Moord in de Morvan (8)



Ik doe dit niet graag, maar ik moest de terugtocht aanvaarden. Voor de tweede keer was ik drijfnat geworden, en mijn telefoon was dood. Het verbaasde me niet dat de privédetective die de zoon van ir. Van Lommeren had ingehuurd, een drone had gebruikt om het chateau te surveilleren, maar die was 'dus' vakkundig met een jachtgeweer uit de lucht geschoten. Ik kon mij de Nepalese schone met een jachtgeweer in de hand slecht voorstellen, maar ik had haar nog nooit gezien en hoe slechter je je iets kunt voorstellen, hoe dichter in de buurt van de waarheid.
Met een vijgenblad boven mijn hoofd (veel hielp dit niet), ploegde ik terug naar de bewoonde wereld. Ik moest hierbij volledig op mijn interne navigatie vertrouwen, want het 'pad' dat ik op de heenweg had gebaand was onvindbaar, en de loodgrijze lucht gaf geen geheimen prijs. Na voor mijn gevoel geen steek te zijn opgeschoten (ergo: in cirkels te hebben gelopen) overwoog ik om Murat te roepen, maar bedacht net op tijd dat dit als ik ondetecteerbaar wenste te blijven nogal onverstandig was. We hadden een fluitje, een signaal, een yell moeten afspreken voor noodgevallen. Could have/should have. Nog een: ik had Latour moeten uithoren over de kastelen van de Morvan, maar misschien waren dat er teveel om op te noemen, of, en dit was waarschijnlijker, had de streekhistoricus een hekel aan kastelen en de faux mystiek die die met zich meebrachten. Ik was benieuwd of Wikipedia iets over Chateau Prébendier wist te melden en zo niet, of ik bij het kadaster terecht kon.
Voor nu was het trouwens vooral zaak om het asfalt terug te vinden.
Eindelijk bereikte ik de landweg, maar niet op de plek waar we hadden geparkeerd. Ik moest nog twintig minuten lopen (vijf minuten de verkeerde kant op en vijftien minuten de goede). Daar aangekomen, vond ik geen spoor van de BMW, laat staan Murat, de spontane Watson bij mijn provisorische Holmes.
Mijn eerste gedachte: Murat heeft de BMW gestolen en probeert hem straks te verpatsen op het Franse equivalent van marktplaats. Wat dacht ik dan? Er zat niets anders op dan een bezoek te brengen aan de lokale Gendarmerie, iets wat ik toch al van plan was.