Rijp



Volmaakt onvolmaakte vorm, neoklassieke borst, stevig,

met hier en daar met wat zachtheid, gelukkig;

tepelsteeltje ongelakt.


Ik snijd je open, je fonkelend sappige helften

ontbloten zich voor mijn ogen.

Jonge sla ben je niet. Ik watertand.


Verleidelijk je nu meteen op te hakken en klakkeloos te nemen,

 – nat over heel mijn kin –,

maar ik houd me in.


Opnieuw ga je in de lengte doormidden, om het perfecte kwart

in mijn hand in één kielhaal

te ontdoen van een kamer van je hart.


Daarna je huid die soms tegenstribbelt bij de punt,

weigert waardevol vlees af te staan.

Wat? Ben ik te laat? Val je melig uiteen?


Neen, je laat je gewillig villen, in hapklaar vlees verdelen

dat ik vorkend tegen plakvingers

aan mijn geliefden voer.





Stilisme


IM Gerard Reve





Schuin tegenover waar ik

Met de top van mijn vinger

Op het gebarsten raam 

IJsbloemen smelt


Bouwde hij op zijn kamer

Aan gene zijde van ’t water

Een iglo.






Eerste sneeuw



Ik heb niets met natuur / geef mij maar mensen
Hoewel die natuurlijk ook
Wanneer het ze uitkomt
Van haar deel wensen uit te maken

De eerste sneeuw / groots aangekondigd
Het enige wat ik zag was een vachtje
Op de autodaken
En de Han van Zomerenbrug

Sneeuw / denkelijk de dichterlijkste neerslag
Op motregen en hagelstenen na
Hoe ze ontroerend de wereld in te pakken tracht
Terwijl dat steeds minder lukt

En dat ze plakt


Piept


Kraakt


S


t






uift


«÷≥≤÷»


van scherm naar scherm

door de dag

slepen wij ons voort



we amuseren ons 

volgeplempt met prikkels

allang niet meer dood



nee laat het afstompen

het murw beuken het walgen

maar aan onszelf over



geen scherm gaat ons redden

de verlossing ligt nog steeds

in het rafelige echie



postte hij

nog snel even

toen niemand keek






 




Dit is waarom ik in Amsterdam woon (2)



Net als ik een rondje loop  voor het slapen gaan, ik ben de hele dag binnen geweest, geveld immers door een nare verkoudheid inclusief pijnlijke hoest, maar als ik niet naar buiten ga, als ik mijn rondje niet maak, dan slaap ik niet in, laat staan door, dus daar ga ik, de hevige herfststormen die waren aangekondigd bereikten Amsterdam bij mijn weten nauwelijks, maar het waait nog steeds, het is onstuimig, de eerste persoon die ik tegenkom aan het eind van de kade kijkt me meewarig aan, zo van, als je geen hond hebt wat doe je dan in dit hondenweer, waarop ik zou willen antwoorden, wat nou als je je eigen hond bent, en trouwens, hondenweer is betrekkelijk, ik heb liever dat er druppels naar beneden komen dan, ik noem maar iets, bommen, en het is nog nooit voorgekomen dat ik mijn rondje maakte zonder dat ik op zijn minst door een kleinigheid verrast werd, dus ik ga de brug over, donderdagavond zou in theorie een uitgaansavond kunnen zijn, is dat ooit voor mij ook geweest, maar dat is nogal lang geleden, mijn enige uitgaan bestaat tegenwoordig uit restaurantbezoek, (bioscoop)theaterbezoek en het sporadische concert, geen klachten hierover, maar de opwinding van het uitgaan mis je wel, soms, de hoge verwachtingen, het dansen, het kleine veroveren, het flirten, het jezelf verliezen, enfin, ik ben nu ongeveer op de helft, en hoewel ik heb overwogen om de korte ronde te maken, kiezen mijn benen als vanzelf voor de langere, dat is mijn spartaanse inborst, ongetwijfeld geërfd van mijn ouders, jezuïeten, nou dan weet je het wel, de jezuïeten zijn de spartanen onder de katholieken, ik zie nu alleen nog maar mensen met honden en die honden zien er ook niet uit of ze er zin in hebben, maar hun toilet is nu eenmaal buiten, dat is zo afgesproken, ik fietste van de week nog door een regenachtig Vondelpark waar ik een professionele hondenuitlater zag met ik overdrijf niet hoewel overdrijven mijn vak is vijftien honden, dat waren dus vijftien luie baasjes bij elkaar, en hun partners want die hadden ook geen zin, dat maakt pakweg 22 luie baasjes (sommige baasjes zullen alleen zijn), maar ik ben ook lui en al bijna weer thuis, ik hoef alleen nog de weg over te steken, het zebrapad, ik laat expres een auto niet voorgaan, naar mijn bescheiden mening zouden fietsers en voetgangers bij regen altijd voorrang moeten hebben, dan dus gebeurt het kleine wonder, in het nieuwe ouwe café waar zo te zien jongeren, althans mensen jonger dan ik, bezig zijn uit te gaan, whatever that may mean, zie ik in de etalage om zo te zeggen, achter het grote venster twee vrouwen, de ene licht, de ander donkerharig, maar beiden langharig, volmondig op elkaars avances ingaan.

Toscaanse herfst





Niet de bui die de okeren grond vermoddert

En de twintig tinten groen sfumato vervaagt

Niet de lobbige wolken

Of de rukwind in de nacht




Niet het roodgekleurde blad van de parasiet

Om de stam van de pijnboom

Niet de hornaar

Die zich te goed doet aan het rotte fruit




Maar het melancholische balken

Van de ezel achterin de wei

Als de hoorn van een scheepje

Dat nooit meer wegkomt


Bezienswaardigheden in Rome



Een gevorderde bedelaar kruist het pad

Van drie nonnen in lichtbruine habijten

Hoopvol houdt hij zijn hand op

Zij lopen door


Een jongen leunt tegen een meisje

Die weer leunt tegen een balustrade

Zij brengt haar gezicht naar het zijne

Hij geeft haar een lik


Twee modieuze vrouwen paraderen voorbij

Zorgelijk voor zich uit kijkend

Allebei houden ze een kooi in hun handen

Met daarin een angstige poes


À l’aperitivo zit een jongensachtige grijsaard

Schuin aan een tafel te schrijven in een schrift

Hij overhandigt het schrift aan de vrouw tegenover hem

Die het zonder commentaar overleest en opbergt


Een man in een bodywarmer staat pontificaal te beeldbellen

Nadat hij op demonstratieve wijze

In een panatella de brand heeft gestoken

En hoest


Nonna – strooien hoed op, nekkraag om –

Aan de schuifel op afgetrapte mocassins

Wordt ondersteund door een stok en een jongere vrouw

Tegen wie ze dankbaar fulmineert


Een Zweedse ongenaakbare bionda

Laat zich op het afgeladen terras

De oren van het hoofd kletsen

Door een kleine Italiaan


Ruimschoots gepensioneerde mannen

Die net bij de kiosk hun Repubblica hebben gehaald

Beginnen op de terugweg al verlekkerd

De voorpagina te lezen



Een man met knopen in zijn warrige haar

Draait rondjes om het blok op dofzwarte schoenen

En profeteert, met een wijsvinger tegen zijn oor,

Op luide toon alle mogelijke onheil















Wederzijdse wurggreep

 








War


 

Questions!




1.


What can I know

when my thinking is slow 

I just come and I go

as if only for show?


Could it to you be a blow 

that my frequency is low

as if making ice flow 

by sticking in a toe?


But really, why is it so

and not otherwise though

that things happen in a row?

Try to make flour from dough!



2.


What can I do

when I came here for you 

(and of course for you, too)?


We can play peekaboo

do it in the loo

and sing all night through


Or how about we brew

a story or two 

with neither plot nor a clue? 


About a bum in the zoo

that we tickle and woo

and then hit with a shoe?


Or is that taboo?

Do you fear what is true 

what was once red, now is blue?



3.


What is good, what is bad?

What makes you happy, me sad?

Questions! I want answers, lad


Luckily this morning a feeling I had

to be alive and not just a bit mad

loving most of your being quite rad 


Seeing the way you are clad

being a son, husband and dad…

How could all that be just a fad?