Moord in de Morvan (27)



'Waar is je Watson? Ik dacht dat je met je mede-researcher zou komen, voor de ahum broodnodige klankbordsessies?' Suni van Lommeren-Mahal zag er ravissant uit in haar crêpe changeant zwart-gouden lange jurk – met niets eronder dacht ik – en, vooral dat, haar korte koppie. Ze bleek rigoureus haar haar te hebben afgeknipt. Ik herkende haar bijna niet. Ze had iets van de jonge Isabella Rossellini.
'Covid-19,' zei ik. 'Milde klachten. Vooral hoofdpijn. Maar het leek hem, tweede golf enzovoorts, verstandiger thuis te blijven.'
'Heel verstandig,' lachte Suni, terwijl ze me voorging naar de hal. 'Heel verstandig! Ik was van plan in plaats van mondkapjes maskers uit te delen vanavond, dat leek me wel aardig, maar alleen als het gesprek doodvalt en we ons vervelen.' Op haar blote voeten trippelde ze over het natuurstenen pad door de reusachtige tuin, die er, droogte of geen droogte, buitengewoon weelderig bij stond. De kleuren en geuren waren zo overweldigend dat je dacht dat de schepper overdreef, dit kon heus een tandje minder. 'We drinken wat bij het zwembad, would you care to join us?'
Ik had opnieuw mijn fluwelen pak aangetrokken, deze keer was het vers gestoomd, en ik had er een bruine vlinderdas bij gevonden bij een vide grenier in Autun – zo'n slappe. In mijn binnenzak brandde mijn dodelijke vulpen, daar was het allemaal om te doen.
'Paul, old chap.' Salman kwam uit het niets op me afgelopen, strak in het pak. Zijn outfit deed hem op een financiële man lijken, maar dat was geen financiële man, hij was anesthesioloog, wist ik. (Misschien was hij beide.) 'Wil je meekijken hoe ik het wild prepareer? Of vind je het leuk om zelf te hakken? Ze hangt in de garage.'
'Sal, alsjeblieft, laat die man met rust,' zei Suni. Ze greep een wortel uit een grote bak rauwkost en beet er nogal luidruchtig een stuk af.
Ik streek langs mijn gladgeschoren kaak. 'Ik vind het heel interessant om te zien. Wie niet tegen de slacht kan, moet ook geen vlees eten.'
'Quite right!' gilde Salman. Zijn stem sloeg over van enthousiasme.
'Niets daarvan, Monsieur Krom blijft bij mij. Eerst wat drinken. Bovendien zou Karim een mopje cello spelen.' De kasteelvrouwe knipoogde naar me; ik vroeg me af of wie ze bespotte.
'Je vraagt je misschien af wie er nog meer komen,' ging ze verder, toen ik tegenover haar plaats had genomen en Salman was verdwenen. 'Wel, drie mensen die belangrijk zijn geweest in het leven van mijn man: zijn psychiater, zijn zakenpartner en zijn personal assistent.' Ze keek richting de keuken en floot onwaarschijnlijk luid op haar vingers. 'Waar blijft de sommelier? Ik heb speciaal uit Beaune een sommelier laten overkomen, die had zich allang moeten melden.'
Niet veel later schreed er een ebonietkleurige vrouw gekleed in een mantelpakje de tuin in. Ze stelde zich voor als Ségolène en zette een champagneglas voor mijn neus. Er klonk een uiterst beschaafde plop. Ze schonk me iets in uit een fles waarvan ik het etiket niet bij machte was te ontcijferen.