Helikopters



Een politiehelikopter boven mijn woonwijk doet mij altijd denken aan New York. Daar stikte het van zulke helikopters, die volgens mij, maar wat wist ik ervan, vooral werden ingezet bij wijze van intimidatie. De boodschap was: beste criminelen, we weten dat jullie ons bijna altijd te snel af zijn, dat is het bijna komieke lot van de politie, die immers per definitie achter de strafbare feiten aanloopt, en slechts een hoogst enkele keer een geplande misdaad weet te verijdelen, – waarvan dan dus helaas geen bewijs is te leveren –, maar nu hebben wij iets dat jullie niet hebben, althans, wij hebben er meer dan jullie: helikopters. En nu zouden wij jullie dolgraag opsporen met die dingen, maar als je denkt: dat heeft iets speld in een hooiberg-achtigs, dan zou je wel eens gelijk kunnen hebben. Blijft over: Hollywoodiaans machtsvertoon. Shock and awe. En: wij kunnen verder kijken dan jullie, en 's avonds met groot licht laag overvliegen, etc. Dat dus. En nu hier, in Amsterdam, dat steeds meer een mini-New York wordt, een New Yorkje, zowel qua criminaliteit als criminaliteitsbestrijding. Ik sluit niet uit dat het werkt. Wat mij betreft mogen veel, zo niet alle middelen worden ingezet om de zinloze onderwereldoorlog (is er een zinvolle onderwereldoorlog? Misschien wel) te stoppen, nu de broer van de kroongetuige Nabil B. in het OM onderzoek is omgelegd, de eerste van diens familieleden, tegen wie zijn vijanden hadden gedreigd: 'Jouw familie gaat slapen'. Nooit gedacht dat ik het zou opschrijven, maar hier dan: geachte politie, graag meer helikopters. Niemand mag gaan slapen.

Over het opwarmen van een lijk

©Sander Veeneman

Buying the band, sinds gisteren weer online, is geen meesterwerk, maar deze kalm vertelde documentaire van Teus van Sintmaartensdijk legt de condition humaine toch mooi bloot, de grenzen van het geld, van 'leiderschap', en de onmogelijkheid om succes te 'creëren'. Het verhaal is eenvoudig: Jan 't Hoen, rijk geworden met vastgoed, en amateur-drummer, droomt ervan om de band van zijn jeugdidool Herman Brood tot leven te wekken. Klein probleem: Brood is dood, maar zakenmensen geloven niet in problemen, die geloven in uitdagingen. 't Hoen pompt geld in 'Romanza Brava', en graaft zelfs het lijk van Nina Hagen op in Berlijn, om met die heldin van weleer opnieuw te kunnen touren. Dat grapje kost hem 80.000 euro. Nieuw probleem: Nina is niet vooruit te branden. Mooie scène in de lounge van American Hotel, waar een persmoment met Hagen plaatsvindt. Ze begeleidt zichzelf op gitaar voor de camera van AT5. Het klinkt afgrijselijk. 't Hoen bepotelt ondertussen op de achtergrond nerveus zijn mobiele telefoon. Het aangrijpendste uit deze documentaire, een Griekse tragedie waardig, is als 't Hoen de tweede leadzanger, tevens zijn jeugdvriend, ontslaat. Gewoon, vanachter het bureau in zijn kantoor. De man krijgt te horen dat hij niet goed genoeg is. Hij weet dat zelf ook wel, maar hij hoopte dat zijn goedbetaalde droom nog even kon voortduren. Als de twee mannen op elkaar aflopen na dat 'you're fired'-gesprek verwacht je dat de jeugdvriend een schaar van tafel grist om die in de rug te planten van de manager. Maar dat gebeurt niet. Het blijkt ook helemaal niet nodig, want de band valt even later vanzelf uit elkaar. Tegen die tijd voel je allang ook empathie voor de vastgoedman, die, zoals iedereen, iets wil dat niet kan, en het maar blijft proberen.

Schrijver/zondagsschilder met macht

Churchill's laatste schilderij

Gary Oldman als Winston Churchill is even wennen, mij zat het beeld van de historische Churchill eventjes in de weg, maar misschien komt Oldmans portret dichter in de buurt van hoe hij was. Enorme, papperige onderkin, bijna ziekelijk bleke huid en pretoogjes. Niet voor niets luidde zijn koosnaam Pig, althans volgens de film 'Darkest Hour'. Het vervelende van historische drama's is dat je na afloop wilt weten hoe het precies zat. Maar naar ik heb begrepen is Oldman's personage vrij accuraat, dat vinden zelfs zijn kleinkinderen die WSC nog hebben meegemaakt. Ze maakten wel bezwaar tegen de cruciale, sentimentele metro-scene – Churchill reist één stop met de underground om de stemming onder het volk te peilen, waarbij een zwarte Londenaar zijn Macaulay-quote over Horatius afmaakt. 'Preposterous,' zei zijn kleinzoon. Fijn woord. Net zoals 'rebarbative', als in 'drunkenly rebarbative, oftewel prikkelbaar en aangeschoten, over een van WSC's stemmingen, een woord dat ik in deze recensie tegenkwam.
Darkest Hour laat zien dat regeren destijds en misschien wel nog steeds voor een groot deel dicteren is, spelen met woorden in brieven, telegrammen en, vooral natuurlijk: speeches. Dicteren doet WSC aan zijn secretaresse Layton, die, als hij een keer de draad kwijt is midden in de nacht in zijn ondergrondse bunker, zegt: 'You can put words together like no other'. Churchill als schrijver met macht, als filosoof-koning, is een interessant maar misschien ook preposterous idee, hoewel hij nog altijd geldt (dacht ik) als de meest geciteerde politicus, die tevens het grootste oeuvre heeft nagelaten.
Toen hij Hitler, 'that man', in de film uitfoeterde voor 'housepainter!' dacht ik: maar dat ben jezelf toch ook? Twee gemankeerde zondagsschilders. De betere van de twee won.

Schitterende nieuwe titels



Zomercatalogus van de uitgeverij op de mat. Omdat er deze zomer niets van mij verschijnt, heb ik sterk de neiging om deze reclamefolders voor boeken gericht aan de boekhandel en pers geruisloos in de papierbak te laten glijden. Wat heb ik er aan om te worden dood gegooid met wat mijn concullegae de afgelopen tijd bij elkaar schreven? Ik zal verlammende afgunst voelen bij romans die ik had willen schrijven, en verontwaardigd afgrijzen bij boeken die ik nooit zou willen lezen (waarom geven ze dit in vredesnaam  u i t ?) Uiteraard wint de nieuwsgierigheid. Curiosity not only killed the cat, it'll wipe out humanity. En wie zie ik, wanneer ik de catalogus opensla? Het verkreukelde hoofd van Peter Buwalda, en zijn nieuwe roman, Otmars zonen, die eind september uitkomt. Eind september? Maar dit is toch de  z o m e r c a t a l o g u s van de uitgeverij? Enfin. Gegeven het succes van Bonita Avenue (350.000 ex), hoef je als schrijver van Nederlands proza niet heel blij te zijn met een nieuwe Buwalda. Elk boek dat hij verkoopt is een boek dat ik niet verkoop. Het is helaas niet zo dat de markt voor Nederlands proza  g r o t e r  wordt als er weer een roman van mij uitkomt, die is tegen die tijd eerder  k l e i n e r  geworden. Daarbij, Buwalda's roman blijkt de eerste te zijn van een trilogie, waarvan de volgende delen in '20 en '22 uitkomen, dus dat eet lekker weg. Wat verder? Teveel om op te noemen. Ga van de zomer en daarna maar kijken op de tafels bij uw plaatselijke boekhandel. Daar zullen de nieuwe titels liggen. De een na de ander. Hoog opgetast, ongetwijfeld. Hoog opgetast en prachtig vormgegeven. De schitterende nieuwe titels van de uitgeverij. Ik zal daar niet bij zijn. Niet op die tafels en niet voor of naast of achter die tafels. Als u denkt, wat een gefrustreerde ouwe zuurpruim is die Frölke eigenlijk, en laat die man alsjeblieft aan het werk gaan in plaats van de zomercatalogus van zijn eigen uitgeverij uit elkaar te trekken, dan heeft u volkomen gelijk.

Genitale selectie



Gisteravond 'per ongeluk' na Lubach naar RTL5 gezapt, waar Naked Attraction net begonnen was (toeval?), een dating programma waarbij kandidaten worden geselecteerd op hun genitaliën. Darwin had het niet beter kunnen bedenken. Ja, waarom pas aan het eind van een avondje daten (of, ouderwetser, op het hoogtepunt van de verliefdheid), het grootste geheim, het diepste wonder der natuur, de hoofdprijs van de liefde, blootgeven, als het ook onmiddellijk kan, ten overstaan van honderdduizenden tiziekijkers in binnen- en buitenland? Alle romantiek is tijdverlies, en privacy is voor losers. Dus zo kwam het, dat lieftallige en ik, samen met de eerste kandidaat, Marlie, een veel te leuk bruin meisje met zoenlippen en vrolijke zwarte krullen, alsmede de host, een valse tante die nog haar moeder zou verkopen als ze daar een paar quid aan verdiende, de penissen van zes bleke Britten zaten te bestuderen. Het was lang geleden dat ik zoveel penissen op rij had bestudeerd, maar misschien moet ik beter mijn best doen. Op die van twee penissen na, waren alle schaamstreken rondom kaalgeschoren. Eentje was nogal klein (dat vond hij zelf ook, de poor lad, ook al zei Marlie lief dat size doesn't matter), een was krom (geen woord daarover) en twee waren besneden. Voorhuid blief ik niet, riep Marlie uit, dat doet me denken aan een worstje, ik wil meteen zien wat eronder zit. Dat is haar goed recht, maar dat bij een van de besnedenen het randje onder de eikel nogal beurs, rauw en verweerd oogde, bleef onopgemerkt. Marlie koos uiteindelijk voor het meest atletische lijf, dat aan het grootste leeghoofd bleek toe te behoren. Ik dacht: snuffelen werkt beter, maar daar kun je geen tizie van maken. Na de reclame kwamen de vagina's. Het werd tijd om naar bed te gaan.

Hot date



'When the robots haven taken over, they'll be bored to death,' hoor en zag ik John Banville vanochtend schertsen bij VPRO-boeken met zijn neusvleugeltjes wapperend. Ik had Banville nog nooit gezien, wel geprobeerd te lezen, en werd weer herinnerd aan de wittiness der Angelsaksen. Wordt hun werk daar beter van, is de vraag. Ik was trouwens wel van plan om niet alleen The sea nog maar eens te proberen te lezen, dat me ooit van meerdere kanten was aangeraden, maar waar ik niet doorheen kwam, maar ook een verhaal te schrijven, een grounded SF -verhaal zo je wilt, over robots die zich dood vervelen nadat ze de mensheid hebben verdreven, maar dat lijkt me typisch zo'n plot die al van alle kanten door Philip K. Dick is behandeld. Hoe dan ook, mijn schrijfdrang werd gefnuikt door lieftallige, die naar Friesland moest en zou om een scheepje te bezichtigen dat ze wilde kopen en ik moest mee, ook al wilde ik geen scheepje kopen (ik heb al een scheepje; het is een van de weinige dingen die ik heb), maar ik bond in. Tegen de plannen van lieftallige is geen mens bestand. Het scheepje bleek begeerlijk, want gaaf en zeilklaar, en misschien zelfs wel een koopje, en ik dacht: waarom ook niet, het is mijn geld niet, maar omdat de sympathieke verkoper het 'eerst komt eerst maalt'-principe hanteerde, en wij nr. 2 waren, zagen wij het begeerde scheepje aan onze neus voorbijgaan. Ondertussen had ik, onderweg erheen, wel een nieuw idee voor een verhaal opgedaan. Schrijvers maken verhalen af waarvan ze beginnetjes om zich heen ontwaren – althans, laat ik niet generaliseren: zo werk ik, niet zelden. Wat was het beginnetje? Een blondine in een Porsche Boxter, die plotseling naast ons de A6 op schoot bij Emmeloord. Ze droeg van die autorijhandschoentjes zonder vingers en met gaten erin. Ze scheurde ons voorbij de event horizon in, maar ze werd niet opgeslokt in een zwart gat, althans niet meteen, want we zagen haar even later in een parkeerhaventje langs de weg bij Idskenhuizen. In tegengestelde positie. 'Die wacht op haar hot date,' zei lieftallige. Nu nog even afschrijven. Of misschien is dit al genoeg. 'Ik schrijf geen begin-midden-eind-romans,' zei Banville. 'Ik schrijf alleen middens.' Een leugen, zij het een geestige.

Lastige auteurs



Bij de boekpresentatie van Hannes Wallrafen's De blinde fotograaf, gisteren, in de broeikas van AtlasContact, sprak ik een studente die uitgeverij studeerde. Een mooie studie. Aan de Frederik Muller Academie? vroeg ik. Nee, gewoon aan de UvA. Van de Frederik Muller Academie had ze nog nooit gehoord.
Wat leer je daar zoal?
Nou, bijvoorbeeld omgaan met lastige auteurs, dus, pretoogde ze.
Hoe ga je met lastige auteurs om?
Je moet bepaalde methodes gebruiken om gedaan te krijgen wat jij wilt.
Dat lijkt me bij alle mensen verstandig, om bepaalde methodes te gebruiken om gedaan te krijgen wat je wilt, maar ik kan me zo voorstellen dat je bij lastige auteurs nog wat extra wapens in moet zetten.
Een van de manieren, vervolgde ze, is om het tegenovergestelde van wat je wilt voor te stellen aan de auteur. Ze liet een tactische pauze vallen. Dan doet hij of zij uiteindelijk toch wat je wilt.
O, dus als je wilt dat je auteur een groene trui aantrekt moet je suggereren om een blauwe trui aan te trekken. Dan begint hij te stijgeren: een blauwe trui, ben je belazerd, daar begin ik niet aan, een blauwe trui dat is bezopen, wie denk je wel niet dat je voor je hebt, enzovoorts, enzoverder tot in eeuwigheid amen, en het eind van het liedje is dus dat hij een groene trui aantrekt. Laat dat nu net de bedoeling zijn geweest. Reverse psychology heet dat geloof ik, maar die term gebruikte het meisje niet.
Ik vroeg me af of ik een lastige auteur was, hoe vaak mijn uitgever deze methode op mij had toegepast en wat Frederik Muller hiervan had gevonden.


Wilson



Ik vroeg aan K. hoe het met Wilson ging. 'Goed,' zei hij, 'maar hij blijkt geen dominant type te zijn. Dat is een probleem, want Harding is ook geen dominant type.  Er is geen rollenpatroon. Ze weten niet wat ze met elkaar aanmoeten.'
Wilson, weet ik, kwam in de plaats van Taft, die recent overleed. Dat was een drama. Niet alleen voor de kinderen. Ook K. had er tranen bij geplengd. Om Harding te laten wennen aan de dood van Taft, werd het lijk een tijdje bij hem neergelegd. Dat hielp in het rouwproces.
Van die 'lijk-gewenning' heb ik foto's gezien.
Wat ik me herinner is dat D., K.'s voortvarende geliefde, stad en land afreisde om een nieuwe partner voor Harding te vinden – in Großstad A. bleek er geen te zijn. In Hilversum vond ze er uiteindelijk een die karakterologisch, emotioneel en qua denkbeelden bij Harding zou passen: Wilson.
Ik heb niet aan Wilson mogen snuffelen, Wilson werd meteen bij Harding gebracht. Ik had Wilson wel even willen bekijken, een praatje maken misschien. Dat was aardig geweest. Maar ik kreeg de kans niet. Mijn mening ter zake werd niet gevraagd. Er stonden belangrijkere zaken op het programma.
Misschien dat Wilson zich vroeg of laat toch nog als een dominant type ontpopt. Dan valt het niet te hopen dat Harding tezelfdertijd ook dominant wordt, anders wordt het een bloedbad.

De wil tot democratie (3)



Het probleem met de wil tot democratie is dat die nogal ambigu is, en ook onder druk staat, trouwens. Want wat is, om te beginnen, beter: een benevolente alleenheerser, die alles goed regelt zodat je nergens meer naar hoeft om te kijken en je helemaal positief apathisch laat zijn en je geen stembiljet ter grootte van een landkaart hoeft op te vouwen in je stemhokje? Of een rommelige democratie als de onze, die voortdurend een beroep op je doet? Met andere woorden, zou je je vrijheid willen opgeven in ruil voor minder gedoe? Ik soms wel, als ik die alleenheerser kon vertrouwen. Maar dat is nu juist het probleem, alleenheersers zijn per definitie niet te vertrouwen; er is bij mijn weten nog nooit een alleenheerser geweest die de corruptie van de macht kon weerstaan (ja, God, ja, Churchill en Eberhard van der Laan, maar die zijn allemaal dood). Een van de problemen van democratie is het inherente amateurisme waarmee het gepaard gaat. Natuurlijk is het sympathiek dat de regering het volk raadpleegt om na te denken over veiligheidsvraagstukken, maar wat weet het volk daarvan af? Het lijkt slim om als burger vol voor privacy te gaan, met de argumenten van Bits of Freedom in de hand, maar misschien is dat juist heel dom, zoals het ook dom is om je kinderen niet te laten inenten. De afweging die de referendumcommissie het volk heeft voorgelegd, kan iemand die geen veiligheidsexpert is, en/of IT-specialist, onmogelijk maken. (Het is ondertussen onsympathiek van de regering om dat referendum meteen weer af te schaffen.) Vertrouwen is het sleutelwoord hier. Vertrouw ik de regering? Wie vertrouwt wie nog, in dit tijdsgewrocht, wie heeft er  g e e n  dubbele agenda? Alleen pasgeborenen en comateuzen hebben geen dubbele agenda. Die hebben trouwens ook een broertje dood aan democratie.

Eenzame uitvaart



Voor F. Starik

De man die jarenlang om niet eenzamen begeleidde naar het graf,
Voor hen een niet onopgemerkt einde componeerde,
Een grafdicht, rouwpoëem, gelegenheidsvers,
Misschien putte hij uit een vast repertoire,
Had hij een mapje Eenzame Uitvaarten op zijn bureaublad,
Met varianten gerangschikt naar doodsoorzaak, leeftijd en geslacht,
Wie schrijft honderd originele gedichten bij het verscheiden van wildvreemden,
Die man dus, die dichter met de sigaret, en de neus in de lucht,
En zijn negentiende-eeuwse voorliefde voor de dood,
Of eigenlijk was zijn voorliefde twintigste-eeuws,
En waarom zou een muzenzoon in deze eeuw geen voorliefde mogen hebben
Voor that undiscovered country whose bourne no travellers return (Shakespeare),
Wat zeg ik, deze tijd lijkt   b i j   u i t s t e k   geschikt om
Te dichten over de dood, de hele dood en niets dan de dood,
Welnu, die is dood.