De jacht op de leegte



De laatste nacht dacht ik Venetië te slim af te zijn door om vier uur, in the dead of night, te gaan wandelen. Ik wilde de stegen voor mezelf. Ik wilde lege stegen, lege bruggen, lege kades, lege kanalen, een naakte stad, ervaren wat Borges had bedoeld toen hij Venetië een stenen jungle noemde (ik kende Venetië alleen als een jungle van bewegend vlees).
Bang om te verdwalen was ik niet. Het is onmogelijk te verdwalen in Venetië, – of in welke stad dan ook, denk ik wel eens. Zeker, Google Maps was af en toe in de war, in de hoge smalle straatjes raakte de satelliet de draad kwijt, maar dat duurde nooit lang en de afwijking was nergens ernstig.
Een vermoedelijk onbedoeld gevolg van googles hegemonie in de navigatie is dat veel bewegende mensen in Venetië naar hun scherm turen, in het spoor van het blauwe pad. 'Want zij waren in robots veranderd, zonder het te merken.'
Ik wist de weg naar San Marco wel ongeveer uit mijn hoofd.
Venetië bij nacht helemaal voor jezelf alleen is filmisch. Don't look now, die andere met Sutherland,  toch nog maar eens bekijken.
De eerste keer dat ik schrok, was toen een alarm ergens afging; automatisch liep ik van het lawaai vandaan.
De tweede keer schrok ik van mijn eigen gestalte die plotseling opdoemde in de spiegel naast een toeristenwinkel.
Op het San Marco-plein was een handvol schoonmakers doende confetti op te vegen. De basiliek, gehuld in zwart, lag er dreigend bij. 

Casanova (appropriate)

Fellini's Casanova (Donald Sutherland)

Vanuit de ruimgesorteerde giftshop van het Casanova Museum bel ik Reiseführer. 'Denk je dat onze negenjarige boos wordt als ik zonder hem ga? Als hij hoort dat er een virtual reality-dingetje in zat, zal hij dat vast niet hebben willen missen.'
Reiseführer gaat niet akkoord met de veronderstelling die van de vraag uitgaat, namelijk dat ik een keus heb om nu in mijn eentje naar het Casanova Museum, of welk museum dan ook, te gaan. 'Wij zijn zo bij het barretje waar we hebben afgesproken! Dus kom jij daar ook maar eerst heen.'
Ik had niet moeten bellen, denk ik, zoals zo vaak, te laat.
Even later zit ik achter een glinsterende soave in het barretje te wachten op mijn gezin.
Nog weer later zitten mijn zoon en ik alsnog in het Casanova Museum, met een VR-bril en koptelefoon op. Hij heeft er zin in. Ik ook. Ik bedenk me dat dit toch wel erg veel op een rite de passage begint te lijken, maar wat zou het? Negen jaar is in warme landen helemaal niet zo vroeg voor een cursus paren.
Weinig paring trouwens, in het Casanova Museum. Alles blijft 'appropriate', had de dame die de kaartjes verkoopt mij vooraf al verzekerd. 'Mijn interesse was groter geweest, als de tentoonstelling niet appropriate zou zijn,' zei ik. 'Casanova was zelf niet appropriate.' Daar was ze het mee eens, maar probeer heden ten dage nog maar eens inappropriateness te verkopen.
Het VR-dingetje doen mijn zoon en ik twee keer. We zetten een bril op en een kop telefoon, en wanen ons drie minuten Casanova in 18e eeuws Venetië.
Leuk, dat is het woord.

Madonna col Bacio

Jacopo Sansovino

'Gaan jullie met de boot naar Burano met zijn drietjes, dan ga ik naar dat begrafeniseiland om het graf van Stravinsky te bekijken,' probeer ik een solotrip binnen de familie-vakantie voor mezelf te regelen, maar ik ben geen Reiseführer dus ik heb geen leverage.
Bij bestudering van het bootschema blijkt dat Burano een uur heen en een uur terug is, dus dat valt af. In mij groeit ondertussen het besef dat het begrafeniseiland weliswaar een stuk dichterbij ligt, maar ook dat zo'n bezoek aan het knekelveld waarschijnlijk tegenvalt. Zeker, ik ben een groot fan van Stravinsky, maar als ik zijn graf google kom ik er ook. Liever ga ik bij nader inzien rondsnuffelen in een palazzo met een goede kunstcollectie, want ja, kom daar maar eens om in de Amsterdamse Rivièra.
Uiteindelijk gaan we natuurlijk met zijn allen naar dat palazzo, Ca d'Oro, met uitzicht op de Canal Grande en in bezit van precies 1 Tintoretto maar ook nog een heleboel minder bekende beelden, tapijten en doeken. Het is compleet verlaten. De blondjes zoeven door de zalen. 'Wij gaan naar de Disney-store,' zegt Reiseführer. 'Die kinderen hebben ook vakantie.' Ik probeer niet afkeurend te kijken, maar verkneukel met tevens bij het idee dat hier onze wegen zich hier, voor even, scheiden.  When push comes to shove zullen moeders grotere offers brengen voor hun kroost dan vaders, denk ik, behalve misschien, hoop ik, in tijden van gevaar.
Mijn oog blijft haken aan een marmer beeld: de zoveelste Madonna col Bambino, maar dan innig. Madonna col Bacio. Er is echte liefde tussen deze twee, waar niemand tussen kan komen.
De moeder lijkt ondertussen angstvallig haar telefoon bij haar geliefde weg te houden.

Parade van de arme meisjes



Venetiaans carnaval – wat moet je je daar bij voorstellen? Precies: dat, dat en dat. Vooral veel maskers en hoofdtooien en uitgebreide verkleedpartijen. Al die dingen waarmee je dood gegooid wordt, ook al ben je nog nooit met carnaval (16/2-5/3, wegens succes verlengd tot drie weken) in deze stad geweest. Dus wij waren enigszins verbaasd om een toneelstukje mee te maken, in de Giardini (waar ook de Biennale plaatsvindt), waarbij twaalf dirndl-achtige wichtjes op een toneel aan den volke werden getoond; van een corpulent heerschap dat op luide toon schlager-achtige liederen ten beste gaf een buidel meekregen, plus felicitaties van een oudere, zwaaropgemaakte dame die de indruk wekte een modellenbureau te runnen, of een bordeel; en tenslotte op houten brancards werden gehesen door jonge als misdienaren verklede knullen, om in die hoedanigheid naar het San Marcoplein te worden getransporteerd.
Een Engelssprekende Italiaanse begon uit zichzelf, alsof ze zich schaamde, tegen mij tekst en uitleg te geven. Hier wordt een traditioneel verhaal uitgebeeld, vertelde ze, getiteld 'La Festa delle Marie'. Arme meisjes tonen zich aan de vorst in de hoop van hem een bruidsschat te krijgen, opdat ze alsnog kunnen trouwen.
Ik keek nog eens goed naar één van die meisjes, zie boven (Anna Favaro bleek ze te heten) en probeerde uit haar blik af te leiden of ze er lol in had of zich doodschaamde. Ik kwam er niet achter. Waarschijnlijk beide.

Un ragazzo e una ragazza



Laat ik maar met het meisje beginnen. Ze zat achter de toonbank van een vintage winkel in een overvolle steeg achter San Marco, maar wij waren de enige klanten. Misschien kwam het omdat het nogal, nou ja, vintage rook in haar winkel, of houden ze hier meer van nieuw. Halflang stijl donker haar had ze, dunne lippen en een kuiltje in haar wang. Ze was een boek aan het lezen. L'Arte di Fare l'Amore.
De jongen in de koffieshop was gespierd, met zware wenkbrauwen, lichtbruin haar en stralende ogen. Zo'n Jean Paul Gaultier-model uit vroeger tijden. Hij werkte in Cannareggio, waar wij nu eens wel op tijd een tafeltje hadden bemachtigd, en de goings on dus op ons gemak konden gadeslaan met koffie en croissants. De armlange tattoo op de linkerarm van de jongen, die niet voor niets een t-shirt droeg, blonk als gerookte zalm, alsof hij net was gezet. Wat de afbeelding voorstelde weet ik niet, maar ik was gebiologeerd door een tekstje eronder. Dus terwijl hij bij ons kwam afruimen, kon ik het niet laten om zijn arm beet te pakken, en te draaien zodat ik de tekst kon lezen.
I vow to come for you
If you wait for me
'Zoiets kun je niet maken,' zei Reiseführer.
De jongen stribbelde nauwelijks tegen, verweerde ik me. Moet je maar geen tekst op je lijf inkten. Dan weet je dat je ten prooi valt aan dwangmatige lezers.

Venetië

Image result for cuoio maschera




Je weet dat je in Italië bent als de man die buskaartjes verkoopt op het vliegveld je adviseert om de leeftijd van je jongste twee jaar jonger op te geven, opdat die gratis kan reizen, en je weet dat je jongste kind jouw jongste kind is als deze vervolgens tegenover iedereen gevraagd en ongevraagd verklaart dat ze drie is.
Hoe feeëriek en fabelachtig om door Venetië te sjokken, bij avond, in de winternevel! Wat is er veranderd sinds we hier voor het laatst waren in 2005? Nog steeds geen rolkofferbaan over de bruggetjes. Maar wel People are people van Depêche Mode op hoog volume in de koffiebar, en een kraakpand achter het hotel, met ontroerende anarchistenvlag. 'Die zitten er al een paar jaar. Willen er maar niet uit. En ze betalen niets en ze doen niets,' klaagt de receptioniste humorloos.
Ik ben op een missie. Ik wil een masker kopen. Een mens kan niet zonder maskers, en als je dan zonodig een masker moet kopen, lijkt me Venetië geen gekke plek. Alleen: er zijn ∞ aanbieders met junk, dus waar moet ik zijn? Vanmiddag was ik in een winkel die leren maskers verkocht, gemaakt door een lokale kunstenaar. Kunstwerken dus. 'Probeer maar,' moedigde de verkoper me aan. Ik keek in de spiegel en zag dat het goed was. Een grote smoelpartij, die in de verte aan Homer Simpson deed denken, en die schuin naar buiten afliep waardoor je dus rustig door kunt drinken en eten, en wat je verder nog met je mond van plan bent. Vanaf €350. Niet veel voor een mooi masker waar je de rest van je leven mee doet, maar toch een hobbel voor een krabbelaar.
'Ik moet dit met mijn vrouw bespreken,' smoeste ik bij de uitgang tegen de verkoper, die toen ik hem goed bekeek, zelf geen masker leek nodig te hebben.

De verliefden in een kooi

René Magritte: Le thérapeute

De verliefden zaten in een kooi met een glazen plafond, waarop nog wat gebladerte was achtergebleven. Boven in de lucht passeerden geen fazanten, want die vliegen niet zo hoog (ze kunnen het wel maar ze verdommen het) maar vliegtuigen, en duiven. De verliefden bleven niet van elkaar af. Ze plukten, frunnikten en vingerden elkaars handen. Af en toe, maar niet vaak, en zeker niet zo vaak dat een getuige zou kunnen spreken van aanstootgevend gedrag, dus de politie hoefde niet te worden verwittigd, stalen zij een geluidloze kus. Veel werd er niet gezegd. Wat viel er te zeggen? Wel werd er gelezen en geluisterd. Een verliefde die luistert naar een verliefde die leest: de getuige was er getuige van. Waar de blik op te richten tijdens de lezing ener verliefde? Voor de verliefde luisteraar was de vraag gauw beantwoord: naar elke huidcel, iedere grijze haar en stoppel, alle poriën van de verliefde lezer. De stem van de verliefde lezer klonk niet anders dan de getuige gewend was. Niet verliefder, maar ook niet minder verliefd. Dat kwam misschien omdat hij niet over verliefden las. Toen de lezing voorbij was, en de getuige even aan zijn neus zat, en een van de verliefden net de neus van de andere verliefde had gepoetst, leunde de verliefde poetser over naar de getuige, om ook diens neus te poetsen. Een interessant gebaar. Wie verliefd is, is verliefd op iedereen en alles.

Boodschappen



Als het leven een boek is, moet het uit meerdere hoofdstukken bestaan. Gisteren werd ik kort teruggeworpen naar het hoofdstuk 'postbode', toen ik mijn oude folderaar, hij die helemaal onderaan de pikorde van de post bungelt, hij die bij wijze van spreken nog niet eens voor Sandd mag werken – bij wijze van spreken, want dat deed hij wel, maar nu niet meer, want ik zie hem nooit meer in functie.
Gepensioneerd misschien.
Ik herkende hem aan zijn kromte. Hij stond voor me in de rij van de Albert Heijn. Drie totaal versleten boodschappentassen had hij bij zich; twee in de ene hand, een in de ander. Ze waren met grijze duct tape gerepareerd, en gevuld met onduidelijkheden.
Ik was benieuwd naar zijn boodschappen. (Toon mij uw boodschappen, en ik zeg u wie u bent. Niet Facebook moeten wij vrezen, maar Ahold.)
Wie had geraden wat mijn voormalige, gebochelde folderaar, die met de bij elkaar gepleisterde spatborden en bril, op de boodschappenband legde, mag zichzelf fantast noemen; ik was er niet op gekomen. Ik zag het als een bewijs dat ook de fantast af en toe de deur uit moet om het fantastische van de werkelijkheid te ondergaan.
99 cent kostten de boodschappen, een aanbieding.
Hij betaalde met 55 ct statiegeld, plus 45 ct aan losse munten.
'Ik hoef geen bonnetje,' zei hij, nog voordat de kassière kans had gezien het hem aan te bieden.

Blaffen en brullen

Related image



De 24-uurs buikgriep valt uiteen in drie fasen van ieder 8 uur. In fase 1 voel je een beestje in je buik. Het prikkelt, bruist en rommelt in je maag. Er ontsnappen rare boertjes en scheetjes. Dan weet je zeker: het is weer zover, ik heb 't en ik moet er doorheen.
De rest van fase 1 wordt gespendeerd aan halfslachtig doorleven alsof er niets aan de hand is, en een halfslachtige gang naar de wc, halfslachtig omdat je weet dat je in deze fase toch nog niets kunt produceren. Soms denk je even dat de buikgriep verdwenen is, maar dan later keert hij weer terug. Het gevoel komt in golven.
Ook, althans in mijn geval, wordt in fase 1 een zinloze zoektocht ondernomen in het hoofd naar het moment van overdracht. Je probeert de afgelopen twaalf uur te reproduceren. Heb je iemand de hand geschud die mogelijk buikgriep had? Heb je verzuimd je handen te wassen in dat dubieuze etablissement? Je krijgt begrip voor het ooit als idioot beschouwde gebruik dat D. Trump, toen nog vastgoedman in New York, wilde invoeren, naar Aziatisch voorbeeld, namelijk buigen als begroeting in plaats van handenschudden.
Fase 2 is de hoofdfase. Je ligt in bed en wacht op the point of no return. De grote overgave. Je kunt een emmer naast je bed zetten, maar ik doe het liever boven de pot, al was het alleen maar om mijn kantoor- en huisgenoot niet te veel overlast te bezorgen. 'Je klonk als een gewonde dinosaurus,' zei ze de volgende ochtend.
Fase 3 is gammelte, katerigheid en langzaam weer wat eten, de spreekwoordelijke getoaste witte boterhammen met jam (zonder boter).
Ongelooflijk, als het voorbij is ben je alweer vergeten hoe vreselijk het was op het dieptepunt: de bodem van de WC-pot aanstaren, vinger naar binnen en blaffen en brullen tot de tranen je in de ogen springen.

Anti-depressiva

Jeff Koons: Balloon Dog (op het dak van Metropolitan Museum of Art)

Vriendin M. (90) is het niet eens met de diagnose die haar zorgteam haar heeft gegeven. 'Volgens mij ben ik helemaal niet depressief.'
'Volgens mij ben je wel depressief. Je hebt nergens zin meer in, je komt al weken je bed niet uit en je slaapt slecht.'
De onbezoldigde wonderdokter in mij is weer eens aan het woord. Ik kan mijn eigen analyses niet tegenhouden. Niemand kan zijn eigen analyses tegenhouden, de vraag is alleen of je ze moet uitspreken.
'Gebruik je anti-depressiva?'
'Ja, maar daar word ik helemaal niet goed van. Dan gaat mijn maag overstuur, dat wil je niet weten, dan komt het er overal uit, van boven en van onder, en dan eet ik niets meer, en ik weeg al bijna niks.'
'Hoeveel weeg je?'
'Achtendertig.'
'Dan zou ik die anti-depressiva maar vergeten. Of een ander soort proberen. First things first... heb je al kans gezien wat zonnestralen op te pikken?' Lichttherapie lijkt me toch de goedkoopste therapie – maar dan moet er wel licht zijn, en dat is er nu.
'Ik zit op het balkon, verder kom ik niet, en dat balkon is op het noorden, maar ik vang wel iets op.'
'Ik vind trouwens dat je nu inderdaad helemaal niet depressief klinkt... De afgelopen keren klaagde je alsmaar, maar nu klink je vrolijk.'
'Ik ben ook vrolijk.'
Dat is winst.
Eigenlijk moet ik haar uitlaten, zoals je een hondje uitlaat. M. heeft een hondje, dus die zouden elkaar kunnen uitlaten, maar het hondje logeert thans elders.
Een goed anti-depressivum, zo'n hondje, en niet alleen omdat je gedwongen wordt naar buiten te gaan.