Joods opportunisme



Heb ik dan geen mening? Ik kan toch niet tot in einde van dagen blijven doorfiepen over minuscule privé-aangelegenheden?
Oké, goed dan. U uw zin.
Arnon Grunberg zegt in zijn vier mei lezing: als het over Marokkanen gaat, dan gaat het over... *betekenisvolle blik in camera*...mij.
Mijn eerste gedachte was iets wat mijn vrouw me onlangs toeschreeuwde: HET GAAT NIET OVER JOU. Moeilijk voor je om je voor te stellen, narcist die je bent, maar echt waar, het gaat één keer NIET over JOU.
Ik begrijp Grunbergs punt wel – dat was al eerder, en overtuigender, door Robert Vuijsje gemaakt, die dikwijls wordt aangezien voor Marokkaan – maar ik geloof er niets van dat Grunberg op het moment dat er Minder Minder Marokkanen wordt geroepen, denkt: men heeft het over mij. Was dat wel het geval geweest, dan had hij daar destijds zeker gewag van gemaakt.
Het venijn in de haatmail die Grunberg oogstte en die hij bij OP1 kwam voorlezen, deed me ergens aan denken... Eh, aan dat van een begaafde schrijver die in alle periodieken van het land zijn lezers bedient... kom, hoe heet ie ook alweer? (Tuuk klinkt hier jaloezie in door. Een schrijver die niet jaloers is op de talrijke bezoldigde uitlaatkleppen van Grunberg, logenstraft het adagium publish or perish.)
Grunberg is een ras-opportunist. Zo schokkend is die stelling niet, ik ben zelf ook een opportunist, en iedereen die beweert geen opportunist te zijn, wantrouw ik. (Iedereen probeert voor hem- of haarzelf de mogelijkheden die hem of haar geboden worden ten volle te benutten.) Alleen: ik ben geen Jood, last time I checked, en Joods opportunisme is net weer iets, nou ja, opportunistischer dan andersoortig opportunisme. Voorbeeld? Grunberg is niet gelovig, geen orthodoxe of onorthodoxe Jood, maar zal niet schromen om zijn Joods-zijn, indien gevraagd en waar nodig, in te zetten. Als ik iets dergelijks zou proberen met mijn katholieke of jezuïtische identiteit, whatever that may be, zou iedereen me uitlachen – en terecht. You cannot have your cake and eat it.
Kwalijker wordt het als Joods opportunisme het lijden monopoliseert. 'Mijn grootouders zijn vergast en jouw vader is alleen maar bijna omgekomen in het jappenkamp, dus ik heb meer verstand van lijden dan jij.'
Met de bewering dat een mens in de eerste plaats als mens moet worden gezien, en dan pas als lid van de groep waartoe hij toevallig hoort, – een bewering waarvoor Grunberg niemand minder dan Primo Levi in stelling brengt –, trapt hij een open deur in zo groot als de ingang van de Nieuwe Kerk.
Herdenken is volgens mij niet: denken aan mogelijkheden tot verzet. Verzet was en is vaak onmogelijk of zinloos, iets waarvan Grunberg in zijn lezing ook voorbeelden geeft. Herdenken is volgens mij terugdenken aan het lijden van vaak op brute en willekeurige wijze afgemaakte mensen, in Nederland afgerond naar boven 300.000 (en dus niet alleen dat inderdaad opmerkelijk hoge percentage Joodse burgers).
Grunberg probeerde in zijn lezing zich het lijden van de Marokkaanse minderheid in Nederland toe te eigenen. Die poging boemerangde terug in zijn gezicht. En nu vraagt hij mij om medelijden. Krijgt ie niet. Sorry.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten