De verering van mijn voet



Ik zit in het zwembad, of meer precies bij het zwembad, naar de eeuwige zwemles van mijn dochter te kijken, of eigenlijk niet te kijken maar vooral met een vader te kletsen van een ander zwemleskind, die ook nog een zoontje voor zich op de grond heeft gezet, een mannetje van twee, Mo, en die ruikt aan mijn voet.

Hij was begonnen met aaien. Mijn blote linkervoet – schoenen en sokken moeten uit bij het zwembad – die voor zijn neus hing te bungelen (ik had mijn linkerbeen over mijn rechterbeen geslagen). Met zijn nog enigszins worstige vingers streek hij over de rug van mijn tenen, over mijn wreef, en langs mijn hiel.

'Heb je er last van,' vroeg de zwembadvader. 'Dan haal ik hem weg.'

'Helemaal niet.'

Dat ruiken is misschien toch wel enigszins vreemd. We kletsen verder. Het geval wil dat de zwemlesvader net Zalig uiteinde heeft gelezen (op mijn instigatie, dat wel) en gewag maakt van het in zijn woorden taboedoorbrekende aspect van de seksualiteit onder jongens in dat boek. Ik wil mezelf niet op de borst slaan, maar ik ken weinig niet-homo-erotische romans waarin dit soort seksualiteit een rol speelt (ik hou me aanbevolen voor titels). Tegen de zwembadvader hoor ik mezelf zeggen dat in geen van de recensies die dat boek destijds kreeg, hier ook maar een woord aan werd vuilgemaakt. Misschien kwam het omdat alle recensenten vrouwen waren. Op één na.

'Herman Brusselmans zou Zalig uiteinde recenseren, maar aangekomen bij de scene waarin de ik-persoon de tenen van een van zijn vriendjes in zijn mond neemt, wilde hij niet meer verder lezen.'

Mo is inmiddels overgegaan tot het kussen van mijn voeten. Het maakt mij niet uit wie mijn voeten kust, als ze maar worden gekust. Gek genoeg antwoordt Mo op zijn vaders vraag of hij mijn voet aan het kussen is: 'Nee. Ruiken.'

'Hij zegt graag nee,' legt de vader uit.

'Nee fase,' verbetert Mo.

Ik hoop dat hij er volgende week weer is.