77. Life is fragile, when to panic? (II)
76. Life is fragile, when to panic? (I)
75. Harry Harakiri
74. De laatste ex-pat van Amsterdam
73. Naomi & Naoki
![]() |
| Yani Sheng: Play Time |
72. Hoe zou het de nymfomane van New York vergaan?
![]() |
| Joan Miró: La Présidente nymphomane |
Mary heette ze, Mary Manteca. Een pseudoniem, denkelijk; ze noemde zich dichteres, maar dat is geen beschermd beroep. Tot ik haar leerde kennen, ik weet niet meer hoe, had ik eigenlijk nog niet met nymfomanie te maken gehad, voor mij kon een ongetemde seksuele lust tot dusver alleen met het mannelijk libido in verband worden gebracht.
Noem me onervaren.
Ik lees net dat nymfomanie niet meer mag, je moet nu zeggen compulsief seksueel gedrag, dus overal waar ik n. schrijf, lees csg. Ik lees ook dat nymfomanie vaak optreedt bij anorgasmie, en dat nymfomanie mogelijk een fictie is ontsproten aan het hyperseksuele mannelijke brein, maar ik dwaal af.
Je zag het niet aan Mary af. Ze was tenger, rank, pezig. Make up deed ze niet aan, beschouwde ze als een ziekelijk uitvloeisel van het cosmetisch industrieel complex (dit verzin ik, maar het klinkt goed). Ik herinner me dat ze zeven piercings had, op onverwachte plekken (bijvoorbeeld een in haar nek en een in haar tand). Kleine, 'snelle' borsten, dito billen. Kleine grote labia, grote kleine labia. Veel vocht. Ze deed niet aan sport, ze at gewoon weinig. Zeg maar niets. Mary was zo iemand die je nooit zag eten, die je je niet kon voorstellen met eten voor zich, laat staan in haar mond. Thee drinken deed ze wel de hele dag (thee is misschien ook de preferente dichtersdrank, zeker voor dichters zonder inkomen). Ook voor andere dingen behalve seks liep ze niet warm, behalve schrijven dus. Dichten. Ik weet niet of ze een goede dichteres was, maar ze was wel origineel, wat je niet van alle dichters kunt zeggen. Ze was notoir, maar 'dus' niet alleen om haar gedichten, vooral ook om haar sexually predatory gedrag, nogmaals: gedrag dat je, zeker sinds Cosby, Weinstein, Epstein c.s., eigenlijk vooral associeert (ik althans, maar wie ben ik), met mannen.
Ze zat niet in de business voor zover ik weet. Lust was voor haar geen verdienmodel maar een levensstijl. (Ik vermoed dat ze, zoals wel meer mensen in het literaire veld, deels onderhouden werd door vermogende ouders.)
Mary was zo iemand die zich niet liet verleiden, die niet leuk ging daten, on- of offline, of andere vormen van moderne romantiek bedrijven. Dat was allemaal onzin en tijdverlies.
Ze besprong je en verslond je. Daarna wilde ze eigenlijk zo snel mogelijk weer alleen zijn, als hetgeen wat ze deed kon worden aangeduid als een gemeenschappelijk project.
Mary, hoeveel woorden heb ik nodig om dit duidelijk te maken: kennelijk nogal veel, verlustigde zich aan haar sekspartner. Vergrijpen is een ander woord, maar gezien de meestal fysieke overmacht van mannen, misschien niet van toepassing, maar bij Mary wel.
Ik vraag me af of er nog een me too-golf komt, een me too-golfje, goed: een paar me too-spetters, van mannen die vrouwen aanklagen aan wie ze ten prooi zijn gevallen, door wie ze op onheuse wijze zijn enzovoorts. Ik verwacht die golf niet spoedig.
Ik wil haar googelen, Mary, maar ik wil haar ook niet googelen. Ik ben bang voor teleurstellingen. Ik hoop dat ze nog steeds een nymfomane is, ik hoop dat ze nog steeds mannen bespringt en verslindt, dat stond haar goed. Ik zou het erg jammer vinden als ze (gescheiden, dat natuurlijk wel) moeder van twee kinderen is in Maplewood, New Jersey, of als ze ALS heeft en haar dagen doorbrengt in een rolstoel wachtend op de dood (maar daar wel dan weer heel pregnant, of in elk geval origineel over dicht), of op een andere wijze haar nymfomanie in de prullenbak heeft gegooid, in de ijskast heeft gezet of in de garage heeft opgeborgen achter de niet gebruikte work out machines.
Ik zou Mary een email kunnen sturen en vragen of ze al is begonnen aan haar memoires.
Ik zou dit ook niet kunnen doen.
Misschien is de vraag hoe het de nymfomane vergaat interessanter dan het antwoord.
71. De beoogde uitgever, de man die uitgleed, de man met de gitaar op zijn rug en de bezorgde dochter
![]() |
| Fosco Maraini |
De man die uitgleed was op weg naar zijn beoogde uitgever. De uitgever was te voet, de man die uitgleed was op de fiets. Ze hadden een afspraak, maar kwamen elkaar een uur eerder al op straat tegen. Ze wuifden. De uitgever ging zijns weegs na het wuiven, te voet over de gracht, en de man die uitgleed die gleed, nou ja, uit.
De man die uitgleed had niet alleen slechts een hand aan het stuur, maar belangrijker, hij had zijn blik niet gericht op de weg, waardoor hem ontging dat zijn voorwiel, preciezer: voorband, het ijzer van de tramrails in het asfalt opzocht. Let wel: het ging hier om wegens werkzaamheden dichtgemaakte tramrails. De band van de man ging dus niet zozeer in de rails en zo met de rails mee – het vrijelijk fietsen bemoeilijkend – maar schoof over het beijzelde ijzer weg.
De man die uitgleed lag op de grond, onder zijn fiets. Hij had niet eens de kans gekregen om zijn slippartij te corrigeren, of op te vangen of zelfs maar te zien aankomen. Zijn rechterknie was geblesseerd. Een man met een gitaar op zijn rug stopte en toonde belangstelling maar maakte geen aanstalten om van zijn fiets te stappen en bijvoorbeeld de man die was uitgegleden weer op de been te helpen. Dit was ook niet nodig. De man met de gitaar op de rug bood morele hulp aan door er te zijn, niet onverschillig te zijn, houdingen waarvan inderdaad een zekere troostende werking uitging.
Ik heb pijn, dacht de man die uitgleed, maar ik geloof ook dat mijn lichaam stofjes aanmaakt die die pijn verzachten. Pijn is een ervaring, dacht hij ook nog, dus ik ben een ervaring rijker. En: wat zei Wittgenstein ook alweer over pijn? Dat er over pijn niet te communiceren was? Nee.
De man die uitgleed bedankte de man met de gitaar op zijn rug voor zijn steun en beiden vervolgden hun weg.
Later, toen de man die uitgleed bij zijn beoogde uitgever zat, besloot hij niets over het voorval te vertellen.
Toen hij thuiskwam en zijn broek afstroopte stelde hij als een klein kind vast dat de pijn die hij had gevoeld ook terecht was gezien de schade toegebracht aan zijn huid.
Zijn jonge dochter was onder de indruk van het bloed en wilde hem verplegen. Maar hij zei: het is al opgedroogd. Met haar kleine vinger durfde ze de schaafwond te betasten.
De man die uitgleed was op meer dan een manier gelukkig.
70. Love
Ik heb nooit niet van je gehouden en ik zal altijd van je blijven houden, ook al gaan we uit elkaar.
- Waar heb ik deze ontboezeming aan te danken?
O, ik zag Love van Roddy Doyle liggen bij een kennis, die dat boek bovendien aanprees... ik sloeg het open, op verschillende plekken en stelde vast dat het vrijwel geheel uit dialoog bestaat. Overigens een dialoog tussen vrienden die pub na pub aflopen in Dublin en praten over (oude) liefdes.
- Je hebt het niet gelezen?
Nog niet. Ik heb het alleen over de vorm. Een roman in dialoogvorm.
- En wat vind je daarvan?
Ik weet niet wat ik daarvan vind. Ik geloof dat ik dan toch liever naar een toneelstuk ga. Een dialoog is toch een theatrale vertelvorm.
- Liefde is in de eerste plaats een dialoog. Zonder dialoog geen liefde.
Dat zeg jij?
- Waarom zou ik dat niet mogen zeggen?
Dat mag je best zeggen. Ik stel alleen vast dat jij dat zegt.
-Als ik nog even door mag gaan van je, dank je, dan zou ik daaraan toe willen voegen dat dit de belangrijkste reden is dat dieren geen liefde kennen. Ik bedoel, ze trekken veel met elkaar op, ik ben erg onder de indruk van het zwanen-echtpaar voor de deur in de gracht, monogaam naar het schijnt, maar een dialoog voeren ze niet.
Dus geen liefde? Moet liefde altijd talig zijn?
- Ik vrees van wel. Daarom kun je ook volhouden dat het misschien niet bestaat, net zoals democratie, ook een talig construct.
Lekker op dreef vandaag.
- Dank je.
Maar ik heb je nog niet horen zeggen dat je van me houdt.
- Ik heb daar grote moeite mee.
Omdat het zo'n cliché is?
- Een holle frase.
Laat me je uit de droom helpen. Het is geen cliché, en ook geen holle frase, tenzij je gelooft dat alle rituele taal zinloos is.
- Hoezo rituele taal.
Taal zoals gebezigd in begroetingen, dankwoorden, condoleances...
- Jij vindt een liefdesbetuiging ongeveer hetzelfde als een condoleance?
Als taalhandeling. Maar misschien voert dit te ver voor je.
- Ik kan je prima volgen. Maar hier heb ik iets voor je. Als talige uitingen van liefde, waarvan de vermaledijde vier woord-combinatie nog steeds de meest voor de hand liggende is, wie een betere heeft mag het zeggen, niet meer dan rituelen zijn, dan lijkt dat gedrag weer meer op de lik van de ene hond over de snuit van de ander, of, misschien preciezer: het vlooien van apen.
Jij wilt graag dat dieren ook aan liefde doen.
- Ik zou dat niet bij voorbaat uitsluiten. Ik denk dat Frans de Waal zeker niet zou uitsluiten dat bonobo's behalve veel seksen ook veel liefhebben.
Misschien moet ik het anders formuleren: liefde is impliciet in een bepaald soort dialoog.
- Een dialoog tussen mensen die elkaar volledig vertrouwen?
Zoiets. Die zich niet anders hoeven voordoen, die eerlijk zijn, open, en warm.
- Toch weer die kleffe zooi.
Sorry.









