Moord in de Morvan (15)



Het was, ondanks de verscherpte anti-corona-maatregelen, een drukte van belang op het dorpsfeest in Onlay, de festiviteiten waren in volle gang toen wij arriveerden. Uit de lange slierten in de berm geparkeerde Volvo's, Skoda's en Tesla's met Nederlandse nummerborden konden we gevoeglijk afleiden dat de aantrekkingskracht der folklore ook op de permanent tourists zijn uitwerking niet had gemist. De lokale delicatessen zagen er goed uit, de fanfare speelde alsof ze nog nooit van een pandemie hadden gehoord en ook het jeu de boules-spel werd zoals vanouds door de lokale tachtigplussers met de grootst mogelijke ernst gespeeld. Het bleef een eigenaardig toneelstuk, die viering van het dorpsleven, want iedereen wist dat het Franse dorpsleven op sterven na dood was.
Maar we waren gekomen om een moord te onderzoeken, die, bij gebrek aan dader en bewijs, nog steeds eigenlijk niets meer of minder was dan een bijzonder sterfgeval. Tegen welke Fransman of Française we de naam Van Lommeren, l'ingénieur Hollandais, of zelfs Chateau Prébendier maar lieten vallen, hij of zij gaf zelden meer terug dan een schouderophalend: 'O ja, van die verdrinking van een paar jaar geleden. Tragisch, n'est ce pas?' Of: 'Die Indiase weduwe, ja, met die twee bloedjes, ja, die zal het wel zwaar hebben, zo zonder man. O, is ze Nepalees? Maar wel musulmane, hè?' Pas als je wat ging doorvragen, dan uitten ze bedenkingen. 'In de Morvan verdrinken elk jaar mensen, maar dat zijn mensen die niet kunnen zwemmen,' zei de – vrouwelijke – burgemeester van Onlay, tevens juriste te Parijs. De man achter de gebraden kippetjes: 'De politie doet hier nooit iets, en als ze iets doen, doen ze het verkeerde.' Zijn vrouw: 'Die weduwe laat zich nooit zien. Alsof wij niet bestaan voor haar.' Het was een Nederlandse vrouw, Ingrid de Waal, een drukpratende  en -gesticulerende vertaalster die al twintig jaar in de Morvan woonde, die een stap verder durfde te gaan, en die, misschien onder invloed van de rijkelijk uit grote kartonnen vloeiende wijn, voor het eerst het woord 'golddigger' in de mond nam. 'Die Nepalese is in hoog tempo het familievermogen er doorheen aan het jagen. Eerst liet ze twee zwembaden aanleggen – een binnenbad en een buitenbad – en daarna die tennisbaan en driving range. Ja, wat wil je, ze heeft natuurlijk ook haar familie bezig te houden.' Haar familie? De Waal was nu zo op dreef dat ze de wijn uit de plastic bekertjes half over haar wang gooide als ze een slok nam. Haar armbanden rinkelden terwijl ze met de rug van een hand haar wang afveegde. 'Ze heeft vrijwel meteen nadat de oude onder de zoden lag haar twee broers en haar moeder laten overkomen. Het is petit Kathmandu daar.'