Impressies uit Parijs




Smoezelige vrouw die me, meelopend over de stoep in oh la la Pigalle, haar sekstheater in probeert te kletsen en geen nee accepteert - ook geen non merci trouwens - maar tenslotte opgeeft (ik had haar langer aan de praat moeten houden, alles is materiaal )


Rolmops met achterpoten hangend in rolstoel


Schaarsgeklede ruimschoots getatoeëerde rockchicks met in de ene hand rolkoffer en in de andere hun telly voor zich uit gehouden als virtuele detonator 


Jongeman alleen op een terras, vechtend tegen de slaap, zijn neus in een pocket


Rechtstandig op elektrische eenwieler langssuizende figuur brandende clope nonchalant tussen de vingers


Ietwat nerveus voortbenende Juif orthodoxe die mij onderzoekend aankijkt: ben jij…?


Vloekend want klemgereden zakenman- of ambtenarentype op 3 wiel motor


Schaamteloos aan een cafetafeltje elkaar langdurig en intens op de mond zoenend stelletje 


Lagere schoolklas uit Bobigny (getuige de hesjes) geheel bestaand uit niet witte kindjes plus hun witte begeleiders, die Musée Rodin in wordt geloodst 


Oud heertje dat stil houdt op het trottoir om met een loupe zijn iPhone te bestuderen 


Afgeprijsde pioenrozen die in je gezicht worden geduwd door schreeuwende marktkooplieden bij St. Lazare. 


Alweer in Pigalle: kale man in vaal pak die door drinkebroer tegen de grond wordt gewerkt, vrouwen die schreeuwen en sussen, een passerende zwarte man die drinkebroer lakoniek een kaakslag verkoopt  






Reis naar gene zijde

 





Ik wil ook naar de maan

Zover mogelijk van de aarde 

Waar niemand naar me staarde 

Mezelf helemaal laten gaan 


Ik wil ook gewichtloos zijn 

Buitelen tuimelen

Stuifelen fluimelen

Opstuiven als een bloemfontein


En als ik dan eindelijk land

Aan gene zijde 

Zou jij me galactisch verblijden

Als je me terugnam aan jouw hand






Voelsprieten







Mogen mijn voeten

De jouwe ontmoeten stoeien wroeten

Onder tafel waar niemand ‘t ziet 

Of moet je m’n pootjes niet? 


Ik wil om jouw benen met mijn tenen 

Krullen doodleuk doorlullen 

Onze wreven wrijvend over

Onbeschreven schenen


M’n enkel bestrijkt enkel

Subtiel jouw zachte hiel

Jouw bal is mijn venkel 

Ik kietel jouw ziel