Moord in de Morvan (25)



Maar, heren,
een gek spaarde de man die moordenaar wilde worden voor de bloedige daad die hij in de zin had. Toch kreeg hij volledige wraak, en zonder zelf de wreker te zijn. Want door een geheimzinnige lotsbeschikking scheen de hemel zelfs tussenbeide te komen om de verdoemende daad die hij had willen verrichten uit zijn handen in de eigen handen te nemen.
'Zouden we niet een plan de campagne uitstippelen,' vroeg Murat verveeld. Hij lag op bed te duimdraaien; ik lag op bed te lezen, en het leek alsof alles in orde was, maar dit was beslist geen gekke vraag. Ik was zo verguld met de uitnodiging van de kasteelvrouwe, ik had nog nooit een uitnodiging mogen ontvangen, dat ik me steeds slechter kon concentreren op de 'task at hand'. Ik legde Melville weg, stond op en keek uit het raam. Was het mogelijk dat Arnold van Lommeren mij bespiedde, vanaf het pleintje hier voor het hotel, om te checken wat ik deed, of ik mijn werk wel deed? Zolang we te lang op onze hotelkamer bleven somberen, er, met andere woorden, te weinig 'actie' was van mijn kant, zou hij de geldkraan die hij via mijn bevriende advocaat had opengezet, stellig dichtdraaien. Ik zag een nogal sjofele man zitten aan een tafeltje. Hij zat een bord onduidelijke pasta te eten met zijn rugzak nog om. Voor hem lag zijn telefoon, waarop hij, zelfs dat kon ik vanaf hier zien, een spelletje deed. Was dit de zoon van de overledene? De man die vereeuwigd was door niemand minder dan Lucian Freud? Ik had dat schilderij noch de zoon zelf mogen bewonderen, dus ik tastte in het duister. Misschien moest ik zo langzamerhand maar eens de emails gaan beantwoorden.
'Wat is er over van je Trojaanse plan?' vroeg Murat. 'Je zou me toch laten bezorgen bij het chateau in een niet open te maken doos, van waaruit ik vervolgens de hele familie Mahal voor zolang het duurde zou afluisteren?'
Ik trok hard aan mijn sigaret en blies de rook het raam uit, richting de vermeende Arnold van Lommeren. 'Te bewerkelijk. We zitten niet in een of andere James Bondfilm. Het moet leuk blijven, dat wil zeggen, literair. Begrijp je dat?'
Murat voelde met zijn vingertop aan zijn bloedlip. De zwelling begon al af te nemen. Dat kwam goed uit, want als gast bij een diner verschijnen met een bloedlip, zou een verkeerde indruk wekken.
'Luister, Watson,' – Murat had er steeds minder bezwaar tegen om als Watson te worden aangeduid – 'ons plan is dat we geen plan hebben. We gaan dineren op het chateau, nemen alles op wat we zien, en rapporteren een en ander subito aan onze opdrachtgever.'
Murat lachte geluidloos. Hij streek door zijn baard. 'Als er dan nog iets te rapporteren valt.'