mij mooier.'
Toen ik de door mijn moeder gemaakte zakdoek aan lieftallige liet zien, bleek deze het weer eens roerend met haar eens te zijn. 'De stof voelt ook veel fijner.'
Leesbaarheid is een overschatte kwaliteit.

Korting

'Weet jij waar dat boekje met kortingsbonnen is?'
Ik voel de bui al hangen. 'Weggegooid,' zeg ik, amechtig.
'Haal maar uit de prullenbak, dan.'
'Prullenbak geleegd in vuilniszak; vuilniszak in container.'
Lieftallige wil me aanvliegen. 'Daar zat een kortingsbon in voor een boottocht vanavond om het Amsterdam Light Festival te zien. Dit is het laatste weekend... Wat  b e n  je nou voor iemand?'
Ik moet denken aan de vrouw van een oude Nederlands-Amerikaanse vriend van me. Ze was een highflyer in de reclamewereld, maar toen ze moeder werd gaf ze prompt haar baan op en liep ze alleen nog te leuren met coupons. Geen aanlokkelijke metamorfose.
Een kwartier later is de stemming weer goed, omdat lieftallige de kortingscode, alles draait om codes tegenwoordig, via via toch nog te pakken krijgt.
Als het schemert fietsen we naar Lovers tegenover CS. Tijdens het opstappen op de rondvaartboot klinkt luide volksmuziek en ook de rondvaart zelf is niet van volkszang en bijbehorende kapiteinshumor gespeend ('Als dit kunst is dan word ik ook kunstenaar.') Maar er valt niets te consumeren aan boord, dat is ook en vooral voor lieftallige een domper.
'Vond je het niet toch een goed idee van me dat ik dat bonnenboekje had weggegooid vanochtend,' vraag ik.
'Nee!' Nee, natuurlijk vind ze dat geen goed idee. Die korting van 60 procent hebben we toch maar mooi meegepakt. En zo erg was het ook weer niet.
Een van de oudste vormen van oplichting: iets duur maken, zodat het wat lijkt, en dan korting geven, alsof je een goede deal hebt. En dan ook nog bij het uitstappen vragen of je het leuk vond, een vraag waarop je beleefdheidshalve geen nee kunt antwoorden. 
Uitgevers kunnen nog wat leren van rondvaartbootmaatschappijen.

Drie depressieven

Antonio Romero, Lactose #1

Mijn Grote Amerikaanse Vriend komt niet naar Amsterdam, zoals beloofd. Pity. Hij was uitgenodigd voor een conferentie in Europa, ik geloof zelfs in Leiden, en zou dan mij en onze gemeenschappelijke Amerikaanse vriendin in Amsterdam bezoeken, maar hij had er uiteindelijk toch geen zin in.
Reden?
'I'm feeling a bit down,' emailde hij.
Ik dacht: down? Wacht eens even, dat ben ik ook! Ik was me er zelf niet zo van bewust maar ik schijn aan een winterdepressie te lijden. Of laat ik het zo zeggen: in de winter zijn de kuiltjes in mijn gemoed, de dalen in de grafiek, iets dieper dan in andere seizoenen, en dat kan inderdaad zomaar met de verminderde hoeveelheid zonlicht en het alsmaar binnen blijven te maken hebben. (Mijn pogingen suikervrij de dag door te komen helpen ook niet). Mijn stemming schommelt wel vaker, maar ik weet zeker dat ik depressief ben als zelfs de oudste beweging der wereld mij koud laat.
'Wow! I'm also (dare I say) depressed!' emailde de Amerikaanse Vriendin in Amsterdam.
'I'm sorry to hear that both of you are depressed too,' reageerde de Grote Amerikaanse Vriend. 'Let's do a three way skype soon.'
Opeens zag ik in een wereld voor me waarin iedereen depressief was. Althans, iedereen in het koude, oude noorden. De mensen in het warme arme zuiden hadden nergens last van.