Overbodig



Als Nico en ik 'inchecken' via de verkeerde ingang van Cinecenter – het is aardig van ze dat ze een uitzondering maken voor haar rollator –, en ik kaartjes koop voor On the Rocks, de nieuwe van Sofia Coppola (op dit tijdstip de enige optie), wil ik koffie bestellen, ook om te voorkomen dat we in slaap vallen.
'Koffie moet je halen bij Café Eijlders, aan de andere kant.'
Vragend gebaar ik naar het koffie-apparaat achter de balie. 'Wij mogen geen koffie verkopen,' zegt de vriendelijke dame die ons heeft binnengelaten. 'Eijlders wel.'
Ik ijl naar Eijlders. 'Twee koffie graag en doe er maar een dichtbundel bij,' zeg ik tegen de man achter de crisisopstelling, waar behalve allerlei versnaperingen ook Huidhonger, een dichtbundel in de voor mij onbekende serie 'Dichter bij Eijlders' te koop wordt aangeboden voor de alleszins redelijke prijs (althans voor dichtbundels) van €10.
'Naar welke film ga je?' vraagt de man.
'De nieuwe van Sofia Coppola.'
'Nou, dan zal je die dichtbundel hard nodig hebben.'
'Waarom?'
'Een overbodige film.'
Hij verdwijnt naar achter de bar voor de koffie.
Ik roep door het raam: 'Ze hadden die dichtbundel beter Bierhonger kunnen noemen.'
'Heb ik ook,' roept hij terug. 'Bier. En bierhonger.'
Bij terugkomst in Cinecenter blijkt Nico al de zaal in te zijn geholpen.
'Die film van Sofia Coppola is niks aan hoor ik net bij Eijlders,' zeg ik ietwat vilein tegen de vriendelijke dame van Cinecenter.
'O, heb je dat gehoord? Die Rashida Jones is anders leuk om naar te kijken. En Bill Murray.'
Inderdaad een fijne actrice, die Jones, ik kende haar niet. (Een dochter, lees ik, van Quincy.) Bill Murray, haar tegenspeelster, ken ik wel, en vind ik doorgaans ook goed, maar in deze film is hij een onuitstaanbare macho. Dat is ook Sofia Coppola's bedoeling, maar dan blijft hij nog steeds onuitstaanbaar.  Je zou willen dat Rashida Jones hem een veeg uit de pan geeft, maar ze blijft hem over de bol strijken (misschien omdat hij haar vader speelt). Gelukkig kan hij af en toe ook grappig zijn.
Misschien geen overbodige film, On the Rocks. Wel een slap aftreksel van Lost in Translation.
Hoe dan ook blijft het heerlijk om naar de bioscoop te gaan, 's middags, in crisistijd. Ook zonder dichtbundel.

Hifi Solutions




Bij de verhuizing van mijn ouders uit mijn ouderlijk huis had ik een oude Dual-pick up meegenomen, plus een bak met een assortiment aan zwarte, gegroefde schijven. Zonde om weg te gooien, en: plaatjes draaien is troostrijk, was de gedachte, ook en vooral voor midlifers. Dat dit misschien niet mijn eigen pickup was, maar die van een broer of zus, en dat die platen ook niet allemaal mijn smaak waren, deed niet ter zake, dacht ik.
Ik stelde de Dual thuis op, bovenop de versterker (hij paste precies, een meevaller), en dat was het dan.
Vele maanden later zei A.: 'Waarom gooi je dat ding niet weg. Je gebruikt hem toch nooit.'
'Wat?' Ik was verbijsterd. Maar ze had gelijk. Het singeltje van Jane Birkin & Serge Gainsbourg Je T'Aime Moi Non Plus dat ze een keer uit Antwerpen voor me had meegenomen had ik één keer gedraaid en daarna nooit meer en niet alleen omdat ik geen single puck had en het gehijg en gesteun daardoor wat nou ja, zangerig klonk. Alsof ze in een draaimolen zaten.
Na A.'s dreigement zette ik onmiddellijk een plaat op, en verdomd, het was weer fijn. Vooral jazz, merkte ik, leent zich goed voor het trage, knisperende, analoge proces. Ik draaide Coltrane en Sonny Rollins maar ook het Gil Evans Orchestra en het Jasper Blom Quartet (heavy disk, hij heet dan ook Polyphony; speelt u alstublieft het openingsstuk Waltz for Magnus zeer luid, ik beloof u negen minuten geluk.)
Wat bleek? Eén uitgang deed het niet; één luidspreker gaf geen gehoor. Lag het aan de bedrading? Toen voornoemde Jasper eens op bezoek was, vroeg ik hem of hij er eens naar wilde kijken. 'Jij bent een halve natuurkundige, die weet altijd nog meer dan een hele filosoof.'
Hjj keek over zijn brilrand en morrelde wat aan de stekkertjes. Geen resultaat.
'Zou het aan de naald kunnen liggen?'
Zou kunnen, maar: onwaarschijnlijk.
Toen ik verslag deed van mijn pick up troubles bij een man met een hele dure – hij vertelde dat zijn werkster een doekje langs de naald had gehaald met als gevolg €400 schade – zei hij: 'Je moet naar Hifi Solutions.'
Ik naar Hifi Solutions. Toen ik de zaak in liep met het geval onder mijn arm, voelde ik me als een man die een oude hond naar de dierenarts brengt, voor een spuitje. De man achter de toonbank schudde zijn hoofd bij het zien van de ontbrekende knoppen voor het bedienen van de pickuparm. 'Maar dat doe ik met een nagelvijl!' riep ik uit. 'Dat werkt prima!'
Hij keek naar de naald. 'Daar zit behoorlijk wat stof op.' Hij blies de stof van de naald.
Thuisgekomen deed hij het weer als vanouds.


Mon cher Vincent,




Eerst dit: ik lees net dat er in Nice een vrouw is onthoofd, in een kerk, uit naam van Allah. Wat vind je daarvan? Jij hebt nooit gruwelijkheden geschilderd, de gruwelijkheid bij jou bleef altijd een suggestie, en daarom, maar niet alleen daarom, was je zo goed.
Ik was meteen alweer van mijn sokken geblazen door dat zelfportret, waarmee de tentoonstelling opent over jouw brieven in het Van Gogh Museum (kun je je voorstellen, dat er een museum is, dat 24/7/365 aan jouw werk is gewijd, dat je in slechts tien jaar bij elkaar schilderde? Welke kunstenaar kan jou dat nazeggen? Geen een! Je bent de grootste, geloof het of niet).
Er zit waanzin in dat zelfportret. Waanzin en fanatisme – gevaarlijk fanatisme, maar gelukkig heb je die nooit op (onschuldige) medemensen botgevierd, zoals die gek in Nice met zijn 'attaque au couteau'. Nee, jij hebt het mes alleen gebruikt om je eigen linkeroor af te snijden. Dat was jouw cri de coeur.
Die brieven van je die zo keurig zijn tentoongesteld in een grote zaal, geplakt tegen een glazen wand, opdat we voor en achterkant kunnen bekijken, zijn nagenoeg onleesbaar. Hooguit een flard of een zinsnede hier en daar kon ik ontcijferen.
'Het ware behulpzaam geweest,' sprak, vanachter zijn bekvod, il Grande Commentatore, met wie ik jouw expositie bezocht (verder was er trouwens niemand), 'als in de originele brief was aangegeven waar we op moeten letten.'
'Je bedoelt highlighten met een zo'n gele stift?'
Commentatore en ik waren gecharmeerd van de tekeningetjes en schetsjes waarmee je je brieven lardeerde. Dat deden wij vroeger ook (en nog). Dit is misschien het grootste manco van elektronische brieven, dat je je gedachten en gevoelens in een kille matrix moet gieten, die geen plaats biedt aan de menselijke penseelstreek. Misschien kan de volgende Steve Jobs hier een oplossing op verzinnen (hint: emoji's won't do the job).
Thuis bladerend in bijbehorende boek, viel mijn oog op een foto van je vader. Die kende ik nog niet (of ik was hem vergeten). Wat een strenge man! Dominee, wat wil je. Ergens las ik dat hij zich kapot schaamde voor jou. Het verklaart veel voor me.

Je immer bewonderende V.

Attenborough



Zoonlief wil met alle geweld met mij de documentaire over David Attenborough zien. Ik weet niet waar hij het over heeft. Ik weet wie David Attenborough is, Sir David enzovoorts, ik ken zijn werk, how could I not, maar van een documentaire weet ik nix.
Die avond zitten we gezellig onder een dekentje naar de Netflix-produktie A Life On Our Planet te kijken, waarin Attenborough vertelt dat hij 93 jaar is – hij ziet er dan ook een stuk ouder uit dan mijn vader van 91 – en dat hij een geweldig leven als natuurfilmer en -onderzoeker achter de rug heeft. Gefeliciteerd, denk je als kijker. Gefeliciteerd met je leven. Als je die vroege Attenborough ziet, denk je: Freek Vonk, maar dan anders. Meer Sir.
Attenborough heeft slecht nieuws: het gaat niet goed met onze planeet. Als we niets doen, dat wil zeggen: als we fossiele brandstoffen blijven gebruiken en bomen blijven kappen (naar het schijnt 15 miljard – sic – per jaar) dan gaat mijn zoon geen 93 jaar oud worden, vermoedelijk niet zoals Attenborough, of laat ik het zo zeggen, omringd door een stuk minder biodiversiteit dan hij.
Attenborough zou Attenborough niet zijn (ik probeer zijn naam zo veel mogelijk in dit stukje te stoppen want straks is hij er niet meer, ook Attenborough heeft denkelijk het eeuwige leven niet), als hij niet bij de pakken neerzat en ook een oplossing had voor ons, de achterblijvers. En die oplossing komt me bekend voor: duurzame energie, minder landbouw en een stop op de bevolkingsgroei. Dan hebben wij, kijkers, nog een kleine kans op overleving.
Hoe dit moois allemaal te bereiken: dat mogen wij uitzoeken. Succes daarmee. Attenborough laat nog wat schetsen zien, futuristische schetsen, maar de praktische invulling is aan ons.
Mijn zoon zit te genieten. Wat is dit voor genot? Is hij een maso, net zoals zijn vader? Gaat het om Attenborroughs heerlijke oxbridge Engels?
Neen. Deels is zijn plezier te verklaren uit de magnifieke beelden die Attenborough laat zien. Niet die van dode koraalriffen en zich naar beneden stortende walrussen (die foto's zouden verplicht op dashboards van energieslurpende auto's moeten worden geplakt), maar die van dansende paradijsvogels en hun neus poetsende ottertjes.
Er komt nog iets anders bij: klimaatdoemdenken is óók een complottheorie. Heerlijk om deel uit te maken van de groep die 'het' snapt.

Het restaurant moet je erbij denken




En zo kuieren we voort.
In het geval van Nico en mij vrij letterlijk, want we zijn op zoek naar een plek om te lunchen. Restaurant 1., geliefd om zijn garnalenkroketjes en sexy mondkapje-serveerster, is dicht. Restaurant 2., geliefd om zijn terras aan het water en zijn shakshuka, serveert nu alleen koekjes en andere zoetigheid. 'Wanna try one?' zegt de vriendelijke uitbaatster, die zich heeft opgesteld op het trapje naar het souterrain waar het restaurant zit verstopt.
'We're trying to have lunch,' verontschuldig ik ons.
Bij restaurant 3, geliefd om de alleenstaande oudere ex-avonturierster met de mooie naam Nikè die we er eens uitgebreid spraken maar daarna nooit meer, staat een tafel met het menu erop geplakt, daarachter zit de ober onder een dekentje met zijn telefoon te spelen.
We bestellen focaccia en een croque monsieur. De ober pakt zijn telefoon en belt met de keuken. Ik had natuurlijk van te voren moeten bestellen, via de website enzovoorts, dan hoefden we nu niet te wachten in de gure wind, maar achter de opgang naar een van de kolossale grachtenpanden scheppen we onze eigen schuilplaats. Totdat de bewoner thuiskomt en ons vriendelijk doch beleefd verzoekt opzij te gaan. Daarna mogen we wat hem betreft weer voor zijn deur gaan staan wachten.
O, de solidariteit in tijden van oorlog.
Met de lunch in een papieren tas kuieren we terug.
Placemats, couverts en met kraanwater gevulde kristallen wijnglazen placeer ik op N.'s bureau. Het restaurant moet je erbij denken.
We kakelen genoeglijk, vroeg of laat gaat het over Biden-Trump, niet omdat die mensen zo interessant of zelfs maar belangrijk zijn (dat laatste is een stokpaard van me), maar omdat we zoveel over ze te weten krijgen.
'Die Biden heeft zijn eerste vrouw verloren in een auto-ongeluk. Van de drie kinderen die ook in de auto zaten overleed er een. De andere twee raakten zwaar gewond. Een van die overlevende kinderen is op zijn 46ste gestorven aan kanker.'
Enzoverder, enzovoorts tot in eeuwigheid amen.

Delicate sociale dynamiek


Hoe je een boek dat je vindt dat je gelezen moet hebben eindeloos voor je uit kunt schuiven. Hoe je telkens weer nieuwe smoezen bedenkt om dat boek niet te lezen. En dan zijn de redenen voor uit- en afstel op, je gaat het lezen en je wordt overdonderd. Je had 'dus' toch gelijk met je aanvankelijke idee dat je het boek gelezen moest hebben. Een overwinning, op alle fronten.

Ik had deze smoes-, lees- en zege-ervaring met Aarde der mensen van Pramoedya Ananta Toer. Inderdaad, zoals de flap belooft, een indrukwekkende roman. Een echo van de Havelaar, zeker, maar dan geschreven van de andere kant van het spectrum. Een  tragische liefdesroman. Meer dan Multatuli laat 'Pram' alle subtiliteiten van het verlangen, de teleurstelling, de lust en het eergevoel zien. Dat kan ook niet anders want de liefde is klassiek onmogelijk, want raciaal en sociaal gemengd, aan het begin van de vorige eeuw.

Een van de leerzame dingen van dit boek is dat ik nu beter begrijp hoe het kaste-systeem werkte in Indië. De Europeaan stond uiteraard bovenaan – al eeuwen (ongelooflijk maar waar): de Hollandse koloniaal, zoals ik die ook in mijn grootvader herkende (al was hij een zachtaardige koloniaal). Helemaal onderaan had je de 'gewone' inlander, een koelie (dat scheldwoord komt trouwens in Aarde der mensen niet voor) of boer. En daartussen bevindt zich de delicate sociale dynamiek van de hogere (adellijke) Javanen (zoals de hoofdpersoon, Minke), die bijvoorbeeld ook de regenten leverden in het koloniale bestuur, en de Indo's (afstammelingen van Hollanders en inlanders), om nog maar te zwijgen van de status aparte van Chinezen en Japanners.

In het laatste en meest spannende deel beschrijft Pramoedya Ananta Toer op meesterlijke wijze de ingewikkelde machinaties tussen de verschillende lagen van de bevolking waaraan de hoofdpersonen ten prooi vallen.

De roman begint aarzelend, maar wie doorleest wordt beloond met een onderdompeling in een wereld die je nog niet kende. Indië, jawel, maar zonder de Couperus-clichés en faux mystiek. In Aarde der mensen is niets mysterieus aan de tropen. De tropen zijn een gegeven. Het zijn juist de Europeanen, de Hollanders, uit dat kouwe, platte land, met hun wetten, regels en corruptie, die bevreemden.

'Rechtvaardigheid in je denken', zo prent de ambitieuze student Minke zich in, is het hoogste doel, maar hoe bewaar je je nobelheid als je wordt geconfronteerd met de grootst mogelijke schendingen? 

Openbare naaktzwemdag

Spencer Tunick



We maken een lange wandeling door de Kennemerduinen en over het strand, Nieuwe Nieuwe Vriend To en ik. Schitterend weer is het, echt zo'n gelukkigmakende herfstdag, zoals alleen herfstdagen gelukkig, of, om met Ramses Shaffy te spreken, treurig-heel gelukkig kunnen maken.
Alle strandtenten weg, alle toerisme weg, het strand is weer van de zee en van de duinen.
'We kunnen linksaf naar Castricum of rechtsaf naar het naaktstrand. Wat zullen we doen?' Voordat To mijn vraag heeft kunnen beantwoorden kies ik voor de tweede optie. Hij protesteert niet.
We worden niet teleurgesteld, want meteen al in ons gezichtsveld verschijnt een stelletje, grijzer dan wij, die in adam en eva-kostuum minus vijgenbladeren te water gaan. Dapper. Romantisch toch ook wel soort van. De strandwandelaars die er zijn kijken allemaal om. Moeten wij nu ook? Als To het had voorgesteld was ik er wel voor in geweest, maar hij stelt het niet voor. We hebben ook geen handdoek en ook al kun je je prima met kleren afdrogen of wachten tot de wind zijn drogende werking heeft gedaan (de meeste kou zit in je hoofd), is deze Nieuwe Vriendschap wellicht nog te pril voor een full monty.
We leven in rare preutse tijden. To vertelt dat hij keer op keer wordt gewaarschuwd als hij zijn zoontje van twee als enige naakt laat baden in het park. De angst voor fotografen van allerlei snit die piemeltjes en sneetjes en bipsjes vastleggen voor diverse doeleinden zit er goed in, maar misschien is die angst doorgeschoten. So what als een of andere vent in Argentinië blij wordt van een foto van mijn kind? Maar misschien ben je minder onverschillig als je de foto's terug zou zien op internet.
Context is alles.
Van de zomer zag ik een sneaky fotograaf aan het werk aan de Weesperzijde, op een hete dag toen iedereen een duik nam daar. Mijn kinderen waren te jong voor hem. Twee jongens in het bijzonder van een jaar of vijftien, die niets in de gaten hadden, werden veelvuldig door hem vastgelegd. Ze hadden een zwembroek aan, maar ja, met photoshop trek je die eenvoudig uit. Ik heb hem er niet op aangesproken en ik heb de jongens niet gewaarschuwd.
Misschien moet er één dag in de week of in de maand zijn waarop iedereen in het openbaar naakt zwemt, een openbare naaktzwemdag, dan is er niks meer aan.


 

De jobstijding

Carel Willink, De jobstijding

De vriend die als longpatiënt van middelbare leeftijd tot de hoogste risicogroep behoorde, belde. 'Ik heb het,' zei hij. 'Corona. Ik moet er nu ook aan geloven.'

Hij zei het niet zonder dat bijzondere gevoel dat met elke jobstijding gepaard gaat: de opwinding, trots bijna. Er gebeurt iets. Drama. En jij staat in het middelpunt.

'Weet je het zeker?' zei ik.

'Ik heb klachten. Lichte koorts, hoesten, keelpijn.'

'Dat kan toch ook een griepje zijn,' sprak de altijd weer drama-afremmende, naar gewonere oorzaken zoekende quasi-huisarts in mij (die de schrijver in mij soms in de weg zit).

'Het moet corona zijn,' zei de vriend. 'Een paar dagen geleden kwamen vrienden van ons eten en toen kregen we later het bericht dat een van hen positief getest was. Verder heb ik niemand gezien. Willen jullie boodschappen voor ons doen?'

A. bood aan boodschappen te doen, nog voor diezelfde avond. Misschien zouden we wel de komende twee weken boodschappen voor ze moeten doen. Of nog langer.

'Zal ik wat lekkere wijn voor ze kopen?' vroeg A.

Ik zei dat ik de wijn zou kopen die zij gewend zijn te drinken.

Die avond en nacht dachten we na over de vriend en zijn vrouw, hoe tragisch het zou zijn als uitgerekend hij aan deze k-pidemie ten onder zou gaan. De man die zo voorzichtig was, die al maanden niet meer zijn huis uitkwam en die longkanker had overleefd en die, nou ja, een vriend was.

Een dag later kwam het bericht dat hij en zijn vrouw zich hadden laten testen en dat ze het niet hadden. Fake news.





Dear Willem-Alexander:


Ik had u al veel eerder moeten schrijven maar het kwam er niet van, waarvoor excuses.

Vannacht droomde ik van Uw abdicatie.

Ik zag een scène voor me waarin U 's avonds laat verschijnt in de slaapkamer van Uw moeder en haar Uw kroon voor de voeten werpt.

Zij zit rechtop de krant te lezen in bed en kijkt verschrikt op.

'Ik wil dit niet, ik heb dit nooit gewild, en bovendien: ik kan het niet,' of teksten van vergelijkbare strekking komen uit Uw mond.

'Mijn leven is een kwelling sinds U hebt bedacht dat ik de troon moest bestijgen. Iedereen weet toch dat ik ongeschikt ben. Ik weet het zelf, maar ik heb altijd geprobeerd iedereen, vooral U, terwille te zijn.'

Dat is het moment waarop U emotioneel wordt, zoals dat heet. Gewone stervelingen noemen dit huilen, maar een koning die huilt is een contradictio in terminis, een huilende koning komt alleen voor in sprookjes en zelfs daar nog zelden.

Uw moeder fronst haar wenkbrauwen, legt de krant weg.

'Wat is dit nu toch allemaal weer Bonkie... Alles gaat toch prima...'

'Alles gaat helemaal niet prima...'

'Lieverdje het stormt. Het is herfst. Wat moeten afwachten tot de storm gaat liggen.'

'Het is één groot fiasco geworden mummie. Dat ziet U zelf toch ook.'

'Men sprak toch bewonderend naar aanleiding van je toespraak op de Dam, bij de dodenherdenking?' Uw moeder tikt met haar sierlijke maar knokige hand op het satijnen beddengoed. 'Kom eens even bij me zitten.'

'Dat lijkt alweer zo lang geleden... Die speech op dat strafbankje was een marteling. Maxima vond het ook een vernedering. We konden wel door de grond zakken. Ik heb overwogen...'

'Wat heb je overwogen?' Uw moeder kijkt U scherp aan in het licht van haar nachtlampje.

'Om er een eind aan te maken.' Geen luide uithalen, als U huilt, alleen een ingehouden snotter, een trillend ooglid. 'Dit weet de koningin niet eens. Dit weet niemand.'

'Wat zeg je nou toch allemaal jongen? Kom nou eens hier...' Ze stapt uit bed, slaat een arm om hem heen. Ze gaan samen op bed zitten. De kroon valt op de grond. Hij wordt niet opgeraapt.






Onthoofding


Ben ik de enige die gebiologeerd is door onthoofding als cultureel verschijnsel? Is dat 'weer' mijn morbide interesse?

Een van de dingen die ik me afvroeg toen ik hoorde over de onthoofding van Samuel Paty was hoe die 18-jarige Tsjetsjeen dat in allahsnaam heeft klaargespeeld. Kennelijk had hij een flink mes bij zich, dat moet wel, een hakmes, waarmee hij de arme man eerst heeft neergestoken. Daarna is hij aan de slag gegaan om het hoofd van de romp te scheiden. Hoe dan?

Onthoofding blijft toch, dat hebben die moslimterroristen goed gezien, de meest effectieve, meest beestachtige manier om de westerse beschaving middels 1 moord op zijn grondvesten te doen schudden.

In mijn verhaal De wraak van de bladomslaander probeert de ik-persoon iemand te onthanden; de hand van de onderarm te scheiden. Ik liet hem eerst oefenen op een varkenspoot. Zou de Tsjetsjeen ook hebben geoefend? Sorry, maar stel dat het niet lukt, dat de would be hakker niet door de nekwervels heen komt met zijn mes. Of dat het veel te lang duurt allemaal. Een mislukte onthoofding is misschien nog gruwelijker dan een gelukte. Misschien.

Frankrijk heeft altijd een bijzondere voorliefde gehad voor onthoofding. De guillotine, las ik tot mijn verbazing, is nog toe tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw gebruikt. De laatste man bij wie op die wijze in 1977 de doodstraf werd voltrokken was een Tunesische Fransman die een jonge vrouw had verminkt, verkracht en vermoord.

In Amsterdam hadden 'we' in 2016 het geval van de afrekening binnen het criminele milieu, die er in resulteerde dat het hoofd van een 23-jarige man werd aangetroffen op de Amstelveense weg. Een akelige ontdekking moet dat zijn geweest. Ik ontdekte jaren geleden een lijk drijvend in het IJ. Er zat al mos of iets dat erop leek op zijn jas. De politie gebeld, die het lijk eruit viste, en naderhand wist te melden dat het 'waarschijnlijk niet om een misdrijf' ging.

Onthoofding schijnt ook een populaire methode te zijn van de Mexicaanse mafia. Bruter kan niet. Of toch, misschien als het hart uit de borstkas wordt gesneden, maar dat vereist vermoedelijk meer chirurgische precisie.

Koppensnellen behoort tot de oudste rituelen ter wereld. Niet alleen door primitieve volkeren werd dit uitgevoerd tot pakweg een eeuw geleden, wetenschappers verzamelden minstens zo driftig specimen uit alle uithoeken van de wereld. Geallieerde soldaten in Japan stuurden kennelijk soms een trofee naar het thuisfront dat bestond uit een afgehakt hoofd.

Ik krijg zin om Severed: a history of heads lost and found te gaan lezen.