Moord in de Morvan (6)



Latour, die in een bergachtig gehucht woonde, was een nerveuze, pezige man in korte broek. Als hij lachte, en dat deed hij graag al drukte zijn lach weinig blijdschap uit, zag je zijn schots en scheef zittende tanden. Voortdurend liep hij heen en weer door zijn volgepropte huis, boeken oppakkend, omhooghoudend, terugleggend. Hij sprak beter Engels dan ik Frans, dus werd dat de voertaal. Hij had er geen bezwaar tegen dat ik rookte, hij zei dat hij jarenlang had gerookt en nog steeds de aandrang voelde, vooral als hij wat wijn op had, maar nu zaten we aan de koffie. De aanwezigheid van Murat – mits, net als ik, op 1,5 meter afstand – deerde hem niet. Het leek soms alsof hij zich meer tot hem richtte dan tot mij. Ik deed alsof ik aantekeningen maakte. Niets wat hij zei was relevant voor mijn onderzoek naar de dood van ir. Van Lommeren, zelfs niet als background, maar hoe onverschilliger ik uit mijn ogen keek bij zijn uitweidingen over de archeologische opgravingen op de Mont Beuvray, de hoogste berg van het natuurgebied, hoe vuriger zijn betoog werd.
'What about the lakes,' hoorde ik mezelf zeggen, mijn sigarettenpeuk uitdrukkend in een schoteltje. 'Can you tell us something about the lakes in the Morvan?'
Er viel een stilte. Murat keek me aan alsof niet ik, maar hij iets onbehoorlijks had gezegd. Monsieur Latour was, toen ik de vraag stelde, op weg van de boekenkast naar de keuken, en hoewel hij tot dan toe telkens omgedraaid was, liep hij nu door en verdween. Toch niet om voor versnaperingen te zorgen? Er stond al een dienblad met biscuitjes.
Murat, die tegenover me zat op een vuilwit leren bankstel, had nog niets gezegd, maar voelde nu de aandrang om te praten. Enkele woorden die ik opving: sangliers, canards en lapins. Hij deed alsof hij met een geweer door het raam naar buiten schoot en keek me vragend aan. Ik schudde mijn hoofd. Hij liet zich weer in de bank vallen.
De klok tikte voort, in de verte loeide een koe. Ik vroeg me af of ik in dit huis, op deze plek, zou kunnen leven.
'Waarom bent u geïnteresseerd in de meren?' klonk het geamuseerd uit de verte. Latour kwam terug met een landkaart. 'De meren van de Morvan zijn het minst interessant. Eigenlijk zijn er geen meren. Al de meren van de Morvan zijn gecreëerd in de afgelopen twee eeuwen voor industriële doeleinden.'