Social driver (11)

Illustratie van B. Reith uit Psyche en Fidessa


Mensen hebben  a  l  t  i j d  meer te vertellen dan je op het eerste gezicht zou vermoeden. Ze zeggen dan dingen die niet in het plaatje passen dat je in je hoofd had gemaakt, en dat je, vooral uit luiheid, met enige tegenzin aanpast. Maar juist dat afwijkende maakt ze tot mensen, de informatie die niet klopt; de menselijkheid zit hem in de tegenspraak, het afwijkende detail. De verwachting die niet uitkomt.
Did I make myself clear?
Zo was ik er niet van uitgegaan dat het goedgeluimde dametje in de leren broek en met de keurig gekapte haren en de ruime dosis make up, die ik ophaal met mijn grasgroene mini-bolide, een overtuigd SP'er was, en toen ik dat van haar wist, verraste het me weer dat haar man gynaecoloog was geweest in het Burgerziekenhuis – 'een deftig ziekenhuis waar Prins Bernhard zich ook liet behandelen'.
Ze wist nog hoe haar chauffeur heette en bovendien dat ik een oud-NRC'er was, en wilde meteen weten of ik iemand daar kende die zij ook kende, iemand met een sjieke Franse naam (Franse namen zijn al gauw sjiek). Nee, die kende ik niet, ik ken over het algemeen geen sjieke mensen; sjieke mensen willen niets met mij te maken hebben.
We zoefden in de koele zon naar de dokterspraktijk. Toen ik zei dat ik boeken schreef – 'iemand moet het doen' – zei ze dat ze Couperus las. Eline Vere. Die man, zei ik, schrijft prachtige zinnen. Hij heeft ook sprookjes geschreven. O ja? Psyche en Fidessa. Met fantastische illustraties. Ging ze opzoeken.
En we zoefden alweer huiswaarts.
Het ritje was te kort om alle vooroordelen die we over elkaar hadden te ontkrachten.

Mamma kwijt



Een half uur voordat ons langverwachte zondagse bezoek verschijnt – we hebben, voor de zoveelste keer, het huis aan kant – krijg ik een sms: 'Ben met politie op zoek naar ontsnapte demente moeder. Weet nog niet hoe het loopt.'
Een vrij goede reden om af te bellen.
Ondertussen zijn wij, samen met het bezoek, dat er niet is, bezorgd over de demente moeder, ook al hebben we haar nog nooit gezien. We krijgen een foto van een dame met lange grijze haren, die haar handen heeft gevouwen, en een naam. Mijn huis- en kantoorgenoot, snel en praktisch als altijd, klimt meteen in Facebook om een vermiste persoonsbericht op te stellen.
Samen met een medebewoonster is de demente moeder het luxe zorgcentrum in de stad ontglipt, waarschijnlijk in de slipstream van iemand anders, en sindsdien is het tweetal spoorloos. De beveiliging van het luxe oord is minder stringent dan in minder luxueuze oorden, merkte mijn zondagse bezoek droogjes op. 'Hier wreekt zich hun vriendelijke beleid.'
Boven ons deel van de stad cirkelt een politie-helikopter. Toch niet voor het demente duo?
Even later volgt de sms dat de medebewoonster gevonden is op Amsterdam Centraal, maar dat ze niets kon vertellen, althans niet samenhangends over de lokatie van de moeder, en dat de politie de zoektocht 'opschaalt naar recherche-niveau'.
Ik sms terug dat het moeilijk is om in dit soort situaties niet aan inspector Clouseau te denken, maar dat dit de wegen zijn die men moet bewandelen.
'Clouseau had vaak meer feiten om mee te werken,' krijg ik als antwoord.
Wij ontsteken een kaars en trekken een fles open.
Dan, bijna vier uur later, komt het verlossende woord. Ze is terecht. Gevonden in Zaandijk. Op bijna vier uur lopen.



K-dag



Samenvattend maak ik een avondwandeling langs de gebruikelijke route, meanderend tussen de toefjes troep door. Het is alsof de vuilophaaldienst staakt (maar wel de bloesem opvegen, denk ik nog. Know your priorities.) Op de Rijnstraat word ik voor mijn sokken gereden door drie lachende, helmloze mensen op één scooter. Even verderop passeer ik een man die net een café uitkomt, en, terwijl hij zijn telefoon tevoorschijn haalt, of is het een pakje sigaretten, een borrelende wind laat. Vlak voordat ik me weer terugtrek in mijn woning (woning geen kroning, denk ik nog), heb ik nog oogcontact met een man van mijn leeftijd die in het kanaal watert. Niet helemaal in het kanaal, richting het kanaal, in de bosjes. Nee, ik heb geen oogcontact, hij wil oogcontact, maar ik wijs hem af, ik wil geen oogcontact, want ik weet al wat hij met dat oogcontact wil zeggen: had je wat? Zijn dit jouw struiken? Doe je dat zelf nooit? Ben jij keurig dan? En trouwens, het is toch K-dag? Dan mag toch alles? Vrijmarkt enzovoorts? Carnaval voor de noordelijke provincies? Beschouw dit als de vrijmarkt van mijn urinebuis, vriend. Wil ik eens over jouw Birkenstocks heen sausen? Dat vind je toch lekker? Lauwwarm tussen je tenen? En trouwens, wat kijk je bitter. Niet naar de zin gehad vandaag? Nix verkocht? Ja, dan wordt het nooit iets. Laat je eens lekker gaan, kankeraar. Dat jij je niet eens lekker kan laten gaan, is toch niet mijn schuld, wel dan? Je kunt mij toch niet  o v e r a l   de schuld van geven?
Die nacht worden we om 3.15 gewekt door een jongeman, zo te oordelen naar zijn stemgeluid, die in de binnentuin op luid volume een orgasme fingeert.

Het idee was: koude voeten, en alweer, mezelf kietelen.

Image result for neck pillow artwork
Alex Vietti


De tweede 'leg' van de 'itinerary' van de micro-tournee van de Veelgevraagde Rietblazer die ik chauffeerde, zou voeren van Brussel naar Bremen, een tocht van een paar uur, des nachts af te leggen. Dat nachtelijke rijden was trouwens de rode lap waarop mijn huis- en kantoorgenoot zo fel had gereageerd, aangezien zij weet, en ik ook wel, dat ik bij weinig zicht de neiging heb weg te dommelen achter het stuur.
Het werd dus Geraardsbergen naar Osnabrück, want, zo bleek bij nadere bestudering van de kaart, daar stopte de trein die mij terug naar Amsterdam zou brengen óók, en dat scheelde toch weer een uur of wat.
Plotseling hadden we tijd  o v e r  in plaats van tekort. Wat te doen?
Terwijl mijn opdrachtgever in de kroeg napraatte met wat Vlaamse cats probeerde ik te slapen in de passagiersstoel met een stoffen tas over mijn gezicht tegen de felle pleinlichten. Ik kan nergens slapen, dus ook niet in een auto; noem het rusten. Rusten is ook een vorm van het leven uitzetten. Ineens klopte mijn opdrachtgever tegen het raam. Giechelend schoof ik achter het stuur. Hij draaide de stoel helemaal naar achter, stopte een nekkussen onder zijn hoofd en viel prompt in een diepe slaap, waar hij om de zoveel kilometer uit ontwaakte door zijn eigen gesnurk. Ook zoiets: jezelf wakker snurken. Not a pretty sight. Not a pretty sound, either.
Ondertussen moest ik zien wakker te blijven. Koffie en cola en koekjes binnen handbereik. De radio zacht aan, maar hard genoeg om mijn gehoorcentrum te kietelen. Uiteindelijk heb ik mijn schoenen uitgetrokken. Het idee was: koude voeten, en alweer, mezelf kietelen.
Af en toe dommelde ik toch in. Dat zijn spannende momenten. Je weet niet dat je indommelt, dat punt gaat logischerwijs ongemarkeerd voorbij. Je schrikt op als je al half van de baan bent.
Het is goed afgelopen, ik heb ons in de vroege ochtend veilig afgeleverd op Hauptbahnhof Osnabrück.
Ten afscheid hoorde ik mezelf tegen mijn gesprekspartner sinds '83 zeggen: 'Volgende keer chauffeer jij mij.'




Geraardsbergen




Mijn chauffeursdiensten ten behoeve van de micro-tournee van mijn gesprekspartner sinds ’83, tevens veelgevraagd rietblazer, hebben me gisteren naar de wonderlijke plaats van Geraardsbergen gebracht, waar de gastsolist schitterde bij een optreden van de bigband in The Preacher.
Ik was nooit in Geraardsbergen. Mij was verteld Brussel, maar het was dus deze eeuwenoude plaats in, naar bleek, de Vlaamse Ardennen. Een glooiend stadje – dat nam me voor haar in. Ik wandelde meteen door het park met de oorlogsmonumenten naar het hoogste punt, waar een monstrueus, afgebladderd gouden beeld stond van de heilige maagd, en zag, met haar, uit over de eveneens monstrueuze (maar nu om zijn afmetingen) St. Bartolomeuskerk op de Markt, en het daarachter gelegen lieflijke dal.
Waarheen? Nergens heen: rondbanjeren, over de kasseien door de eeuwenoude steegjes. Her en der stuitte ik op pogingen tot poëzie, onder andere van ‘Wivina Steenput’, die me deed denken aan Gumbâh en zijn catalogus van nooit verschenen boeken, maar ook van Victor Vroomkoning, waarin hij zijn oude ouders wachtend op de bus vergelijkt met volle vuilniszakken aan de straat.
Op de Markt werd ik getroffen door een eenzaam gepositioneerde pasta automaat (hoe vers zou de tagliatelle zijn?) als ook door een mysterieuze hand in een gevel, die mij leek te lokken – of was het tegenhouden?
Moest ik eindelijk de Europese vrijheid van vestiging serieus nemen en neerstrijken in Geraardsbergen waar ik, voor dezelfde huur als waarvoor ik in Amsterdam een krappe etage bewoon, een heel huis zou kunnen bewonen met twee woonkamers en twee slaapkamers, een badkamer, een keuken en een zolder plus tuin?




Familiebezoek

Wafa El Hilali: Al Asl

Aangezien mijn negentigjarige vriendin M. met Pasen bijna bezweek aan een zware longontsteking en haar dokter zei dat het raadzaam was om de familie te verwittigen, komen haar dochter en haar man uit Londen naar Amsterdam. Vanaf mijn gevelbank zie ik ze uit de verte aan rolkofferen: de dochter lijkt  p r e c i e s  op M., vooral qua haar (lang en met highlights, met schipperspet er bovenop), qua lengte (bescheiden), en, nou ja, qua uitstraling (onbescheiden). Haar man kan moeilijk anders worden beschreven dan een manvormig aanhangsel.
Ik bied aan ze naar het verpleeghuis in Zuid-oost te chaufferen (chaufferen is een hobby van me), maar dat slaan ze af. Even later komen ze terug en stappen ze alsnog in. 'Mijn moeder zegt dat ze een hartaanval heeft gehad, maar dat kan niet met haar hartconditie volgens mijn tante in Bussum.'
Ik wist niet dat er een tante was in Bussum.
'Van vaders kant.'
Aha.
Ik ben geen expert, maar mij lijkt dat je niet kan sterven aan een op hol slaand hart. Wel aan een stilstaand hart.
Ik loop mee naar M.'s kamer; zo kan mijn lang aangekondigde bezoekje aan haar ook worden afgevinkt.
M. ligt op bed met zuurstofslangetjes in haar neus, maar ze ziet er niet stervende uit. Vorstelijk eerder. Haar haar is gitzwart geverfd en opgestoken, haar gezicht is opgemaakt, en ze heeft een zwart topje aan, dat nog het best als sexy kan worden omschreven.
Terwijl ik haar ten afscheid kus, duw ik de halve borst die er onderuit piept, discreet terug.


Kinderachtig

Related image


Ik heb teerbeminde lieftallige huis- en kantoorgenoot aan de lijn, om haar een kort maar krachtig reisplan mijnerzijds (ik ben nog geen 24 uur weg) voor te leggen, waar ze misschien haar zegje over wil doen.
De mening die ze me geeft bevalt me niet en dus doe ik iets wat ik zelden doe: ik hang op. Misschien heeft dit ermee te maken dat ik de hele dag vakantiekinderen in mijn nek heb zitten.
Ze belt onmiddellijk terug. Ik neem niet op. Hier geldt de Derde Wet van Frölke, volgens welke Dingen Hun Tijd Nodig Hebben. Meteen weer gaan bakkeleien waarover je net al hebt gebakkeleid, is zinloos, maar ze belt drie keer, dus de derde keer neem ik wel op, en luister. Ze herhaalt haar argumenten, maar zegt ook: 'Doe niet zo kinderachtig.'
Ik: 'Jij doet kinderachtig.'
'Nee, jij.'
'Jij.'
Enzovoorts, enzoverder, tot in de eeuwigheid amen.
Ik moet denken aan de spreekwoorden die ik mijn kinderen probeer bij te brengen, zoals de pot verwijt de ketel. Een goed spreekwoord, net zoals zoekt en gij zult vinden, een van de eerste die ik ze heb bijgebracht. Waarschijnlijk zit alle opvoedkundige wijsheid verpakt in een handvol spreekwoorden en gezegden, en niet alleen de opvoedkundige.

Wat aten wij?

Image result for mr creosote



Als ontbijt broodjes uit de oven onder het motto: niet te veel eten want er kan nog meer komen. De melk was op, dus ik dacht er goed aan toe doen de koffie van mijn huis- en kantoorgenoot bij wijze van cappuccino over te spuiten uit een spuitbus slagroom die ik in de ijskast vond, maar die deugde niet meer volgens haar. Hij deugde ook niet. Even later kreeg ik op mijn kop omdat ik een grote sinaasappel had schoongemaakt die volgens haar droog en melig was. Hij was ook droog en melig. Niets zo pijnlijk als jouw eten dat wordt afgekeurd, al is het maar slagroom uit een spuitbus of een sinaasappel.
Een mens is niet zozeer wat hij eet, hij is het eten dat hij zijn geliefden voorzet.
Fast forward naar de lunch bij de in laws in Rotterdam, die bestond uit gerookte zalm, cold cuts, zalmsalade,  garnalen, notensalade, kipsalade, couscous, en kaas, vergezeld van bier en Chardy. Bij terugkomst van de lokale kermis was er koffie met notentaart en gele glazuur op basis van ei, maar ook – dankzij de chef de patisserie in de familie – financiers, madeleines en andere zoetigheden, zoals paaseitjes (niet van de Dirk).
Net op tijd terug voor de barbecue bij mijn gesprekspartner sinds '83. Ik kreeg weer op mijn kop van het Dagelijks Bestuur omdat ik het had gewaagd om volkoren stokbrood te kopen ('zeg nou zelf, waarom denk je dat je dat niet kunt krijgen in Frankrijk?'). Grote hoeveelheden plakken aubergine en courgette gingen op de grill om daarna te worden overgoten met een saus op basis van tomaat en gok ik, ansjovis en kappertjes. Puntpaprika's en voorgekookte maiskolven volgden, opnieuw zalm, terriyaki gemarineerde kip. Worsten. Hamburgers. Veggieburgers. Mini-veggieburgers. Wie nog plek had kon gaten vullen met turks brood, huisgemaakte kruidenboter, rode humus, gevulde brie, enzovoorts, enzoverder tot in de eeuwigheid amen. Toen het donker werd trok de gastheer een Margaux open.
Niemand ontplofte.

Levenden - doden: 1 - 0



Zelfs met de driehonderdeenenvijftig (sic) doden in Sri Lanka, plus het baby'tje bij de buren, komen we per saldo nog positief uit. Het leven heeft definitief gewonnen over de dood, getalsmatig gezien. Er zijn nu meer mensen in leven op aarde dan er ooit mensen hebben geleefd. Als we die laatste groep gemakshalve aanduiden als de doden, dan hebben de levenden gewonnen.
Hoezee.
Helaas betekent dit niet dat de dood, op een massale schaal, niet alsnog van ons kan winnen.
Ik vraag me af wat een naargeestiger toekomstperspectief is: dat de wereld ten onder gaat aan een kernoorlog (een geloof dat in mijn no future-tijd opgeld deed) of dat de wereld ten onder gaat aan klimaatstress.
Het eerste is een dramatischer, theatraler einde dan het tweede.
Maar het eerste scenario is nooit verwezenlijkt. Goed, het kan nog worden verwezenlijkt, als alle atoommachten met elkaar gaan risken, maar vooralsnog lijkt het een steeds minder waarschijnlijk scenario. Ik wil graag denken dat dit komt omdat wereldleiders minder irrationeel zijn geworden, maar dat idee is moeilijk houdbaar, met, bijvoorbeeld, Baby Trump aan het roer van nog altijd het machtigste land ter wereld, en de Brexit Party.
Zoekend naar een opbeurende conclusie, wil ik herhalen dat de levenden thans in de meerderheid zijn en dat nog wel even zullen blijven, getals- en gevoelsmatig.
De doden hebben definitief verloren, die achterstand halen ze nooit meer in. Tenzij. Juist. Nog maar even niet die champagne ontkurken, totdat alle massa vernietigingswapens de wereld uit zijn.
Wil iemand ondertussen de aarde redden?

De kunst van het lijden

Image result for de strijd van mijn moeder
Murat Isik en zijn moeder
Wie heeft er het meest recht op lijden? Dat zeg ik verkeerd. Wie heeft er het meeste recht op medelijden? Wie lijdt er het meest? De kunst van het lijden, die hebben wij christenen aan de here Jezus toebedacht, maar wat dacht je van de moeder van Murat Isik? Die heeft misschien veel meer recht op een eigen godsdienst. Anne Frank, ook een goede. Zou het kunnen zijn dat mannen in de geschiedenis beter zijn geweest in het opeisen van het lijden, het betekenis geven aan het lijden, het uitventen van het lijden; dat mannen, met andere woorden, een soort alleenrecht op het lijden hebben afgedwongen?
Hij: Is er wat?
Zij: Ik heb buikpijn.
Hij: Ik ook. Al dagen. Darmkanker, denk ik.
Er is geen vrouwelijke Shakespeare geweest, en als ze er wel is geweest, dan werd ze niet gehoord, niet gelezen en niet gespeeld. Overigens is dit, door een pervers neveneffect van de dominantie van de man, ook voor een groot deel te wijten geweest aan de vrouw, die niet in staat bleek om op te staan tegen zoveel overmacht, en dus meehielp de hegemonie van de man verder te vergroten.
Saillant detail in het verhaal van de moeder van Murat Isik, zoals opgetekend in het boekenweekessay (sorry ik loop achter met mijn huiswerk), was dat zijn moeder haar schoondochter op alle manieren dwarsboomde. Toen de schoonmoeder vond dat de geboorte van haar tweede kleinkind wat lang op zich liet wachten (het eerste was een dochter en daar had je niets aan), verspreidde ze roddels over haar om haar zo snel mogelijk weer aan het baren te zetten.
On the face of it hebben vrouwen veel meer recht van spreken waar het om lijden gaat. Zeker, een kruisiging is wat anders dan een bevalling – hoewel, misschien zijn er paralellen. Het doet op andere plekken pijn.