Honderd verhalen in honderd dagen: 2. De jongen die sneeuw at

Ernst Haeckel

Masao Katsu, een jongen  met dikke lippen en onrustig knipperende oogleden die in een bergdorpje woonde in Hokkaido, at vanaf het moment dat die was begonnen te vallen, alleen nog maar sneeuw. Daarvoor hoefde hij slechts het raam met uitzicht over het ravijn open te doen, van zijn hand een kommetje te maken, of schepje, zo je wilt, die door de witte massa te halen die zich had opgehoopt op een voor zijn raam uitstekende boomtak, het hoopje sneeuw naar zijn mond te brengen en te happen.

Zijn lippen voelden graag de koude en de korrelige textuur van de sneeuw. 'Versgevallen sneeuw voelen smelten tegen mijn verhemelte is een sensatie die zoveel beter is dan smaak,' schreef hij in het dagboek dat hij begonnen was bij te houden sinds hij zijn kamer niet meer uitkwam en met niemand meer praatte.

Onder het kopje 'Honger?' schreef Masao, zelfs voor zijn doen raadselachtig: 'Honger? Een illusie.'

Na de zevende dag zonder conventioneel eten begonnen zijn ouders instanties in te schakelen: Instantie K, Instantie Ch en Instantie Y.

Instantie K en Instantie Ch, uit het nabijgelegen Kitami, konden alleen door de deur met Masao praten aangezien Masao de deur van binnen had dichtgetimmerd (de telefoon nam hij al helemaal nooit op, sterker: Masao had nog nooit van zijn leven een telefoon opgenomen). Masao had goed opgelet bij de timmertutorials die hij volgde op internet, en hij bleek te beschikken over alle mogelijke werktuigen (waar hij die vandaan had wist niemand; hij moest ze naar binnen hebben gesmokkeld voordat zijn zelf-isolement begon). De deur van zijn kamer was met geen mogelijkheid open te krijgen, althans niet door Instantie K en Instantie Ch, die bij voorkeur met zachte krachten werkten. Instantie Y, uit het verre Sapporo, bracht handzame explosieven mee; hiertegen bleek Masao's deur niet bestand (zijn trommelvliezen ook niet, trouwens, het was vooral de oorpijn die hem op zijn knieën bracht). Plotseling leek het alsof een decorstuk uit een theater was weggenomen.

Als een ziek dier lag Masao op bed, bleek, sterk vermagerd. Hijgend, zijn telefoon vastgeklampt in zijn hand.

'Begrijp je dan niet dat je vaste stoffen tot je moet nemen om in leven te blijven, Masao?' vroeg vader Katsu. 'Water en lucht zijn onvoldoende. Water en lucht geven geen energie.'

Masao, die voorlopig niet dood wilde, ging akkoord met iedere dag een precies afgemeten portie smaakvrij voedsel. In ruil daarvoor kreeg hij toestemming om sneeuw te blijven eten, in zijn kamer te blijven wonen en zijn dagboek bij te houden.

Aan het eind van de winter, toen de laatste versgevallen sneeuw smolt in de zon voordat Masao hem kon opscheppen, schreef hij in zijn dagboek: 'Vandaag heb ik een belangrijke ontdekking gedaan. Honger is een roofdier. Leven is erin slagen het roofdier te temmen.'